Afschaffing HFD lijst saboteert herdenkingen eerste wereldoorlog

Naar aanleiding van een schietpartij met een verboden automatisch wapen op de Place Saint-Lambert te Luik heeft de minister van Justitie voorgesteld om de lijst van vrij verkrijgbaar vuurwapens met rookzwak kruit af te schaffen.

Op 8 mei 2013 nam ze een Koninklijk Besluit om dit verbod definitief in te voeren. Het verscheen op 24 mei 2013 in het Belgisch Staatsblad.

Onze organisatie is altijd voorstander geweest van een correcte wetgeving. Daarbij moeten ook maatregelen genomen worden om misbruiken te vermijden (zoals b.v. illegale handel in HFD wapens, wederuitvoer zonder vergunningen, etc...).

Reeds eerder merken wij op dat dit KB zeker de openbare veiligheid niet ten goede komt. Het zal aanleiding geven tot meer werk bij politiemensen zodat zij minder aandacht kunnen geven aan de echte problemen van illegaal wapenbezit. Mede om deze reden verdedigden wij het standpunt dat het beter is om enkele excessen uit de lijst te halen, dan wel de lijst terug te brengen tot de oorspronkelijke lijst van 1991 (met sommige wapens van de eerste wereldoorlog in opgenomen). Ook hadden wij opmerkingen gemaakt over tal van discriminerende regelingen in de overgangsbepalingen. Bij het kabinet van de minister van Justitie liet men ons weten dat met onze opmerkingen geen rekening gehouden zou worden. Een procedure bij de Raad van State is dan ook de enige mogelijkheid om de situatie te veranderen.

Verder schendt het KB onzes inziens op verschillende vlakken de wapenwet zelf. Er loopt dan ook een procedure bij de Raad van State. Allicht tijdens de komende maanden zullen we dus weten of de afschaffing van de HFD lijst een blijver is. Als de Raad van State het betrokken KB vernietigt, zijn de problemen voor de herdenking van de eerste wereldoorlog opgelost.

Dit verhaal is tekenend voor de manier waarop politiek België met de wapenwet omgaat. Destijds niet wakker van een afschaffing van de HFD lijst. Die werd noodzakelijk geacht om trafiek van illegale wapens tegen te gaan. Het was voor de politie agenten ook te moeilijk om deze wapens te herkennen. Raad vragen aan overheidsdiensten die ze wel kennen was te lastig. De politici meenden dat ze een goede maatregel hadden genomen om illegale wapenhandel tegen te gaan. Ze denken zo een bijdrage te leveren tot een veiliger samenleving. Er bestaat echter geen enkel cijfermateriaal of enige statistiek waardoor deze conclusie gedragen wordt. Het politieke buikgevoel heeft dus weer eens gesproken.

Ondertussen zijn andere politici volop bezig met de herdenking van het begin van de eerste wereldoorlog. Zowel de Vlaamse overheid (bevoegd voor toerisme) als lokale besturen in de Westhoek maken tonnen geld vrij voor deze herdenkingen. Op de 11 november viering in Ieper viel op dat er meer persaandacht was, wat ook de hogere concentratie aan aanwezige politici verklaart.

En nu komt uiteraard de federale wapenwet op de proppen. Voor 24 mei 2013 waren nagenoeg alle wapens die tijdens de eerste wereldoorlog werden gebruik ingedeeld als vrij verkrijgbare wapens met historische, folkloristische of decoratieve waarde. Deze wapens konden vrij verkocht worden. Ze konden gedragen worden mits een wettige reden. Deelname aan re-enactment, historische evenementen en andere activiteiten in het kader van de herdenking van de eerste wereldoorlog maken dergelijke wettige reden uit. Na inwerkingtreding van het Vlaamse wapenhandelsdecreet is voor het overbrengen of invoeren van deze wapens wel een invoervergunning vereist. Mits de nodige administratieve opvolging is dit niet onoverkomelijk.

Het KB van 8 mei 2013 trekt echter een serieuze streep door de plannen van alle herdenkingsinitiatieven. Zoals gezegd schaft dit KB de lijst van vrij verkrijgbare wapens met rookzwak kruit volledig af. Al deze wapens, dus ook oude wapens uit de eerste wereldoorlog, worden vergunningsplichtig. De gevolgen daarvan zijn als volgt:

  • iedereen die aan re-enactment wil doen, moet voor het wapen een vergunning vragen aan de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats. Buitenlanders dienen deze vergunning aan te vragen bij de FOD Justitie (Staatsveiligheid)
  • de vergunning staat op naam van de houder. Hij kan de vergunde wapens enkel uitlenen aan personen die ook een vergunning hebben voor wapens van hetzelfde type (zie art. 12/1 WW)
  • voor de afgifte van een vergunning is een retributie van EUR 99,27 verschuldigd
  • voor de dracht van een vergunningsplichtig wapen, zelfs met wettige reden en tijdens een herdenking, is een wapendrachtvergunning vereist (zie art. 14 WWW). Deze vergunning wordt enkel afgegeven na een bijzonder medisch onderzoek. Er is een retributie verschuldigd van EUR 105,11
  • bij vervoer moeten de wapens voorzien zijn van een trekkerslot en verpakt worden in een slotvaste koffer.
  • de wapens kunnen enkel bij de vergunninghouder of een erkende persoon worden opgeslagen.

Sommige zaken (b.v. de verplichting voor een wapendrachtvergunning op een specifieke plaats tijdens een evenement) zouden kunnen worden opgelost met de bijzondere erkenning voorzien in art. 6, al. 2 WW. Elke organisator zou dan individueel en per evenement aan de gouverneur de bijzondere erkenning moeten aanvragen. De verplichting om een wapenvergunning aan te vragen om zich te kunnen verplaatsen tot aan het evenement en om een invoervergunning aan te vragen kan echter niet op deze manier worden opgelost. Ook de verplichting om een invoervergunning aan te vragen blijft bestaan.

Wij zijn dus benieuwd in welke bochten de minister van Justitie zich nu zal wringen om haar beslissing van 2013, die toen ogenschijnlijk politiek geen enkele impact had, te wijzigen. Als we "De Standaard" mogen geloven, is er blijkbaar crisisoverleg over deze kwestie bezig tussen alle betrokken overheden.

Onzes inziens zijn de problemen voor de herdenking van de eerste wereldoorlog gemakkelijk op te lossen. Als de minister van Justitie de vroegere HFD lijst aanpast en enkel nog sommige wapens toelaat die b.v. tot en met de eerste wereldoorlog werden gebruikt (zoals het geval was tussen 1991 en 2007), is het probleem van de baan. Tussen 1991 en 2007 zijn er immers ook geen misbruik geweest van deze wapens. De misbruiken die de minister wil bestrijden zijn immers pas ontstaan toen in 2007 de lijst met enkele honderden wapens werden uitgebreid, zelfs met wapens die nog zeer courant voorkomen en dus nog onvoldoende "historisch" karakter hebben. Als de minister destijds op 6 uren tijd een nieuwe wapenwet door het parlement kon jagen, kan het niet zo moeilijk zijn om nu het KB van 20 september 1991 terug in te voeren onder een beperkte vorm. Tenzij de minister er natuurlijk echt van overtuigd is dat criminelen zich met wapens uit de eerste wereldoorlog gaan bewapenen en zo de openbare orde in gevaar kunnen brengen...

Onze oplossing maakt dat er geen wapenvergunningen of wapendrachtvergunningen nodig zijn. Ook bijzondere erkenningsaanvragen zijn niet meer nodig. Blijft dan enkel nog de verplichting om een invoervergunning aan te vragen. Deze is echter gratis, en mits goede afspraken met de bevoegde administratie kan een en ander vlot georganiseerd worden. Daarnaast ontstaat dan ook een reglementair kader voor alle groepen die actief zijn rond re enactment van de eerste wereldoorlog. Als men ook de oude wapens van de oorlog niet meer mag verzamelen, vergroot de kans dat dit stukje geschiedenis mee al verdwijnen.