Interpellatie minister van Justitie over het vervoer van wapens

In de kamercommissie Justitie werd de minister van Justitie uitgebreid geïnterpelleerd over de bepalingen rond vervoer van wapens. Ongeveer zes maanden na inwerkingtreding van de nieuwe regels hebben sommige jagersverenigingen hebben de voorbije weken een mailingcampagne gestart. Een aantal parlementairen sprong op de kar.

In zijn antwoord wijst de minister van justitie nogmaals op het verschil tussen "dragen" en "vervoeren" van wapens. Terecht merkt de minister op dat de analyse van de jagersverenigingen niet juist is in de mate ze dit onderscheid niet maken. Dit antwoord ligt in lijn met wat de minister eerder verklaarde in de Senaat (zie vraag om uitleg van senator Monfils). Zo kan b.v. men na de jacht nog iets gaan eten. In dergelijk geval moeten de wapens ofwel worden achtergelaten in het voertuig dat onder toezicht staat (bv. op een parking waar toezicht is vanuit het restaurant), ofwel worden opgeslagen in het restaurant, zo daar een ruimte voor voorzien is. De minister kondigt aan in een omzendbrief de regels te verduidelijken. Hij wijst er op dat de jagersverenigingen wel degelijk gekend werden bij de totstandkoming van het KB omdat zij deel uitmaken van de adviesraad voor Wapens.

Eerder al kreeg onze vereniging duidelijkheid rond sommige bepalingen. In de rubriek "vaak gestelde vragen" vindt u een aantal praktische vragen terug. De antwoorden werden gevalideerd door de Federale Wapendienst. Zo wordt b.v. aangenomen dat, indien het voertuig geen gesloten koffer heeft (zoals bij b.v. een break of een jeep), het volstaat dat het voertuig op slot is. Doel is dat het wapen onderweg (bv bij stilstand aan een rood licht) niet gestolen kan worden. Als het voertuig op slot is, geldt het volledige voertuig als "afgesloten koffer". Meer informatie vindt u alvast in de rubriek "vaakgestelde vragen".

Eveneens merkt kamerlid Bellot terecht op dat het KB mogelijks bijkomende voorwaarden oplegt die in de wet niet voorzien zijn. Als algemene regel geldt in dergelijk geval dat de wet voorrang heeft. Inderdaad, als een strafrechter moet oordelen, mag hij geen rekening houden met koninkljike besluiten die in strijd zijn met wettelijke bepalingen (zie art. 159 Grondwet). Dit principe werd recentelijk toegepast door een strafrechter die oordeelde dat de KB's die een rookverbod invoeren in sommige horeca zaken eigenlijk in strijd zijn met de anti-rookwet zelf.

Tenslotte wordt er nog op gewezen dat vele wapenbezitters zich nog niet in regel stelden met de nieuwe wet. De overgangsperiode werd verlengd van 9 december 2006 tot 30 juni 2007, vervolgens werd de termijn verlengd van 30 juni 2007 tot 31 oktober 2008. De wet bepaalde dat wie in het bezit was van een wapen op "model 9" dit ofwel moest laten vergunnen, ofwel laten registreren op model 9. De minister komt tot de conclusie dat er geen wettelijke mogelijkheid meer is om deze wapens alnog te regulariseren. Wij zijn van mening dat binnen het bestaande wettelijk kader wel degelijk een oplossing kan worden gevonden en zullen onze oplossing aan de bevoegde diensten voorstellen. Het is eveneens vreemd dat de heer Bellot opmerkt dat een jager die zijn wapens afgeeft (en dus niet vervolgd werd voor de overtreding van de wapenwet) onmiddellijk met zijn jachtverlof nieuwe wapens kan kopen. Hier wordt toch een en ander verward. De reden dat degene die in overtreding was nog wapens kan kopen, is net omdat het parket niet vervolgt op basis van de omzendbrief van het college van procureurs-generaal (zie onze bespreking in de rubriek "commentaar wetgeving"). Als de wet strikt wordt toegepast, dan zou de betrokken overtreder veroordeeld worden wegens een inbreuk op de wapenwet en dus ook geen houder meer kunnen zijn van een jachtverlof. De heer Bellot merkt op dat er een leemte is, maar die kan op 2 manieren worden opgelost: ofwel door consequent te vervolgen, ofwel door een bijkomende regularisatie mogelijk te maken....

U vindt de volledige tekst van de interpellatie op deze link