Wet van 24 mei 1888 houdende regeling van den toestand der proefbank voor vuurwapens gevestigd te Luik. (Vertaling)

Publicatie: Belgisch Staatsblad van 8 juni 1888

Artikel 1. De proefbank voor vuurwapens gevestigd te Luik wordt beheerd door eenen bestuursraad en door eenen bestuurder.

Zij heeft ten doel het beproeven en stempelen van vuurwapens.

Art. 2. Het bestuur der Wapenproefbank bestaat uit een voorzitter en zes wapenmeesters.

De burgemeester van Luik is ambtshalve voorzitter er van.

De wapenmeesters moeten tot de Belgische nationaliteit behooren.

Zij worden gekozen door de wapenfabrikanten, bijzondere personen of vennootschappen van dezelfde nationaliteit die, sedert 1 Januari van het jaar, dat aan dit der verkiezing voorafgaat, een loopende rekening in de proefbank hebben en geregeld gedurende ditzelfde jaar wapens van Belgisch maaksel deden beproeven.

De wapenmeesters worden gekozen bij geheime stemming op de bij koninklijk besluit te bepalen wijzen.

De gemiddelde waarde van de proefrekeningen gedurende het jaar vóór dit der verkiezing dient ten grondslag aan de bepaling van het getal stemmen, aan elken kiezer toegekend. Om die gemiddelde waarde te bekomen, deelt men het geheel bedrag van de proefontvangsten der Bank gedurende dit jaar door het getal fabrikanten of firma's, die een loopende rekening hebben.

Elke fabrikant of firma heeft recht op even zooveel stemmen als de hierboven bepaalde gemiddelde waarde is begrepen is het bedrag zijner proefrekening van het voorgaande jaar, en bovendien op één stem voor het decimaal gedeelte van dit quotient, hoe klein het ook zij.

Het getal stemmen toegekend aan een en denzelfden kiezer mag echter niet acht overschrijden.

Het lidmaatschap der wapenmeesters begint op 1 Januari van het jaar, dat op hunne verkiezing volgt; het duurt zes jaar.

Om de twee jaar, in de maand November, wordt een derde der wapenmeesters vernieuwd.

Indien de betrekking van wapenmeester door sterfgeval, ontslag of anderszins openstaat, dan mag tot een tusschentijdsche verkiezing worden overgegaan; de onder die voorwaarden gekozen wapenmeesters voleinden het mandaat van deze, die zij vervangen.

De wapenmeesters zijn slechts herkiesbaar één jaar na hun aftreden.

De betrekking van wapenmeester mag niet gelijktijdig door twee of meer leden van eene en dezelfde vennootschap worden vervuld.

De wapenmeesters kiezen een ondervoorzitter in den schoot van de commissie.

Art. 3. De bestuurder wordt benoemd door den Koning uit eene lijst van drie candidaten opgemaakt door de wapenfabrikanten kiezers der syndicussen.

Art. 4. De proefbank mag geen andere onroerende goederen in eigendom bezitten dan die, welke noodzakelijk zijn tot het verrichten harer werkzaamheden.

De eigendom der voor hare rekening aangekochte onroerende goederen, welke thans op haren naam in het kadaster zijn ingeschreven, wordt haar erkend.

Art. 5. Zij kan in rechte optreden namens de bestuurcommissie en op aanzoek van den bestuurder.

Art. 6. De dienst der bank, de prijs van het voor de beproevingen te betalen loon, alsmede de bijzondere dienst van politie en bewaking worden derwijze geregeld dat daaruit geene hoegenaamde kosten voor de Openbare Schatkist kunnen ontstaan.

De prijs der loongelden zal vastgesteld worden bij een besluit der bestuurcommissie goedgekeurd door de Regeering.

Art. 7. De opbrengst der loongelden wordt besteed aan de uitgaven voor onderhoud, beheer en dienst, aan de betaling der interesten en de uitdelging der schulden, alsmede aan de kwijting der ten laste van het gesticht gelegde toelagen ten gunste der voorzorg- en pensioenkas van de bank, der Maatschappij van onderlingen bijstand der wapenmakersgasten en van het Wapenmuseum te Luik.

Het overschot der ontvangsten wordt aan de wapenfabrikanten uitgekeerd, naar evenredigheid hunner rekening van beproevingen.

In geval van ontoereikendheid, wordt het tekort door hen volgens denzelfden regel aangevuld.

Art. 8. De geschillen tusschen fabrikanten, wapenmakersgasten of loopsmeden en de proefbank, ter zake van het beproeven of stempelen, worden door de bestuurcommissie, zonder vorm van proces, geoordeeld, de klager gehoord of behoorlijk geroepen zijnde.

(Voor de geschillen waarin werklieden zijn betrokken, worden twee afgevaardigde werklieden, met beraadslagende stem, aan het bestuur toegevoegd.

Deze afgevaardigden worden voor een termijn van drie jaar gekozen door de afwerkers van jachtgeweerloopen en de systemeurs van voorlaadgeweren, in rechtstreeksche betrekking met de Proefbank.

De formaliteiten van deze verkiezing worden bij koninklijk besluit geregeld.

Art. 9. Koninklijke besluiten zullen regelen :
1° Het bestuur en de boekhouding des gestichts;
2° De ambtsbevoegdheid der bestuurcommissie;
3° De pleegvormen bij de verkiezing der syndicussen in acht te nemen;
4° De macht en de plichten van den bestuurder en van de andere beambten des gestichts;
5° De proeven waaraan de verschillende wapens moeten onderworpen worden.

Art. 10. Niemand mag verkoopen, te koop stellen, noch in zijne magazijnen, winkels of werkplaatsen hebben, eenig wapen of gedeelte van een wapen onderworpen aan de proef, dat niet beproefd is geworden en gestempeld met de keurijzers die den graad van voltrekking ervan aanduiden, overeenkomstig de koninklijke besluiten in uitvoering van artikel 9, 5°, der huidige wet genomen.

Art. 11.Vallen niet onder de toepassing van artikel 10, de uit het buitenland ingevoerde vuurwapens die den stempel dragen eener door de Belgische regeering ambtelijk erkende proefbank.

Art. 12. Zijn insgelijks van de verplichting der proef ontheven, de vreemde oorlogswapens niet voorzien van eenen ambtelijken proefstempel, wanneer zij voor den wederuitvoer zijn verkocht, hetzij zoals ze zijn, hetzij na eene eenvoudige kuisching, hetzij na eene omvorming die in niets de hechtheid van den loop, van de kulas of van het slotmechanismus verandert.

Art. 13. De niet beproefde wapens in blanco mogen slechts naar den vreemde worden verzonden indien zij rechtstreeks op eene officiëele proefbank worden gericht wier merken in België erkend zijn.

Art. 14. De ministers van Economische Zaken en van Justitie zullen de vereiste controle- en toezichtsmaatregelen voorschrijven.

Art. 15. Alwie de bepaling van artikel 10 overtreedt, beloopt voor de eerste maal eene boet van 300 frank, eene dubbele boet bij hervalling, en de verbeurdverklaring der wapens die aanleiding tot het vergrijp hebben gegeven.

Elke persoon die een wapen van een ander kaliber dan dit aangeduid door den stempel waarmede het gemerkt is, verkocht, te koop gesteld, of in zijne magazijnen of werkplaatsen gehouden zal hebben, is strafbaar met eene boet die niet beneden de 50 frank en niet boven de 100 frank gaan mag. Het wapen dat tot de overtreding aanleiding gaf, zal verbeurd verklaard worden.

Art. 16. De Regeering kan den bestuurder en andere beambten der proefbank aanstellen in hoedanigheid van officiers van gerechtelijke politie, ten einde in geheel de uitgestrektheid des Rijks, de vergrijpen tegen deze wet op te sporen en vast te stellen.

Deze aangestelden zullen voor de rechtbank van eersten aanleg hunner verblijfplaats, den volgenden eed afleggen :
" Ik zweer getrouwheid aan den Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk en de mij opgedragen functiën getrouw te vervullen. "
Hunne processen-verbaal zullen, mits zij binnen de drie dagen voor den vrederechter bevestigd worden, als bewijs gelden zoolang het tegenovergestelde niet is gebleken.

Art. 17. Alle vroegere bepalingen betrekkelijk de proefbank voor vuurwapens te Luik, daarin begrepen die van het decreet van 14 December 1810 en, voor zooveel het noodig is, het provinciaal reglement van 18 Augustus 1818, zijn afgeschaft.

Art. 18. De tegenwoordige syndicussen der proefbank zullen in bediening blijven tot na volkomen afloop van hun driejarig mandaat, voor elken hunner begonnen op 1 Januari van het jaar volgende op hunne verkiezing.