Omzendbrief nr. 134. van 2 maart 2009 - Uittreksels uit het strafregister

Publicatie: B.S. 2 maart 2009

De Minister van Justitie

aan
de Dames en Heren Provinciegouverneurs,
de Dames en Heren Burgemeesters,

Ter info aan
de Dames en Heren Procureurs-generaal bij de hoven van beroep,
Mijnheer de Federale Procureur,
de Dames en Heren Procureurs des Konings en Arbeidsauditeurs

Inleiding

Omzendbrief nr. 95 van 2 februari 2007 betreffende de uittreksels uit het strafregister werd vernietigd bij het arrest van de Raad van State nr. 189.761 van 26 januari 2009. Bijgevolg is er geen rechtsgrond meer voor het afleveren van uittreksels uit het strafregister door de gemeenten. Onderhavige omzendbrief voorziet in praktische richtlijnen voor de betrokken gemeentediensten in afwachting van de inwerkingtreding van de artikelen 9 en 10 van de wet van 8 augustus 1997 betreffende het Centraal strafregister. De inwerkingtreding van voornoemde artikelen is het onderwerp van een voorontwerp van wet dat op 23 januari werd goedgekeurd door de Ministerraad en thans voorgelegd is aan de afdeling Wetgeving van de Raad van State.

Richtlijnen

Op grond van artikel 10 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, bedoeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering, heeft iedere persoon die zijn identiteit bewijst, het recht op verstrekking van de gegevens uit het strafregister. De gemeenten kunnen zich bijgevolg niet beroepen op het recente arrest van de Raad van State om de aflevering van uittreksels uit het strafregister te weigeren.

Aan de aanvrager dient daarom telkens te worden meegedeeld dat ingevolge het recente arrest van de Raad van State het uittreksel uit het strafregister hem afgeleverd wordt op grond van rechten, zoals bepaald in artikel 10 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

Aan de aanvrager dient tevens meegedeeld te worden dat hij, op grond van het arrest van 26 januari 2009 van de Raad van State, mag weigeren om het uittreksel aan derden over te maken en dat hij bijgevolg zelf beslist of hij het uittreksel al dan niet aan anderen overmaakt, zoals bijvoorbeeld zijn (kandidaat-)werkgever.

De voorgaande regels met betrekking tot de aflevering van de uittreksels modellen 1 en 2 en de uitwissing van de veroordelingen en vermelding/niet-vermelding blijven van toepassing.

Deze richtlijnen blijven gelden tot deze aangelegenheid geregeld is bij een wet of een koninklijk besluit, uiterlijk 30 juni 2009.

Voor eventuele inlichtingen kan u zich schriftelijk richten tot de Dienst Centraal Strafregister, Waterloolaan 115, 1000 Brussel, of via e-mail : post.csr@just.fgov.be.

Met de meeste hoogachting,

De Minister van Justitie,

S. DE CLERCK