Regeling passief wapenbezit nader bekeken

Klik hier om het volledige document, met schema, in pdf te downloaden.


1. Inleiding

Dé grote innovatie van de vernieuwde wapenwet is dat het passief wapenbezit wordt toegelaten. "Passief wapenbezit" betekent het bezit van een wapen zonder dat de bezitter ervan een activiteit met deze wapens uitoefent (zoals b.v. jagen of schieten). In de logica van de wapenwet 2006 was passief wapenbezit onmogelijk. Immers, de aanvrager van een vergunning moest steeds één van de in de wet opgesomde wettige redenen opgeven. De in de praktijk meest voorkomende redenen (jacht en faunabeheer, of sportief en recreatief schieten) vereisen activiteiten met het wapen. In de praktijk betekende dit voor vele wapenbezitters dat ze zich verplicht bij een schietclub moesten aansluiten om hun wapens te kunnen behouden.

In een arrest van 19 december 2007 heeft het Grondwettelijk Hof artikel 11 van de wapenwet gedeeltelijk vernietigd (zie Grondwettelijk Hof, arrest 2007/154). Het Hof oordeelde dat de wapenwet in strijd was met de Grondwet doordat “het behoud van een legaal voorhanden gehouden wapen in een vermogen” niet als een wettige reden in aanmerking wordt genomen “wanneer de aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot het voorhebben van een wapen betrekking heeft op een vergunningsplichtig wapen zonder munitie”.

Deze uitspraak noopte de wetgever tot een oplossing voor het “passief wapenbezit”, zodat het mogelijk moet blijven dat iemand een legaal wapen in zijn patrimonium behoudt.

In een tweede paragraaf lichten we toe in welke gevallen de regeling van toepassing is op vroeger wapenbezit, en op "nieuw" wapenbezit.

De "passieve wapenbezitter" is eigenlijk houder van een wapenvergunning die is afgegeven zonder dat een wettige reden werd opgegeven. Hij moet alle wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit de wapenwet naleven. Hij zal ook het voorwerp uitmaken van de vijfjaarlijkse periodieke controles en een retributie dienen te betalen. De passieve wapenbezitter mag geen munitie bezitten. Deze nota beschrijft verder het statuut van de passieve wapenbezitter. De regelgeving van toepassing op de passieve wapenbezitter wordt in een derde paragraaf besproken.

In een vierde paragraaf beschrijven we de regelgeving die van toepassing is bij vererving van een wapen.

De vijfde paragraaf bespreekt de regeling voor jagers en sportschutters die niet langer actief zijn.


2. Passief wapenbezit: in welke gevallen ?

De wetgever heeft beslist om het passief wapenbezit te regelen in de volgende gevallen zie nieuwe artikelen 11/1 en 11/2):

  • Legaal bezit van een wapen voor de inwerkingtreding van de nieuwe wapenwet (dus voor 9 juni 2006), wat betekent dat men:

  • ofwel houder was van een vergunning voor het wapen ("model 4");
  • ofwel voor het wapen geen vergunning had omdat dit niet vereist was (b.v. vroegere jacht – of sportwapens). Deze wapens dienden geregistreerd te zijn via een formulier van overdracht "model 9" (vroeger 11ter), indien ze verworven werden na 1989.
  • Erfopvolging, waarbij degene die tot de erfenis geroepen wordt de mogelijkheid krijgt om een wapen dat door de overledene legaal werd voorhanden te houden in zijn patrimonium te behouden (zie paragraaf 4)
  • Jagers of sportschutters, die hun wapens kunnen houden als passief wapenbezitter eens ze niet meer actief zijn als jager of als sportschutter (zie paragraaf 5)
  • 2.1. Wapens die vroeger legaal voorhanden gehouden werden

    Alle wapens die vroeger legaal voorhanden werden gehouden, kunnen dus onder de regeling voor het passief wapenbezit vallen. Hierbij maakt de wetgeving geen enkel onderscheid naargelang het wapen vergund was door een vergunning "model 4", dan wel of het wapen niet vergund was omdat het niet vergunningsplichtig was. De "jacht- en sportwapens" waren onder de wapenwet van 1933 niet vergunningsplichtig. Na 1989 diende de overdracht van deze wapens te worden geregistreerd via een formulier van overdracht "model 9".

    Indien een wapen dat vroeger legaal voorhanden gehouden werd nu verboden geworden is door de nieuwe wapenwet, dan heeft de eigenaar van het wapen de volgende mogelijkheden (zie art. 45 wapenwet):

    • Het wapen overdragen aan een erkende wapenhandelaar of een erkend verzamelaar die het wapen mag verzamelen;
    • Het wapen laten neutraliseren;
    • Het wapen laten ombouwen zodat het geen verboden wapen meer is, en een vergunning aanvragen onder de nieuwe wet;
    • Afstand doen van het wapen
    2.2. Wapens die verboden worden door de nieuwe wapenwet

    Indien het wapen vroeger vergund was en onder de nieuwe wet verboden is, kan de wapenbezitter die afstand doet van zijn wapen een "billijke vergoeding" vragen (zie art. 45, §3 wapenwet). Binnenkort zal een ministerieel besluit de berekeningswijze van deze vergoeding vastleggen. In de praktijk gaat het slechts over een zeer beperkt aantal wapens.

    2.3. Vroegere illegale wapens

    De regeling voor passief wapenbezit geldt enkel voor wapens die vroeger legaal voorhanden werden gehouden.

    Voor wapens die men in bezit had voor 9 juni 2006, en waarvoor een vergunning was vereist, voorziet de wapenwet in een specifieke amnestieregeling (zie art. 44, §1 wapenwet). Tot 31 oktober 2008 kan men onder deze regeling een vergunning aanvragen tot het voorhanden hebben voor het wapen voor zover het wapen niet wordt gezocht of geseind staat.

    Bij deze vergunningsaanvraag moet aan alle wettelijke voorwaarden worden voldaan. Tevens moet een wettige reden worden aangetoond. De uitzondering voor het passief wapenbezit geldt enkel voor vroegere legale wapens. Het is dus niet mogelijk om een vroeger zwart wapen te regulariseren en dan vervolgens een vergunning met uitsluiting van munitie te vragen via de regeling voor passief wapenbezit. De nieuwe regeling beschermt dus niet degenen die vroeger de wapenwet niet respecteerden.

    2.4. Wapens verworven na 9 juni 2006

    De regeling geldt echter NIET voor nieuw wapenbezit, d.w.z. voor particulieren (andere dan jagers en sportschutters) die een vergunningsplichtig wapen verworven hebben na 9 juni 2006. Dergelijke wapenbezitters zullen steeds hun wettige reden moeten kunnen aantonen. Als zij geen wettige reden meer aantonen, kan hun vergunning worden ingetrokken. Dit kan dan bijvoorbeeld gebeuren naar aanleiding van de nieuw ingevoerde periodieke controles.

    Wie een wapen erft dat na 9 juni 2006 is vergund op naam van de erflater kan wel gebruik maken van de regeling voor passief wapenbezit als erfgenaam (zie paragraaf 4 hierna).

    Jagers en sportschutters die na 9 juni 2006 wapens voorhanden houden die via hun jachtverlof of hun sportschutterslicentie kunnen worden geregistreerd vallen wel onder de regeling van het passief wapenbezit vallen eens hun jachtverlof of sportschutterslicentie vervallen is (zie hierna in paragraaf 5).

    Volgend schema vat samen wanneer passief wapenbezit mogelijk is (schema opgenomen in pdf bestand, Klik hier.)


    3. Regelgeving van toepassing voor passieve wapenbezitters

    De passieve wapenbezitters beschikken over een termijn van twee maanden na inwerkingtreding van de nieuwe wet om een vergunning met uitsluiting van munitie aan te vragen voor wapens die zij vroeger voorhanden hadden zonder dat daarvoor een vergunning vereist was. Allicht zal de nieuwe wapenwet in werking treden op 1 september 2008. Het zal dus nog mogelijk zijn tot en met 31 oktober 2008 om een vergunning aan te vragen als passief wapenbezitter voor vroeger wapenbezit (zie art. 11/2, eerste lid wapenwet).

    De wapenwet laat ook toe om nog tot 31 oktober 2008 een vergunning mét munitie aan te vragen voor vroegere "jacht-of sportwapens". Bij de afgifte van deze vergunning wordt niet onderzocht of de wapenbezitter een wettige reden heeft voor zijn wapenbezit (zie art. 44, §2 wapenwet). In de nieuwe wet wordt een vijfjaarlijkse controle van het wapenbezit ingevoerd (zie art. 32 wapenwet), i.p.v. vergunningen die beperkt zijn in de tijd. Als bij deze controle blijkt dat de wapenbezitter geen wettige reden meer heeft, kunnen zijn vergunningen mogelijk worden beperkt of ingetrokken. De beperking houdt in dat b.v. het voorhanden hebben van munitie wordt uitgesloten. Intrekking is b.v. mogelijk indien de vergunning verkregen werd met als wettige reden een "professionele activiteit" terwijl men deze activiteit niet meer voert. De gouverneur is echter niet verplicht om de vergunning te beperken.

    Passieve wapenbezitters die voor 9 juni 2006 in het bezit waren van wapens waarvoor geen vergunning vereist was (dus vroegere "model 9" wapens), en die niet van plan zijn om actief te zijn, kunnen er dus belang bij hebben om uiterlijk tegen 31 oktober 2008 een vergunning als passief wapenbezitter aan te vragen, ook al mochten ze ondertussen reeds een vergunning voor deze wapens hebben ontvangen.

    Voor de wapens die vergund waren onder de oude wapenwet (dus voor 9 juni 2006), kan steeds een vergunning als passief wapenbezitter worden aangevraagd (b.v. als tijdens de vijfjaarlijkse controle zou blijken dat de wapenbezitter geen wettige reden meer heeft om het wapen te bezitten).

    Wie een vergunning vraagt als passief wapenbezitter, moet geen medisch attest voorleggen en dient tevens geen theoretische en praktische proef af te leggen (zie art. 11/1, derde lid wapenwet). Voor de afgifte van de vergunning(en) zal een retributie van 85 EUR verschuldigd zijn, ongeacht het aantal vergunningen dat wordt afgegeven.

    De passieve wapenbezitter kan enkel de wapens voorhanden houden met uitsluiting van munitie. Elk bezit van munitie door een passieve wapenbezitter is strafbaar met geldboetes (100 – 25.000 EUR) en/of gevangenisstraffen die kunnen oplopen van één maand tot vijf jaar (art. 23 wapenwet). Een veroordeling wegens overtreding van de wapenwet sluit ook alle verder wapenbezit uit (zie art. 11, §3, 2° en art. 5, §4, 2°, a) wapenwet).

    Ook de verkoop van munitie aan de passieve wapenbezitter, die houder zal zijn van een vergunning die niet geldig is voor het voorhanden hebben van munitie, is strafbaar (art. 22, §1, tweede lid wapenwet).

    Verder moet de passief wapenbezitter alle wettelijke bepalingen naleven die ook gelden voor wie houder is van een wapenvergunning. Zo bijvoorbeeld zal hij rekening moeten houden met de regels over de opslag en vervoer van vuurwapens. Binnenkort zal een nieuw uitvoeringsbesluit de regels voor opslag van vuurwapens door particulieren vastleggen.

    De nieuwe wapenwet stelt dat alle erkenningen en vergunningen voor onbepaalde tijd geldig blijven (nieuw art. 32 wapenwet). De gouverneur dient, eens in de vijf jaar, het wapenbezit te controleren. Ter vergoeding van deze controle is een retributie verschuldigd van 85 EUR. Deze retributie zal dus om de vijf jaar betaalbaar zijn, ongeacht aantal wapens dat men voorhanden heeft (zie nieuw art. 50/1 en art. 51 wapenwet). De nieuwe wet heeft de verschuldigde retributie dus aanzienlijk verminderd: in plaats van 65 EUR per wapen, is nu een retributie van 85 EUR verschuldigd, ongeacht het aantal wapens dat men in bezit heeft. Voor wie meer dan 2 wapens bezit, is dit een aanzienlijke vermindering. De bedragen worden wel jaarlijks aangepast aan de index.


    4. Erven van een wapen

    Wie een wapen erft, kan daar dus steeds een vergunning voor aanvragen. De erfgenaam heeft twee mogelijkheden:

    • Ofwel is hij zelf actief wapenbezitter. In dit geval kan hij een vergunning aanvragen tot het voorhanden hebben van het wapen met munitie. Hij zal zijn wettige reden moeten aantonen. Hij beschikt over een termijn van drie maanden om de aanvraag in te dienen (zie art. 17, al. 2 wapenwet).
    • Ofwel is hij geen actief wapenbezitter. Hij kan in dit geval een wapenvergunning aanvragen waardoor hij wapen legaal voorhanden kan houden zonder munitie (zie art. 11/2, tweede lid wapenwet). Deze aanvraag moet gebeuren binnen de twee maanden nadat hij in het bezit van het wapen is gekomen.

    Het speelt geen rol op welk tijdstip de erflater het vererfde wapen in bezit gekregen heeft. De regeling geldt voor alle legaal voorhanden gehouden vergunningsplichtige wapens die door erfenis overgaan.

    Als algemene regel geldt dat de erfgenaam het wapen voorhanden mag houden tot beslist is over de vergunningsaanvraag (zie art. 17, al. 2 wapenwet).

    De "betrokken overheid", dus de gouverneur, kan echter beslissen dat the wapen tijdelijk in bewaring moet worden gegeven. Deze beslissing moet gemotiveerd zijn en kan enkel worden genomen indien het voorhanden hebben van het wapen in afwachting van het bekomen van een vergunning de openbare orde kan verstoren.

    Indien het voorhanden hebben van het wapen gevaar kan opleveren voor de openbare orde of de fysieke integriteit van personen in gevaar kan brengen, kunnen officieren van gerechtelijke of administratieve politie het wapen tijdelijk in beslag nemen (zie art. 28, §2 wapenwet). Zij moeten dit gevaar concreet aanwijzen. Vage beweringen volstaan dus niet. Naar aanleiding van het beslag dienen zij een ontvangstbewijs af te leveren. De gouverneur moet dan binnen de drie maanden beslissen of het beslag al dan niet gehandhaafd blijft.

    Het in beslag nemen van het geërfde wapen is echter de uitzondering. De regel is dat de erfgenaam het wapen tijdelijk voorhanden mag hebben in afwachting van de beslissing van de gouverneur over zijn wapenvergunning. In de praktijk stellen wij echter vast dat politiediensten bijna altijd overgaan tot beslag, vaak zonder enig gevaar voor openbare orde aan te duiden. In dergelijk geval dient de erfgenaam de nodige stappen te zetten om zijn rechten te vrijwaren.

    De kosten voor de afgifte van de vergunningen bedragen 85 EUR, dit ongeacht het aantal vergunningen dat is afgegeven.


    5. Regeling voor gewezen jagers, sportschutters en bijzondere wachters

    Jagers, sportschutters en bijzondere wachters kunnen sommige wapens verwerven zonder een wapenvergunning te moeten aanvragen bij de gouverneur (zie art. 12 wapenwet). In de praktijk worden deze wapens dan geregistreerd via een formulier van overdracht "model 9".

    De uitzondering voor jagers en sportschutters is enkel van toepassing voor wie houder is van een geldig jachtverlof of van een geldige sportschutterslicentie.

    Als hun jachtverlof of de sportschutterslicentie niet langer geldig is, mogen jagers en sportschutters de wapens die ze op "model 9" bezitten nog gedurende drie jaar voorhanden houden met uitsluiting van munitie (zie art. 13, al. 2 wapenwet). De resterende munitie moet worden overgedragen binnen de maand nadat de sportschutterslicentie of het jachtverlof niet meer geldig is.

    De nieuwe wapenwet laat nu toe dat gewezen jagers en sportschutters de wapens die ze vroeger via hun jachtverlof of hun sportschutterslicentie hebben geregistreerd nog voorhanden houden zonder munitie. Ze kunnen een vergunning voor deze wapens aanvragen zonder een wettige reden te moeten aantonen.

    Deze vergunning moet worden aangevraagd uiterlijk 2 maand na het verstrijken van de periode van drie jaar tijdens dewelke de wapenwet nu al toelaat dat ze hun wapens voorhanden hebben. Het is niet vereist het verstrijken van de driejarige periode af te wachten.

    Bijvoorbeeld: Karel Canard is houder van een jachtverlof waarvan de geldigheid verstrijkt op 30 juni 2008. Hij heeft de tijd tot 30 juli 2008 om afstand te doen van zijn munitie. Hij kan zijn wapen nog zonder munitie voorhanden houden tot 30 juni 2011. uiterlijk op 30 augustus kan hij een vergunning aanvragen als passief wapenbezitter. Als hij zeker is dat hij niet langer meer de eend zal bejagen, kan hij echter al vroeger een vergunning aanvragen als passief wapenbezitter

    De regeling is enkel van toepassing voor de wapens de volgende wapens:

    • Voor de jacht betreft het de lange wapens toegestaan daar waar het jachtverlof geldig is;
    • Voor de sportschutter betreft het de wapens ontworpen voor het sportschieten die zijn opgesomd in het ministerieel besluit van 15 maart 2007.

    In de meeste gevallen zullen deze wapens geregistreerd zijn via een "model 9". De regeling geldt echter ook voor wapens die via een "model 4" vergund zijn, maar eigenlijk ook via een "model 9" kunnen worden voorhanden gehouden. De vergunning(en) worden afgeleverd na betaling van een retributie van 85 EUR, en dit ongeacht het aantal afgegeven vergunningen.

    Nico Demeyere, 12 augustus 2008