Belangrijk arrest Raad van State over begrip "openbare orde"

Dit arrest is bijzonder nuttig omdat het de grenzen bepaalt van het begrip "openbare orde" dat vaak terecht, maar even vaak ten onrechte wordt ingeroepen om wapenvergunningen in te trekken.

De Vlaamse gouverneurs, daarin gevolgd door de Federale Wapendienst, geven aan het begrip openbare orde een zeer ruime invulling waardoor de minste vermelding in PV's (zelfs voor bv verkeersovertredingen) aanleiding kan zijn tot intrekking van wapenvergunningen.

Deze praktijk wordt nu teruggefloten door de Franstalige kamer van de Raad van State.

In het betrokken arrest wordt overwogen dat feiten van 3 mei 2002 die bestonden uit een poging om dronken te sturen, openbare dronkenschap en weerspanningheid vreemd zijn aan het wapenbezit van betrokkene, temeer daar betrokkene ook nooit dreigde met gebruik van wapens. Deze feiten zeggen dus niets over het mogelijke gevaar van wapenbezit voor de openbare orde.

Ook het feit dat een niet-aangegeven karabijn werd aangetroffen dat geregulariseerd werd, kan de intrekking niet motiveren.

Uit het feit dat de wapens in 2003 overal in het appartement lagen, maar dat bij een later bezoek in 2004 bleek dat de betrokkene alle regels inzake opslag van wapens respecteerde, maakt dat het feit van 2003 niet meer dienstig is om een intrekkingsbeslissing te motiveren.

Met dit arrest maakt de Raad van State duidelijk dat het begrip "openbare orde" geen blanco norm is. De overheid kan hier niet lichtzinnig mee omgaan en moet steeds kunnen aantonen waarom bepaalde feiten gevaar voor de openbare orde kunnen oplevere met betrekking tot het wapenbezit.

U vindt de tekst van het arrest 227.290 van 6 mei 2014 op de website van de Raad van State of onder de rubriek "rechtspraak" van deze site.