Benelux-overeenkomst inzake Wapens en Munitie ondertekend op 9 december 1970

Bron: www.benelux.be

BENELUX-OVEREENKOMST INZAKE WAPENS EN MUNITIE

BIJLAGE: GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

De Regering van het Koninkrijk België,

De Regering van het Groothertogdom Luxemburg,

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

Verlangende in de drie landen eenvormigheid tot stand te brengen in de beginselen van hun wetgevingen inzake wapens en munitie;

Overwegende, d.at rekening dient te worden gehouden met de noodzaak de in het belang van de openbare orde en veiligheid vastgestelde bepalingen te harmoniseren, het vrije verkeer op het grondgebied der drie landen te vergemakkelijken en aldus bij te dragen tot de afschaffing van administratieve maatregelen aan de Benelux-binnengrenzen, overeenkomstig de artikelen 3, 11 en 76 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958;

Gelet op het advies van de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad van 27 november 1970;

Zijn het volgende overeengekomen :

Artikel 1
1. De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich hun wetgeging inzake wapens en munitie aan te passen aan de in deze Overeenkomst en in de daarbij behorende Bijlage vervatte bepalingen.

2. Zij zullen de nodige voorzieningen treffen opdat deze Overeenkomst, alsmede de in de daarbij behorende Bijlage vervatte bepalingen, uiterlijk binnen een terrnijn van zes maanden, te rekenen vanaf de datum van de inwerkingtreding, volledig zullen worden toegepast. Evenwel kan de toepassing van deze bepalingen bij beschíkking van het Comité van Ministers geheel of gedeeltelijk worden opgeschort tot de verwezenlijking van één enkel Benelux-douanegebied.

Artikel 2
Elke van de Overeenkomstsluitencle Partijen mag het dragen en het voorhanden hebben van wapens en van de daarvoor bestemde munitie regelen, mits deze reglementering niet onverenigbaar is met de bepalingen van de Bijlage van deze Overeenkomst.

Artikel 3
Elke van de overeenkomstsluitende Partijen geeft aan de beide andere overeenkomstsluitende Partijen kennis van de vraagstukken, welke bij de toepassing van deze overeenkomst en van de in de daarbij behorende Bijlage vervatte bepalingen zouden kunnen rijzen. Het comité van Ministers, ingesteld bij artikel 15 van het Benelux-Unieverdrag zal overleg plegen teneinde een oplossing voor deze vraagstukken te vinden.

Artikel 4
Het Comité van Ministers kan volgens de in artikel 18 van het Unieverdrag vastgestelde procedure beschikkingen nemen, die de Overeenkomstsluitende Partijen verbinden, teneinde :
a) de in artikel 1 van de Bijlage bij deze Overeenkomst vastgestelde categorieën wapens aan te vullen en deze, op instemmend advies van de Raadgevende interparlementaire Beneluxraad, te wijzigen ;
b) de wijze van uitvoering van de artikelen 8 en 9 van deze Overeenkomst vast te steilen ;
c) het model van de vergunningen en verloven, bedoeld in de Bijlage van deze Overeenkomst, vast te stellen.

Artikel 5
Elke van de Overeenkomstsluitende Partijen deelt de overige Overeenkomstsluitende Partijen door bemiddeiing van de Secretaris-Generaal van de Benelux Economische Unie mede welke instanties in haar land in de zin van de bepalingen van de Bijlage van deze Overeenkomst bevoegd zijn.

Artikel 6
1. Elke van de Overeenkomstsluitende Partijen kan van de bepalingen van de aan deze Overeenkomst gehechte Bijlage vrijstellingen verlenen voor :
a) antieke wapens, wapens die deel uitmaken van een verzameIing of van een wandversiering ;
b) wapens die voor doeleinden van wetenschap of onderwijs worden gebruikt of daartoe zijn bestemd.

2. De Overeenkomstsluitende Partij die gebruik maakt van het bij het eerste lid verleende recht, neemt de nodige maatregelen opclat deze wapens slechts voor de vorengenoemde doeleinden worden aangewend. De vrijstellingen zijn niet geldig op het grondgebied van de overige Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel 7
1. In geval van oorlog of andere buitengewone omstandigheden kan elk van de Overeenkomstsluitende Partijen regels vaststellen welke tijdelijk van de bepalingen van deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlage afwijken.

2.De desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij geeft de beide andere Overeenkomstsluitende Partijen daarvan onverwijld kennis. In dat geval kunnen laatstgenoemden aan de binnengrenzen de nodige maatregelen treffen om de openbare orde en veiligheid binnen hun grondgebied te verzekeren.

Artikel 8
1. De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar bijstand bij het toezicht op het wapenbestand en de beteugeling van het onwettige verkeer van wapens ; in het bijzonder mogen zij het uitgaan van wapens afkomstig uit een partnerland alleen toestaan, wanneer zij de toestemming van dit laatste hebben verkregen.

2. Elke van de Overeenkomstsluitende Partijen draagt er zorg voor dat de transporten van wapens of munitie door het grondgebied van een der andere Partijen niet plaatsvinden dan nadat de bevoegde autoriteiten van laatstbedoelde Partij hiervan op de hoogte zijn gesteld.

3. Het tweede lid is niet van toepassing in de gevallen, bedoeld in artikel 9, lid 2 sub b. en c. van de Bijlage.

Artikel 9
Indien een Overeenkomstsluitende Partij een of meer der in de Bijlage behorende bij deze Overeenkomst vervatte bepalingen wenst te wijzigen, geeft zij van haar voornemen aan de beide andere Overeenkomstsluitende Partijen kennis door bemiddeling van de Secretaris-Generaal van de Benelux Economisehe Unie. In dat geval zullen de Overeenkomstsluitende Partijen trachten tot overeenstemming te komen.

Artikel 10
Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst partij wenst te worden bij een Overeenkornst, waarin bepalingen voorkomen welke afwijken van de Bijlage behorende bii deze Overeenkomst, is artikel 9 van toepassing.

Artikel 11
Behoudens wat de overdracht aan particulieren betreft, zijn de verbodsbepalingen, vervat in de Bijlage behorende bij deze Overeenkomst, niet van toepassing op het openbaar gezag van dedrie Beneluxlanden, noch op personen die een openbare functie bekleden, voor zover betreft wapens die deel uitmaken van hun ambtsuitrusting of behoren tot hun ambtskleding.

Artikel 12
Geen enkel voorbehoud kan worden gemaakt ten aanzien van deze Overeenkomst en de Biilage.

Artikel 13
Ter uitvoering van artikel 1, lid 2, van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof worden voor de toepassing van de hoofdstukken III en IV van dat Verdrag als gemeenschappelijke rechtsregels de bepalingen van dezg Overeenkomst en va.n de Bijlage aangewezen.

Artikel 14
1. Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft geldt deze Overeenkomst alleen voor het Rijk in Europa.

2. De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden kan de toepasselijkheid van deze Overeenkomst uitbreiden, tot Suriname en de Nederlandse Antillen door middel van een verklaring, gericht aan de Secretaris-Generaal van de Benelux Economische Unie, die daarvan onmiddellijk kennis geeft aan de beide andere Overeenkomstsluitende Partijen. Deze verklaring wordt van kracht op de eerste dag van de derde maand, volgende op de datum waarop de Secretaris-Generaal haar heeft ontvangen.

Artikel 15
1. Deze Overeenkomst zal worden bekraehtigd. De akten van bekrachtiging zullen worden neergelegd bij de Secretaris- Generaal van de Benelux Eeonomísche Unie, die de Overeenkomstsluitende Partijen kennis geeft van de neerlegging van die akten.

2. De Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van tweede maand volgend op de datum van neerlegging van derde akte van bekrachtigtng.

3. De Overeenkomst eindigt tezetfdertijd als het Unieverdrag.

TEN BLIJKE WAARVAN, de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gernachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Brussel, op 9 december 1970 in drievoud, in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk België :
H. FAYAT,
Voor de Regering van het Groothertogdom Luxemburg :
G. THORN.
Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden :
R. J. NELISSEN

BIJLAGE - GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN BEHORENDE BIJ DE BENELUX-OVEREENKOMST INZAKE WAPENS EN MUNITIE


A. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1
De onderhavige bepalingen gelden voor de hierna genoemde wapens en munitie:

Categorie I
1. opvouwbare geweren ;
2. geweren waarvan de kolf of de loop in verschillende delen uitneembaar is ;
3. wapens of andere voorwerpen, bestemd voor het treffen van personen met traanverwekkende, giftige, verstikkende, weerloosrnakende en soortgelijke stoffen, met uitzondering van revolvers en pistolen voor het afschieten van patronen met weerloosmakende stof ;
4. munitie die traanverwekkende, giftige, verstikkende, weerloosmakende of soortgelijke stoffen verspreidt, met uitzondering van patronen met weerloosmakende stof voor revolvers en pistolen ;
5. wapens en andere voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of goederen door vuur of door middel van een ontploffing;
6. blanke wapens, waarvan het lemmet meer dan een snijkant heeft, bajonetten en stiletto's ;
7. messen, waarvan het lemmet door een pal kan worden vastgezet, met uitzondering van :

1° messen, welke speciaal bestemil zijn voor het jachbbedrijf ;
2° messen, welke niet voorzien zijn van een stootplaat en waarvan het iemmet een lengte heeft van minder dan 7 cm of waarvan het lemmet een iengte heeft van meer dan 7 cm maar minder dan 9 cm, mits dit lemmet, in laatstbedoeld geval breder is dan 14 mm ;

8. boksbeugels en ploertendoders ;
9. wapens die uiterlijk gelijken op een ander voorwerp dan een wapen of die zodanig zijn gewijzigd dat het vervoer of het dragen niet zichtbaar is of dat de aanvalskracht wordt verhoogd.

Categorie II :
1. geweren, revolvers, pistolen en hun munitie die niet voorkomen in categorie I, met uitzondering van luchtdrukgeweren, -revolvers en -pistolen, waarbij de kinetische mondingsenergie niet hoger is dan 0,22 kgm ;
2. revolvers en pistolen voor het afschieten van munitie met weerloosmakende stof alsmede deze munitie ;
3. toestellen voor beroepsdoeleinden die geschikt zijn om projectielen af te schieten ;
4. degens, zwaarden of sabels, welke niet bestemd zijn voor de schermsport, alsmede werpmessen ;
5. messen, waarvan het lemrnet met een pal kan worden vastgezet en die speciaal bestemd zijn voor het jachtbedriif ;
6. wapenstokken.

Categorie III :
- vuurwapens en hun munitie die niet in de andere categorieën voorkomen.

Artikel 2
1. De bepalingen betreffende wapens zijn mede van toepassing op onderdelen en hulpstukken bestemd voor die wapens.

2. De bepalingen betreffende munitie zijn mede van toepassing op onderdelen van die munitie.

Artikel 3
Voor de toepassing van deze bepalingen :

a) moeten de begrippen binnenkomst, uitgaan, aangegeven bestemming, invoer en doorvoer worden opgevat in de zin van de douanewetgevingen der drie Beneluxlanden, met dien verstande dat wordt verstaan onder:
1° binnenkomst : het binnenkomen in het grondgebied van een Beneluxland vanuit derde landen ;
2° uitgaan : het uitgaan uit het grondgebied van een Beneluxland met bestemming derde landen ;
3° doorvoer : de doortocht met of zonder oponthoud ov.er het grondgebied van een of, meer der Beneluxlanden vanuit en naar derde landen.

b) hebben de begrippen verkrijging en overdracht slechts betrekking op de handelingen betreffende wapens en munitie welke zich op het grondgebied van de Beneluxlanden bevinden en die er niet toe leiden dat deze wapens en munitie uit dit grondgebied uitgaan noch dat het douaneregime ervan wordt gewijzigd.


B. ERKENNING

Artikel 4

1. Het is verboden wapens of munitie te vervaardigen, te transformeren, voor derden te herstellen of daarin handel te drijven zonder daartoe te zijn erkend overeenkomstig lid 2 van dit artikel.

2. De erkenning wordt verleend door het bevoegde gezag van het land, waarin de aanvrager wapens of munitie wil vervaardigen, transformeren, herstellen of verhandelen.

3. De erkenning kan worden beperkt tot bepaalde handelingen en tot bepaalde wapens of munitie.

4. De erkenning houdt geen ontheffing ín van de naleving der in de volgende artikelen vervatte bepalingen.


C. BEPALINGEN VOOR WAPENS EN MUNITIE VAN CATEGORIE I

Artikel 5
1. Het vervaardigen, transformeren, voor derden herstellen, overdragen, verkrijgen, voorhanden hebben, opslaan, dragen, vervoeren, doen binnenhomen en doen uitgaan van tot categorie I behorende wapens en munitie, zijn verboden ; dit verbod geldt ook voor het opslaan of vervoeren onder douaneverband.

2. Ontheffingen van dit verbod kunnen worden verleend voor het doen binnenkomen, vervaardigen, transformeren, voor derden herstellen, vervoeren, overdragen of verkrijgen, doch uitsluitend met het oog op het doen uitgaan of op de levering aan het openbaar gezag.

3. De ontheffingen bedoeld in het vorig lid worden verleend door de bevoegde autoriteiten van het land, waar de betrokken handeling moet worden verricht ; deze geven geen enkel recht in de twee andere landen.


D. BEPALINGEN VOOR WAPENS EN MUNITIE VAN CATEGORIEEN II EN III

Artikel 6 - Binnenkomst
1. Het zonder vergunning doen binnenkomen van tot de categorieën II en III behorende wapens of munitie, of het wijzigen van de aangegeven bestemming van het binnenkomen zijn verboden. Dit verbod geldt ook voor het opslaan en vervoeren onder douaneverband.

2. Lid 1 is niet van toepassing op wåpens of munitie, welke over zee of door de lucht binnenkomen en zonder overlading weer uitgaan. Wanneer het gaat om een binnenkomst over zee, geldt de ontheffing alleen indien het schip onmiddellijk dezelfde weg terugneemt.

3. De vergunning tot binnenhomst kan bestaan uit :
a) een invoervergunning, afgegeven door het bevoegde gezag van het land, waar de wapens of de munitie zuilen worden ingevoerd ;
b) een doorvoervergunning, afgegeven door het bevoegde gezag van het land, vanwaar de wapens of de munitie zullen uitgaan ;
c) een vergunning tot overbrenging of tot opslag onder douaneverband, afgegeven door het bevoegde gezag van het Iand waar de wapens of de munitie moeten worden opgeslagen.

4. De vergunníng tot wijziging van de aangegeven bestemming wordt afgegeven door het bevoegde gezag van het land waar de goederen de nieuwe bestemming zullen volgen.

5. Aan de in dit artikel bedoelde vergunningen kunnen verplichtingen en voorwaarden worden verbonden.

Artikel 7 - Uitgaan
Het doen uitgaan van tot de categorieën II en III behorende wapens en munitie blijft onderworpen aan de reglementering van het land waar de wapans en munitie zich bevinden. De doortocht van deze wapens en munitie door een ander Beneluxland is afhankelijk van de toestemming van dit land.

Artikel 8 - Verkrijging en overdracht
1. Het is verboden, zonder vergunning of verlof, tot de categorieën II en III behorende wapens of munitie te verkrijgen.

2. Eveneens is zonder vergunning verboden de overdracht van tot de categorieen II en III behorende wapens of munitie, met uitzondering van de overdracht van tot de categorie II behorende wapens of munitie hetzij aan personen die in het bezit zijn van een verlof tot verkrijging, hetzij door particulieren aan overeenkomstig artikel 4 erkende personen.

3. De vergunningen tot verkrijging en tot overdracht worden uitsluitend verleend voor de handel en aan overeenkomstig artikel 4 erkende personen.

4. Het verlof tot verkrijging wordt verleend uitsluitend voor privé-gebruik en voor de tot de categorie II behorende wapens of munitie.

5. De vergunning en het verlof tot verkrijging worden aan ingezetenen van een Beneluxland afgegeven door het bevoegde gezag van het land waarvan zij ingezetenen zijn. Zij zijn geldig op het grondgebied van alle drie de Beneluxlanden.

6. Aan niet-ingezetenen van de Beneluxlanden worden de vergunning en het verlof tot verkrijging verleend door het bevoegde gezag van het land waar de wapens of munitie die deze niet-ingezetenen wensen te verkrijgen, zieh bevinden, Zij zijn slechts geldig op het grondgebied van dat land.

7. De vergunning tot overdracht wordt verl.eend door het bevoegde gezag van het, land waar de wapens of de munitie zich bevinden.

8. Aan de in dit artikel bedoelde vergunningen kunnen verplichtingen en voorwaarden worden verbonden.

Artikel 9 - Voorhanden hebben, opslaan en vervoeren
1. Het is verboden tot de categorieën II en III behorende wapens of munitie voorhanden te hebben, op te slaan of te vervoeren.

2. Het verbod van het vorige lid is niet van toepassing :
a) op overeenkomstig artikel 4 erk'ende personen, voor de wapens of mrrnitie, waarop hun erkenning betrekking heeft, doch alleen in het land waar zij ziin erkend ;
b) op overeenkomstig artikel 4 erkende personen voor monster of demonstratiemateriaal, in de drie Beneluxlanden ;
c) op personen in het bezit van een overeenkomstig de arlikelen 6, 7 en 8 afgegeven vergunning of verlof voor wapens of munitie die met de toegestane handelingen verband houden, in de drie Beneluxlanden ;
d) op particulieren in het bezit van een verlof tot het voorhanden hebben, opsiaan of vervoeren van tot de categorie II behorende vvapens of munitie, doch uitsluitend in het land waar dit verlof is verleend.

Artikel 10 - Dragen

1. Het is verboden een tot de categorieën II en III behorend wapen te dragen.

2. Het verbod van lid 1 is niet van toepassing op personen in het bezit van een verlof tot het dragen van wapens. Dit verlof wordt uitsluitend afgegeven voor tot categorie fI behorende
wâpens en geldt alleen voor het land, waar het is afgegeven.