Omzendbrief van 25 oktober 2011 over de toepassing van de wapenwetgeving - hoofdstuk 2 - definities


2. Definities


2.1. Verdere toelichting en voorbeelden bij wettelijke definities

Artikel 2 WW geeft een heterogene reeks definities van termen die worden gebruikt in de regelgeving. Ook in sommige uitvoeringsbesluiten zijn definities terug te vinden. Die laatste worden (tenzij ze van algemeen nut zijn) besproken in de punten waar de betrokken besluiten zelf ter sprake komen.

Hieronder worden alle wettelijke definities weergegeven, waar mogelijk aangevuld met nuttige commentaar waarin onze interpretatie wordt weergegeven van de besproken definities. De gebruikte nummering is die van de wet.

1° wapenhandelaar : eenieder die voor eigen rekening en gewoonlijk, als hoofdactiviteit of als nevenactiviteit, tegen een vergoeding of om niet, vuurwapens, onderdelen ervan of munitie ervoor vervaardigt, herstelt, wijzigt, verhandelt of anderszins ter beschikking stelt;

Commentaar :
  • deze term dekt niet alleen de traditionele handelaars, maar ook de andere leden van de betrokken economische sector (fabrikanten, invoerders, ambachtelijke herstellers en onderaannemers, graveerders,...)
  • handelaars in blanke wapens zoals messen zijn geen wapenhandelaars
  • particulieren mogen occasioneel hun eigen wapens verkopen zonder als wapenhandelaar beschouwd te worden, zolang ze geen wapens verwerven met het oog op de wederverkoop ervan en dus geen verdoken handel drijven
  • particulieren, vooral jagers en sportschutters, mogen zelf in beperkte hoeveelheden munitie voor eigen gebruik vervaardigen zonder als wapenhandelaar beschouwd te worden, zonder ze evenwel te mogen verhandelen. Er is dan immers geen sprake van “gewoonlijk” vervaardigen of van enige ter beschikking stelling aan derden
  • hieronder vallen niet de schietstanden of particulieren die wapens tijdelijk uitlenen op de schietstand en personen begeleiden zonder evenwel de wapens definitief over te dragen

2° tussenpersoon : eenieder die, tegen een vergoeding of om niet, de voorwaarden creëert voor het sluiten van een overeenkomst met als onderwerp de vervaardiging, de herstelling, de wijziging, het aanbod, de verwerving, de overdracht of enige andere vorm van terbeschikkingstelling van vuurwapens, onderdelen ervan of munitie ervoor, ongeacht de herkomst en de bestemming ervan en ongeacht of de goederen op het Belgische grondgebied komen, of die een dergelijke overeenkomst sluit wanneer het vervoer door een derde wordt verricht;

Commentaar :
  • deze term slaat zowel op de particulier die als bijberoep optreedt als makelaar bij de aankoop van wapens door derden, als op internationale brokers die enkel een bureau in België hebben en zelf niet in contact komen met de wapens

3° antipersoonsmijnen, valstrikmijnen en soortgelijke mechanismen : ieder tuig dat op of onder enig oppervlak of in de nabijheid daarvan wordt geplaatst, en ontworpen of aangepast is om te ontploffen of uiteen te spatten door de aanwezigheid of nabijheid van of het contact met een persoon, al dan niet voorzien van een anti-hanteermechanisme, dat de mijn beschermt, er onderdeel van is, verbonden is met, bevestigd aan of geplaatst onder de mijn en dat in werking wordt gesteld wanneer een poging wordt gedaan de mijn te manipuleren of opzettelijk te ontregelen;

4° submunitie : alle munitie die zich, om haar functie te vervullen, van een moederbom losmaakt. Dat betreft alle munitie of explosieve ladingen die bedoeld zijn om op een bepaald ogenblik te ontploffen nadat zij zijn gelanceerd of uitgestoten uit een moederbom met verspreidingsmunitie, met uitzondering van :
- verspreidingssystemen die alleen rook- of lichtmunitie bevatten, of munitie die uitsluitend bestemd is om als elektrisch of elektronisch afweermiddel te dienen;
- systemen met meervoudige munitie die alleen bedoeld is om pantservoertuigen te doorboren en te vernietigen, die uitsluitend met die doelstelling kunnen worden ingezet zonder dat ze gevechtszones kunnen bestrijken zonder enig onderscheid, meer bepaald doordat hun traject en hun doelwit moeten worden gecontroleerd, en die in voorkomend geval uitsluitend kunnen exploderen op het ogenblik dat ze inslaan en in ieder geval niet kunnen exploderen louter door het contact met, de aanwezigheid of de nabijheid van een persoon;

5° blindmakend laserwapen : wapen ontworpen of aangepast met als enig doel of onder meer als doel om door middel van lasertechnologie mensen permanent blind te maken;

6° brandwapen : elk wapen of elk stuk munitie dat in de eerste plaats is ontworpen om objecten in brand te steken of brandwonden toe te brengen aan personen via de inwerking van vlammen, hitte of een combinatie daarvan, voortgebracht door een chemische reactie van een op het doel gebrachte stof;

7° spring- of valmes met slot : mes waarvan het lemmet door een mechanisme of door de zwaartekracht uit het heft wordt gebracht en automatisch wordt geblokkeerd;

Commentaar :
  • de bekendste voorbeelden hiervan zijn de messen beter gekend onder de benamingen « knipmes » of « stiletto »
  • het gaat dus niet over messen waarvan het lemmet handmatig moet worden opengevouwen en al dan niet automatisch kan worden geblokkeerd met een veer, knop of ring

8° vlindermes : een mes, waarvan het heft in de lengterichting in tweeën is gedeeld en waarvan het lemmet naar buiten wordt gebracht door elk van de delen van het heft in tegenovergestelde richting zijdelings open te vouwen;

9° namaakwapen : al dan niet inerte natuurgetrouwe imitatie, replica of kopie van een vuurwapen;

Commentaar :
  • de ouderdom van namaakwapen en origineel model speelt geen rol
  • van doorslaggevend belang is de uiterlijke gelijkenis, maar ook het gewicht kan meespelen
  • de vraag die men zich moet stellen om iets als namaakwapen te beschouwen, is of iemand zich er redelijkerwijs bedreigd zou kunnen door voelen

10° lang wapen : wapen waarvan de looplengte meer dan 30 cm bedraagt of waarvan de totale lengte meer dan 60 cm bedraagt;

Commentaar :
  • a contrario heeft een kort wapen een looplengte van ten hoogste 30 cm en een totale lengte van ten hoogste 60 cm

11° vouwgeweer : wapen waarvan de loop, door volledig te draaien rond een as, langsheen de kolf komt, zodat de lengte van het wapen is herleid tot de helft ervan, waardoor het aldus gemakkelijk kan worden verborgen onder de kledij;

Commentaar :
  • niet te verwarren met de term plooigeweer die vaak wordt gebruikt voor openknikkende jachtgeweren
  • typevoorbeeld van het stropersgeweer
  • geweren met een klapkolf of met een uitschuifbare kolf vallen hier evenwel niet onder als deze kolven er niet voor zorgen dat het wapen gemakkelijk kan worden verborgen onder de kledij.

12° niet-vuurwapen : elk wapen dat één of meerdere projectielen afschiet waarvan de voortstuwing niet resulteert door de verbranding van poeder of door een detonator;

Commentaar :
  • deze term dekt uiteenlopende soorten wapens : luchtpistolen, loodjesgeweren, airsoftwapens, paintballmarkers, bogen, kruisbogen, katapulten, ...
  • ook de zeldzame wapens die projectielen afschieten door middel van elektrische impulsen vallen hieronder

13° blank wapen : elk wapen voorzien van één of meerdere klingen die één of meerdere snedes hebben;

Commentaar :
  • in deze definitie gaat het alleen over de steek- en snijwapens, maar verderop bij de bespreking van het statuut van de blanke wapens (punt 3.3.1) worden ook sommige slagwapens ermee gelijkgesteld

14° werpmes : mes waarvan het bijzonder evenwicht toelaat met precisie te werpen;

Commentaar :
  • dit zijn de messen die onder meer gebruikt worden bij stunts en in circussen, die zich nu tevreden moeten stellen met imitaties
  • ook zgn. ballistische messen vallen hieronder, dit zijn lemmeten met het uitzicht van een werpmes die niet worden geworpen, maar afgeschoten door een mechanisme in het heft

15° nunchaku : vlegel bestaande uit twee korte onbuigzame stokjes die met elkaar verbonden zijn door een ketting of een ander middel;

Commentaar :
  • bij gevechtssporten neemt men vaak zijn toevlucht tot imitaties waarvan de stokjes zijn gemaakt uit een buigzaam materiaal of zijn overtrokken met een soepel materiaal; die zijn aanvaardbaar als ze niet kunnen kwetsen

16° werpster : metalen plaatje in de vorm van een ster en met scherpe punten, dat kan worden verborgen en ook « shuriken » wordt genoemd;

17° jachtverlof : een document dat het recht verleent om de jacht te beoefenen en dat is afgeleverd door of namens de gewestelijke overheden bevoegd voor de jacht, of een gelijkwaardig document afgeleverd in een andere lidstaat van de Europese Unie, of een door de minister van Justitie erkend document afgeleverd in een andere staat;

Commentaar :
  • een jachtverlof uit een andere EU-lidstaat is niet per definitie gelijkwaardig : voor elk land dient het bewijs geleverd te worden dat het document slechts wordt afgegeven na grondige controle van de gerechtelijke antecedenten en de theoretische en praktische kennis (7)
  • de Federale Wapendienst kan namens de minister jachtverloven van andere staten ook als gelijkwaardig beschouwen indien de gerechtelijke antecedenten en de theoretische en praktische kennis grondig werden onderzocht in het land dat het jachtverlof heeft uitgereikt

18° sportschutterslicentie : een document dat het recht verleent om de schietsport te beoefenen en dat is afgeleverd door of namens de gemeenschapsoverheden bevoegd voor sport, of een gelijkwaardig document afgeleverd in een andere lidstaat van de Europese Unie of een door de minister van Justitie erkend document afgeleverd in een andere staat;

Commentaar :
  • hiervoor gelden dezelfde opmerkingen als bij het jachtverlof, met dien verstande dat in tegenstelling daartoe in veel landen geen officiële sportschutterslicentie bestaat of ze niet gelijkwaardig blijkt te zijn!

19° schietstand : een schietinstallatie voor vuurwapens, al dan niet gelegen in een gesloten lokaal;

Commentaar :
  • ook openlucht-schietstanden voor het kleischieten vallen hieronder
  • schietstanden waar alleen met niet-vuurwapens wordt geschoten (paintball, luchtdruk,...) vallen hier niet onder

20° munitie : een geheel bestaande uit een huls, een slaghoedje, een kruitlading en een of meer projectielen;

Commentaar :
  • de projectielen bestemd voor niet-vuurwapens vallen in beginsel niet onder deze definitie, tenzij ze alle elementen bevatten van munitie
  • blanke munitie (of oefenmunitie) voldoet niet aan deze definitie bij gebrek aan projectiel, en kan er dus niet mee worden gelijkgesteld

21° automatisch vuurwapen : enig vuurwapen dat, na elk afgevuurd schot, zich automatisch herlaadt en dat met een druk op de trekker, een salvo van meerdere schoten kan afvuren;

Commentaar :
  • elk vuurwapen dat automatisch kan vuren, ook al kan het ook in een andere modus vuren, is te beschouwen als een automatisch vuurwapen

22° verblijfplaats : de belangrijkste verblijfplaats die iemand in België heeft, met uitsluiting van de plaatsen waar wapens worden bewaard en die de betrokkene deelt met derden;

Commentaar :
  • de plaats waar de betrokkene het meest aanwezig is als hij twee eigen verblijfplaatsen heeft in ons land, of één in ons land en één in het buitenland
  • de plaats waar het wapen is ondergebracht als de betrokkene evenveel aanwezig is in twee verblijfplaatsen in ons land, of waarvan één in ons land ligt en één in het buitenland
  • niet een tweede verblijfplaats die door anderen wordt bewoond wanneer de betrokkene er zelf niet aanwezig is

23° loop : onderdeel van een wapen, bestaande uit de holte waarlangs het projectiel voorbijkomt, al dan niet met trekken, en gewoonlijk met een kamer waarin het projectiel wordt ingebracht;

24° revolver : kort vuurwapen met rotatiemagazijn of trommel met een of meerdere kamers. De kamers komen achtereenvolgens voor de loop te staan door druk op de trekker of bij rechtstreekse wapening, door druk van de duim op de haan van het wapen;

Commentaar :
  • er bestaan ook enkelschotsrevolvers waarvan de trommel niet beweegt
  • trommelkarabijnen zijn lange wapens en vallen niet onder deze definitie

25° pistool : kort vuurwapen waarbij de uitwerping van de huls, de invoering van de nieuwe patroon en het vergrendelen automatisch gebeurt na het vertrekken van het schot, dankzij de energie die ontstaat door de ontploffing van de kruitlading of door de verbrandingsgassen. De schutter moet de trekker loslaten en opnieuw drukken om een nieuw schot af te vuren;

Commentaar :
  • er bestaan ook enkelschotspistolen zonder lader

26° repeteerwapen : vuurwapen dat projectielen één per één afvuurt bij iedere druk op de trekker, doch waarbij de schutter het wapen manueel dient te herbewapenen, met een hefboom, een grendel of een pomp.

Commentaar :
  • bekende voorbeelden van elk gebruikt mechanisme zijn de Winchesterkarabijn (hefboom), de Lee-Enfield (grendel) en de riot-gun (pomp)
  • een single-actionrevolver, waarbij de haan met de vinger moet worden opgespannen voor elk schot, is een repeteerwapen


2.2. Nuttige definities uit andere regelgeving

De bovenstaande definities van automatische wapens en van repeteerwapens zijn door de wet overgenomen uit de Richtlijn 91/477/EEG. In deze Richtlijn zijn ook de volgende andere relevante definities opgenomen :

1° semi-automatisch of halfautomatisch wapen : een vuurwapen dat na elk schot automatisch weer geladen wordt en dat bij eenmalige bediening van de trekker niet meer dan één projectiel kan afvuren;

Commentaar :
  • een double-actionrevolver, waarbij de haan automatisch wordt opgespannen door de trekker te manipuleren voor elk schot, heeft een semi-automatische werking, maar wordt traditioneel niet beschouwd als een semi-automatisch wapen doch wel als een repeteerwapen

2° enkelschotswapen : een vuurwapen zonder lader, dat voor elk schot wordt geladen door met de hand een kogel in de kamer of in een hiertoe aangebrachte ruimte bij de ingang van de loop te brengen.

Commentaar :
  • een pistool is in principe een semi-automatisch wapen, tenzij het slechts een enkelschotswapen is

De definitie van jagen en sportschieten is terug te vinden in de verschillende betrokken gewest- en gemeenschapsdecreten. Hoewel de regelgeving verschillend is, zijn de definities in de praktijk dezelfde :
1° jagen volgens het Vlaams jachtdecreet : de jachtdaad is de handeling waarbij het wild gedood of gevangen wordt, alsmede de handeling waarbij dat wild met dat doel opgespoord en achtervolgd wordt. In dit decreet wordt het woord jagen gebruikt in de betekenis van het stellen van een jachtdaad;
2° sportschieten volgens het Vlaams sportschuttersdecreet : het beoefenen van de schietdisciplines die worden aangeboden door de internationale schietsportfederatie die erkend is door het Internationaal Olympisch Comité, of door de schietsportfederaties, met uitzondering van het buksschieten; de sportschutter is de natuurlijke persoon die via een schuttersvereniging lid is van een schietsportfederatie;

Commentaar :
  • in alle Gemeenschappen is het verboden om het sportschieten te beoefenen zonder houder te zijn van een sportschutterslicentie. De definitie van het begrip « sportschieten » verschilt in elke Gemeenschap. De decreten regelen echter enkel het beoefenen van de schietsport binnen de disciplines die worden aangeboden door de erkende schietsportfederaties. Met de term « recreatief schieten » in de wapenwet wordt dan bedoeld het schieten buiten het door de Gemeenschappen geregelde kader (b.v. wapenbezitters die niet bij een club zijn aangesloten en/of die geen door een federatie georganiseerde schietdisciplines beoefenen).

Verwijzingen

(7) Artikel 12, 1° Wapenwet