Vereenvoudiging aanvraag wapenvergunningen

Krachtlijnen

  • De voorwaarden om een wapenvergunning te bekomen zijn niet gewijzigd;
  • De aangepaste wet bepaalt nu uitdrukkelijk in welke gevallen een vergunningsaanvraag niet ontvankelijk is: het is dus zaak steeds een volledig aanvraagdossier in te dienen;
  • Houders van een jachtverlof en van een sportschutterslicentie worden vrijgesteld van sommige vergunningsvoorwaarden omdat ze al aan deze voorwaarden voldeden bij de aanvraag van hun sportschutterslicentie of jachtverlof;
  • Passieve wapenbezitters moeten geen medisch attest, wettige reden of bewijs van slagen voor praktische of theoretische proeven leveren;
  • Wie reeds voor 30 juni 2007 de hernieuwing vroeg voor zijn vervallen wapenvergunningen, moet geen actie nemen na de aangepaste wapenwet.

De aanvrager van een wapenvergunning moet aan negen in de wet opgesomde voorwaarden voldoen. De aangepaste wapenwet brengt geen wijziging in deze voorwaarden. Wél wordt de aanvraagprocedure vereenvoudigd voor de houders van een sportschutterslicentie of een jachtverlof. Immers, jagers of sportschutters moeten al een aantal voorwaarden voldoen bij het aanvragen van hun sportschutterslicentie of hun jachtverlof. De wetgever heeft ze daarom vrijgesteld van een aantal voorwaarden bij de aanvraag van een vergunning. Tevens wordt de verschuldigde retributie aangepast. Deze nota geeft een overzicht van de voorwaarden waaraan moet worden voldaan. Hij schetst een aantal problemen waarmee wij geconfronteerd werden en licht de aangepaste regeling voor de aanvragen van wapenvergunningen toe.

Klik hier om het document te downloaden in pdf formaat (bevat ook samenvattende tabel)

1. Voorwaarden aanvraag van een wapenvergunning
2. Aanvraagprocedure

4. Wapenvergunning aangevraagd door sportschutters
5. Wapenvergunning aangevraagd door jagers


1. Voorwaarden aanvraag van een wapenvergunning

Een belangrijke nieuwigheid van de wapenwet van 2006 is dat alle voorwaarden waaraan de aanvrager van een wapenvergunning moet voldoen zijn opgesomd in de wet. De gouverneur mag bij het beoordelen van een vergunningsaanvraag enkel nakijken of aan deze voorwaarden voldaan is. Hij mag geen voorwaarden aan de wet toevoegen. Het was de bedoeling van de wetgever om tot een uniforme toepassing te komen van de wapenwet. Mede om deze reden werden alle bevoegdheden m.b.t. de wapenwet gecentraliseerd op het niveau van de provinciegouverneurs. De Federale Wapendienst kan tevens,in overleg met de minister van Binnenlandse Zaken, richtlijnen geven aan de provinciale wapendiensten omtrent de toepassing van de wapenwet . Mede om deze redenen werd in de eerste omzendbrief ook verduidelijkt dat de gouverneurs enkel de wettelijke voorwaarden toetsen en dus geen discretionaire beslissingsmacht hebben bij het beoordelen van de vergunningsdossiers .

De aanvrager van een wapenvergunning moet aan de volgende voorwaarden voldoen (zie art. 11, §3 wapenwet):

  1. meerderjarig zijn: dus de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt;
  2. niet zijn veroordeeld als dader of medeplichtige wegens een van de misdrijven opgesomd in de wapenwet ;
  3. niet het voorwerp zijn geweest van een beslissing die een behandeling in een ziekenhuis beveelt, zoals bedoeld in de wet van 26 juni 1990 betreffende de persoon van de geesteszieke (zgn. "collocatie");
  4. niet geïnterneerd zijn geweest met toepassing van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten;
  5. niet het voorwerp zijn van een lopende schorsing en niet het voorwerp geweest zijn van een intrekking met nog actuele redenen, van een vergunning tot het voorhanden hebben van of het dragen van een wapen;
  6. een medisch attest voorleggen dat bevestigt dat de aanvrager in staat is een wapen te manipuleren zonder gevaar voor zichzelf of voor anderen;
  7. slagen voor een proef betreffende de kennis van de toepasselijke regelgeving en het hanteren van een vuurwapen, waarvan de modaliteiten worden bepaald door de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit;
  8. geen meerderjarige persoon samenwonend met de aanvrager verzet zich tegen de aanvraag;
  9. een wettige reden opgeven voor de verwerving en het voorhanden hebben van het betrokken wapen en de munitie. Het type wapen moet overeenstemmen met de reden waarvoor het gevraagd wordt. Deze wettige redenen zijn, onder de door de Koning bij in Ministerraad overlegd besluit te bepalen voorwaarden :
    1. de jacht en faunabeheersactiviteiten;
    2. het sportief en recreatief schieten;
    3. de uitoefening van een activiteit die bijzondere risico’s inhoudt of het voorhanden hebben van een vuurwapen noodzakelijk maakt;
    4. de persoonlijke verdediging van personen die een objectief en groot risico lopen en die aantonen dat het voorhanden hebben van een vuurwapen dit groot risico in grote mate beperkt en hen kan beschermen;
    5. de intentie een verzameling historische wapens op te bouwen;
    6. de deelname aan historische, folkloristische, culturele of wetenschappelijke activiteiten.

Wie aan deze voorwaarden voldoet, kan dus aanspraak maken op een wapenvergunning. Bij gevaar voor de openbare orde, of indien de opgegeven wettige reden niet meer bestaat, kan de gouverneur de wapenvergunning intrekken, beperken of schorsen (zie art. 11, §1 wapenwet) .

Wij stellen echter vast dat in sommige provincies nog bijkomende voorwaarden worden opgelegd. Zo weigeren sommige provinciale wapendiensten om een vergunning voor een nieuw te verwerven semi-automatisch geweer af te leveren, tenzij de aanvrager nog een bijkomend attest voorlegt, afgeleverd door de proefbank voor vuurwapens te Luik, waaruit blijkt dat het wapen onomkeerbaar werd omgevormd tot een semi-automatisch wapen. Wij kunnen begrijpen dat dit standpunt wordt ingenomen om te vermijden dat alsnog wapens die door de bezitter zelf zogezegd "onomkeerbaar" geconverteerd zijn in circulatie blijven. Zulks is echter niet voorzien in de wapenwet, behalve voor het aanvragen van een vergunning om een automatisch wapen dat vroeger was vergund te behouden is dit voorzien in de wet (zie art. 45, §3 wapenwet) .

Het opleggen van dergelijk attest voor nieuw verworven wapens stelt ook praktische problemen. Immers, in principe kunnen enkel musea en erkende verzamelaars nog automatische wapens voorhanden hebben onder zeer strikte voorwaarden (zie art. 27, §3, tweede lid wapenwet). Wapenhandelaars kunnen deze wapens enkel voorhanden hebben indien de wapens besteld worden door de overheid (zie art. 27, §1 wapenwet). In andere omstandigheden mag niemand automatische wapens voorhanden hebben of vervoeren. Het vragen van dergelijk attest is tevens niet zinvol omdat een vergunning voor een verboden automatisch wapen kan nooit worden uitgereikt. De vergunning zal altijd een semi-automatisch geweer tot voorwerp hebben. Als de vergunninghouder alsnog een automatisch zou kopen, dan koopt hij eigenlijk een wapen zonder daarvoor houder te zijn van de vereiste vergunning. De overdrager van het wapen pleegt ook een inbreuk op de wapenwet door een verboden wapen over te dragen, dan nog aan iemand die daar niet de vereiste vergunning voor heeft (zie art. 8 en art. 10 wapenwet).

Vaak wordt ook gevraagd om foto's te bezorgen van het wapen dat men wil aankopen. Zulks is niet in de wet of de uitvoeringsbesluiten ervan voorzien. We vragen echter begrip voor de provinciale wapendiensten die ondertussen nog geen expert geworden zijn in alle wapentypes. Het toevoegen van een foto bij de aanvraag, vooral als het een aanvraag voor een minder courant wapen betreft, kan dus de behandeling van de vergunningsaanvraag vlotter laten verlopen.

Bij de aanvraag is het tevens aan te raden enkel het type (geweer, pistool, revolver, zwart-kruit) te vermelden en het kaliber. Als men ook al het serienummer of het model en type vermeldt, bestaat het risico dat bij de aankoop hetzelfde wapen niet meer aanwezig is, zodat het serienummer of type dat op de vergunning vermeld is gewijzigd zou moeten worden. Als enkel het type wapen en het kaliber op de vergunning vermeld zijn, stelt dit probleem zich niet.

Tenslotte moet het wapen waarvoor de vergunning wordt aangevraagd bruikbaar zijn voor de opgegeven wettige reden. In de praktijk geeft dit soms aanleiding tot problemen. Algemeen geldt dat alle vergunningsplichtige wapens gebruikt kunnen worden voor het sportief en recreatief schieten. De federale wetgever sluit geen wapens uit. Tevens laat het Vlaamse sportschuttersdecreet toe om alle vergunningsplichtige wapens te gebruiken die kaderen binnen een door de gemachtigde schietsportfederatie aangeboden disciplines . Alle wapens die dus gebruikt kunnen worden op een erkende schietstand, kunnen vergund worden aan een actief wapenbezitter die een geldige wettige reden kan opgeven.

Sommige provinciale wapendiensten weigeren vergunningen als de aanvrager niet aannemelijk kan maken dat hij regelmatig met het wapen aan recreatief- of sportief schieten kan doen. Dit is echter een uitzondering op de regel. Bovendien vermelden we nog dat de gouverneurs, overeenkomstig de wapenwet 2006 en de omzendbrief van 8 juni 2006, geen discretionaire bevoegdheid hebben bij het beoordelen van de dossiers. Daarom kan slechts in gevallen waarbij manifest duidelijk is dat de aanvrager niet mag of kan schieten met het aangevraagde wapen een vergunning geweigerd worden met als reden dat de opgegeven wettige reden niet overeenstemt met het aangevraagde wapen.

In de praktijk stellen we vast dat sommige zeer compacte wapens die niet gebruikt worden voor het beoefenen van het sportief of recreatief schieten (b.v. de "décolleté-revolvers") niet vergund worden als de wettige reden "sportief en recreatief schieten" wordt opgegeven. Ook voor sommige zeer korte machinepistolen (andere dan de karabijnen gebruikt voor ordonnance-schieten) kan het moeilijk zijn om aan te tonen dat ze gebruikt mogen worden op een erkende schietstand. Indien men kan aantonen dat de wapens werkelijk gebruikt zullen worden voor de opgegeven wettige reden, kan de gouverneur de vergunning niet weigeren.


2. Aanvraagprocedure


2.1. Hoe wordt de aanvraag ingediend ?

De aanvraag voor een wapenvergunning gebeurt rechtstreeks bij de provinciale wapendienst bevoegd voor de verblijfplaats van de aanvrager.

Om een vlotte behandeling van de aanvragen te verzekeren, raden wij aan om de aanvraagformulieren te gebruiken die door de provinciale wapendienst ter beschikking worden gesteld via hun website of via de lokale politie. De formulieren kunnen tevens telefonisch besteld worden bij de dienst.

De aanvraag wordt bij voorkeur per aangetekend schrijven verstuurd. Op die manier heeft de aanvrager een bewijs van de datum van aanvraag. Deze datum is van belang voor het berekenen van de in de wapenwet opgelegde termijnen waarbinnen de gouverneur moet beslissen.

Binnen de provinciale wapendiensten wordt voorrang gegeven aan de aanvragen die betrekking hebben op een nieuw te verwerven wapen. Het is daarom aan te raden op de vergunningsaanvraag duidelijk te vermelden of het een aanvraag is voor een nieuw wapen, dan wel voor de hernieuwing van een bestaande vergunning.

Hernieuwingen van vervallen vergunningen of het vergunnen van vroegere "model 9" wapens kan enige tijd nemen. In het kader van de voorbereiding van de aangepaste wapenwet bevestigde de minister van Binnenlandse Zaken dat het hernieuwen en/of opnieuw vergunnen van bestaande wapens nog enkele jaren op zich kan laten wachten (zie parl. St. Kamer, 2007-2008, stuk 474/9). De wapenbezitter leidt hier geen nadeel door. De aangepaste wapenwet bepaalt nu uitdrukkelijk dat de aanvraag van een vergunning geldt als voorlopige vergunning (zie art. 48 en 44 wapenwet). Wie dus het nodige deed onder de overgangsregeling, is in orde.


2.2. Welke stukken bijvoegen ?

Het is van het grootste belang om de aanvraag voor de vergunning volledig in te dienen. Een dossier kan vlotter worden behandeld als alle gevraagde informatie onmiddellijk wordt meegedeeld. Zo moet de aanvraag zeker alle wettelijk vereiste documenten bevatten, zoals b.v. een medisch attest, bewijs slagen voor praktische en theoretische proef, bewijs wettige reden (kopie sportschutterslicentie of attest deelname recreatieve schiet activiteiten, …), toelating inwonende meerderjarige gezinsleden, …

In de aangepaste wapenwet wordt trouwens uitdrukkelijk vermeld wanneer een vergunningsaanvraag onontvankelijk is. Als de aanvraag onontvankelijk is, zullen de diensten de aanvraag niet verder onderzoeken. Ze zullen dan ook onmiddellijk een beslissing meedelen waarin wordt meegedeeld waarom de aanvraag onontvankelijk is. Tegen onontvankelijke aanvragen kan geen beroep bij de Federale wapendienst worden ingesteld .

Een vergunningsaanvraag is onontvankelijk in de volgende gevallen (zie art. 11, §3 wapenwet):

  • Als de aanvrager minderjarig is;
  • Als de aanvrager geïnterneerd werd of het voorwerp uitmaakte van een gedwongen behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis ("collocatie");
  • Als de aanvrager veroordeeld werd voor een misdrijf waardoor hij niet aan de wettelijke voorwaarden voldoet om een vergunning te krijgen;
  • Als de aanvrager geen medisch attest voorlegt als dat vereist is;
  • Als er geen verklaring van de inwonende gezinsleden wordt voorgelegd;
  • Als geen wettige reden wordt opgegeven voor de aanvraag.

Het is dus van het grootste belang om erop toe te zien dat de aanvraag volledig is. Immers, ook bij een onontvankelijke aanvraag is de retributie verschuldigd .


2.3. Behandeling van de aanvraag.

De meeste provinciale wapendiensten vragen onmiddellijk na ontvangst van de vergunningsaanvraag het advies aan de lokale politie bevoegd voor de verblijfplaats van de aanvrager. De lokale politie dient dit verslag uit te brengen binnen de drie maanden na de datum van de vergunningsaanvraag. Op het overschrijden van deze termijn heeft de wet echter geen sanctie gesteld. In de praktijk stellen wij vast dat in sommige politiezones dit advies enige tijd op zich kan laten wachten.

Ondertussen wordt aan de aanvrager een uitnodiging gestuurd tot het betalen van de retributie van 85 EUR, dit ongeacht het aantal wapens waarvoor door dezelfde persoon eenzelfde aanvraag is ingediend. Het verdient dus aanbeveling om aanvragen te groeperen. Dit verlicht de administratie, zowel voor de provinciale wapendiensten als voor de aanvrager.

Als de provinciale wapendienst over het verslag van de lokale politie beschikt en alle nodige informatie binnenkrijgt, en na ontvangst van de retributie, wordt het dossier beoordeeld en wordt de beslissing tot het al dan niet toekennen van de vergunning voorbereid. Als aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan, wordt de vergunning door de betrokken dienst aan de aanvrager verstuurd.

Bij weigering wordt een gemotiveerde beslissing gericht aan de aanvrager. Tegen deze beslissing staat dan een administratief beroep open bij de Federale Wapendienst (zie art. 30 wapenwet) . Het verzoekschrift in beroep moet gemotiveerd zijn en aangetekend worden verzonden binnen de 15 dagen na ontvangst van de weigeringsbeslissing. Een kopie van de weigeringsbeslissing moet bij het verzoekschrift worden gevoegd. Indien aan deze formaliteiten niet is voldaan, is het beroep onontvankelijk, met alle gevolgen van dien.


2.4. Beslissing van de gouverneur – beroep

De gouverneur dient binnen de vier maanden na de aanvraag een beslissing te nemen over de vergunningsaanvraag. Deze termijn kan door de gouverneur mits gemotiveerde beslissing, verlengd worden. Om te vermijden dat de wettelijke termijn al teveel zou worden uitgehold door opeenvolgende verlengingen, zegt de aangepaste wapenwet nu at de gouverneur slechts één keer de termijn kan verlengen met een maximum van zes maanden .

Indien geen beslissing wordt genomen binnen de (verlengde) termijn van 4 (of maximaal 10) maanden, is een beroep bij de Federale Wapendienst mogelijk. Dit beroep moet dan bij aangetekend schrijven worden ingediend binnen de 15 dagen na het verstrijken van de termijn. Het verzoekschrift moet gemotiveerd zijn, een kopie van de bestreden beslissing kan niet worden bijgevoegd. Het is dan ook aan te raden een kopie van de vergunningsaanvraag toe te voegen.

Alvorens bij het uitblijven van een beslissing in beroep te gaan, is het nuttig de bevoegde provinciale wapendienst te contacteren. Enkel indien absoluut geen enkele indicatie kan gegeven worden van de termijn waarbinnen de vergunningsaanvraag zal worden beoordeeld, kan worden overwogen om een beroep bij de Federale wapendienst in te stellen.


3. Wapenvergunning aangevraagd door passieve wapenbezitters

"Passieve wapenbezitters", dit zijn wapenbezitters die niet actief zijn als schutter of als jager, kunnen onder bepaalde voorwaarden wapens behouden in hun vermogen. We verwijzen naar onze eerdere nota die uitvoerig beschrijft wanneer deze nieuwe regeling van toepassing is.

Een passief wapenbezitter is vrijgesteld van de volgende verplichtingen (zie art. 11/1 wapenwet):

  • Voorleggen van een medisch attest;
  • Slagen voor een praktische en theoretische proef;
  • Aantonen van een wettige reden;

    • 4. Wapenvergunning aangevraagd door sportschutters

      De houders van een sportschutterslicentie dienen, bij de aanvraag van een sportschutterslicentie, reeds aan strenge voorwaarden te voldoen. Om deze reden zijn ze vrijgesteld van een aantal voorwaarden als ze een wapenvergunning aanvragen.

      Houders van een sportschutterslicentie art. 11, §4, vijfde lid wapenwet):

      • Moeten geen medisch attest voorleggen;
      • Moeten geen attest van slagen van de theoretische proef voorleggen;
      • Moeten geen attest van slagen van de praktische proef voorleggen als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op een wapen van hetzelfde type als een wapen waarvoor ze reeds een praktische proef hebben afgelegd in het kader van de aanvraag van hun sportschutterslicentie.

      Bovendien bewijst de sportschutterslicentie op zich het bestaan van de wettige reden "sportief- en recreatief schieten" (zie art. 2 KB 29 december 2006). De gouverneur dient dus geen bijkomende attesten aan te vragen. Enkel wie geen houder is van een sportchutterslicentie dient nog met een attest aan te tonen dat hij regelmatig deelneemt aan recreatieve schietactiviteiten.


      5. Wapenvergunning aangevraagd door jagers

      Ook houders van een jachtverlof hebben reeds bepaalde proeven afgelegd en voldoen aan strenge voorwaarden. Derhalve zijn zij vrijgesteld van de volgende voorwaarden als ze een wapenvergunning aanvragen :

      • Voorleggen van een attest van slagen van de theoretische proef;
      • Voorleggen van een attest van slagen voor de praktische proef, als de aanvraag betrekking heeft op een wapen dat toegestaan is voor de jacht daar waar het jachtverlof geldig is.

      Het jachtverlof op zich bewijst de wettige reden "jacht en faunabeheer" (zie art. 2 KB 29 december 2006)