Omzendbrief van 25 oktober 2011 over de toepassing van de wapenwetgeving - hoofdstuk 3 - Indeling van de wapens in categorieën

3. Indeling van de wapens in categorieën

3.1. Verboden wapens
3.1.1. Wettelijke opsomming
3.1.2. Bij besluit verboden wapens
3.1.3. Verboden handelingen
3.1.4. Uitzonderingen voor wapenhandelaars, verzamelaars en de overheid

3.2. Vergunningsplichtige wapens
3.2.1. Betekenis van de restcategorie
3.2.2. Bij besluit vergunningsplichtige wapens
3.2.3. Principieel vrij verkrijgbare wapens die vergunningsplichtig worden
3.2.4. Verboden en toegelaten handelingen

3.3. Vrij verkrijgbare wapens
3.3.1. Blanke wapens
3.3.2. Niet-vuurwapens
3.3.3. Historische, folkloristische en decoratieve wapens
3.3.4. Vergunningsplichtige wapens die in sommige omstandigheden worden ingedeeld als « vrij verkrijgbaar » voor specifieke activiteiten
3.3.5. Geneutraliseerde wapens
3.3.6. Verboden en toegelaten handelingen

3.4. Wapens vs. werktuigen en speelgoed

3.5. Illegale wapens


3. Indeling van de wapens in categorieën

In onze regelgeving is sprake van drie categorieën van wapens : verboden wapens, vergunningsplichtige wapens en vrij verkrijgbare wapens. Vuurwapens die niet uitdrukkelijk bij de verboden of de vrij verkrijgbare wapens zijn ingedeeld, zijn vergunningsplichtig. Niet-vuurwapens zijn dan weer principieel vrij verkrijgbaar, maar kunnen vergunningsplichtig worden gemaakt of verboden worden. Tot slot wordt ingegaan op de soms moeilijke aflijning tussen wapens en andere voorwerpen.


3.1. Verboden wapens


3.1.1. Wettelijke opsomming (8)

Opmerking - Uit de vroegere opsomming van de verboden wapens in de wet zijn de dolken en dolkmessen verdwenen. Dit komt enerzijds omdat hun statuut al te veel aanleiding gaf tot twijfel en discussie, en anderzijds omdat veel types van messen die als verboden dolkmessen konden worden beschouwd noodzakelijk of nuttig zijn bij het beoefenen van een hobby. Dat deze messen voortaan vrij verkrijgbaar zijn, betekent echter niet dat ze ontsnappen aan alle controle : hun dracht en bijgevolg hun gebruik zijn nog steeds onderworpen aan een wettige reden !(9)

1° antipersoonsmijnen, valstrikmijnen en soortgelijke mechanismen (ieder tuig dat op of onder enig oppervlak of in de nabijheid daarvan wordt geplaatst, en ontworpen of aangepast is om te ontploffen of uiteen te spatten door de aanwezigheid of nabijheid van of het contact met een persoon, al dan niet voorzien van een anti-hanteermechanisme, dat de mijn beschermt, er onderdeel van is, verbonden is met, bevestigd aan of geplaatst onder de mijn en dat in werking wordt gesteld wanneer een poging wordt gedaan de mijn te manipuleren of opzettelijk te ontregelen), en blindmakende laserwapens (wapen ontworpen of aangepast met als enig doel of onder meer als doel om door middel van lasertechnologie mensen permanent blind te maken);

2° brandwapens (elk wapen of elk stuk munitie dat in de eerste plaats is ontworpen om objecten in brand te steken of brandwonden toe te brengen aan personen via de inwerking van vlammen, hitte of een combinatie daarvan, voortgebracht door een chemische reactie van een op het doel gebrachte stof);

3° wapens ontworpen voor uitsluitend militair gebruik, zoals automatische vuurwapens, lanceertoestellen, artilleriestukken, raketten, wapens die gebruik maken van andere vormen van straling dan die bedoeld onder het 1°, munitie die specifiek is ontworpen voor die wapens, bommen, torpedo's en granaten;

4° submunitie (alle munitie die zich, om haar functie te vervullen, van een moederbom losmaakt. Dat betreft alle munitie of explosieve ladingen die bedoeld zijn om op een bepaald ogenblik te ontploffen nadat zij zijn gelanceerd of uitgestoten uit een moederbom met verspreidingsmunitie, met uitzondering van verspreidingssystemen die alleen rook- of lichtmunitie bevatten, of munitie die uitsluitend bestemd is om als elektrisch of elektronisch afweermiddel te dienen, en van systemen met meervoudige munitie die alleen bedoeld is om pantservoertuigen te doorboren en te vernietigen, die uitsluitend met die doelstelling kunnen worden ingezet zonder dat ze gevechtszones kunnen bestrijken zonder enig onderscheid, meer bepaald doordat hun traject en hun doelwit moeten worden gecontroleerd, en die in voorkomend geval uitsluitend kunnen exploderen op het ogenblik dat ze inslaan en in ieder geval niet kunnen exploderen louter door het contact met, de aanwezigheid of de nabijheid van een persoon);

5° spring- en valmessen met slot (mes waarvan het lemmet door een mechanisme of door de zwaartekracht uit het heft wordt gebracht en automatisch wordt geblokkeerd), vlindermessen (een mes, waarvan het heft in de lengterichting in tweeën is gedeeld en waarvan het lemmet naar buiten wordt gebracht door elk van de delen van het heft in tegenovergestelde richting zijdelings open te vouwen), boksbeugels en blanke wapens die uiterlijk gelijken op een ander voorwerp (bijvoorbeeld een mes verborgen in een riem);

6° degenstokken en geweerstokken die geen historische sierwapens zijn : het gaat om wandelstokken of paraplu's waarin een steekwapen of een vuurwapen verborgen zit, en die geen aantoonbare historische waarde hebben;

7° knotsen (wapens die zijn gemaakt om iemand zware slagen mee te geven) en wapenstokken (het woord "matrak" is een soortnaam waaronder alle kleine slagwapens worden bedoeld, uit eender welk materiaal vervaardigd en die, naar vorm en bestemming, een gelijkenis hebben met de wapenstok. Specifieke kenmerken van de wapenstok zijn o.m. het feit dat hij de vorm van een stok heeft; gemakkelijk te gebruiken en zelfs te verbergen is; zeer sterk en stevig is; voorzien van een handvat of van een riem en dat hij kennelijk ontworpen of bestemd is om te kneuzen of te verwonden);

8° vuurwapens waarvan de kolf of de loop op zich in verschillende delen kan worden uiteengenomen, vuurwapens die zodanig zijn vervaardigd of gewijzigd dat het dragen ervan niet of minder zichtbaar is dan wel dat hun technische eigenschappen niet meer overeenstemmen met die zoals omschreven in de vergunning tot het voorhanden hebben ervan en vuurwapens die uiterlijk gelijken op een ander voorwerp dan een wapen (hieronder valt bijvoorbeeld een geweer met afgezaagde loop);

9° draagbare tuigen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, met uitzondering van medische of diergeneeskundige hulpmiddelen (zgn. tasers);

10° voorwerpen bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen, met uitzondering van medische hulpmiddelen (bijvoorbeeld traangas- of pepersprays. Ons inziens verspreidt de zgn. “smurfenspray”, die een sterke kleurstof in het gezicht van een aanvaller spuit, waarbij die tijdelijk wordt verblind, een “soortgelijke” stof waardoor deze spray eveneens verboden is);

11° vouwgeweren boven kaliber 20 (wapen waarvan de loop, door volledig te draaien rond een as, langsheen de kolf komt, zodat de lengte van het wapen is herleid tot de helft ervan, waardoor het aldus gemakkelijk kan worden verborgen onder de kledij). De kaliberaanduiding 20 wijst op een loop met diameter 15,6mm, dus enkel lopen met een diameter van meer dan 15,6mm zijn verboden (dus kalibers 4, 10, 12, 14 en 16);

12° werpmessen (mes waarvan het bijzonder evenwicht toelaat met precisie te werpen);

13° nunchaku's (vlegel bestaande uit twee korte onbuigzame stokjes die met elkaar verbonden zijn door een ketting of een ander middel);

14° werpsterren (metalen plaatje in de vorm van een ster en met scherpe punten, dat kan worden verborgen en ook "shuriken" wordt genoemd);

15° vuurwapens uitgerust met de volgende onderdelen en hulpstukken, evenals de volgende onderdelen en hulpstukken afzonderlijk : geluiddempers (ook als ze in het wapen zijn geïntegreerd); laders met een grotere capaciteit dan de normale capaciteit zoals bepaald door de minister van Justitie voor een bepaald model vuurwapen; richtapparatuur voor vuurwapens, die een straal projecteert op het doel (niet de elektronische richtapparatuur waarbinnen een rood punt is te zien, zonder dat dit op het doel wordt geprojecteerd) en nachtkijkers (bedoeld worden de nachtkijkers die op een vuurwapen kunnen worden gemonteerd);

16° bij MB aangewezen tuigen, wapens en munitie die een nieuwe ernstige bedreiging voor de openbare veiligheid kunnen vormen en wapens en munitie die om die reden alleen de ordediensten voorhanden mogen hebben (deze mogelijkheid werd in het leven geroepen om te kunnen reageren wanneer een nieuw ongewenst type wapen op de markt komt);

17° voorwerpen en stoffen die niet als wapen zijn ontworpen, maar waarvan, gegeven de concrete omstandigheden, duidelijk is dat degene die ze voorhanden heeft, draagt of vervoert, ze wenst te gebruiken voor het toebrengen van lichamelijk letsel aan of het bedreigen van personen (dit zijn de zgn. verboden wapens door bestemming : eender welke zaak die als wapen wordt gebruikt);

18° inerte munitie en bepantsering die verarmd uranium of elk ander industrieel uranium bevatten.


3.1.2. Bij besluit verboden wapens

Het voornoemde punt 16° laat toe dat in de toekomst bepaalde tuigen, wapens en munitie bij ministerieel besluit als verboden wapens worden ingedeeld.
Alle vroegere koninklijke besluiten die wapens als verboden bestempelden, zijn opgeheven en bijna allemaal geïntegreerd in de nieuwe wet. Katapulten worden niet meer beschouwd als verboden wapens.

Op het vlak van de munitie bestaat er nog één KB (van 27/02/97) dat de munitie van kaliber 5.7 x 28 mm heeft verboden. Het betreft de munitie gebruikt door de P90 van FN.


3.1.3. Verboden handelingen (10)

In de praktijk zijn alle handelingen met verboden wapens uiteraard ook verboden. De wet somt het vervaardigen, herstellen, te koop stellen, verkopen, overdragen, vervoeren, opslaan, voorhanden hebben en dragen ervan op. In tegenstelling tot de oude regelgeving is het loutere bezit van een verboden wapen nu ook verboden en strafbaar.

Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld, worden de verboden wapens in beslag genomen, verbeurd verklaard en vernietigd, zelfs indien zij niet aan de veroordeelde toebehoren(11).

Het is tevens verboden om reclame te maken voor verboden wapens (12).


3.1.4. Uitzonderingen voor wapenhandelaars, verzamelaars en de overheid (13)

Sommige wapens zijn niet absoluut verboden : bepaalde handelingen mogen door bepaalde categorieën van personen worden gesteld onder strikte voorwaarden. Dit geldt echter uitsluitend als de wet hierin uitdrukkelijk voorziet.

De overheidsdiensten die voor de uitoefening van hun taak over dienstwapens mogen beschikken, worden opgesomd in het KB 26/6/02 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht. Om hen toe te laten van deze uitzondering te genieten, bestaat er bovendien voor elk van de opgesomde diensten een MB dat preciseert welke de dienstwapens zijn en onder welke voorwaarden ze mogen worden verworven, opgeslagen, gebruikt, enz. Voor hun dienstwapens hebben deze overheden geen vergunningen nodig en zijn de overige wettelijke bepalingen evenmin van toepassing. Dit betekent dat wapens die niet kunnen worden beschouwd als dienstwapens, maar die bijvoorbeeld voor didactische doeleinden voorhanden worden gehouden, wel onder de gewone wettelijke regeling vallen.

Het gebruik van privé-wapens als dienstwapen door leden van de politie is niet meer is toegelaten. Het omgekeerde, privé-gebruik van een dienstwapen, is mogelijk mits toelating van de korpschef en op voorwaarde dat de betrokkene een vergunning tot het voorhanden hebben van het wapen heeft verkregen. De door de gouverneur te volgen procedure in dergelijk geval is dezelfde als die voor iedereen, met dien verstande dat het wapen niet op naam van de betrokkene zal kunnen worden geregistreerd in het CWR en dat de geldigheid van de vergunning beperkt is tot wat de korpschef heeft bepaald en door de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de bewapening van de politie.

Om te kunnen voldoen aan de behoeften van de voornoemde overheden (evenals die van de publiekrechtelijke musea, dit zijn de musea die afhangen van de overheid), mogen erkende wapenhandelaars de betrokken wapens invoeren, opslaan, verhandelen, voorhanden hebben en vervoeren. In principe mag het alleen over bestelde hoeveelheden gaan, maar het is aanvaardbaar dat de handelaars een beperkte hoeveelheid prospectiemateriaal voorhanden houden.

De wapens en hulpstukken bedoeld in artikel 3, § 1, 3° en 15° WW (zie hierboven) mogen worden vervaardigd, hersteld, verkocht, ingevoerd, opgeslagen en vervoerd door erkende wapenfabrikanten die licentiehouder zijn van de betrokken wapens. Tussenpersonen komen hiervoor echter niet in aanmerking.

Erkende verzamelaars en musea hebben het recht bepaalde verboden wapens toch in hun verzameling op te nemen. Zo mogen ze automatische vuurwapens in originele staat aankopen, invoeren en voorhanden houden als ze er de slagpin uit verwijderen en ze bewaren op de wijze bepaald door de Koning (14). Dit geldt eveneens voor de wapens (andere dan automatische vuurwapens) en hulpstukken bedoeld in artikel 3, § 1, 3° en 15° WW (zie hierboven), als deze definitief geneutraliseerd zijn. Het neutraliseren van draagbare vuurwapens is een monopolie van de Proefbank voor vuurwapens, maar die kan niet instaan voor het neutraliseren van zwaar militair materieel zoals kanonnen (hiervoor is de tussenkomst van een bevoegde militaire overheid noodzakelijk, bijvoorbeeld de oorspronkelijke militaire eigenaar die attesteert dat ze het wapen heeft geneutraliseerd). Een erkenning uitsluitend voor deze verboden wapens en toebehoren is volgens ons echter niet mogelijk vermits artikel 6 WW de gouverneur enkel toestaat een erkenning af te leveren voor het verzamelen van vergunningsplichtige vuurwapens.

Een erkenning als verzamelaar kan wel worden aangevraagd door wie enkel de in artikel 3, § 1, 5°, 6°, 7°, 12°, 13° en 14° WW bedoelde wapens (zie hierboven : het gaat telkens over blanke wapens) wenst te verzamelen. Ze mogen door erkende verzamelaars worden voorhanden gehouden, verworven en ingevoerd, op voorwaarde dat ze overeenkomstig de reglementaire bepalingen ter zake worden bewaard zoals vuurwapens (15). Een erkenning als verzamelaar van uitsluitend deze wapens kan worden verkregen volgens de gewone procedure en de betrokken wapens worden dan gelijkgesteld met vuurwapens. Er moet worden opgemerkt dat wapenhandelaars deze wapens nooit mogen verhandelen. De betrokken verzamelaars en musea moeten dus hun nieuwe aanwinsten invoeren uit het buitenland.


3.2. Vergunningsplichtige wapens


3.2.1. Betekenis van de restcategorie (16)

De wetgeving gaat uit van het principe dat alle vuurwapens vergunningsplichtig zijn. Vuurwapens die niet uitdrukkelijk als zodanig zijn aangewezen door de wet of een uitvoeringsbesluit, zijn dus nooit vrij verkrijgbaar.

Munitie is vergunningplichtig van zodra ze kan worden gebruikt in een vergunningsplichtig vuurwapen. Dit geldt dus ook voor munitie die geschikt is voor zowel vergunningsplichtige als voor vrij verkrijgbare vuurwapens. Munitie voor niet-vuurwapens is nooit vergunningsplichtig (ze beantwoordt overigens niet aan de wettelijke definitie van munitie) (17).

Losse onderdelen van vuurwapens zijn vergunningsplichtig als ze kunnen worden gebruikt voor vergunningsplichtige wapens en als ze aan de wettelijke proef (kwaliteitscontrole door de proefbank) zijn onderworpen (18).

Uit de verschillende regelingen in de wapenwet kan worden afgeleid dat de vergunningsplicht niet steeds dezelfde is ten aanzien van alle personen. Zo is ze veel soepeler ten aanzien van jagers en sportschutters, die onder bepaalde voorwaarden hun jachtverlof en hun sportschutterslicentie mogen gelijkstellen met een vergunning tot het voorhanden hebben van bepaalde vuurwapens. Anders gezegd kunnen bepaalde vergunningsplichtige vuurwapens subjectief vergunningsvrij worden. Dit belet niet dat alle andere wettelijke bepalingen die van toepassing zijn op vergunningsplichtige wapens niet zouden gelden t.a.v. deze personen.

Ook het omgekeerde is mogelijk. Wapens ingedeeld als vrij verkrijgbare wapens (« objectief vrij verkrijgbare wapens »), omdat ze zijn vermeld in het KB van 20/9/91 betreffende de vuurwapens met historische, folkloristische of decoratieve waarde en de vuurwapens die voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt (of zijn bijlagen), kunnen in hoofde van de bezitters vergunningsplichtig worden als ze hun wapens voor het schieten (wensen te) gebruiken (19)

Niet-vuurwapens, zoals luchtdrukwapens, vallen niet onder de algemene vergunningsplicht (zoals die van toepassing is op vuurwapens). Die zijn in principe vrij verkrijgbaar, maar kunnen via een uitvoeringsbesluit vergunningsplichtig gemaakt worden. Het belangrijkste voorbeeld hiervan is het KB van 30/3/95 tot indeling van sommige gas- en luchtwapens.

In geval van twijfel kan advies of uitsluitsel worden gevraagd aan de wapendeskundigen van de lokale politie, aan het Centraal wapenregister en in laatste instantie aan de proefbank voor vuurwapens (voor technische kwesties), en aan de provinciale wapendiensten en in laatste instantie de federale wapendienst (voor juridische kwesties).


3.2.2. Bij besluit vergunningsplichtige wapens (20)

Zoals hiervoor gezegd, kunnen alleen niet-vuurwapens bij koninklijk besluit vergunningsplichtig worden gemaakt. Voor vuurwapens zou dit immers zinloos zijn vermits de wapenwet reeds in een algemene vergunningsplicht van vuurwapens voorziet.

Vergunningsplichtig zijn de volgende niet-vuurwapens :

1° De korte namaakwapens en de korte repeteer, semi-automatische of automatische wapens en de korte slingerwapens, die projectielen kunnen afschieten door middel van een ander aandrijvingsmechanisme dan de verbranding van kruit, wanneer de kinetische energie van het projectiel, gemeten op 2,5 meter afstand van het uiteinde van de loop, meer dan 7,5 Joule bedraagt.
Daarop wordt dan weer een uitzondering gemaakt voor de korte wapens ontworpen voor het sportschieten. Daardoor blijven korte wapens vrij verkrijgbaar, zelfs indien ze een kracht van meer dan 7,5 Joule ontwikkelen. Deze uitzondering is dus niet van belang voor de korte wapens die een kinetische energie van minder dan 7,5 Joule ontwikkelen vermits dergelijke wapens steeds vrij verkrijgbaar blijven. Een kort wapen met een energie van meer dan 7,5 Joule blijft vrij verkrijgbaar, indien het de volgende eigenschappen heeft:
1) de lengte van de miklijn van het wapen bedraagt meer dan 300 mm;
2) het totale gewicht van het wapen bedraagt meer dan 1 kg;
3) het wapen is voorzien van een richtmechanisme dat ten minste uit een zijdelings en in hoogte regelbaar vizier bestaat;
4) het kaliber van het wapen is 4,5 mm (.177);
5) de lader of het magazijn van het wapen heeft een capaciteit van ten hoogste vijf schoten (artikel 3 KB van 30/3/95 tot indeling van sommige gas- en luchtwapens).

Concreet worden deze regels als volgt toegepast :
• De maat van 7,5 joule wordt eveneens gebruikt in Nederland en Duitsland, en kan worden nagegaan door de Proefbank.
• De wapens zijn kort wanneer hun totale lengte maximum 60 cm bedraagt, en wanneer hun "loop" maximum 30 cm bedraagt.
• Bij handbogen meet men alleen de totale lengte in ontspannen toestand, van as tot as.
• Bij kruisbogen meet men, eveneens in ontspannen toestand, de lengte van ligplaats van de pijl (van de spanveer tot het einde van de ligplaats) als lengte van de "loop", en de afstand van de kolf tot het voorste uiteinde van de boog (zonder de eventuele voetbeugel) als totale lengte (indien de kolf plooibaar is en er kan aldus mee geschoten worden, meet men vanaf de geplooide kolf). Voor kruisbogen met verwisselbare armen of bogen meet men de kinetische energie met de krachtigst beschikbare types.
• Bij onderwatergeweren meet men de totale lengte en de lengte van de loop zonder de pijl of harpoen, en de kinetische energie buiten het water.
• Bij paintballwapens meet men alleen de totale lengte van het wapen op zich in schietklare toestand, met de onderdelen waarmee het aangetroffen wordt (voorbeeld : een paintballwapen wordt gecontroleerd op het ogenblik dat er een korte loop op gemonteerd is en de gasfles op de rug wordt gedragen : alleen de lengte van die loop wordt in aanmerking genomen, ondanks de mogelijkheid om een langere te monteren, en de gasfles noch de verbinding ernaar worden meegeteld. Een rechtstreeks op de kolf gemonteerde gasfles wordt wel meegeteld);
Lange niet-vuurwapens zijn steeds vrij verkrijgbaar, ook indien ze projectielen afschieten met een kinetische energie van meer dan 7,5 J gemeten op 2,5 m van de loop.

2° niet-gehomologeerde alarmwapens (alarmwapens vormen een grensgeval : ze gebruiken blanke munitie waarbij kruit verbrand wordt, maar ze schieten geen projectielen af; sommige zijn toch uitdrukkelijk bij de vergunningsplichtige wapens ingedeeld) (21);

3° de seinpistolen, slachttoestellen en verdovingsgeweren die niet uitsluitend zijn ontworpen om noodseinen te geven, dieren te slachten en dieren te verdoven, of waarvoor de bezitter niet kan bewijzen dat hij ze nodig heeft voor een dergelijke activiteit

3.2.3. Principieel vrij verkrijgbare wapens die vergunningsplichtig worden

De vrij verkrijgbare vuurwapens die geschikt zijn voor het afschieten van projectielen zijn alleen vergunningsvrij wanneer ze door de bezitter niet voor het schieten worden bestemd of waarmee alleen geschoten wordt binnen het kader van historische of folkloristische activiteiten (17). Deelname aan sportschieten met deze wapens vergt dus een vergunning tot het voorhanden hebben ervan. Het gaat meer bepaald over de vuurwapens bedoeld in het verder besproken KB van 20/9/91 betreffende de vuurwapens met historische, folkloristische of decoratieve waarde en de vuurwapens die voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt (24).


3.2.4. Verboden en toegelaten handelingen

De verkoop of elke andere vorm van overdracht van een vergunningsplichtig wapen is voorbehouden aan erkende personen en vergunninghouders of gelijkgestelden (25). (26)

De verkoop van een vuurwapen aan een minderjarige is verboden, , zelfs als het een vrij verkrijgbaar vuurwapen betreft. (27)

Het voorhanden hebben, wat het bezit, de bewaring, het vervoer en het gebruik omvat, evenals de aankoop of elke andere vorm van verwerving van een vergunningsplichtig wapen zijn voorbehouden aan dezelfde personen. (28)

Het is verboden om reclame te maken voor een vergunningsplichtig wapen of om zodanig wapen te koop te stellen zonder op zichtbare wijze aan te geven dat voor het voorhanden hebben ervan een vergunning vereist is. (29)

Vergunningsplichtige wapens die worden verloot of die als prijs worden uitgereikt, mogen slechts aan de begunstigde worden overhandigd nadat hij een vergunning voor het voorhanden hebben ervan heeft verkregen. (30)

Het dragen van een vergunningsplichtig wapen is in principe voorbehouden aan houders van een wapendrachtvergunning die daartoe een wettige reden kunnen aantonen. Voor houders van een vergunning tot het voorhanden hebben van het wapen en gelijkgestelden geldt echter een soepeler regeling, die aan voorwaarden is gekoppeld. (31)

Uiteraard moet de betrokken erkenning of vergunning geldig zijn voor de handeling die men wenst te stellen. Zo zal een erkenning als wapenhandelaar geen recht geven om voor persoonlijke redenen een wapen te bezitten of te dragen.

Het (uit)lenen en onderling uitwisselen van een vergunningsplichtig wapen is onderworpen aan een bijzondere regeling (32), evenals het occasioneel gebruik van een vergunningsplichtig wapen (33).

Elk verlies of diefstal van een vergunningsplichtig wapen moet door de houder van de titel tot het voorhanden hebben onverwijld worden gemeld aan de lokale politie (34) en aan de gouverneur (35).

Al deze regels worden gedetailleerd besproken in deze omzendbrief.


3.3. Vrij verkrijgbare wapens (36)


3.3.1. Blanke wapens

Blanke wapens zijn wapens die zijn ontworpen om te doden of te verwonden door middel van een direct contact met het slachtoffer. Als ze niet uitdrukkelijk zijn verboden, zijn ze vrij verkrijgbaar. Dit betekent niet dat ze ongebreideld mogen worden verhandeld, gebruikt en gedragen.

Het gaat hier in de eerste plaats over alle niet-verboden messen : keukenmessen, slagersmessen, hobbymessen, dolk(mess)en, zakmessen, vouwmessen, opinelmessen, enz. De grootte en vorm van al die messen speelt dus geen enkele rol. Bij uitbreiding gaat het hier ook om zwaarden, degens, sabels, bajonetten, lansen, enz.

Naast de snijdende en stekende wapens zijn er ook de niet-verboden slagwapens, die veelal van historische aard zijn of gebruikt worden bij gevechtssporten.
Bij gebrek aan een bijzondere regeling kan men tot slot ook bijzondere niet-verboden tuigen zoals blaaspijpen en andere traditionele wapens als blanke wapens beschouwen.


3.3.2. Niet-vuurwapens

Niet-vuurwapens zijn wapens die projectielen afschieten op een andere manier dan vuurwapens. Ze maken met name geen gebruik van de verbranding van kruit. Vaak gaat het over de voorlopers van de vuurwapens (bijvoorbeeld slingerwapens zoals katapulten, bogen en kruisbogen) en hun moderne afgeleiden, en over als minder gevaarlijk geachte varianten van vuurwapens die werden ontworpen met een recreatief doel (bijvoorbeeld luchtbuksen, paintballmarkers, airsoftwapens,...).

Als ze niet zijn verboden of vergunningsplichtig zijn gemaakt, zijn ze vrij verkrijgbaar. Voor de volgende wapens bestaat een uitdrukkelijke regeling :

1° de namaakwapens, de slingerwapens (van het type bogen, kruisbogen, onderwatergeweren,...) en de (half)-automatische of repeteerwapens op gas of lucht die projectielen (loodjes of al dan niet gekleurde bolletjes in plastic) kunnen afschieten en die niet als vergunningsplichtig moeten beschouwd worden (a contrario artikel 3 KB van 30/3/95 tot indeling van sommige gas- en luchtwapens, zie hoger punt 3.2.2). Het speelgoed dat speciaal ontworpen is voor het vermaak van kinderen beneden de 14 jaar valt hier niet onder. Het betreft dus de lange wapens van deze types, de éénschotswapens op lucht of gas ongeacht hun lengte en kracht, de korte wapens die slechts een kinetische energie van maximum 7,5 joule ontwikkelen, en de korte wapens ontworpen voor het sportschieten die aan alle volgende voorwaarden voldoen :
1) de lengte van de miklijn bedraagt meer dan 300 mm;
2) het totale gewicht bedraagt meer dan 1 kg;
3) er is een richtmechanisme voorzien dat minstens bestaat uit een zijdelings en in hoogte regelbaar vizier;
4) het kaliber is 4,5 mm (.177);
5) de lader of het magazijn heeft een capaciteit van maximum 5 schoten;

2° gehomologeerde alarmwapens (artikel 1 KB 18/11/96 tot indeling van sommige alarmwapens bij de categorie vergunningsplichtige vuurwapens). De homologatie gebeurt model per model door de Proefbank voor vuurwapens, volgens een wettelijke procedure. Hiertoe moet de fabrikant of invoerder een model bezorgen aan de Proefbank, die controleert of het alarmwapen niet geschikt is of kan worden gemaakt voor het afvuren van vaste, vloeibare of gasvormige projectielen. Daarvan wordt een attest opgesteld en het model wordt vervolgens opgenomen in de lijst van de gehomologeerde alarmwapens, gepubliceerd op de website van de Proefbank. De in de handel gebrachte alarmwapens moeten het homologatienummer (BEL xxxx) dragen. Particulieren mogen evenwel nog oudere modellen die nooit werden gehomologeerd zonder formaliteiten voorhanden hebben (maar deze mogen niet meer vrij worden verkocht!) (37);

3° de seinpistolen, slachttoestellen en verdovingsgeweren die uitsluitend zijn ontworpen om noodseinen te geven, dieren te slachten en dieren te verdoven, op voorwaarde dat de bezitter kan bewijzen dat hij ze nodig heeft voor een dergelijke activiteit (artikelen 1-2 KB van 1/3/98 betreffende de indeling in categorieën van sommige seinpistolen, sommige slachttoestellen, sommige verdovingswapens);

4° een bijzondere categorie vormen de inerte namaakwapens. Dit zijn natuurgetrouwe imitaties van echte (vuur)wapens, die echter geen projectielen kunnen afschieten. Vaak bestaan er van echte vuurwapens zowel inerte imitaties als imitaties die kleine plastic projectielen kunnen afschieten met behulp van gas- of veerdruk. Die laatste vallen reeds onder 1°. De inerte exemplaren moeten als wapens worden beschouwd omdat ze bijzonder realistisch zijn gemaakt en aldus gemakkelijk kunnen worden misbruikt.


3.3.3. Historische, folkloristische en decoratieve wapens

Het KB van 20/9/91 betreffende de vuurwapens met historische, folkloristische of decoratieve waarde en de vuurwapens die voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt, voorziet in een reeks gevallen waarin vuurwapens vrij verkrijgbaar zijn omwille van hun ouderdom, zeldzaamheid of ongevaarlijkheid. Dit zijn de objectief vrij verkrijgbare vuurwapens. Daarnaast bevat het KB ook twee hieronder beschreven gevallen van subjectief vrij verkrijgbare wapens, die principieel vergunningsplichtig zijn, maar vrij verkrijgbaar worden in hoofde van hun bezitters die aan bijzondere voorwaarden moeten voldoen.

1° wapens die uitsluitend worden geladen met zwart kruit of met patronen met zwart kruit en afzonderlijke ontsteking, waarvan het model of brevet dateert van voor 1890 en de vervaardiging van voor 1945.
Het zwart kruit (buskruit) is een chemische samenstelling die voor de voortstuwing van projectielen werd gebruikt tot in de 19de eeuw. Bij dit type van wapens worden de projectielen geladen via de loopmond of via de voorkant van de trommel (voor de revolvers en de trommelkarabijnen) of soms via de kulas. De ontbrandingssystemen dragen de soortnaam "platines" : met een lont, met een vuursteen, met percussie,...
Zoals de gebruikte tijdscriteria aangeven, moet het gaan over authentieke wapens. Recente replica's van wapens met zwart kruit uit de 19de eeuw zijn vergunningsplichtig.
Het KB dekt alle wapens met zwart kruit, ongeacht hun wijze van afschieten en hun type van projectielen en munitie;

2° wapens die uitsluitend patronen met zwart kruit en met ingewerkte ontsteking gebruiken, waarvan het model of brevet dateert van voor 1890 en de vervaardiging van voor 1945.
Het zijn wapens die normaal worden geladen via de kulas en die voornamelijk werden ontwikkeld in de loop van de 19de eeuw. Ze kennen hoofdzakelijk drie methodes voor de ontsteking van de patroon : randpercussie, centrale percussie en pen- of naaldpercussie.
De replica's van deze wapens zijn ook vergunningsplichtig als ze werden vervaardigd na 1944;

3° sommige wapens die patronen met rookzwak kruit gebruiken (dit is het kruit dat het zwart kruit heeft vervangen en nog steeds wordt gebruikt in de huidige munitie).
Als bijlage bij het KB is een lijst van de vrij verkrijgbare wapens gevoegd die op het einde van de 19de eeuw en in het begin van de 20ste eeuw werden vervaardigd. Deze bijlage werd tweemaal uitgebreid (in 1995 en in 2007). Een gecoördineerde versie ervan gaat als bijlage 2 bij deze omzendbrief. Het is belangrijk dat een wapen voldoet aan alle in de lijst vermelde criteria om als vrij verkrijgbaar beschouwd te kunnen worden. In geval van twijfel kan de Proefbank voor vuurwapens uitsluitsel geven;

4° wapens die zijn vervaardigd voor 1897 of waarvoor (in het algemeen) geen aangepaste munitie meer wordt vervaardigd. In de internationale teksten die door ons land werden geratificeerd, geldt 1897 als een scharniermoment : het is het jaar van de uitvinding van het rookzwak kruit. Oudere wapens worden geacht geen groot gevaar meer op te leveren gelet op hun zeldzaamheid, evenals hun gebrek aan vuurkracht, aan accuraatheid, aan weerstand enz. Bovendien is hun munitie ook zeldzaam of onvindbaar geworden.

Wanneer vaststaat dat er voor een bepaald wapen geen aangepaste (juiste) munitie meer wordt vervaardigd, is het in elk geval vrij verkrijgbaar, ongeacht zijn ouderdom.

Als er twijfel bestaat omtrent het al dan niet vrij verkrijgbaar zijn van een vuurwapen, kan het wapen worden voorgelegd aan de Proefbank voor vuurwapens die uitsluitsel zal geven. De Proefbank geeft hiervan een attest af.

De Federale Gerechtelijke Politie heeft een CD-rom gemaakt met een lijst van zogenaamde HFD-wapens uit het KB van 20/9/91. Deze CD-rom bevat een zoekmachine en een ruime technische fiche met illustraties voor elk wapen.


3.3.4. Vergunningsplichtige wapens die in sommige omstandigheden worden ingedeeld als « vrij verkrijgbaar » voor specifieke activiteiten

Vooraf dient duidelijk gesteld te worden dat de hieronder beschreven wapens voor iedereen vergunningsplichtig zijn. In het kader van sommige folkloristische activiteiten zijn deze wapens echter, binnen de hierna opgesomde grenzen, vrij verkrijgbaar. De wapens worden opnieuw vergunningsplichtig indien ze niet langer worden aangewend binnen de hierna opgenomen activiteiten.

Het zijn meestal moderne wapens, die gebruikt kunnen worden in het kader van de schietsport. Ze worden echter ook gebruikt in het kader van historische reconstructies, folkloristische en volksculturele manifestaties e.d., die een voorkeursbehandeling rechtvaardigen.

De wapenhandelaar die deze wapens verkoopt aan iemand voor wie ze vergunningsplichtig zijn, registreert de overdracht door tegelijk een inschrijving te doen in de rubrieken "IN" en "UIT". In het vak "oorsprong" van de rubriek "IN" wordt dan de vermelding "wapen artikel 1, 4° (of 6°) KB 20/9/91" opgenomen.
Bij overdracht van een dergelijk wapen aan een persoon die het wapen zonder vergunning mag voorhanden hebben, moet een document model 9 worden opgesteld omdat de wapens principieel vergunningsplichtig zijn en daarom steeds traceerbaar moeten blijven (38).

Er zijn twee soorten wapens die hieronder vallen :

1° wapens met een historische, folkloristische of decoratieve waarde die worden gedragen bij folkloristische optochten of historische reconstructies
Deze wapens moeten beantwoorden aan alle volgende kenmerken :
- schouder- of handvuurwapens;
- werkend met zwart kruit;
- met één schot;
- met een gladde loop;
- met afzonderlijke ontsteking door middel van een vuursteen of percussie;
- die via de loopmond worden geladen.

Het betreft hier vooral de pistolen en donderbussen uit de periode van het Eerste en Tweede Franse Keizerrijk, en hun recente replica's. Ze worden vooral gebruikt bij historische marsen in het gebied tussen Samber en Maas.

In hoofde van de erkende personen worden ze steeds als vrij verkrijgbare wapens beschouwd. In hoofde van personen die dergelijke wapens wensen te verwerven en die niet kunnen bewijzen dat hun hoofdzakelijke bestemming zal bestaan uit het dragen ervan tijdens folkloristische optochten of historische reconstructies, zijn ze echter vergunningsplichtig;

2° wapens met een historische, folkloristische of decoratieve waarde die eigendom zijn van een erkende vereniging die zich bezighoudt met statutair omschreven activiteiten van historische, folkloristische, traditionele of educatieve aard, met uitsluiting van enige vorm van sportschieten zoals bedoeld in de gemeenschapsdecreten terzake, en die voldoen aan de volgende voorwaarden :
- het schieten gebeurt in een erkende schietstand, onder het toezicht van een wapen- of schietmeester en onder de verantwoordelijkheid van de vereniging;
- de wapens worden voorhanden gehouden en bewaard door de vereniging;
- de wapens worden enkel ter beschikking gesteld met het oog op en tijdens de statutair omschreven activiteit, aan leden van de vereniging en occasionele genodigden;
- de vereniging kondigt vooraf plaats en datum van haar activiteiten aan aan de lokale politie en aan de gouverneur.
Het kan hier om allerlei soorten wapens gaan, zowel moderne en courante als replica's en unieke exemplaren die speciaal voor de betrokken manifestatie werden vervaardigd. De bekendste voorbeelden van het toegelaten gebruik van deze wapens zijn de traditionele schuttersfeesten in Limburg en in de Oostkantons.

Het voorhanden hebben van deze wapens door particulieren is dus altijd vergunningsplichtig. De aankoper en de bezitter moeten steeds kunnen bewijzen dat ze gemandateerd zijn door de vereniging. In hoofde van de erkende personen zijn deze wapens altijd vergunningsplichtig.

Ze worden enkel als vrij verkrijgbaar beschouwd tijdens het beoefenen van de activiteit onder de hierboven opgenomen voorwaarden. Op die manier kunnen alle deelnemers aan het evenement het wapen manipuleren zonder dat de gewone voorwaarden gelden voor het voorhanden hebben van vergunningsplichtige wapens op een schietstand.


3.3.5. Geneutraliseerde wapens

Een laatste reeks van vrij verkrijgbare vuurwapens wordt gevormd door de geneutraliseerde wapens. Hoewel ze geneutraliseerd en bijgevolg onbruikbaar zijn, worden ze nog als wapens beschouwd omdat ze hun uiterlijk behouden en er gemakkelijk verwarring kan bestaan met bruikbare wapens.

De neutralisatie (ook wel demilitarisatie geheten, hoewel dit niet hetzelfde is) moet gebeuren volgens de regels vastgelegd in de tweede bijlage bij het KB van 20/9/91. Die houden in dat het wapen ongeschikt wordt gemaakt voor het afvuren van eender welke munitie. De behandeling verschilt volgens het type wapen. Soms is ze eenvoudig en discreet, maar soms zijn ingrijpende aanpassingen noodzakelijk. Het neutraliseren gebeurt altijd op kosten van de eigenaar van het wapen.

De Proefbank voor vuurwapens heeft een monopolie op het neutraliseren van vuurwapens. Ingrepen uitgevoerd door de eigenaar van het wapen of door een erkend persoon worden niet aanvaard. Ook ingrepen uitgevoerd door buitenlandse proefbanken worden niet automatisch aanvaard omdat de regels voor neutralisatie nationaal zijn gebleven (alleen voor de kwaliteitsproeven bestaat een gemeenschappelijke werkwijze). In het buitenland geneutraliseerde wapens moeten worden voorgelegd aan de Belgische proefbank, die zal nagaan of alles volgens onze regels is uitgevoerd.

De voorgeschreven neutralisatiemethode heeft alleen betrekking op draagbare wapens. Soms wordt men geconfronteerd met zwaar militair materieel dat moet worden geneutraliseerd of waarvan men beweert dat dit is gebeurd. In dat geval mag een attest worden aanvaard van de militaire overheid die verantwoordelijk was voor het gebruik of het onderhoud van het wapen, dat stelt dat het volkomen ongeschikt werd gemaakt voor het afschieten van munitie.


3.3.6. Verboden en toegelaten handelingen

De aankoop of verwerving van vrij verkrijgbare vuurwapens is voorbehouden aan meerderjarigen. Dit betekent dat de overdrager de identiteitskaart van de overnemer moet controleren. Het verhandelen van deze wapens is voorbehouden aan erkende wapenhandelaars (als het vuurwapens of daarmee gelijkgestelde wapens zijn).

Vrij verkrijgbare wapens mogen net zoals vergunningsplichtige wapens niet op afstand worden verkocht of te koop aangeboden (postorder, internet,...). Het vaak voorkomende gebruik dat sommige vrij verkrijgbare wapens (vooral namaakwapens) verkocht of als prijs aangeboden worden op kermissen is eveneens volkomen illegaal. Speelgoedwinkels mogen ze evenmin verkopen, tenzij ze erkend zijn als wapenhandelaar en voldoen aan alle bijhorende wettelijke plichten, waaronder de controle van de meerderjarigheid van de koper.

Het dragen en het gebruik van vrij verkrijgbare wapens is onderworpen aan een wettige reden (33). Die wordt, in tegenstelling tot wat het geval is met de vergunningsplichtige wapens, niet in de wet omschreven. In laatste instantie komt het de rechter toe te oordelen over de geldigheid van de reden die door de drager wordt ingeroepen. Het spreekt echter voor zich dat de aanvaardbaarheid van die reden sterk zal samenhangen met de geschiktheid van het wapen voor de activiteit beoefend door de drager, en de al dan niet verantwoordelijke wijze waarop die activiteit wordt beoefend.

Deelnemers aan historische reconstructies (reenactments) moeten er zich goed van bewust zijn dat de wapens die ze daarbij gebruiken onder uiteenlopende regels kunnen vallen. Hun wapens kunnen vrij verkrijgbaar zijn (bijvoorbeeld geneutraliseerde wapens, authentieke wapens op zwart kruit), ze kunnen onder bepaalde voorwaarden vrij verkrijgbaar zijn (bijvoorbeeld wapens die toebehoren aan een vereniging) en ze kunnen vergunningsplichtig zijn (bijvoorbeeld moderne wapens en hun schietklare replica's). Het feit dat er alleen met blanke patronen wordt geschoten, verandert niets aan het statuut van het wapen.


3.4. Wapens vs. werktuigen en speelgoed

Het toepassingsgebied van de wet strekt zich niet uit tot andere voorwerpen dan wapens, met uitzondering van voorwerpen en stoffen die kennelijk als wapen worden bestemd door de gebruiker ervan, die er geweld mee pleegt of dreigt te plegen (34).

Sommige voorwerpen zouden als wapen kunnen worden beschouwd, of lijken erop, zonder dat het over eigenlijke wapens gaat. In geval van twijfel kan de volgende indicatieve definitie van een wapen worden gehanteerd : een wapen is een voorwerp dat werd ontworpen of vervaardigd met als doel het bedreigen, het verwonden of het doden van mensen of dieren (let wel : sommige voorwerpen die niet voldoen aan deze definitie worden door de wet uitdrukkelijk als wapen genoemd, zoals de seinpistolen). Op basis hiervan kan bijvoorbeeld worden gesteld dat een nagelpistool, een zaag en een bijl (tenzij het zou gaan om een primitieve strijdbijl) geen wapens zijn, maar werktuigen. Een gewoon keukenmes is in die zin evenmin een wapen, maar veel andere messen worden in de regelgeving uitdrukkelijk toch als wapens beschouwd omwille van het inherente gevaar dat er van uit gaat.

Een belangrijke kwestie is de bepaling van de grens tussen wat een (namaak)wapen is en wat onschuldig speelgoed is. Er bestaat immers een groot aanbod van allerlei tuigen die allemaal als speelgoed worden voorgesteld, maar die dat dikwijls niet zijn. Het KB van 30/3/95 tot indeling van sommige gas- en luchtwapens geeft als criterium dat speelgoed kennelijk voor het vermaak van kinderen beneden de leeftijd van 14 jaar moet zijn ontworpen (35). Men kan hiervoor technische documentatie raadplegen, maar vaak is de zaak niet voldoende duidelijk. Speelgoed moet een CE keurmerk hebben dat de gepaste leeftijd bevat, en dit kan een indicatie zijn.

Wel is duidelijk dat felgekleurde, transparante of slecht gelijkende plastic wapens die geen projectielen kunnen afschieten of waterpistolen speelgoed zijn en dus buiten de regelgeving vallen. Het wordt echter moeilijker de grens te trekken bij gelijkende imitaties en bij tuigen die wel projectielen kunnen afschieten. Voor imitaties kan worden gesteld dat om als (namaak)wapen te worden beschouwd, het moet gaan om een tuig dat redelijkerwijs zou kunnen worden gebruikt om iemand mee te bedreigen. Voor onrealistische modellen die wel projectielen kunnen afschieten, moet worden gekeken naar de mogelijkheid om verwondingen te veroorzaken.


3.5. Illegale wapens

Illegale wapens vormen geen aparte wettelijke categorie. Het gaat hier over een feitelijke toestand waarin wapens van eender welke categorie kunnen terechtkomen.

In het dagelijkse taalgebruik, en jammer genoeg zeker door de media, worden de noties van verboden en van illegale wapens vaak door elkaar gebruikt. Het zijn echter geen synoniemen. Een verboden wapen is verboden uit zichzelf en behoudens de in deze omzendbrief besproken uitzonderingen is elke handeling ermee verboden en dus illegaal. Maar ook vergunningsplichtige en vrij verkrijgbare wapens kunnen illegaal zijn, wanneer men er illegale handelingen mee stelt, en soms uit zichzelf.

Wie een vergunningsplichtig wapen voorhanden heeft zonder vergunning (en zonder te behoren tot de categorieën van personen die geen vergunning nodig hebben), heeft dat wapen illegaal voorhanden. Elke handeling die hij ermee stelt, zal ook illegaal zijn. Het wapen moet dan ook in beslag worden genomen. Het mag niet worden verkocht, ook niet aan een wapenhandelaar.

Wie een vergunningsplichtig of een vrij verkrijgbaar wapen draagt zonder wettige reden, draagt dat wapen illegaal.

Wie een vergunningsplichtig vuurwapen voorhanden heeft zonder de nodige vergunning of waarvan het nummer is uitgewist of gemanipuleerd, heeft een illegaal wapen voorhanden en kan er geen legale handelingen mee stellen (36).

Hoewel de wet het niet uitdrukkelijk zegt, is het evident dat wie een wapen op illegale wijze voorhanden heeft, bijvoorbeeld door er niet de nodige vergunning voor te hebben, door het op een illegale manier verworven te hebben of doordat het wapen uit zichzelf illegaal is, dat wapen nooit op een legale manier kan gebruiken. Het is evenmin wettig een illegaal wapen te verkopen of over te dragen, want dit zou neerkomen op het witwassen van dat wapen. Bovendien zou de opspoorbaarheid van de wapens in het gedrang komen, want bij elke overdracht moeten zowel de koper als de verkoper bekend zijn. Het niet invullen van alle toepasselijke rubrieken op het model 4 of het model 9 zijn inbreuken waarop straffen staan, zowel in hoofde van de koper als van de verkoper.

Eens de illegaliteit van een wapen is vastgesteld, heeft de bezitter geen rechtmatig belang meer om er nog een vergunning of registratiebewijs voor te vragen. Derhalve zijn zulke aanvragen onontvankelijk, ook als ze uit gaan van jagers en sportschutters. Omdat een vergunning (of model 9) nodig is om het wapen eventueel te kunnen verkopen of te laten neutraliseren, is ook dit niet meer mogelijk voor een illegaal wapen.

Verwijzingen


(8) Artikel 3, § 1 WW.
(9) Artikel 9 WW.
(10) Artikel 8 WW.
(11) Artikel 8, §2 WW.
(12) Artikel 19, eerste lid, 3° WW.
(13) Artikel 27, § 1, 3 en 4 WW.
(14) Zie hiervoor de bespreking van de veiligheidsmaatregelen, punt 5.1.6.
(15) Zie hiervoor de bespreking van de veiligheidsmaatregelen, punt 5.1.6.
(16) Artikel 3, § 3 WW.
(17) Zie verder punt 19.
(18) Artikel 33 WW.
(19) Artikel 3, § 2, 2° WW.
(20) Artikel 3, § 3 WW.
(21) Zie verder over het KB van 18/11/96 tot indeling van sommige alarmwapens bij de categorie vergunningsplichtige vuurwapens (punt 3.3.2).
(22) Artikelen 1-2 KB van 1/03/98 betreffende de indeling in categorieën van sommige seinpistolen, sommige slachttoestellen, sommige verdovingswapens.
(23) Artikel 3, § 2 WW.
(24) Zie punt 3.3.3.>/a>
(25) Met gelijkgestelden worden voornamelijk de jagers of de sportschutters bedoeld, zie verder punten 11 en 12.
(26) Artikel 10 WW.
(27) Artikel 19, eerste lid, 2° WW.
(28) Artikelen 11, 11/1, 11/2 en 12 WW.
(29) Artikel 19, eerste lid, 4° WW.
(30) Artikel 19, tweede lid WW.
(31) Artikelen 14-15 WW.
(32) Artikel 12/1 WW.
(33) Artikel 12, 5° WW.
(34) Artikel 10, tweede lid WW.
(35) Artikel 13, 2de lid KB 20/09/91.
(36) Artikel 3, § 2 WW.
(37) Alarmwapens de door de proefbank werden gehomologeerd, kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt om een startsein te geven bij atletiekwedstrijden.
(38) Wanneer men dergelijke vrij verkrijgbare wapens niet zou registreren, en ze worden op een later tijdstip verkocht aan een derde, bestaat de kans dat een vergunningsplichtig wapen in de illegaliteit verdwijnt. Het is dan ook nodig deze vuurwapens te registreren om hun traceerbaarheid te garanderen.
(39) Artikel 9 WW.
(40) Artikel 3, § 1, 17° WW, zie onder de verboden wapens, punt 3.1.
(41) Artikel 8 KB 30/03/95.
(42) Behoudens het geval bedoeld in art. 17 WW.