Veelgestelde vragen

Wapenwet

Er zijn drie goddelijke deugden: het geloof, de hoop en de liefde.

De lijst van vrij verkrijgbare wapens die gebruik maken van rookzwak kruit en die in principe vrij verkrijgbaar zijn, kan worden afgehaald door hier te klikken.

U vindt het volledige uitvoeringsbesluit over de vrij verkrijgbare wapens hier.

Let wel op:

  • het land van oorsprong, merk (benaming), model en kaliber moeten overeenstemmen met wat op de lijst staat.
    Bijvoorbeeld: een Mauser k98k in kaliber 8 x 57 JS is vrij verkrijgbaar, een mauser K98k die destijds werd omgebouwd tot kaliber 8 x 60S om onder de oude wet een vergunning tot voorhanden hebben van een oorlogswapen te vermijden zal NOOIT als vrij verkrijgbaar wapen beschouwd worden
  • De wapens die voorkomen op de lijst zijn enkel vrij verkrijgbare wapens voor zover er niet mee geschoten wordt buiten het kader van historische of folkloristische manifestaties. Tijdens dergelijke manifestaties kan trouwens ook enkel met losse flodders worden geschoten.
  • Er bestaat geen vrij verkrijgbare munitie meer. Wie dus een wapen heeft als vrij verkrijgbaar wapen, kan daar geen munitie meer voor bezitten. Om munitie te bezitten is immers steeds een vergunning, sportschutterslicentie of jachtverlof nodig (zie artikel 22 van de wapenwet). Bezit van munitie zonder één van deze documenten is strafbaar.
  • Uit dit alles volgt dus dat het niet mogelijk is om met een vrij verkrijgbaar wapen te gaan schieten op een erkende schietstand. Wél is het mogelijk om voor het wapen een vergunning aan te vragen of om het wapen te verwerven als sportschutter via de sportschutterslicentie, als het tenminste een grendelkarabijn is dat gebruikt wordt voor het sportschieten (zoals b.v. een ordonnance karabijn K31 of Mauser K98k). Als het wapen wordt aangekocht via de sportschutterslicentie, en er dus een model 9 wordt opgemaakt, kan de bezitter van het wapen wel munitie aankopen en met het wapen gaan schieten.

Onmiddellijk aangifte doen bij de politie en de gouverneur inlichten.

individuele activiteiten met wapens

Neen.

Op een Europese vuurwapenpas kunnen enkel vuurwapens worden geplaatst. Deze pas laat dan toe dat men zich met vuurwapens begeeft in andere lidstaten van de Europese Unie. In België heeft de Europese vuurwapenpas geen enkele waarde.

Dit vloeit voort uit art. 12 richtlijn 91/477 alsook uit artikel 1 van het KB van 8 augustus 1994 over de Europese Vuurwapenpas.

Indien het land dat men wil bezoeken sommige niet-vuurwapens (zoals b.v. luchtdrukwapens) verbiedt of, in stijd met de Europese richtlijn, indeelt onder de vergunningsplichtige wapens, dan dient in het land van bestemming een vergunning te worden aangevraagd.

Munitie

De Belgische wapenvergunningen zijn, op basis van artikel 8.5 van de bijlage tot de Benelux overeenkomst van 9 december 1970 inzake wapens en munitie ook geldig in de andere lidstaten van de Benelux (Nederland en Luxemburg).

Derhalve is de Belgische wapenvergunning geldig om in Nederland of Luxemburg munitie te kunnen kopen. Er dient rekening te worden gehouden met de reglementering die in deze landen van toepassing is.

Voor Nederland is een uitvoerconsent vereist.

Voor Luxemburg zijn voor de munitie in principe geen verdere formaliteiten vereist.

De bepalingen inzake munitie zijn tevens van toepassing op patroonhulzen en projectielen.

Let wel: deze regeling in Luxemburg en Nederland geldt enkel voor vergunningen. Er is nergens in de Benelux-overeenkomst voorzien dat ook de Belgische "modellen 9" geldig zijn in Nederland of Luxemburg. In deze gevallen moet steeds de procedure van de Europese richtlijn (voorafgaandelijke toestemming van de lidstaat van bestemming) worden gevolgd.

Occasioneel mag men munitie doorverkopen aan de houder van een geldige vergunning, of van een sportschutterslicentie of een jachtverlof. Het mag geen handel worden, anders is een erkenning als wapenhandelaar vereist.

Er is geen vrije munitie meer. Men moet een geldige wapenvergunning voorleggen, of een geldige sportschutterslicentie of jachtverlof.

Overgangsregeling tot 31 oktober 2008

Vragen omtrent de overgangsregeling tot 31 oktober 2008

U bent niet in het bezit van een illegaal wapen.

Artikel 48, §2 van de Wapenwet stelt dat de vergunningen afgegeven sedert meer dan 5 jaar voor de inwerkingtreding van de wet (dus afgegeven voor 9 juni 2001) vervallen, tenzij uiterlijk tegen 31 oktober 2008 de hernieuwing ervan wordt aangevraagd.

Bijgevolg, als de vergunning afgegeven is na 9 juni 2001, dan is zij nooit vervallen. Ze blijft dus nog geldig. Dit standpunt, dat voortvloeit uit een letterlijke lezing van de wettekst, werd aanvankelijk niet gevolgd door de Minister van Justitie. De rechtsleer bleef de stelling wel verdedigen.

Echter, ondertussen werd een nieuwe omzendbrief opgesteld door het college van Procureurs-Generaal waarin de wet juist wordt toegepast. De Federale Wapendienst en de provinciale wapendiensten pasten hun houding aan.

Voor meer informatie over de overgangsregeling verwijzen we graag naar het onderdeel "regelgeving" - "commentaar wetgeving" waar u een nota zult vinden over illegaal wapenbezit en de overgangsregeling.

De nieuwe wapenwet van 8 juni 2006 heeft alle wapenbezitters die vroegere "model 9" wapens bezitten verplicht om ofwel een vergunning voor het wapen aan te vragen, of om het wapen te registreren via een jachtverlof of een sportschutterslicentie (zie art. 44, §2 wapenwet).

Aanvankelijk diende deze registratie te gebeuren tegen 9 december 2006. De overgangstermijn werd eerst verlengd tot 30 juni 2007, en vervolgens tot 31 oktober 2008. Dit betekent dus dat de betrokken wapenbezitters ongeveer 2 jaar dn vier maanden de tijd hadden om zich in regel te stellen.

Een wapen dat niet tegen 31 oktober 2008 in regel is gesteld, is een illegaal wapen (een "zwart" wapen). Het wapen is immers vergunningsplichtig en wordt zonder vergunning voorhanden gehouden. De bezitter van een dergelijk zwart wapen is steeds in overtreding met de wapenwet en stelt zich voor aan zware strafsancties (geldboetes tot 25.000 EUR, gevangenisstraffen tot 5 jaar en verplichte verbeurdverklaring van de wapens).

Het is niet mogelijk een zwart wapen te verkopen. Bij registratie van het wapen via model 9, of bij de vergunningsaanvraag, zal de overheid steeds vaststellen dat het wapen niet tijdig is aangegeven. Het parket kan steeds worden verwittigd. Het is dan de bevoegde parketmagistraat die bekijkt welke vervolging gepast is voor de verkoper van het illegale wapen.

Ook de koper riskeert vervolging. Bovendien zal hij het wapen niet kunnen houden vermits het steeds moet worden verbeurd verklaard.

Het wapen kan dus niet worden aangekocht.

schietstanden

Ja.

De wet op de proefbank bepaalt het volgende:
"Art. 10. Niemand mag verkoopen, te koop stellen, noch in zijne magazijnen, winkels of werkplaatsen hebben, eenig wapen of gedeelte van een wapen onderworpen aan de proef, dat niet beproefd is geworden en gestempeld met de keurijzers die den graad van voltrekking ervan aanduiden, overeenkomstig de koninklijke besluiten in uitvoering van artikel 9, 5°, der huidige wet genomen.

Art. 11.Vallen niet onder de toepassing van artikel 10, de uit het buitenland ingevoerde vuurwapens die den stempel dragen eener door de Belgische regeering ambtelijk erkende proefbank."

Deze wetgeving verbiedt dus het "verkoopen" en "te koop stellen" van wapens, of het voorahanden hebben in "magazijnen, winkels of werkplaatsen", dit zijn dus plaatsen die gebruikt worden voor de activiteiten van erkende personen indien de wapens niet geproefd zijn.

Nergens wordt hier verboden om met dergelijke wapens te schieten.

Uiteraard kan een reglement van de schietstand hier zelf van afwijken om redenen van veiligheid.

Het is trouwens logisch dat geschoten mag worden met een wapen zonder dat het geproefd is. Als het wapen eerst geproefd zou moeten zijn vooraleer ermee mag worden geschoten, zou het nooit mogelijk zijn het wapen te proeven (wat impliceert dat ermee geschoten wordt), tenzij de proefbank wet hier een uitzondering zou kennen. Deze uitzondering staat er niet in...

De erkenningen die zijn afgegeven met inning van rechten en retributies onder de wet van 1933 blijven maximaal 5 jaar geldig.

Erkenningen die vervallen zijn, moeten uiterlijk tegen 31 maart 2009 worden hernieuwd.

sportschutterslicentie en wapenwet

Vragen over de sportschutterslicentie in het licht van de wapenwet

Ja.

Artikel 12, 2° wapenwet laat de sportschutter toe de wapens ontworpen voor het sportschieten voorhanden te hebben die zijn bepaald door de minister van Justitie.

In artikel 33 van de wapenwet staat dat de bepalingen van de wet inzake vuurwapens ook van toepassing zijn op de aan de wettelijke proef onderworpen onderdelen.

Een conversiekit (doorgaans een slede en een loop) is aan de wettelijke proef onderworpen. Deze onderdelen worden dus met de vuurwapens gelijkgesteld.

Het MB van 15 maart 2007 bepaalt dat de houders van een sportschutterslicentie een specifiek voor het sportschieten ontworpen pistool kan verwerven zonder vooraf een vergunning aan te vragen.

Om deze reden liet de Federale Wapendienst ons weten dat ook een vergunningsplichtig onderdeel, zoals een conversiekit, onder dezelfde voorwaarden kan worden aangekocht. Het volstaat dus een formulier van overdracht "model 9" in te vullen en te handelen alsof een pistool in kaliber .22 wordt aangekocht.

Samengevat: ja met de Vlaamse sportschutterslicentie geldig in wapencategorie C indien de loop van het wapen langer is dan 60 cm

Artikel 12 van de wapenwet bepaalt dat de houder van een geldigesportschutterslicentie vuurwapens ontworpen voor het sportschieten en bepaald in een lijst die is vastgelegd door de minister van Justitie voorhanden mogen hebben zonder vooraf telkens een vergunning aan te vragen. Bijkomend is nog vereist dat het gebruik van het wapen noodzakelijk is voor de beoefening van een schietdiscipline binnen de geldende regeling in de gemeenschappen.

Artikel 1, 1° van het ministerieel besluit van 15 maart 2007 bepaalt dat de lange repeteervuurwapens waarvan de totale lengte hoger is dan 60cm en de looplengte langer is dan 30cm via de sportschutterslicentie kunnen worden geregistreerd. Pompactie wapens (hoewel deze repeteervuurwapens zijn) worden altijd uitgesloten.

Ook wapens met een gladde loop waarvan de looplengte korter is dan 60cm worden uitdrukkelijk uitgesloten.

In de Vlaamse gemeenschap is het gebruik van lever action wapens met gladde loop toegestaan in het kader van het sportschieten.

Derhalve kan het wapen enkel voorhanden gehouden wordt met een Vlaamse sportschutterslicentie in wapencategorie C indien de looplengte hoger is dan 60 cm.

Voor een repeteervuurwapen met gladde loop geldt dat een vergunning moet worden aangevraagd bij de gouverneur indien de loop korter is dan 60 cm.

Technisch gezien is er sprake van het "overbrengen" van een wapen uit een lidstaat van de Europese Unie naar Vlaanderen.

De procedure van artikel 11 van de Europese vuurwapenrichtlijn (richtlijn 91/477) dient te worden gevolgd.

Artikel 9.1 van deze richtlijn bepaalt dat een vuurwapen van categorieën A (verboden wapens), B (vergunningsplichtige wapens) of C (registratieplichtige wapens) enkel kan worden afgegeven aan iemand die dit wapen wenst over te brengen, mits de verplichtingen van de artikele 6, 7 en 8 van de richtlijn worden nageleefd.

Een wapen dat gekocht wordt via de sportschutterslicentie behoort in de meeste gevallen tot de categorie C of D voor de indeling van de richtlijn (zie bijlage tot de richtlijn . Immers, de minister van Justitie zocht inspiratie bij de Europese wapenrichtlijn bij het opstellen van de lijst van wapens die via de sportschutterslicentie kunnen worden verworven zonder vooraf een wapenvergunning aan te vragen (zie Ministerieel besluit van 15 maart 2007).

Artikel 7.1, tweede lid van de Europese vuurwapenrichtlijn bepaalt dat een vergunning enkel kan worden afgegeven aan een ingezetene van een andere EU lidstaat, indien de lidstaat van ontvangst de toestemming verleent om het wapen uit te brengen. Gelet op wat vooraf gaat, geldt dezelfde regel dus voor het overbrengen van een vuurwapen naar een andere lidstaat. De procedure die moet gevolgd worden wordt vastgelegd in artikel 11.2 van de Europese Vuurwapenrichtlijn.

Derhalve kan het wapen enkel in een andere EU lidstaat worden aangekocht mits toestemming van de Belgische overheid. Deze toestemming kan aangevraagd worden via de provinciegouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de wapenbezitter. De gouverneur zal dan, na controle van de geldigheid van de sportschutterslicentie en van de aard van het over te brengen wapen, een toestemming tot overdracht afleveren onder de vorm van een "blauw formulier". Dit blauw formulier, opgesteld volgens een model dat vastgelegd is in de Europese vuurwapenrichtlijn, kan dan gebruikt worden om in de lidstaat van verzending de toestemming tot verzending te vragen op basis van artikel 11.2 van de Europese vuurwapen richtlijn

Deze procedure lijkt ons logisch. Immers, de lidstaat van verzending kan onmogelijk onderzoeken of in België het voorhanden hebben van het over te brengen wapen toegestaan is op basis van de sportschutterslicentie. Er is immers voor het wapen geen vergunning uitgereikt. Het is ook om deze reden dat deze procedure in de richtlijn werd voorzien.

Naast het blauwe formulier en de uitvoervergunning afgegeven in de lidstaat van verzending (op basis van art. 11.2 van de wapenrichtlijn), is ook nog een invoervergunning nodig die wordt afgegeven door het Vlaamse Gewest. De procedure daarvoor is gebaseerd op artikel 11.4. van de Europese Wapenrichtlijn.

Tenslotte merken we nog op dat deze procedure ook in de Benelux geldt. In een Benelux overeenkomst inzake wapens werd bepaald dat de vergunningen afgegeven in een lidstaat van de Benelux ook geldig zijn in andere lidstaten van de Benelux (zie art. 10.6 van deze overeenkomst). Dit kan NIET worden uitgebreid tot sportschutterslicenties of "modellen 9" die geen wapenvergunningen zijn. Echter, binnen de Benelux is het niet nodig om een voorafgaande invoervergunning aan te vragen aan de diensten van het Vlaamse Gewest.

Na de overbrenging dient het wapen nog te worden geregistreerd via een model van overdracht "model 9". Dit formulier is een louter intern Belgisch document en kan niet worden ingevuld door de in het buitenland gevestigde verkoper. De documenten (blauw formulier, toelating tot uitvoer van land van oorsprong, ...) dienen aan de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats te worden gestuurd, samen met het verzoek om voor het wapen een formulier van overdracht "model 9" op te stellen.

Conclusie

Een wapen aankopen in een andere EU lidstaat "op model 9" via de sportschutterslicentie (of jachtverlof) kan niet zomaar, er is steeds een toestemming van de gouverneur nodig in de vorm van een "blauw formulier". Eveneens moet een invoervergunning worden aangevraagd.

Binnen de Benelux geldt dat er geen invoervergunning moet worden aangevraagd.

Na overbrenging dient een formulier van overdracht "model 9" te worden ingevuld door de provinciale wapendienst.

Neen.

In de markt is een algemene tendens .22LR versies te maken van semi-automatische lange wapens. Zo b.v. zal Walther een semi-automatische AR15 uitbrengen in .22.

De Duitse firma GSG (German Sport Guns) maakte oorspronkelijk airsoft replica's, maar legt zich de laatste twee jaren toe op de productie van .22 versies van diverse semi-automatische geweren (zoals van de AK47 en de MP5).

Sommigen menen dat een wapen dat met enige goede wil als pistool beschouwd kan wworden, zodra de loop korter is dan 30 cm, een specifiek voor het sportschieten ontworpen pistool is. Ze beweren dat deze wapens via de sportschutterslicentie kunnen worden aangekocht mits een formulier van overdracht "model 9".

Niets is minder waar. Het Ministerieel Besluit van 15 maart 2007 stelt dat "specifiek voor het sportschieten ontworpen pistolen" met maximaal 5 schoten mogelijks zonder vergunning, via de sportschutterslicentie, voorhanden kunnen worden gehouden. De GSG 5P is geen pistool, het heeft daar niet de kenmerken van. Eigenlijk is dit een semi-automatisch machinepistool. Het is ook niet "specifiek" voor het sportschieten ontworpen, maar vooral voor recreatief schieten. Het gaat dus niet op om van allerhande wapens in .22LR de loop te gaan inkorten tot minder dan 30cm, om dan vervolgens te gaan beweren dat dit specifiek voor het sportschieten ontworpen pistolen zijn.

Personen die een GSG-5P of elke andere variant bezitten via de sportschutterslicentie, zijn illegaal in het bezit van hun wapen. Opsporing kan gebeuren aan de hand van het model 9 en het CWR. De wapens worden in principe verbeurd verklaard, mogelijks zal het parket een minnelijke schikking voorstellen. Ook kan dit illegaal wapenbezit gevolgen hebben voor ander legaal wapenbezit. De betrokken handelaars riskeren sancties m.b.t. hun erkenning.

Het is dus steeds zaak vooraf advies in te winnen bij twijfel.

Neen.

Artikel 12, eerste lid, 2° van de wapenwet bepaalt dat sportschutters wapens, ontworpen voor het sportschieten, voorhanden kunnen hebben zonder vooraf een vergunning te vragen. In een ministerieel besluit van 15 maart 2007 wordt een lijst vastgelegd met 7 types wapens. Deze wapens omvatten de repeteervuurwapens met getrokken loop en een totale lengte hoger dan 60cm of een looplengte hoger dan 30 cm.

De betrokken wapens voldoen aan deze voorwaarden.

MAAR: ze zijn NIET ontworpen voor het sportschieten, maar voor militair gebruik. Bovendien vereist het MB van 15 maart 2007 dat het gebruik van de wapens door de sportschutterslicentie is toegestaan. We merken hierbij op dat de discipline "ordonnance geweer" geschoten wordt met dienstwapens in hun originele staat (of tot semi-automatisch teruggebracht). Een enkelshots FAL is nooit dergelijk wapen geweest.

Derhalve kunnen sportschutters deze wapens niet aankopen via de sportschutterslicentie. De overtreding zal makkelijk worden vastgesteld. Zodra de diensten van de gouverneur het model 9 ontvangen, kunnen zij actie nemen. Bij inbreuk op de wapenwet dient het wapen verbeurd te worden verklaard. De overtreding van de wet, en de eventuele veroordeling, kan ook gevolgen hebben voor het andere legale wapenbezit.

Conclusie: op dergelijk aanbod ingaan is om grote problemen vragen.

De formulieren van overdracht "model 9" kunnen besteld worden bij de drukkerij van het Belgisch Staatsblad.

Deze dienst is te bereiken via 0800-98 809.

U kunt eveneens formulieren downloaden via deze link.

Dit model in MS word kan worden ingevuld met behulp van een PC en dan netjes worden afgeprint. Let wel: het model is niet volledig conform het KB van 16 oktober 2008 waarin de modellen voor de formulieren worden voorgeschreven. Er komen extra velden voor over de sportschutterslicentie / jachtverlof, die in het officiële formulier onder de rubriek "bijzonderheden" vermeld worden.

Daarnaast is het formulier onwettige omdat gevraagd wordt een kopie van de sportschutterslicentie of het jachtverlof toe te voegen. Dit is niet alleen zinloos (omdat de overheid en de federaties reeds verplicht zijn een kopie van elke licentie naar de gouverneur te sturen), maar ook onwettig. U dient dus nooit een kopie van uw jachtverlof of sportschutterslicentie toe te voegen.

Mits deze nuances kan het formulier gebruikt worden vermits alle inlichtingen die in het reglementair voorgeschreven formulier zijn opgenomen ook in het formulier voorkomen.

BijlageGrootte
Model9.pdf40.64 KB

Vooreerst moet bekeken worden voor welke wapencategorie de Vlaamse sportschutterslicentie geldig is.

Als de sportschutterslicentie geldig is in wapencategorie E kunnen sommige wapens die met zwart kruit schieten verworven worden via de sportschutterslicentie zonder een wapenvergunning aan te vragen bij de gouverneur.

Deze wapens zijn opgenomen in art. 1, 7° van het MB van 15 maart 2007. Het betreft de zwartkruitwapens die via de loopmond of via de voorkant van de trommel uitsluitend met zwart kruit of met patronen met zwart kruit en afzonderlijke ontsteking geladen worden en waarvan het brevet dateert van voor 1890. De wapens moeten dus aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • uitsluitend met zwart kruit worden geladen ; en
  • geladen worden via de loopmond of met patronen met zwart met afzonderlijke ontsteking;
  • het brevet moet dateren van voor 1890. De datum van fabricage speelt dus geen rol. Het is trouwens zo dat waarvan het model of het brevet dateert van voor 1890 en de vervaardiging van voor 1945 als vrij verkrijgbare hfd-wapen worden beschouwd als ze ook aan de hierboven opgesomde voorwaarden voldoen (zie art. 1, 1° KB 20 september 1991

Zwartkruitwapens die patronen met zwartkruit verschieten met geïntegreerde ontsteking kunnen dus niet via de sportschutterslicentie worden verworven. Er dient voor deze wapens steeds een vergunning worden aangevraagd bij de gouverneur.

Neen, dit is niet mogelijk. De sportschutterslicentie geeft in dit geval enkel het recht om een revolver te gebruiken tijdens het sportschieten, waar men zelf al dan niet eigenaar van is. Om de revolver zelf te kopen, moet men een wapenvergunning aanvragen bij de gouverneur.

verboden wapens
Uitzondering ordediensten

Ja.

Artikel 27, §1 wapenwet bepaalt dat de bepalingen van de wapenwet niet van toepassing zijn op bestellingen van wapens voor de openbare macht.

In een uitvoeringsbesluit van 2006 wordt opgesomd over welke diensten dit gaat.

Vervoer van wapens

Het KB van 24 april 1997, zoals gewijzigd, verplicht om de munitie "veilig verpakt te vervoeren" in een geschikte en slotvaste koffer of etui. De handelsverpakking van de 1.000 patronen zal normaal gezien als veilig beschouwd worden. Immers, de fabrikant dient immers de munitie reeds veilig te verpakken om ze te kunnen vervoeren tot bij de handelaar. De vraag is of de originele verpakking kan beschouwd worden als een slotvaste koffer of etui. De bedoeling van de nieuwe regeling is om te vermijden dat munitie ligt rond te slingeren in het voertuig of direct bruikbaar is. Ook beoogt de nieuwe regeling om diefstal van wapens en munitie uit voertuigen te belemmeren. Dit gebeurt door te verplichten dat de koffer of het etui waarin wapens of munitie vervoerd worden slotvast is. Dezelfde doelen kunnen worden bereikt als de originele grote verpakking wordt bewaard in de gesloten kofferbak van een voertuig. Het is aan te raden om de originele verpakking stevig dicht te tapen, zodat de munitie niet onmiddellijk bruikbaar is. Indien het voertuig geen afgesloten kofferbak heeft, kan de munitie buiten handbereik, en afgeschermd van indiscrete blikken, worden vervoerd in de originele verpakking. Om diefstal te voorkomen als het voertuig b.v. stil staat aan een kruispunt, dienen de deuren van het voertuig gesloten te worden.

Algemeen geldt dat een wettelijke of reglementaire bepaling moet worden uitgelegd op een manier die zinvol is.

De bedoeling van de nieuwe regeling is dat wapens, tijdens het vervoer, buiten handbereik liggen, dat ze niet zichtbaar zijn en dat ze ook niet kunnen worden ontvreemd uit het voertuig tijdens een stilstand (b.v. aan een rood licht).

Als het wapen niet in de koffer kan vervoerd worden, kan het worden weggelegd buiten handbereik, verborgen, en dienen de deuren van het voertuig gesloten te zijn.

Uiteraard dienen alle andere veiligheidsmaatregelen van toepassing tijdens vervoer (trekkerslot, koffer of etui op slot, ...) te worden nageleefd.

Ja.

De nieuwe bepaling moet worden uitgelegd op een manier dat ze zinvol is. De Federale Wapendienst heeft verduidelijkt dat het de bedoeling is dat wapens in de kofferruimte worden vervoerd, of die nu volledig van de rest van het voertuig is afgescheiden of niet. De koffer dient vooral als bergruimte die aan het zicht is onttrokken en waar de wapens niet binnen onmiddellijk handbereik liggen.

Om te vermijden dat een wapen uit de koffer wordt gestolen terwijl het voertuig stilstaat, bijvoorbeeld voor een rood licht, moet de kofferruimte op slot zijn, net zoals men tegenwoordig de deuren al dan niet automatisch sluit om sackjackings te vermijden. Wie een wapen vervoert, moet dus met de koffer op slot rijden.

Uit het nieuwe KB, en uit artikel 21 van de wapenwet, kan men afleiden dat tijdens het vervoer rekening dient te worden gehouden met het volgende:

  • de wapens zijn niet zichtbaar;
  • de wapens liggen niet binnen handbereik;
  • de koffer, of de plaats van het voertuig waarin de wapens liggen zijn op slot om te vermijden dat deze worden ontvreemd tijdens een stilstand van het voertuig.
verzamelaars

Vermits uw erkenning reeds een thema vermeldt, kan de gouverneur dit thema in beginsel niet wijzigen. Allicht maakt de gouverneur een toepassing van sommige wetsartikelen die hier niet van toepassing zijn.

Sommige diensten passen blijkbaar artikel 6 wapenwet toe, dit is het artikel voor nieuwe erkenningen. Daaraan gekoppeld legt art. 1 KB 29 december 2006 de verplichting op om een thema op te geven dat "de uitbreiding van het museum of de verzameling rechtvaardigt en tevens beperkt". De erkenning bevat blijkbaar als dergelijk thema. Het is immers perfect mogelijk om na te gaan welke wapens door NATO strijdkrachten gebruikt worden (rechtvaardigt de uitbreiding van de verzamelaing), en welke niet (beperkt ze tevens).

Het juiste artikel dat in dit geval van toepassing is, is artikel 48, derde lid wapenwet. Dit artikel stelt dat een erkenning die is afgegeven voor 9 januarii 2002 vervalt, tenzij tegen 31 maart een HERNIEUWING wordt aangevraagd. Er is dus geen sprake van een nieuwe erkenning, waardoor artikel 6 wapenwet van toepassing is.

De gouverneur kan deze hernieuwing enkel weigeren indien er gevaar zou zijn voor de openbare orde, of indien u zich in één van de in artikel 7, §2 wapenwet opgesomde situaties bevindt die aanleiding kunnen geven tot intrekking, beperking of schorsing van uw erkenning. Deze bepalingen vinden toepassing, onder andere bij gevaar voor openbare orde. Nadat u tijdig de geldigverklaring aanvraagt, blijft uw erkenning immers geldig. Een beslissing tot hernieuwing van uw erkenning waarbij het thema beperkt wordt, komt dus neer op een beperking van een bestaande erkenning, wat door de gouverneur uitdrukkelijk moet worden gemotiveerd.

Dezelfde logica komt ook naar boven in het uitvoeringsbesluit van 29 december 2006.
Als algemene regel stelt artikel 1 van dit KB dat een thema moet worden opgegeven voor wie een nieuwe erkenning aanvraagt. Dit is logisch en vloeit voort uit artikel 6 van de wapenwet dat van toepassing is voor de aanvraag van nieuwe erkenningen.

Voor de hernieuwingen, voorziet artikel 18 van het besluit in een overgangsbepaling. Daarin wordt de verplichting om een thema op te geven enkel opgelegd aan wie een erkenning als verzamelaar bezit zonder dat deze verzameling beperkt is tot een thema. Dergelijke erkenningen werden afgegeven tussen 1991 en 1995. Wie nog geen thema heeft, moet een thema opgeven. De wapens die men reeds verzameld heeft onder de oude erkenning kan men behouden. Nieuwe stukken in de verzameling moeten beantwoorden aan het opgegeven thema.

In deze speelt artikel 18 van het KB ook niet, vermits de erkenning al een thema heeft, en geen erkenning met "blanco" thema is. Ook artikel 1 van het KB speelt niet, vermits enkel een hernieuwing van uw bestaande erkenning aanvraagt.

Het is dus aan te raden om aan de gouverneur, bij voorkeur per aangetekend schrijven, de hernieuwing van de bestaande erkenning te vragen overeenkomstig artikel 48, derde lid wapenwet. Zodra u deze hernieuwingsaanvraag indiende, bent u in orde.

Indien achteraf de gouverneur de erkenning beperkt naar aanleiding van de hernieuwing, staat tegen zijn beslissing administratief beroep open bij de Federale Wapendienst. Deze dienst zal dan de wettigheid van de beslissing van de gouverneur beoordelen, en desgevallend de beslissing van de gouverneur hervormen. Tegen een negatieve beslissing van de Federale Wapendienst staat nog een annulatieberoep bij de Raad van State open.

Neen, hollowpoint munitie voor handvuurwapens is steeds ingedeeld als verboden munitie door artikel 22 van de wet. Voor verzamelaars voorziet de wet niet in een uitzondering.

wapenvergunningen

Op aanraden van dhr. Debaene, attaché, past de gouverneur te Oost-Vlaanderen de wapenwet niet toe. Wij stellen vast dat de provincie Oost-Vlaanderen zich stilaan ontpopt tot wat soms "het sultanaat van Leie en Schelde" genoemd wordt waar de wetten van het koninkrijk niet onverkort van toepassing zijn..

Elk semi-automatisch wapen dat op een door de dienst bijgehouden lijst van "ongewenste wapens" staat, wordt niet vergund. Het betreft vooral de Kalashnikov of afgeleiden, of wapens die een bepaalde lengte niet overschrijden. Deze lijst wordt door de dienst geheim gehouden. Destijds werd eraan gewerkt door sommige sportschutters. De wapens worden blijkbaar ingedeeld in "rode" wapens die nooit vergund worden, "gele" die zeer moeilijk of niet vergund worden en groene wapens die, bij de gratie van de behandeld ambtenaren, wel vergund worden.

Omdat de gouverneur weet dat hij daarvoor geen wettelijke basis heeft, worden de aanvragers doorgaans aan het lijntje gehouden. Het is dus ijdele hoop te denken dat u de vergunning zou krijgen.

Wie een lange semi-automaat wenst aan te vragen en in Oost-Vlaanderen woont, raden wij aan te handelen als volgt:

1. Vul uw aanvraag zo volledig mogelijk in
2. Maak een kopie van uw aanvraag
3. dien uw aanvraag aangetekend in en hou het afgiftebewijs van de zending bij
4. Wacht 4 maanden. Als u ondertussen vragen krijgt, antwoordt u. Ook de retributie kan u al betalen. U dient echter enkel de informatie te verschaffen die de gouverneur mag opvragen bij de vergunningsaanvraag (zie art. 9 KB Uitvoering wapenwet), zoals kaliber, aard van het wapen, waar u het wapen koopt, actie, looplengte, kenmerken van het wapen, etc... OP de politieke vraag (nl. de vraag om aan te tonen dat het wapen voor sportschieten gebruikt mag worden) dient u niet te antwoorden
5. Na 4 maanden en minstens een dag (maar max. 14 dagen) dient u een beroep in bij de FEderale Wapendienst, Waterloolaan 115 te 1000 BRUSSEL. U stuurt de kopie van uw dossier (gemaakt in stap 2) naar deze dienst. Let wel: de termijn van 15 dagen is zeer belangrijk.
Voorbeeld: aanvraag op 1 augustus
Termijn loopt tot 1 december
Het beroep moet ten laatste op 14 december 2010 op de post. HEt beroep moet aangetekend MET ONTVANGSTKAART (roze kaart) worden verstuurd !
6. Na enkele maanden zal de minister van justitie het wapen vergunnen als u aan alle wettelijke voorwaarden voldoet. De minister van justitie past de wet correct toe.

Ondertussen doen wij het nodige om de onwettige praktijken in Oost-Vlaanderen te doen ophouden.

Vooreerst moet u altijd de identiteit nagaan van de koper en u de identiteitskaart laten voorleggen.

Vervolgens moet u de luiken A en B van het model 4 volledig en juist invullen. Kijk hierbij in het bijzonder naar het serienummer om elke vergissing uit te sluiten.

Na overdracht van het Wapen moet de OVERDRAGER (dus de verkoper) het luik B zo snel mogelijk terugsturen naar de overheid die de wapenvergunning heeft verleend. Dit zal niet noodzakelijk de gouverneur van uw provincie zijn maar de gouverneur van de provincie van de koper.

Pas vanaf het moment dat de overdracht bevestigd is, weet de overheid dat de overdrager het wapen niet meer heeft en er dus ook niet meer verantwoordelijk voor is. Als overdrager heeft u er dus belang bij dit op te volgen.

U moet eveneens uw Luik A terugsturen naar de gouverneur die bevoegd voor uw eigen woonplaats. Bij voorkeur vermeldt u ook nog het nummer van de vergunning van de koper op het luik A van uw eigen vergunning zodat de overheid deze overdracht makkelijker kan boeken.

De wapenwet is ook van toepassing op de aan de wettelijke proef onderworpen onderdelen (zie art. 33 wapenwet).

De aan de proef onderworpen onderdelen worden bepaald in art. 21 van het KB op de proefbank . Een loop is steeds een vergunningsplichtig onderdeel. U moet dus een vergunning aanvragen om een nieuwe loop aan te kopen.

Deze vergunning moet, net zoals de vergunning voor een vuurwapen, worden aangevraagd bij de provinciegouverneur. Deze vergunning wordt volgens de gewone procedure afgewerkt. In principe is voor deze vergunning ook een retributie verschuldigd (momenteel 90,25 EUR).

Echter, indien een attest wordt voorgelegd waaruit blijkt dat het te vervangen onderdeel vernietigd is, kan de gouverneur het nieuwe onderdeel "bijschrijven" op de bestaande wapenvergunning. Er wordt dan geen nieuwe vergunning uitgereikt, en dus zijn er geen retributies verschuldigd. Enkel als het vervangen onderdeel behouden wordt (en dus geen attest van vernietiging wordt voorgelegd), zal nog een nieuwe vergunning worden afgegeven, uiteraard met inning van retributie.

De regeling die bestond vanaf 1992 (oud artikel 22 KB uitvoering wapenwet) bestaat niet meer. Vroeger was bepaald dat er geen vergunning moest worden aangevraagd, als het onderdeel werd aangekocht ter vervanging van een defect onderdeel dat vernietigd moest worden door de proefbank. Omdat in de praktijk er teveel misbruiken waren van deze regeling (de vervangen onderdelen werden niet verenietigd), werd ze afgeschaft vanaf 1 februari 2007 (door het KB van 29 december 2006).

Neen.

Op basis van artikel 32 van de wapenwet zijn de vergunning afgegeven krachtens de wapenwet van 8 juni 2006 voor onbepaalde duur.

De vergunningen afgegeven op basis van de wet van 3 januari 1933 moeten worden hernieuwd uiterlijk 5 jaar na hun datum van afgifte (zie artikel 48, tweede lid wapenwet. Ze zijn dus niet voor onbepaalde duur geldig.

Alle wapenvergunningen afgegeven voor 31 oktober 2003 moesten uiterlijk tegen 31 oktober 2008 worden vernieuwd. Vergunningen afgegeven na deze datum moeten worden hernieuwd binnen de 5 jaar na hun afgifte.

Wij raden wapenbezitters aan om voor al hun "oude" wapenvergunningen afgegeven door de politie of door de gouverneur op basis van de wet van 3 januari 1933 in één keer de hernieuwing aan te vragen. De kost hiervoor bedraagt thans 90,25 EUR, ongeacht het aantal vergunningen dat ineens wordt aangevraagd. Het is eveneens mogelijk om de hernieuwingen te vragen samen met de aanvraag voor een nieuwe vergunning.

De hernieuwde vergunning, die wordt afgegeven op basis van de nieuwe wapenwet, blijft wel voor onbepaalde duur geldig.

De wapenwet maakt het mogelijk om een vergunning te vragen die toelaat zowel het wapen zelf als de munitie voorhanden te houden.

In dit geval moet steeds een wettige reden worden opgegeven, zoals b.v. sportief- of recreatief schieten, of jacht- en faunabeheer.

In sommige gevallen is het mogelijk om een vergunning te vragen met uitsluiting van munitie zonder dat men een wettige reden moet aantonen. Dit is b.v. het geval voor wapens die legaal voorhanden gehouden werden voor 9 juni 2006.

Wie een wettige reden kan aantonen voor een wapen, heeft er geen belang bij om voor eenzelfde type wapen, of zelfs voor een wapen in eenzelfde kaliber een vergunning zonder munitie te vragen. Dit is alleen maar om problemen vragen. Enkel wie "passief" wapenbezitter is, kan een vergunning zonder munitie vragen.

Actieve schutters kunnen voor hun wapens munitie houden.

Het heeft dus geen enkele zin om zowel een vergunning met als een vergunning zonder munitie te vragen voor eenzelfde type wapen.

Sportschuttersdecreet

Aansluiten bij een club die is aangesloten bij een gemachtigde schietsportfederatie (VSK of Fros)
Met een recent uittreksel uit het strafregister en medisch attest kun je dan na aansluiting onmiddellijk één of meerdere voorlopige licenties aanvragen om met verschillende categorieën wapens te schieten gedurende maximaal 12 maand. Tijdens deze periode kun je dan de proeven afleggen om een licentie te behalen voor de verschillende categorieën.

De sportschutterslicentie kan worden aanvraagd zodra het nieuwe lid aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • minstens zes maanden aangesloten zijn via een club bij de gemachtigde schietsportfederatie
  • 12 schietbeurten kunnen aantonen, gespreid over minstens 12 dagen en minstens 2 trimesters.

Eens de licentie behaald, kan ofwel een wapen ontworpen voor het sportschieten worden verworven, of kan een vergunning worden gevraagd aan de gouverneur.

Onmiddellijk aangifte doen bij de politie en de schietsportfederatie die de licentie heeft uitgereikt verwittigen. Er kan dan een duplicaat worden gevraagd mits betaling van een administratieve bijdrage.

Geldigheid sportschutterslicentie

Behalve in het geval van intrekking van uw sportschutterslicentie op vraag van de gouverneur, kunt u uw wapens nog maximum drie jaar houden zonder munitie. Daarna kunt u ofwel een vergunning vragen, ofwel de wapens overdragen aan een erkend persoon, een houder van een vergunning of een houder van een jachtverlof of een sportschutterslicentie (afhankelijk van over welke wapens het gaat).

Elk jaar moet u als sportschutter de geldigverklaring ("validering") van uw sportschutterslicentie aanvragen bij de gemachtigde schietsportfederatie waarvan u via uw club lid bent.

OPGELET: het is de sportschutter zelf die hiervoor verantwoordelijk is. Noch de federatie, noch de clubs zullen initiatief nemen! Het niet laten geldig verklaren leidt automatisch tot intrekking van de sportschutterslicentie.

De procedure verloopt als volgt:
1. formulier model "VL12" invullen
2. aan uzelf geadresseerde en gefrankeerde omslag toevoegen
3. kopie sportschuttersboekje en uittreksel strafregister toevoegen (origineel, niet ouder dan 3 maand)

Dit alles moet ten vroegste de tweede maand, en ten laatste de maand voor "de verjaardag" van de sportschutterslicentie toekomen bij de federatie.

Bijvoorbeeld: Wimpie Winchester heeft een sportschutterslicentie uitgereikt op 5 juli 2007. De verjaardag van zijn sportschutterslicentie is dus altijd 5 juli (ook als Wimpie later nog een uitbreiding van zijn sportschutterslicentie gevraagd zou hebben voor een bijkomende wapencategorie).

Elk jaar moet Wimpie tussen 5 mei en 5 juni de geldigverklaring aanvragen. Hij zal dan telkens uiterlijk tegen 5 juli zijn valideringsvignet ontvangen.
De validering wordt goedgekeurd als de sportschutter geen veroordelingen opliep voor sommige misdrijven (zie art. 5, §4 wapenwet) en als hij aan de hand van het sportschuttersboekje minstens 12 schietbeurten kan bewijzen gespreid over minstens 12 dagen en twee trimesters.

Als de validering geweigerd wordt, zal de intrekking van de sportschutterslicentie volgen.

De geldigverklaring is gratis bij Fros en VSK.

Adres VSK: VSK, sportschutterslicenties, Boomgaardstraat 22 bus 7, 2600 BERCHEM
Adres Fros: Fros, sportschutterslicenties, Boomgaardstraat 22 bus 35, 2600 BERCHEM

De sportschutterslicentie blijft 5 jaar geldig. Elk jaar moet ze geldig verklaard worden door een getuigschrift van goed gedrag en zeden en een kopie van het sportschuttersboekje op te sturen.. Na vijf jaar moet ze hernieuwd worden. Voor de hernieuwing moeten alle documenten worden opgestuurd. Er moet geen praktische proef worden afgelegd bij hernieuwing, wel eventueel een theoretische proef als er substantiële wijzigingen zijn in het wettelijk kader.

Intrekking (voorlopige) sportschutterslicentie

Bij het behandelen van de administratieve beroepen tegen de beslissingen van de gemachtigde schietsportfederatie, zal de Vlaamse minister bevoegd voor Sport onderzoeken of de federatie de bepalingen van het Vlaamse sportschuttersdecreet alsook van het uitvoeringsbesluit correct heeft toegepast.

Artikel 10, §1 van het Vlaamse sportschuttersdecreet bepaalt dat de sportschutterslicentie geldig blijft gedurende vijf jaren, voor zover de sportschutter jaarlijks aan de federatie bewijst:

  • dat hij niet veroordeeld werd voor een misdrijf waardoor hij geen wapens meer mag voorhanden hebben
  • dat hij nog actief lid is, wat betekent dat hij aan minstens 12 schietbeurten heeft deelgenomen, gespreid over minstens 2 trimesters en 12 dagen.

In artikel 4 van het uitvoeringsbesluit is opgenomen dat de sportschutter jaarlijks, uiterlijk op de verjaardag van de afgiftedatum van de sportschutterslicentie, aan de federatie de volgende documenten moet voorleggen:

  • een origineel uittreksel uit het strafregister van minder dan drie maanden oud<
  • een kopie van zijn sportschuttersboekje waaruit minstens 12 geldige schietbeurten, gespreid over minstens 2 trimesters en 12 dagen blijke

Om er zeker van te zijn dat de sportschutter tijdig zijn valideringsvignet ontvangt, vragen de federaties dat de geldigverklaring wordt gevraagd ten vroegste twee maand en ten laatste één maand voor de sportschutterslicentie vervalt. Sommige federaties versturen een maand vooraf nog een herinneringsbrief.

Als de sportschutter niet reageert, dan is de gemachtigde schietsportfederatie verplicht, op basis van artikel 4 van het uitvoeringsbesluit, om de sportschutterslicentie in te trekken. Ze heeft daarin geen enkele bevoegdheid om rekening te houden met externe omstandigheden zoals ziektes, ongevallen, professionele verplichtingen, overleden huisdieren, etc...

Als de sportschuttersfederatie daarna de sportschutterslicentie intrekt, dan is het decreet correct toegepast. Het is in dit geval zinloos om een beroep in te stellen bij de vlaamse minister bevoegd voor sport. Deze zal enkel kunnen vaststellen dat de federatie het decreet en het uitvoeringsbesluit juist toepasten. De minister kan ook niet in de plaats van de federatie alsnog overgaan tot geldigverklaring van de sportschutterslicentie.

Enkel in de gevallen waarbij de intrekking ten onrechte gebeurde (b.v. bij een voldoende aantal schietbeurten, of bij een verkeerde beoordeling door de federatie van het uittreksel uit het strafregister) zou een beroep zinvol kunnen zijn.

Praktische en theoretische proef

De volgende documenten zijn vereist:

  • identiteitskaart
  • wapenvergunning of registratiedocument van het wapen dat gebruikt wordt om de proef af te leggen
  • bewijs dat de deelnemer verzekerd is. Dit bewijs wordt geleverd door een aansluitingskaart van het verbond. Indien de deelnemer geen lid is van een verbond, dient hij een schriftelijke verklaring van een verzekeraar voor te leggen.

Dit is alles

Er moet geen attest van slagen van de theoretische proef worden voorgelegd vooraleer de praktische proef kan worden afgelegd.

Hierover bestaat bij een aantal examinatoren nog verwarring. Deze verplichting bestond destijds in het kader van artikel 9bis van het KB tot uitvoering van de wapenwet. De verklaring hiervoor was dat vroeger eerst bij de politie een voorlopige wapenvergunning gevraagd moest worden. In de praktijk vulde elke politiezone deze voorlopige vergunning anders in, maar in de gecoördineerde omzendbrief van 1995 was opgenomen dat steeds een theoretische proef moest worden afgelegd vooraleer de voorlopige vergunning werd afgegeven. Derhalve vereiste de federatie steeds dat de voorlopige vergunning, of toch minstens een attest van slagen van de theoretische proef werd voorgelegd.

Deze regelgeving is sedert de nieuwe wapenwet van 2006 en sedert het in werking treden van het sportschuttersdecreet achterhaald, en de oude praktijken kunnen niet meer getolereerd worden. De examinatoren worden immers geacht om de regelgeving te kennen. De gemachtigde schietsportfederaties organiseren echter hun praktische proeven op basis van het Vlaamse sportschuttersdecreet en het uitvoeringsbesluit daarvan. In deze reglementering is nergens vereist dat eerst een attest van slagen voor de theoretische proef wordt voorgelegd.

Sportschuttersboekje en schietbeurten

Neen. Elke sportschutter kan maar 1 sportschuttersboekje bijhouden. Het is zinloos meerdere boekjes te houden per federatie, vermits alle schietbeurten die georganiseerd worden door een gemachtigde federatie in aanmerking komen.

Deze schietbeurten komen ook in aanmerking vermits FROS/LSVF een Vlaamse gemachtigde schietsportfederatie is. Leden van FROS/LSVF kunnen dus ook een schietbeurt bij een club van KVBSV-na of FKVL laten registreren.

Alle deelname aan activiteiten die door een bij een Vlaamse sportschuttersfederatie aangesloten club worden georganiseerd komt in aanmerking. Een training in de club, deelname aan een clubwedstrijd, een provinciaal of landelijk kampioenschap en nationale wedstrijden komen ook in aanmerking. De belangrijkste voorwaarde is dat de club wordt georganiseerd door een club die bij een Vlaamse schietsportfederatie is aangesloten. Zo komt dus ook een weideschieting die georganiseerd is bij DTL in aanmerking. Verder kan de schietbeurt ook plaatsvinden in Wallonië of in het buitenland, voor zover de activiteit georganiseerd is door een Vlaamse schietsportfederatie.

Een sportschuttersboekje is een boekje waarin de sportschutter zijn schietbeurten laat registreren. Elke sportschutter kan maar één sportschuttersboekje bezitten. Voor elke schietbeurt registreert men het volgnummer, datum, inrichtende club of schietstand, categorie van het wapen waarmee men geschoten heeft De registratie van de schietbeurten gebeurt door de verantwoordelijken of aangestelden van de schietsportfederaties en de schuttersclubs door de schietbeurt af te tekenen. Enkel schietbeurten die worden georganiseerd door een club die is aangesloten bij een Vlaamse schietsportfederatie komen in aanmerking

De schietbeurten worden bewezen aan de hand van een sportschuttersboekje.

Sportschutterslicentie

Neen.

Artikel 2, 15° van het Vlaamse decreet van 11 mei 2007 houdende regeling van het statuut van de sportschutter definieert het sportschieten als " het beoefenen van de schietdisciplines die worden aangeboden door de internationale schietsportfederatie die erkend is door het Internationaal Olympisch Comité, of door de schietsportfederaties, met uitzondering van het buksschieten".

Artikel 8, §1 van hetzelfde decreet zegt dat het verboden is om het sportschieten te beoefenen, tenzij men houder is van sommige documenten (Vlaamse voorlopige sportschutterslicentie of sportschutterslicentie, een gelijkwaardig document uitgereikt door of namens de Franse of Duitse Gemeenschap of een Europese vuurwapenpas). Voor internationale wedstrijden is een uitzondering voorzien voor de deelnemers die afkomstig zijn van buiten de Europese Unie.

IPSC schieten is een discipline die wordt aangeboden door gemachtigde schietsportfederaties. Derhalve is het verboden om deze discipline te beoefenen zonder houder te zijn van een (voorlopige) sportschutterslicentie of gelijkaardig document.

Hetzelfde geldt in Wallonië. Daar bepaalt art. 2, §1 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 24 november 2006 dat het sportschieten verboden is, tenzij men houder is van een (voorlopige) sportschutterslicentie (Waalse, Vlaamse of Duitstalige gemeenschap), een EU vuurwapenpas of een door de minister van Justitie equivalent verklaard document. Het "sportschieten" wordt er gedefinieerd als het beoefenen van een door de Federatie aangeboden disicpline, zoals bepaald in een uitvoeringsbesluit van de Waalse regering. In een uitvoeringsbesluit van 30 maart 2007 heeft de Franse Gemeenschapsregering de lijst van disciplines bepaald. IPSC schieten is in deze lijst discipline 21. Derhalve is ook in de Franse gemeenschap het beoefenen van het IPSC schieten zonder sportschutterslicentie of gelijkwaardig document verboden.

Er is echter ook goed nieuws: wie een sportschutterslicentie heeft, moet geen wapendrachtvergunning meer aanvragen om aan IPSC schieten te doen (zie art. 15 wapenwet).

Ja. Alle beslissingen over de licentie (hernieuwing, intrekking, schorsing, beperking) worden onmiddellijk aan de gouverneur bevoegd voor de woonplaats van de sportschutter doorgegeven.

De sportschutter moet minstens 6 maand lid zijn bij een club die aangesloten is bij een gemachtigde schietsportfederatie, mag niet veroordeeld zijn voor sommige misdrijven, moet een medisch attest voorleggen, moet minstens 16 jaar zijn (toelating van ouders of wettelijke vertegenwoordigers als minderjarig), mag niet eerder zijn licentie zijn ingetrokken of geschorst, en moet 12 schietbeurten bewijzen over minstens 2 trimesters met zijn sportschuttersboekje.

Ja, het getuigschrift van goed gedrag en zeden moet een origineel zijn. Een kopie volstaat niet.

Voor wapens die niet voorkomen op de lijst van “voor het sportschieten ontworpen wapens” zoals vastgesteld door de minister, zoals b.v. pistolen in 9mm of .45 ACP, revolvers (ook als ze in .22LR zijn), wapens met pompactie of semi-automatische lange wapens (b.v. FAL voor ordonnance schieten).

Voorlopige sportschutterslicentie

Ja.

Artikel 15 van de wapenwet bepaalt dat de houders van een sportschutterslicentie, tijdens het beoefenen van het sportschieten, een wapen kunnen dragen op de erkende schiestand waar de activiteit plaatsvindt.

In de wapenwet betekent het woord "sporschutterslicentie" elk document uitgereikt door of namens de gemeenschapsoverheden bevoegd voor sport die aan de titularis ervan het recht geven het sportschieten te beoefenen (zie art. 2 wapenwet).

Derhalve dient ook de houder van een voorlopige sportschutterslicentie geen wapendrachtvergunning aan te vragen om het parcoursschieten te kunnen beoefenen. Hetzelfde geldt uiteraard voor de houder van de sportschutterslicentie, maar ook voor de houder van een wapenvergunning.

Vermits parcoursschieten een erkende discipline is die wordt aangeboden door de gemachtigde sportschuttersfederatie, is het verboden om aan parcoursschieten te doen zonder houder te zijn van een sportschutterslicentie (zie art. 8 van het Vlaamse Sportschuttersdecreet).

Neen. Het is wel mogelijk meerdere voorlopige sportschutterslicenties te vragen om zo met verschillende categorieën vuurwapens aan sportschieten te kunnen doen.