Overgangsregeling wapenwet – vervolging illegaal wapenbezit

Klik hier om het volledige document in .pdf te lezen en af te drukken

1. Inleiding
2. Wat is illegaal wapenbezit ?
3. Overgangsregeling
3.1. Verboden wapens
3.2. Wapens vergund onder de oude wapenwet van 1933
3.3. Vroegere “jacht- en sportwapens” zonder vergunning
4. Erven van een illegaal wapen
5. Vervolging van het illegale wapenbezit


1. Inleiding

De nieuwe wapenwet van 8 juni 2006 is nu ondertussen reeds meer dan drie jaar in werking getreden. Deze wet werd aangenomen na een overhaast parlementair “debat” dat volledig beheerst werd door emo-politiek na de tragische moordpartij van Hans Van Themsche in Antwerpen. Op verschillende vlakken was de nieuwe wet in strijd met de Grondwet. Er waren ook talrijke reparaties nodig om de wet werkbaar te maken.

Vanaf 1 september 2008 trad de “aangepaste” nieuwe wapenwet in werking. De aanpassingen hielden rekening met de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. De aangepaste wet bepaalt dat de nieuwe wapenvergunningen opnieuw voor onbepaalde duur geldig zijn. Er is een regeling uitgewerkt voor “passief wapenbezit” die het mogelijk maakt dat legale wapens in het vermogen kunnen blijven, b.v. na een erfenis. Het bedrag van de retributies werd aanzienlijk verlaagd.

Aanvankelijk moest iedereen zich met de nieuwe wapenwet in regel stellen uiterlijk tegen 9 december 2006. Dit was van in het begin onrealistisch. De overheid zelf had immers al meer dan zes maanden nodig om een uitvoeringsbesluit te maken (dat er dan pas kwam op 1 februari 2007…). De termijn werd dan ook een eerste keer verlengd tot 30 juni 2007. Daarna werd de termijn nogmaals verlengd tot 31 oktober 2008. Deze verlenging liet iedereen toe nog te genieten van de nieuwe regeling.

Ondertussen zijn alle overgangstermijnen dus verstreken. Wie zich nog niet in regel heeft gesteld, riskeert vervolging.

Onlangs heeft het College van Procureurs-Generaal een omzendbrief uitgevaardigd die richtlijnen geeft aan de parketten voor de vervolging van overtredingen van de wapenwet.

Eerst vatten we alle overgangsbepalingen van de nieuwe wapenwet samen. Daarin wordt aangegeven wanneer het bezit van een wapen illegaal is. Vervolgens bespreken we de nieuwe omzendbrief van het College der Procureurs-Generaal rond het vervolgingsbeleid.


2. Wat is illegaal wapenbezit ?

Illegaal wapenbezit

Illegale wapens zijn wapens die voorhanden gehouden worden in overtreding met de wapenwet. Elk vuurwapen in principe vergunningsplichtig . Dit betekent dat men voor elk vuurwapen houder moet zijn van een wapenvergunning . Er zijn enkele uitzonderingen voor wie een jachtverlof of een spotschutterslicentie heeft. Als men het vuurwapen voorhanden houdt zonder vergunning, is er sprake van illegaal wapenbezit.

Verboden wapenbezit

Illegaal wapenbezit kan onderscheiden worden van verboden wapenbezit. Verboden wapenbezit betekent dat men met een verboden wapen (b.v. een automatisch wapen) een verrichting doet of dat wapen voorhanden heeft. Enkel in heel uitzonderlijke gevallen (b.v. musea, verzamelaars, ordediensten, …) is het bezit van een verboden wapen toegestaan .

Straffen

Illegaal en/of verboden wapenbezit maakt een overtreding uit van de wapenwet. Deze overtreding kan worden gestraft als volgt :

  • Een geldboete van 100 EUR tot 25.000 EUR (te vermenigvuldigen met 5,5); of
  • Een gevangenisstraf van één maand tot vijf jaar. Een minimum gevangenisstraf van één jaar moet worden opgelegd als de overtreding gepleegd wordt door een erkend wapenhandelaar of ten aanzien van een minderjarige;
  • Het wapen moet verplicht worden verbeurd verklaard en wordt vernietigd.

Het is dus van het grootste belang om nauwgezet op te volgen dat men voor elk vuurwapen in het bezit is van het juiste documenten.


3. Overgangsregeling

De meeste bepalingen van de nieuwe wapenwet zijn op 9 juni 2006 in werking getreden . Vanaf 1 september 2008 werd de oude wapenwet volledig opgeheven en vervangen door de nieuwe wapenwet.

Door de nieuwe wapenwet werden alle vuurwapens vergunningsplichtig. Een aantal wapens werd ook verboden. Daarom werden een aantal overgangsregels ingevoerd.


3.1. Verboden wapens

Elk bezit van een verboden wapen is een inbreuk op de wapenwet. De nieuwe wet bood de mogelijkheid om straffeloos afstand te doen van het verboden bij de lokale politie tot 31 oktober 2008 . Deze regeling gold enkel als het wapen niet gezocht of geseind stond. Automatische wapens moesten onomkeerbaar worden omgevormd tot semi-automatische wapens of worden overgedragen aan een erkend handelaar of wapenverzamelaar. Er kon ook afstand worden gedaan van deze wapens . Als ze eerder vergund waren, kan de wapenbezitter aanspraak maken op een billijke vergoeding .

Het bezit van een verboden wapen na 31 oktober 2008 maakt dus steeds een overtreding van de wapenwet uit. Deze overtreding zal in principe vervolgd worden door het parket.


3.2. Wapens vergund onder de oude wapenwet van 1933

Vanaf 9 juni 2006 werd een nieuw vergunningensysteem voor wapens ingevoerd . Vanaf deze datum is de politie niet langer bevoegd om wapenvergunningen uit te reiken. Alle aanvragen verlopen via de diensten van de provinciegouverneur. De voorwaarden voor een wapenvergunning werden aanzienlijk verstrengd.

In de meeste gevallen moest voor de oude vergunning een hernieuwing worden aangevraagd tegen 31 oktober 2008. In een aantal gevallen geldt deze verplichting niet.

Hierna een beknopte samenvatting van de overgangsregeling. Er zijn twee situaties:

  • Het wapen kan onder de nieuwe wet NIET via een sportschutterslicentie of jachtverlof voorhanden gehouden worden
  • Het wapen kan onder de nieuwe wet WEL via een sportschutterslicentie of jachtverlof voorhanden gehouden worden
3.2.1. Wapens die onder de nieuwe wet NIET via de sportschutterslicentie kunnen geregistreerd worden

Alle vergunningen die, op basis van de oude wapenwet van 1933, zijn afgegeven door de provinciegouverneur (voor de vroegere “oorlogswapens”) of de lokale politie (voor de vroegere “verweerwapens) moeten worden hernieuwd binnen de vijf jaar na de datum waarop ze zijn afgegeven. De datum waarop de vergunning is afgegeven, is de datum van afgifte die vermeld is op de vergunning zelf. Bij verhuis werd vroeger een “duplicaat” van de vergunning uitgereikt . Ook hier geldt dat de vergunning maximaal vijf jaar geldig blijft na de datum van afgifte zoals vermeld op de vergunning .

Voorbeeld: Jonas is houder van een wapenvergunning die is uitgereikt op 15 augustus 1997. In 2005 is Jonas verhuisd. De politie heeft hem een duplicaat van zijn vergunning uitgereikt waarop het nieuwe adres vermeld is. Als “datum van afgifte” vermeldt het document “12 april 2005”. De vergunning van Jonas blijft voor onbepaalde duur geldig

Voorbeeld: Valère is houder van een wapenvergunning die is uitgereikt op 14 juli 1998. De vergunning van Valère moest in elk geval voor 31 oktober 2008 vernieuwd worden. Als Valère geen hernieuwing aanvroeg, is hij een illegaal wapenbezitter geworden.

In de praktijk betekent dit het volgende:

  • Alle vergunningen afgegeven voor 9 juni 2001 moesten in elk geval uiterlijk tegen 31 oktober 2008 hernieuwd worden. De aanvraag moest gebeuren bij de provinciegouverneur, al dan niet met tussenkomst van de lokale politie. Als geen hernieuwing was aangevraagd voor 31 oktober 2008, is het wapen illegaal geworden.
  • De wet is onduidelijk over het lot van de vergunningen afgegeven na 9 juni 2001. Eerder hebben wij, gelet op de slordige redactie van de wapenwet verdedigd dat deze vergunningen mogelijks voor onbepaalde duur zijn afgegeven . Dit standpunt werd bijgetreden in andere rechtsleer en wordt nu ook gevolgd door de Federale Wapendienst.

Vergunningen afgegeven na 9 juni 2001 blijven dus geldig, deze wapens zijn niet illegaal, ook al werd geen hernieuwing gevraagd. Het is echter niet uit te sluiten dat de wapenwet nog gewijzigd zou worden op dit punt.

Wij raden echter aan om de hernieuwing aan te vragen voor alle wapenvergunningen die zijn afgegeven op basis van de wet van 3 januari 1933. Er zijn geen redenen om dat niet te doen. Na de aanpassing van de wapenwet wordt de retributie voor een vergunningsaanvraag bepaald per aanvraagdossier (en niet meer per aangevraagd wapen). Bovendien blijft de nieuwe vergunning ook voor onbepaalde duur geldig.

De vergunningen afgegeven op basis van de nieuwe wapenwet blijven geldig voor onbepaalde duur . Dit geldt zelfs al mocht nog een datum van geldigheid op de vergunning vermeld zijn . Er is dus geen enkele reden om de hernieuwing van oude wapenvergunningen nog uit te stellen.

3.2.2. Wapens die onder de nieuwe wet WEL via de sportschutterslicentie kunnen geregistreerd worden

Wie houder is van een geldige sportschutterslicentie kan sommige wapens voorhanden hebben zonder vergunning . Het betreft de wapens ontworpen voor het sportschieten, zoals bepaald in een lijst vastgesteld door de minister van Justitie . Houders van een voorlopige sportschutterslicentie kunnen niet van deze regeling genieten .

Na de nieuwe wapenwet is het nu ook mogelijk dat sommige wapens die vroeger vergund waren via een “model 4” worden geregistreerd op de sportschutterslicentie (b.v. een grendelkarabijn in kaliber .22 dat vroeger vergund was als “verweerwapen”). Deze wapens waren ook al vergunningsplichtig onder de oude wapenwet. Ze vallen niet onder de overgangsregeling voor “jacht-of sportwapens”, maar onder de gewone regeling. Dit betekent dat de vergunning ongeldig wordt, indien de hernieuwing niet binnen de vijf jaar is aangevraagd in de mate dat het vergunningen betreft die zijn afgeven voor 9 juni 2001.

Echter, sommige wapens waar vroeger steeds een vergunning voor vereist was, zijn onder de nieuwe wapenwet vrijgesteld van een vergunning (b.v. een grendelkarabijn in .22) voor de houder van een sportschutterslicentie.

Als deze vergunning vervalt, en als het wapen voorkomt op de lijst van wapens ontworpen voor het sportschieten, kan de sportschutter het wapen houden via zijn sportschutterslicentie.

Er moet aan twee voorwaarden worden voldaan:

  • ononderbroken houder van een geldige sportschutterslicentie sedert 1 november 2008;
  • het wapen komt voor op de lijst van wapens ontworpen voor het sportschieten waarvoor de houder van een sportschutterslicentie geen vergunning dient aan te vragen.

Als aan deze voorwaarden is voldaan, is er geen sprake van illegaal wapenbezit. Immers, sedert het aflopen van de overgangsregeling (of het verval van de vergunning) is het wapenbezit toegestaan door de geldige sportschutterslicentie.

Voorbeeld: Imelda heeft een wapenvergunning voor een grendelkarabijn in .22LR die was afgegeven door de lokale politie op 15 juni 1999. Ze moest uiterlijk tegen 31 oktober 2008 de hernieuwing van haar vergunning aanvragen. Indien zij vanaf 31 oktober 2008 ononderbroken houder gebleven is van een geldige sportschutterslicentie voor wapencategorie D, is ze niet illegaal in het bezit van dit karabijn.

Voorbeeld: Bart heeft een wapenvergunning voor een grendelkarabijn in .308 Winchester die hem door de gouverneur was uitgereikt op 13 juni 2000. Hij moest op 31 oktober 2008 de hernieuwing van zijn wapenvergunning aanvragen. Op 1 februari 2009 behaalt Bart zijn sportschutterslicentie in wapencategorie D. Hij kan het wapen niet laten registreren via zijn sportschutterslicentie. Immers, tussen 1 november 2008 en 31 januari 2009 was hij illegaal in het bezit van het wapen, vermits hij geen geldige vergunning meer had. Zijn vergunning verviel immers op 1 november 2008 aangezien hij geen geldigverklaring aanvroeg.

Er is nergens bepaald op welke wijze de vergunning “model 4” dan vervangen moet worden door een registratiedocument “model 9”. Deze lacune in de uitvoeringsbesluiten van de wapenwet is nog niet opgelost. Wij raden aan om de gouverneur van de provincie aan te schrijven en hem mee te delen dat het wapen via de geldige sportschutterslicentie voorhanden kan worden gehouden. De diensten van de gouverneur kunnen dan een registratiedocument overmaken aan de sportschutter. Het heeft geen zin om zelf een model 9 in te vullen met de sportschutter als verwerver en als overdrager.


3.3. Vroegere “jacht- en sportwapens” zonder vergunning

De wapens die onder de oude wapenwet als “jacht- en sportwapens” waren beschouwd, zijn onder de nieuwe wapenwet vergunningsplichtig geworden. Er moest dus een vergunning voor worden aangevraagd tot 31 oktober 2008. Sportschutters konden, tot 31 oktober 2008, deze wapens laten registreren via de sportschutterslicentie .

Vanaf 1 november 2008 moest de sportschutter dus, voor de vroegere “jacht- en sportwapens”:

  • Ofwel een wapenvergunning aanvragen (via het “model 6”)
  • Ofwel het wapen laten registreren via de sportschutterslicentie.

Wie hier geen initiatief nam, is in het bezit van een illegaal wapen.


4. Erven van een illegaal wapen

Het komt vaak voor dat, bij een sterfgeval, wapens ontdekt worden door de erfgenamen die door de overledene illegaal werden voorhanden gehouden.

In dergelijk geval kan nooit een beroep worden gedaan op de regeling voor “passief wapenbezit”. Deze regeling beschermt immers enkel de erfgenamen van wie zijn wapens legaal voorhanden hield .

Het kan echter voor de erfgenaam wel mogelijk zijn om een vergunning aan te vragen als ontdekker van het wapen . Er zal dan aan alle wettelijke voorwaarden moeten zijn voldaan. Zo zal vereist zijn dat de erfgenaam een wettige reden voor het wapenbezit kan aanvoeren (zoals recreatief- en sportief schieten). Deze regeling wordt enkel toegepast indien met daadwerkelijk de “ontdekker” is van het wapen. Dit impliceert dat de erfgenaam niet op de hoogte was van het bestaan van het illegale wapen.


5. Vervolging van het illegale wapenbezit

Op 18 juni 2009 heeft het College van Procureurs-Generaal een omzendbrief opgesteld met betrekking tot de nieuwe wapenwet . De omzendbrief vat op summiere en wijze de overgangsregeling samen.

Daarnaast worden aan de parketten instructies gegeven voor de coördinatie van hun beleid. Er worden vier situaties omschreven:

Wapen gebruikt voor het plegen van een misdrijf

Dergelijk wapen wordt steeds in beslag genomen. Er wordt PV opgesteld. Het komt aan het parket toe om te beslissen over de verdere strafvervolging.

Een persoon biedt zich spontaan aan bij de politie om een illegaal wapen of munitie af te geven

De omzendbrief is vrij tolerant t.a.v. de berouwvolle illegale wapenbezitter. Als de wapens niet geseind staan of gebruikt werden voor het plegen van een misdrijf, kan de zaak “administratief” worden afgehandeld. Er is geen vervolging voor de Correctionele rechtbank. De politie kanl een boete opleggen.

Eerst wordt dan onderzocht of de afgegeven wapens niet gekend zijn. Na vier maand mogen ze worden vernietigd. Het is het College van Procureurs-generaal blijkbaar bekend dat in een aantal politiekantoren afgegeven wapens werden ontvreemd of geheeld. Om fraude te vermijden bij de lokale politie, moet door de korpschef van de politie een controle- en toezichtssysteem worden ingesteld. Eveneens moet maandelijks een listing worden opgesteld die moet worden voorgelegd aan het parket.

Toevallige ontdekking van een illegaal wapen

Het kan gebeuren dat de politiediensten, tijdens een huiszoeking of een bezoek, wapens aantreffen die illegaal zijn. In dergelijk geval wordt PV opgesteld. Aan de overtreder wordt gevraagd vrijwillig afstand te doen van het wapen. Er wordt een minnelijke schikking van 150 tot 250 EUR voorgesteld.

Echter, als de overtreder te goeder trouw is (b.v. niet wist dat het wapen daar was), of als nog een regularisatie mogelijk is , wordt geen boete opgelegd.

Strafrechtelijke vervolging wordt ingesteld:

  • Als geweigerd wordt om vrijwillig afstand te doen van het wapen;
  • Als blijkt dat de serienummers van het wapen vervalst of weggevijld zijn;
  • Als het wapen werd gestolen of geseind staat;
  • Als het voorstel tot minnelijke schikking wordt geweigerd.

Controle op basis van bestanden

De meeste lokale politiezones houden eigen bestanden bij over de toegekende wapenvergunningen. Deze bestanden kunnen vergeleken worden met de bestanden van de gouverneur of met het CWR.

Uit deze vergelijking kan blijken dat een wapenbezitter geen hernieuwing aanvroeg van een vergunning, en dus illegaal in het bezit is van een wapen.

In dergelijk geval wordt een PV opgesteld. Er wordt gevraagd aan de overtreder om vrijwillig afstand te doen van het wapen. Het dossier wordt dan geseponeerd (wat betekent dat er geen verdere strafvervolging wordt ingesteld). Als blijkt dat de wapenbezitter gerechtelijke antecedenten heeft die wapenbezit uitsluiten, of als het een verboden wapen betreft, wordt een minnelijke schikking van 150 tot 200 EUR voorgesteld.

Er kan toch nog strafvervolging worden ingesteld:

  • Als geweigerd wordt om vrijwillig afstand te doen van het wapen;
  • Als blijkt dat de serienummers van het wapen vervalst of weggevijld zijn;
  • Als het wapen werd gestolen of geseind staat;
  • Als het voorstel tot minnelijke schikking wordt geweigerd.