Commentaar wijziging reglementering schietstanden

Klik hier om deze tekst in pdf te downloaden (met model van een dagkaart).

Op 20 oktober 2008 verschenen een viertal nieuwe uitvoeringsbesluiten in het Belgisch Staatsblad. Eén van deze uitvoeringsbesluiten is van belang voor sportief- en recreatief schutters die regelmatig een schietstand bezoeken. Het nieuwe besluit vereenvoudigt de administratieve verplichtingen voor de schutters. Daarnaast wordt de regeling voor het “occasioneel schieten” verduidelijkt. Na de aanpassing van de wapenwet was immers voorzien dat meerderjarige particulieren hoogstens één keer per jaar met vergunningsplichtige wapens kunnen schieten onder de voorwaarden zoals bepaald door de Koning. In het nieuwe besluit worden deze voorwaarden geregeld. Deze tekst vat de belangrijkste wijzigingen samen.

Om een schietstand uit te baten waar met vuurwapens geschoten wordt, is steeds een erkenning vereist (zie art. 20 wapenwet). Dit was ook al het geval onder de inmiddels opgeheven wet van 3 januari 1933. De erkenningsvoorwaarden voor de schietstanden worden bepaald in een uitvoeringsbesluit van 13 juli 2000. Dit besluit regelt wie toegang kan krijgen tot een schietstand, verplicht de uitbaters om een aantal zaken te regelen in een huishoudelijk reglement, en bepaalt aan welke voorwaarden moet worden voldaan om erkend te worden als schietstand.

Eerst bespreken we de administratieve vereenvoudiging die werd doorgevoerd in het nieuwe uitvoeringsbesluit. Vervolgens gaan we in op de regeling voor het occasioneel schieten.

1. Administratieve vereenvoudiging

Het nieuwe besluit voert twee administratieve vereenvoudigingen door:

  • De schutters hoeven niet langer hun adres te noteren in het aanwezigheidsregister. Een eenvoudige vermelding van hun naam volstaat. Ook het noteren van rijksregisternummers of andere gegevens is niet langer nodig. Voordien moest het adres worden genoteerd in het aanwezigheidsregister. Het risico bestond dat derden met minder goede bedoelingen op die manier aan adressen konden komen van de schutters om wapens te gaan stelen. Dit probleem wordt nu opgelost. Het volstaat dat de naam genoteerd wordt in het register. Bij een controle kan de overheid dan de exploitant van de stand vragen om meer gegevens over de schutter.
  • In principe moet elke schutter jaarlijks aan de exploitant van de schietstand een uittreksel uit het strafregister bezorgen. Schutters die actief zijn op meerdere schietstanden, dienden dus verschillende uittreksels aan te vragen. Ook bij het schieten van wedstrijden moest de schutter steeds een uittreksel van het strafregister bijhebben. Hetzelfde gold ook voor jagers. Nochtans moeten jagers en sportschutters jaarlijks reeds een uittreksel uit het strafregister voorleggen om hun jachtverlof of sportschutterslicentie te kunnen behouden.

Door de wijziging van het uitvoeringsbesluit moeten de houders van een jachtverlof of van een (voorlopige) sportschutterslicentie niet langer jaarlijks een uittreksel uit het strafregister voorleggen. Zij moeten dit enkel nog voorleggen met het oog op het behalen of behouden van hun (voorlopige) sportschutterslicentie of jachtverlof.

2. Occasionele schutters

Onder de wet van 1933 bestond geen regeling die toeliet dat vroegere “verweer” of “oorlogs” wapens occasioneel voorhanden worden gehouden op een schietstand. Wel konden “jacht- en sportwapens” worden ter beschikking gesteld op een schietstand aan occasionele schutter.

Na de invoering van de wet van 8 juni 2006, werden alle vuurwapens vergunningsplichtig. Het was dus niet langer mogelijk dat een persoon die geen houder is van een wapenvergunning, een attest van de gouverneur, een jachtverlof of een (voorlopige) sportschutterslicentie een wapen hanteert op een erkende schietstand. Daardoor was het onmogelijk geworden om bezoekers van een opendeurdag kennis te laten maken met de schietsport zonder dat vooraf al een zwaar administratief parcours wordt afgelegd. Ook bedrijfsevenementen en sommige traditionele activiteiten (b.v. kleiduifschietingen) dreigden onmogelijk te worden.

Daarom heeft de wetgever ervoor gekozen om in de wapenwet een regeling uit te werken voor de “occasionele schutters”. De regeling is van toepassing voor wie hoogstens één keer per jaar een vergunningsplichtig wapen voorhanden kan hebben op een erkende schietstand . De door de Koning opgelegde voorwaarden dienen te worden nageleefd .

Het occasioneel schieten is mogelijk onder de volgende voorwaarden:

  • Er dient een “dagkaart” te worden opgesteld die de volgende gegevens bevat:
    • Identiteit van de occasioneel schutter (naam, adres)
    • Gegevens van de schietstand
    • De dag waarop geschoten wordt
  • Deze dagkaart is gedurende een volledige dag (van 0uur tot 23u59) geldig op de schietstand die ze heeft uitgereikt
  • De dagkaarten worden door de exploitant doorlopend genummerd. Ze worden opgesteld in drie exemplaren:

    • Eén exemplaar wordt bezorgd aan de schutter
    • Een ander exemplaar wordt bijgehouden door de exploitant van de stand, die op die manier kan bewijzen dat de dagkaarten doorlopend genummerd zijn. De fraude die er zou in kunnen bestaan om dagkaarten weg te gooien kan op deze manier worden tegengegaan.
    • Een ander exemplaar moet binnen de zeven dagen worden verstuurd naar de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de occasioneel schutter. Op die manier kan de gouverneur controleren of de betrokkene effectief slechts één keer per jaar gebruik maakte van de dagkaart.

    De occasioneel schutter dient te worden begeleid door een persoon die overeenkomstig de wapenwet zou vrijgesteld zijn van het afleggen een praktische proef indien hij een wapenvergunning zou vragen. Het betreft de volgende personen:

    • De houders van een sportschutterslicentie (een voorlopige sportschutterslicentie is niet voldoende);
    • De houders van een jachtverlof;
    • De personen die een door de Koning bepaalde ervaring met vuurwapens hebben (b.v. regelmatige activiteiten van meer dan zes maanden in de loop van de laatste 5 jaar).

    De begeleider dient vooraf de op de schietstand geldende veiligheidsregels uit te leggen, evenals de werking van het wapen. Hij stelt het wapen ter beschikking en ziet erop toe dat het wapen veilig gemanipuleerd wordt. Na het occasioneel schieten neemt de begeleider het wapen terug in ontvangst.

    De occasionele schutter dient uitsluitend houder te zijn van de dagkaart. Hij dient geen enkel ander document voor te leggen. Ook is niet vereist dat een uittreksel uit het strafregister wordt bezorgd aan de exploitant van de stand .

    De nieuwe regeling is dus uitermate geschikt om een particulier één keer per jaar kennis te laten maken met het schieten tijdens een opendeurdag of een ander evenement. Als de betrokkene zich verder in het schieten wenst te bekwamen, dan kan hij via een club een voorlopige sportschutterslicentie aanvragen. Dit zal vaak vanuit administratief vlak de eenvoudigste oplossing zijn om zich verder in het sportschieten te bekwamen. Er is tevens de mogelijkheid om een attest aan te vragen via de gouverneur om voorlopig te kunnen schieten ter voorbereiding op de praktische proef die moet worden afgelegd om een wapenvergunning te bekomen.

    Hierna is een model van een dagkaart opgenomen. De dagkaarten kunnen door de uitbaters van de schietstanden bij federaties VSK of Fros worden besteld.

BijlageGrootte
schietstanden wijziging.pdf59.39 KB