Nieuwe circulaire taakverderling wapendiensten gouverneurs / lokale politie inzake wapenvergunningen

Kader

Op 31 maart 2010 hebben de (nu) uittredend ministers Stefaan De Clerck (justitie) en Annemie Turtelboom (Binnenlandse Zaken) een circulaire rondgestuurd aan de gouverneurs, de korpschefs van de lokale politiezones en de verantwoordelijke van het Centraal Wapenregister.

Door de nieuwe circulaire wil de overheid een aantal praktische richtlijnen geven aan de betrokken ambtenaren om de wapenwet correct uit te voeren en om tot een correcte registratie van wapens in het Centraal Wapenregister (CWR) te komen. We herinneren ons de talrijke onderzoeksrapporten en parlementaire vragen waarin de werking van het CWR op de korrel wordt genomen. Ondertussen is een nieuwe applicatie gestart die gebruiksvriendelijker is. Dit initiatief is echter geenszins een oplossing voor de jarenlange achterstand die ontstaan is door volgehouden onzorgvuldigheid bij het invoeren van de gegevens in het CWR.

Zoals elke omzendbrief (of circulaire) is hij niet bindend t.a.v. de burger. Enkel de overheidsdiensten tot wie hij gericht is zijn ertoe gehouden de omzendbrief uit te voeren. Om deze reden wordt de omzendbrief ook niet gepubliceerd.

De omzendbrief heeft dan ook weinig impact op de particuliere wapenbezitter. Wél worden een aantal extra controles ingebouwd waardoor de burger zich vaker met wapens zal moeten verplaatsen naar de lokale politie. Er worden geen andere bijkomende administratieve verplichtingen opgelegd.

Hierna volgt een samenvatting van de belangrijkste punten in de omzendbrief.

Referentie-ambtenaren

In het verleden gebeurde het al te vaak dat de ambtenaren bij de lokale politie onvoldoende onderlegd waren in de technische aspecten rond wapens. Vaak gaven ze ook verkeerde adviezen over de regelgeving. In enkele gevallen worden zelfs flagrante overtredingen van de wet voorgesteld aan de burger die informatie vraagt.

De overheid beseft dat wapens toch wel een bijzondere materie is die enige kennis over wapens vraagt en ook vereist dat men de regelgeving kent. Daarom zal binnen elke politiezone een "referentie-politieambtenaar" worden aangesteld door de korpschef. De korpschef zelf kan deze taak eveneens waarnemen. De referentie-ambtenaar moet een voldoende kennis van de wapenwet aantonen, bekwaam zijn om de types wapens te onderscheiden, een opleiding wapens gevolgd hebben bij een politieschool en ook een opleiding volgen over het CWR.

Alle taken die van belang zijn voor een correcte uitvoering van de wapenwet (b.v. opvolgen advies aanvragen bij aanvraag van een vergunning, theoretische proef organiseren, opvolgen opspoorbaarheid wapens, opvolgen CWR, ...).

Eveneens wordt vereist dat deze referentie-ambtenaren hun taak op een waardige, integere en verantwoordelijke manier uitvoeren en waken over een correcte toepassing van de wapenwet. Eveneens wordt een soort "deontologie" ingevoerd: de referentie-ambtenaar kan geen wapens aankopen verkopen of aankopen van personen wiens dossier hij behandelt. Bij voorkeur is hij ook geen bestuurslid van een wapenvereniging of schietstand. Indien dit toch het geval is, zal hij geen dossiers kunnen behandelen van personen die aangesloten zijn bij de vereniging waarin de referentie-ambtenaar een bestuursmandaat heeft.

Hoewel het spijtig is dat dit initiatief er pas kwam na meer dan 4 jaren en na talloze incidenten, is het toch voor de wapenbezitter een goede zaak dat hij bediend zal worden door een politie ambtenaar die toch enige kennis van zaken moet hebben. Daarnaast benadrukt de omzendbrief dat de wet correct moet worden toegepast. Dit kan enkel maar voordelen hebben en moet toch ook enige garanties geven dat niet wordt teruggegrepen naar de willekeur die in sommige politiezones bestond voor het inwerking treden van de nieuwe wapenwet.

Beheer en registratie van documenten

De omzendbrief bevat een nieuw deel over het beheer van de documenten in het kader van de wapenwet. Er staan talrijke regels in over de informatie stroom van de provinciale diensten naar de lokale politie, en omgekeerd.

In de huidige situatie weten lokale politiezones vaak niet dat een wapen werd aangekocht met een model 9. De omzendbrief verplicht de gouverneurs nu om het model 9 door te sturen aan de lokale politie. Deze kan dan nakijken of er een "risicosituatie" bestaat met betrekking tot de persoon. Als er b.v. redenen van openbare orde zijn die een intrekking, beperking of schorsing zouden verrechtvaardigen kan de lokale politie

Voor de wapenbezitter zijn volgende punten van belang:

  • De vergunningen worden naar de lokale politie gestuurd. De korpschef of de referentie-ambtenaar bezorgen de vergunning aan de wapenbezitter. Na aankoop van het wapen moet worden nagegaan of alle informatie op de vergunning (b.v. serienummer, type wapen, merk, ...) klopt met de eigenschappen van het wapen. Dit vereist dat het wapen na aankoop wordt voorgelegd aan de lokale politie. De omzendbrief zegt echter niet hoe dit moet gebeuren. Wij nemen aan dat men zich met het wapen bij de politie aanbiedt, dan wel dat de politie langsgaat bij de wapenbezitter. Er zal nog verder moeten worden nagegaan of al deze bijkomende transporten van wapens naar politie commissariaten geen veiligheidsproblemen stelt. Ook indien meerdere wapens ineens vergund en aangekocht worden, kan het transport praktische problemen stellen. Wij rekenen erop dat dan het gezond verstand zal primeren en dat in dergelijke gevallen de politie een onderzoek bij de wapenbezitter ten huize verricht.
  • Bij aankoop door sportschutters, bijzondere wachters of jagers met een "model 9" zal de gouverneur in de toekomst de lokale politie inlichten. Als er indicaties zijn dat het wapenbezit een gevaar voor de openbare orde, dan kan de gouverneur eventueel het recht op het bezit van de wapens intrekken (toepassing art. 13, al. 1 wapenwet). Nieuw is dat de referentie-ambtenaar de wapenbezitter zal uitnodigen om het geregistreerde model 9 te komen afhalen. Ook hier zal het wapen moeten worden aangeboden zodat kan worden nagekeken of alle kenmerken van het wapen juist zijn opgenomen in het CWR.

Zoals gezegd zijn dit interne richtlijnen die door de politie moeten gevolgd worden om de kwaliteit van de gegevens in het CWR te waarborgen.

Op geen enkele manier tasten deze regels de rechtmatigheid van het wapenbezit aan. Wie een wapen aankoop op vergunning en alle formaliteiten naleeft (beide luiken invullen, luik B terugsturen naar overheid, ...) is en blijft in orde. Zijn wapenbezit wordt niet precair omdat hij nog niet werd uitgenodigd door de lokale politie om de gegevens de controleren.

Hetzelfde geldt voor de verkopen aan of tussen sportschutters, bijzondere wachters of jagers. Als de betrokkenen de wapens voorhanden kunnen hebben op basis van een geldige sportschutterslicentie of jachtverlof (zie artikel 12 wapenwet), en als procedure m.b.t het model 9 wordt nageleefd (zie artikel 25 uitvoeringsbesluit wapenwet) dan is het wapenbezit rechtmatig. De overhandiging van het geregistreerde model 9 en de controle zijn 2 formaliteiten die door de overheid moeten worden uitgevoerd waardoor verantwoordelijkheid voor de uitvoering ervan uitsluitend bij de overheid ligt en niet bij de wapenbezitter. Wat niet belet dat de overheid het recht heeft om de aangekondigde controles te doen.

Conclusie

Het is positief dat de overheid eindelijk inziet dat wapens een min of meer gespecialiseerde materie is en dat dus ook wordt gezocht naar ambtenaren die de materie kennen en zullen opvolgen. Als zij de wet correct toepassen, is dit een verbetering.

Eveneens zal de aangekondigde controle de correctheid van de gegevens in het CWR ten goede komen. Er is echter gekozen voor een aantal zeer omslachtige procedures. Zo zal de wapenbezitter gevraagd worden om zich met het wapen te verplaatsen na elke aankoop, hetzij om de controleren of het model 4 juist werd ingevuld, hetzij om het registratiedocument model 9 af te halen en dan na te kijken of alle informatie correct is. Het is niet evident om dit vanuit praktisch oogpunt te organiseren.

De wapenbezitter hoeft door deze bijkomende initiatieven die de overheid wenst te nemen niet te worden verontrust. Als hij alle wettelijke en reglementaire bepalingen naleeft en alle documenten plichtsgetrouw invult, is hij in orde. Ook als de overheid veel tijd nodig zou hebben om de bijkomende controles uit te voeren...