Aanvulling omzendbrief wapens in het Staatsblad

Op 24 mei 2013 werd het 125-jarige bestaan van de Proefbank te Luik gevierd.

Op dezelfde datum publiceert het Belgisch Staatsblad ook een eerste aanvulling op de omzendbrief van 25 oktober 2011 over de toepassing van de wapenwetgeving.

Deze omzendbrief handelt over de volgende punten:

  • Er wordt een eerste commentaar gegeven bij het verbod op laders met abnormaal hoge capaciteit. Deze commentaren stemmen overeen met onze eerdere analyse.
  • Er wordt eveneens beschreven hoe zware oorlogswapens, zoals artilleriestukken, kanonnen, ... gedemilitariseerd dienen te worden. De bestaande administratieve praktijken worden bevestigd.
  • Eveneens wordt iets gezegd over bepaalde proefmerken die worden aangebracht op wapens die gewijzigd worden. Twee gevallen worden beschreven:
    • conversie van verboden automatisch wapen naar vergunningsplichtig semi-automatisch wapen: er wordt opgemerkt dat de proefbank een nieuwe proefstempel (letters "SA") aanbrengt op het wapen. Dit bevestigt de reeds bestaande praktijk. Vraag is echter of de omzendbrief een voldoende reglementaire grondslag is voor de invoering van een nieuw proefmerk.
    • Er wordt ook beschreven welke regels gevolgd worden voor de conversie van een vuurwapen naar een wapen dat alleen blanke munitie kan verschieten. Ook hiervoor is een bijzonder proefmerk voorzien. In de omzendbrief wordt gezegd dat een wapen dat onomkeerbaar is omgevormd zodat er geen munitie met projectielen meer mee kan worden verschoten nog steeds een "vuurwapen" is en dus vergunningsplichtig blijft. Wij kunnen ons hierbij niet aansluiten. De wet zelf bevat immers geen definitie van het begrip "vuurwapen", maar op basis van artikel 1.1. Europese richtlijn 91/477 is het zeer duidelijk dat een wapen geen projectiel kan verschieten ook niet als vuurwapen beschouwd kan worden. De tekst is op dit punt dus in strijd met de Europese vuurwapenrichtlijn. De rechtbanken die desgevallend uitspraak moeten doen dienen aan de wapenwet een richtlijnconforme interpretatie te geven, temeer daar de Belgische wetgever uitdrukkelijk bepaald heeft dat de wapenwet genomen is ter omzetting van de Europese vuurwapenrichtlijn.
  • Ook de afschaffing van de HFD lijst wordt van commentaar voorzien. De omzendbrief is ook op deze punten niet conform de wapenwet en een aantal andere hogere rechtsnormen. Er wordt bijvoorbeeld opgemerkt dat de erkenning als verzamelaar, onder de overgangsregeling, gratis moet worden afgegeven. Wij menen dat hier geen wettelijke grondslag voor is. In de praktijk zal nog bekeken worden in welke mate de gouverneurs al dan niet de retributie zullen innen. Onduidelijkheid troef dus.
  • tot slot wordt nog geschreven dat alle registratie van HFD-wapens via de lokale politie moet. Het is dus niet mogelijk om nog een HFD wapen te verkopen aan een wapenhandelaar, tenzij men eerst langs de politie gepasseerd is. In de omzendbrief wordt gezegd dat het wapen alleen maar kan worden geregistreerd als de betrokkene niet veroordeeld isvoor een misdrijf dat wapenbezit uitsluit. In geval van dergelijke veroordeling, wordt het wapen niet geregistreerd en is het de facto onoverdraagbaar. De facto verliest de bezitter de vermogensrechten over het wapen verliest (en niet alleen de bezitsrechten). Dit standpunt is onzes inziens in strijd met de Grondwet (bescherming van het eigendomsrecht). In dergelijke gevallen zou minstens een schadevergoeding moeten worden voorzien, dan wel de mogelijkheid om de patrimoniumwaarde van het wapen te behouden.

Het laatste woord is hierover dus nog niet gezegd. Het is nu afwachten of de teksten de toets van de rechtbanken zullen doorstaan.

Er zijn dus geen redenen tot overhaast handelen.