Omzendbrief van 25 oktober 2011 over de toepassing van de wapenwetgeving - hoofdstuk 4 - Bepalingen van toepassing op wapenhandelaars en tussenpersonen

4. Bepalingen van toepassing op wapenhandelaars en tussenpersonen

4.1. Erkenningsprocedure

4.2. Rechten en plichten


4. Bepalingen van toepassing op wapenhandelaars en tussenpersonen (44)


4.1. Erkenningsprocedure

De erkenning om activiteiten als wapenhandelaar of als tussenpersoon op het Belgische grondgebied uit te oefenen of zich als dusdanig bekend te maken moet in beginsel worden verleend voor de aanvang van de activiteiten.

Tussenpersonen zijn niet alleen makelaars of zogenaamde brokers, die alleen helpen bij de totstandkoming van een overdracht van wapens, waarbij de wapens al dan niet tijdelijk in hun handen komen. Het gaat ook over veilinghuizen die wapens voor rekening van derden verkopen.

Gezien de erkenning niet alleen persoonsgebonden is, maar ook plaatsgebonden, mag een erkend persoon zijn activiteit alleen uitoefenen in die vaste vestiging. Een uitdrukkelijke wettelijke uitzondering hierop is dat wapenhandelaars mogen deelnemen aan beurzen waar uitsluitend vrij verkrijgbare wapens mogen worden te koop aangeboden (45). Wanneer een of meerdere wapenhandelaars echter wensen deel te nemen aan een beurs om er vergunningsplichtige wapens te koop aan te bieden of zelfs alleen maar tentoon te stellen, dan moet die beurs worden erkend door de gouverneur. Die erkenning kan zowel door de organisator van de beurs als door de deelnemende wapenhandelaar(s) worden gevraagd aan de gouverneur bevoegd voor de plaats waar de beurs zal plaatsvinden.


4.1.1. Bevoegdheid

De erkenning wordt afgeleverd door de gouverneur bevoegd voor de vestigingsplaats (46). Het betreft een gebonden bevoegdheid. Alle gouverneurs worden geacht de wet op dezelfde manier, zoals beschreven in deze omzendbrief, toe te passen.

Indien de erkenningsaanvraag betrekking heeft op activiteiten die in verscheidene provincies worden uitgeoefend, zijn meerdere erkenningen vereist. In dat geval zal eerst de erkenning worden verleend voor de hoofdzetel en is het aangewezen dat de betrokken gouverneurs overleg plegen.


4.1.2. Beroepsbekwaamheidsexamen

De wapenwet stelt dat de aanvrager van een erkenning als wapenhandelaar of tussenpersoon (47) zijn beroepsbekwaamheid moet bewijzen voor de activiteit die hij wenst uit te oefenen (48).

De vereiste beroepsbekwaamheid heeft betrekking op de kennis van de na te leven regelgeving en van de beroepsdeontologie, en van de techniek en het gebruik van wapens.

Het examen wordt door de Federale Wapendienst georganiseerd tijdens het eerste en het derde trimester van het jaar (gewoonlijk tijdens de maanden maart en september). Bij een te groot aantal inschrijvingen kan een bijkomend examen worden georganiseerd. (49).

In geval een kandidaat zijn niet-deelname aan het examen niet vooraf of binnen 5 werkdagen na het examen wettigt door middel van een afdoende gemotiveerde brief aan de Federale Wapendienst, staat zijn afwezigheid gelijk met een mislukking en wordt hij uitgesloten van deelname aan een examen georganiseerd binnen het jaar volgend op de datum van het examen waarvoor hij ingeschreven was (50).

Het examen bestaat uit :

  • een schriftelijke proef met betrekking tot de kennis van de na te leven regelgeving en van de techniek;
  • een mondelinge proef met betrekking tot de kennis van de beroepsdeontologie, aan de hand van de confrontatie met situaties die zich kunnen voordoen bij de uitoefening van het beroep, en van het gebruik van wapens.

De gestelde vragen staan in verband met de activiteit waarvoor de erkenning wordt gevraagd.

Een jury zal de schriftelijke proef verbeteren en de mondelinge proef beoordelen. Om te slagen voor het examen moet men minimum 14/20 behalen voor elk van de proeven (51).

De jury bestaat uit : (52)

  • een ambtenaar van de Federale Wapendienst, die desgevallend voor de vertaling kan zorgen en die tevens de jury voorzit;
  • de directeur van de Proefbank of zijn gemachtigde;
  • een Nederlandstalige en een Franstalige door de Minister van Justitie aangeduide vertegenwoordiger voorgesteld door representatieve beroepsorganisaties van wapenhandelaars. Zij zetelen in de jury uit hoofde van hun kennis en ervaring, en uitdrukkelijk niet als concurrenten van de kandidaten.
  • In geval van mislukking kan de kandidaat zich binnen 3 maanden opnieuw inschrijven voor de volgende examenzittijd (53).

    Als de kandidaat geslaagd is voor één van de twee proeven wordt hij, bij deelname aan de volgende examenzittijd, vrijgesteld van de proef waarvoor hij al is geslaagd.

    Wanneer een kandidaat een erkenning wil aanvragen, die betrekking heeft op meerdere domeinen, maar er niet in slaagt zijn beroepsbekwaamheid te bewijzen voor al die domeinen, dan ontvangt hij een attest van slagen dat beperkt is tot die domeinen waarvoor hij zijn beroepsbekwaamheid wel heeft bewezen. Zo moet hij het examen niet volledig herbeginnen in een volgende zittijd, om alsnog te slagen voor alle beoogde domeinen (54).


    4.1.3. Ontvankelijkheid

    De aanvragen van volgende personen zijn onontvankelijk : (55)
    1° personen die tot een criminele straf veroordeeld zijn of geïnterneerd zijn krachtens de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten of met een beslissing die een behandeling in een ziekenhuis beveelt, zoals bedoeld door de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke overeenstemt;
    2° personen die als dader of medeplichtige veroordeeld zijn wegens een van de misdrijven bepaald in :
    a) de wet, de oude wapenwet en de besluiten ter uitvoering ervan;
    b) de artikelen 101 tot 135quinquies, 136bis tot 140, 193 tot 226, 233 tot 236, 246 tot 249, 269 tot 282, 313, 322 tot 331bis, 336, 337, 347bis, 372 tot 377, 392 tot 410, 417ter tot 417quinquies, 423 tot 442ter, 461 tot 488bis, 491 tot 505, 510 tot 518, 520 tot 525, 528 tot 532bis et 538 tot 541 van het Strafwetboek (het betreft hier geweld- en vertrouwensmisdrijven) (51);
    c) de artikelen 17, 18, 29 tot 31 en 33 tot 41 van het Militair Strafwetboek;
    d) de artikelen 33 tot 37 en 67 tot 70 van het Tucht- en Strafwetboek voor de koopvaardij en de zeevisserij;
    e) de wet van 29 juli 1934 waarbij de private milities verboden worden;
    f) de wet van 28 mei 1956 betreffende de ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en de daarmee geladen tuigen en in de besluiten tot uitvoering ervan;
    g) de wet van 11 september 1962 betreffende de in-, uit- en doorvoer van goederen en de daaraan verbonden technologie en in de besluiten tot uitvoering ervan;
    h) de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid;
    i) de wet van 19 juli 1991 tot regeling van het beroep van privédetective;
    j) de wet van 5 augustus 1991 betreffende de in-, uit- en doorvoer van en de bestrijding van illegale handel in wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en de daaraan verbonden technologie;
    k) de regelgeving betreffende de jacht en het sportschieten.
    3° rechtspersonen die zelf zijn veroordeeld en rechtspersonen waarvan een bestuurder, een zaakvoerder, een commissaris of aangestelde voor het beheer of het bestuur, is veroordeeld of onderworpen aan een veiligheidsmaatregel in omstandigheden als bedoeld in 1° en 2° hiervoren;
    4° de personen die in het buitenland :
    a) zijn veroordeeld tot een straf die met internering overeenstemt;
    b) het voorwerp hebben uitgemaakt van een maatregel die met internering of met een beslissing die een behandeling in een ziekenhuis beveelt, zoals bedoeld door de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke overeenstemt;
    c) als dader of mededader zijn veroordeeld wegens een van de misdrijven die in het 1° en 2° zijn bepaald;
    5° minderjarigen en verlengd minderjarigen;
    6° onderdanen van Staten die geen lid zijn van de Europese Unie en de personen die hun hoofdverblijfplaats niet hebben in een lidstaat van de Europese Unie. Onderdanen van Noorwegen, IJsland en Zwitserland worden gelijkgesteld met EU-onderdanen.


    4.1.4. Onderzoek

    • De aanvraag
    De aanvrager moet zijn erkenningsaanvraag door middel van een formulier indienen bij de gouverneur bevoegd voor de vestigingsplaats. Dit formulier kan worden verkregen bij de gouverneur of op de website van de provinciale wapendienst (57).

    De persoon die een erkenning als wapenhandelaar aanvraagt, dient dan ook bij zijn aanvraag het attest te voegen, waaruit blijkt dat hij geslaagd is in het beroepsbekwaamheidsexamen (58). Dit attest is gedurende twee jaar geldig (59).

    Bij de aanvraag om erkenning dient een uittreksel uit het strafregister te zijn bijgevoegd dat ten laatste drie maanden voor de indiening van de aanvraag werd opgemaakt.
    Indien de aanvrager een rechtspersoon is, moet dit worden bijgevoegd voor iedere bestuurder, zaakvoerder, commissaris of persoon aangesteld voor het bestuur of het beheer.
    Verder dienen alle stukken te worden bijgevoegd die de identificatie van de aanvrager en van zijn activiteit mogelijk maken (60). Dit kan bijvoorbeeld gaan over de statuten van een vennootschap of technische inlichtingen over bijzondere activiteiten zoals handel in verboden wapens of ambachtelijke bewerking van wapens.

    Personen die activiteiten als wapenhandelaar uitoefenen onder gezag, leiding en toezicht van een erkend wapenhandelaar en in zijn vestigingsplaats, moeten niet worden erkend. De gouverneur dient evenwel bij de erkenningsaanvraag van hun werkgever na te gaan of deze personen voldoen aan artikel 5, § 4 van de wapenwet (61). Elke indiensttreding van een dergelijk persoon moet binnen de maand door de erkende wapenhandelaar aan de gouverneur ter kennis worden gebracht (62).

    De aanvraag wordt pas als volledig beschouwd nadat alle stukken door de aanvrager werden overgemaakt aan de gouverneur. Pas vanaf dit moment zal het dossier door de diensten van de gouverneur worden onderzocht.

    • Inwinnen van adviezen
    Als de aanvraag volgens de gouverneur ontvankelijk is, vraagt hij vervolgens het met redenen omkleed advies van de procureur des Konings van het betrokken arrondissement en van de burgemeester van de gemeente waar de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft, zal worden uitgeoefend. Ook de burgemeester en de procureur des Konings bevoegd voor de woonplaats van de aanvrager dienen een advies te geven (63).

    Daarnaast kan het nuttig zijn om de Dienst Controle Wapenhandel van het Departement internationaal Vlaanderen van de Vlaamse Overheid te raadplegen, alsook de gouverneur en de procureur des Konings van de woonplaats van de aanvrager, de Dienst Vreemdelingenzaken indien de aanvrager niet de Belgische nationaliteit bezit, enz. Het uitblijven van deze adviezen - die als dusdanig niet door de wapenwet of haar uitvoeringsbesluiten worden opgelegd - kan een verlenging van de behandelingstermijn evenwel niet motiveren. Er dient dus over gewaakt te worden dat het inwinnen van die bijkomende informatie er niet toe leidt dat de wettelijke beslissingstermijn van 4 maanden wordt overschreden.

    De verzoeken om advies worden gelijktijdig aan de procureur des Konings en de burgemeester toegezonden. De procureur des Konings en de burgemeester voeren een onderzoek en geven een gemotiveerd advies dat het de gouverneur mogelijk moet maken om met kennis van zaken een beslissing te nemen. Indien nodig moet hij bijkomende informatie aan de procureur des Konings of de burgemeester vragen.

    Binnen de maand volgend op het verzoek versturen de procureur des Konings en de burgemeester hun advies. De gouverneur beschikt dan nog over meer dan twee maanden om het dossier desnoods te vervolledigen en om een beslissing te nemen over de aanvraag.

    • Administratief onderzoek
    Het advies van de burgemeester heeft hoofdzakelijk betrekking op de aard van de uitgeoefende activiteit en geeft met name antwoord op de volgende vragen :
    1) Houdt de uitoefening van de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft, een bijzonder gevaar in voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de algemene gezondheid?
    2) Zijn met betrekking tot de gebouwen waarin de activiteit zal worden uitgeoefend, de nodige administratieve vergunningen verleend, bijvoorbeeld de bouwvergunning, de milieuvergunning,... ? Kan hiertegen geen beroep meer worden ingediend? Desgevallend zal de gouverneur, om de erkenning te weigeren, moeten aantonen dat de openbare orde in het gedrang is door een tekortkoming op dit vlak.

    •Moraliteitsonderzoek
    Het advies van de procureur des Konings heeft hoofdzakelijk betrekking op de persoon van de aanvrager en geeft met name antwoord op de volgende vragen :
    1) Staat betrokkene gunstig bekend in de gemeente ? Wordt te zijnen laste of ten laste van één van zijn verwanten een gerechtelijk vooronderzoek of opsporingsonderzoek verricht, zelfs in een ander arrondissement? Als hij is veroordeeld, moet de ernst van de gepleegde feiten worden aangegeven. Zulks geldt eveneens voor de verantwoordelijken van een rechtspersoon. Als hij niet is veroordeeld, maar er bestaan bezwarende feiten, dan moeten zo mogelijk (met eerbiediging van het geheim van het onderzoek en het beroepsgeheim) de opgestelde processen-verbaal worden meegestuurd.
    2) Als de aanvrager een rechtspersoon is, moet worden vermeld of de toestand van de onderneming wordt onderzocht door de gerechtelijke diensten. Is tegen de rechtspersoon een proces aan de gang?

    Om de gouverneur in staat te stellen binnen de wettelijke termijn een beslissing te nemen over de aanvraag en dus in het belang van een snelle en correcte dienstverlening is het nodig dat de gevraagde adviezen zo snel mogelijk worden uitgebracht. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de administratieve last voor de aangezochte diensten, voornamelijk de lokale politiediensten. Tevens moeten de voorschriften inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken personen worden gerespecteerd.

    Om de lokale politie toe te staan met één enkel onderzoek de elementen, naargelang de inhoud, mee te delen aan de burgemeester en de procureur des Konings teneinde hen de mogelijkheid te bieden een advies uit te brengen, wordt voorgesteld dat de gouverneur de korpschef van de lokale politie op de hoogte brengt op het tijdstip dat het verzoek om advies aan de burgemeester en aan de procureur des Konings wordt verzonden.

    Het is van het grootste belang dat de gegeven adviezen omstandig gemotiveerd zijn opdat de gouverneur met volledige kennis van zaken zou kunnen oordelen. Het louter verwijzen naar bestaande pv’s volstaat niet: als ze niet kunnen worden bijgevoegd, moeten ze worden samengevat.


    4.1.5. Termijn

    De gouverneur doet uitspraak over de erkenningsaanvraag binnen 4 maanden na de ontvangst ervan. De termijn begint meer bepaald te lopen vanaf de ontvangst van een volledige aanvraag, dat wil zeggen een aanvraag vergezeld van de vereiste stukken (een uittreksel uit het strafregister en de stukken betreffende de identificatie van de aanvrager en van zijn activiteit, én na betaling van de eerste schijf van de retributie) (64).

    De termijn kan, op straffe van nietigheid, alleen worden verlengd bij gemotiveerde beslissing. De verlenging kan per aanvraag slechts eenmaal worden toegestaan en de termijn ervan mag uiterlijk zes maanden bedragen (65). Dit mag alleen te wijten zijn aan omstandigheden buiten de wil van de gouverneur (ontbreken van informatie van de aanvrager of van een verplicht advies, overmacht).


    4.1.6.

    De herkomst van de financiële middelen
    De aanvrager moet naast zijn beroepsbekwaamheid tevens de herkomst van de voor zijn activiteit aangewende financiële middelen op een geloofwaardige wijze aantonen door middel van deugdelijke schriftelijke bewijzen, zoals bankdocumenten en financiële overeenkomsten (66). Het kan bijvoorbeeld gaan over balansen, leningen, waarborgen, statuten waaruit blijkt dat er aandelen zijn verkocht, enz.


    4.1.7. Veiligheidsmaatregelen

    De veiligheidsmaatregelen die door wapenhandelaars moeten worden genomen, zijn opgelegd door het KB van 24/4/97 tot bepaling van de veiligheidsvoorwaarden bij het opslaan, het voorhanden hebben en het verzamelen van vuurwapens of munitie. Dit KB bevat ook bepalingen die specifiek bestemd zijn voor verzamelaars en particulieren en die worden besproken in de betrokken punten 5.1.6 en 9.2.3.

    • gebouw : alle lokalen waarin de betrokkene zijn aan erkenning onderworpen activiteit uitoefent en alle andere lokalen waarover hij beschikt, die een ononderbroken geheel vormen binnen hetzelfde pand.

    Voorbeelden :
    - activiteiten, zelfs beperkt tot één lokaal, in een huis, al dan niet bewoond door de betrokkene, dat volledig te zijner beschikking staat : het gehele huis;
    - activiteiten op bepaalde verdiepingen van een appartementsgebouw : alleen die verdiepingen, zonder de eventueel daartussen gelegen verdiepingen die aparte gehelen vormen, al dan niet ter beschikking van de betrokkene;
    - activiteiten in een huis en in een bijgebouw : het gehele huis en het gehele bijgebouw;
    - activiteiten in meerdere afzonderlijke gebouwen die samen één vestiging vormen : behoudens de voorziene uitzondering, al deze gebouwen.
  • raam : alle ramen en openingen op de gelijkvloerse verdieping, ook deze in deuren en ongeacht of ze kunnen geopend worden, grenzend aan de lokalen waarin de betrokkene zijn activiteit uitoefent. Behoudens de uitstalramen, worden de ramen die te klein zijn voor een persoon, zelfs een kind, om er zich doorheen te begeven hier niet in begrepen.
    Het gaat dus over gewone buitenramen op de gelijkvloerse verdieping, maar ook over ramen in deuren en andere openingen in muren, ongeacht of ze vast zijn dan wel op eender welke manier kunnen worden geopend. Het betreft evenwel enkel de ramen die grenzen aan de lokalen waar de activiteiten worden uitgeoefend en in geen geval die waarvan de grootte een kind belet zich er doorheen te begeven.
  • uitstalraam : alle buitenramen, ongeacht of ze kunnen worden geopend, waarachter voorwerpen die deel uitmaken van de handelsactiviteit worden tentoongesteld.
    Hieronder vallen enkel uitstalramen in de gebruikelijke zin van het woord, zijnde die waarachter een handelaar koopwaren tentoonstelt met het doel klanten te informeren.
  • opslagruimte : lokaal of lokalen, gescheiden van de voor het publiek toegankelijke ruimten, waar in het kader van de activiteit van de betrokkene vuurwapens of munitie worden bewaard.
    Het betreft bijvoorbeeld het lokaal waar een handelaar zijn voorraad vuurwapens of munitie opslaat, of alle industriële ruimten en tijdelijke opslagplaatsen die niet voor het publiek (wel voor personeel) toegankelijk zijn en waar vuurwapens (andere wapens vallen hier niet onder) of munitie zijn ondergebracht.
  • Toepassingsgebied (68)
    Het KB is van toepassing op de activiteiten van wapenhandelaars, d.w.z. de vervaardiging, de bewerking (versieren, verbronzen, graveren,...) en de herstelling van wapens en munitie, de groot- en kleinhandel erin en de opslag ervan in dat kader.

    De (inter)nationale makelarij valt hier slechts onder voor zover er daadwerkelijk wapens of munitie in het gebouw aanwezig zijn gedurende meer dan 48 uur.

    Zelfs al is het KB niet van toepassing op bepaalde situaties, dan wil dit niet zeggen dat men vrijgesteld is van het nemen van veiligheidsmaatregelen. De vrijwaring van de openbare orde is een plicht met algemene gelding, die inhoudt dat eender welke wapenbezitter altijd voorzichtig moet zijn, niet alleen bij het gebruik van zijn wapen, maar ook bij elke andere handeling ermee. Zo is de bewaring en het vervoer van een wapen, ook in gevallen waarop het KB niet van toepassing is, steeds onderworpen aan de voorzichtigheidsplicht. Elke handeling die de openbare orde en veiligheid in het gedrang brengt of dreigt te brengen kan aanleiding geven tot sancties. Voorbeelden hiervan zijn het zichtbaar vervoeren van wapens en het laten rondslingeren ervan zodat minderjarigen of dieven er eenvoudig toegang toe hebben.

  • Aangifteplicht
    De wapenhandelaar die het slachtoffer wordt van diefstal of een poging daartoe, van vuurwapens, losse onderdelen, munitie, registers of documenten met betrekking tot die zaken, moet hiervan onverwijld aangifte doen bij een politiedienst. Het gaat hierbij in de eerste plaats over de lokale politie bevoegd voor de plaats waar de betrokkene is gevestigd, maar het kan ook gaan over de lokale politiedienst bevoegd voor de plaats waar de (poging tot) diefstal heeft plaatsgegrepen indien de betrokkene op dat moment een van de opgesomde zaken vervoerde.

    Bovendien is de betrokkene, indien dit nog niet mogelijk was op het ogenblik van de aangifte, verplicht binnen 48 uur na het ontdekken van de feiten bij dezelfde politiedienst precieze gegevens te verstrekken over de aard van de gestolen zaken (type, hoeveelheid, serienummers,...). In elk geval wordt de politiedienst bevoegd voor de plaats waar de activiteit gevestigd is, op de hoogte gebracht van de feiten door de eventuele andere politiedienst waarbij de aangifte is gedaan.

  • Indeling in klassen
    De betrokkenen moeten de veiligheidsmaatregelen opgesomd in de bijlage en hierna besproken, nemen in overeenstemming met de klasse waarin hun activiteit wordt ingedeeld (70).

    In afwijking daarvan mogen ook andere veiligheidsmaatregelen worden genomen die als gelijkwaardig worden beschouwd. De gelijkwaardigheid van deze veiligheidsmaatregelen wordt bij controle door de bevoegde personen beoordeeld. Die beoordeling kan tevens vooraf geschieden op basis van technische documentatie die de gelijkwaardigheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen aantoont. De wapenhandelaar mag dus vooraf aan de gouverneur voorstellen dat hij een alternatieve maatregel zal nemen en vragen dat die wordt beoordeeld, als hij om een of andere reden niet in staat is of niet wenst een maatregel opgelegd in de bijlage bij het KB te nemen.

    Indien de betrokkene zijn activiteit uitbreidt binnen het vastgelegde kader van zijn erkenning of vergunning, waardoor ze wordt ingedeeld bij een klasse die meer veiligheidsmaatregelen vereist, dan is hij ertoe gehouden onverwijld de nodige bijkomende maatregelen te nemen. Indien een uitbreiding van de erkenning zelf vereist is, wordt de verder beschreven procedure voor nieuwe aanvragen gevolgd.

    Het beperken van de activiteit daarentegen kan een vermindering van de veiligheidsmaatregelen rechtvaardigen, indien de activiteit hierdoor in een lagere klasse wordt ingedeeld.

    • Klasse A : groot- en kleinhandel, eventueel makelarij, uitgebaat in ruimten die minstens deels voor het publiek toegankelijk zijn, m.b.t. :
      a) vrij verkrijgbare wapens;
      b) munitie voor die wapens. Dit geldt niet voor de munitie die voor vrij verkrijgbare wapens kan gebruikt worden, maar die is ingedeeld bij de munitie voor andere categorieën.
    • Klasse B : idem als klasse A, maar bovendien m.b.t. :
      a) lange vuurwapens met één schot per loop;
      b) lange repeteervuurwapens met randontsteking;
      c) lange halfautomatische vuurwapens ontworpen voor de jacht;
      d) munitie voor die wapens.
    • Klasse C : idem als klasse B, maar bovendien m.b.t. korte vuurwapens, andere lange repeteervuurwapens en de bijhorende munitie.
    • Klasse D : idem als klasse C, maar bovendien m.b.t. alle andere vuurwapens en de bijhorende munitie.
    • Klasse E1 : commerciële en industriële activiteiten m.b.t. wapens of munitie (vervaardiging, makelarij, groothandel en al dan niet tijdelijke, met deze activiteiten gepaard gaande opslag in opslagruimtes). Het moet gaan om ruimten die uitsluitend toegankelijk zijn voor de wapenhandelaar en zijn aangestelden (personeel, medewerkende gezinsleden).
    • Klasse E2 : idem als klasse E1, maar dan in het geval dat er meer dan 1 500 vuurwapens bedoeld in de klassen C en D zijn opgeslagen.
    • Klasse F : onderverdeeld in de subklassen FA, FB, FC en FD, naargelang ze betrekking hebben op het herstellen, verbronzen, versieren of graveren van vuurwapens en het vervaardigen van losse onderdelen, gerangschikt respectievelijk in de klassen A tot D.
  • De gehanteerde technische normen (71)
    De bestaande Belgische, en in één geval Nederlandse normen, kunnen later automatisch worden vervangen door eenvormige Europese normen, van zodra deze van kracht mochten worden. Hier kan een evolutieve interpretatie worden gevolgd. Omdat sommige producten de betrokken normen niet vermelden of er niet aan voldoen, kunnen ze worden aanvaard indien met de nodige documenten kan worden bewezen dat ze voldoen aan de eisen van het KB, in overeenstemming met gelijkwaardige normen van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER).

    Hierna worden de verschillende veiligheidsmaatregelen opgesomd. In de praktijk kan het soms buitensporige kosten vergen om deze maatregelen rigoureus in te voeren, terwijl andere maatregelen beter gepast zijn om, rekening houdende met de concrete situatie en de risico’s, een afdoende beveiliging te vormen. De diensten die belast zijn met de controle op de veiligheidsmaatregelen kunnen schriftelijk bevestigen dat de genomen maatregelen minstens dezelfde waarborgen bieden als de in de regelgeving opgenomen maatregelen. Dergelijke verklaring bewijst dan op voldoende wijze dat de erkende persoon de opgelegde maatregelen heeft nageleefd (72).

  • De verschillende maatregelen (73)

    1° (te nemen door de klassen A-B-C-D-E-F)
    Installatie van hetzij een driepuntsslot dat vijf minuten weerstand biedt, hetzij een combinatie van drie sloten die samen vijf minuten weerstand bieden bij een inbraakproef onder genormaliseerde voorwaarden, en beantwoordend aan de Nederlandse norm NEN 5088/5089 of een vergelijkbare norm, op alle buitendeuren van het gebouw, en installatie van hang- en sluitwerk dat het uitlichten ervan belet op alle ramen van het gebouw die kunnen worden geopend. De plaatser moet attesteren dat het materiaal aan deze voorwaarden voldoet en volgens de regels van de kunst werd geplaatst.

    2° (klassen A-B-C-D-E-F-G)
    In elk lokaal waar zich munitie bevindt, dient minstens één draagbare of mobiele snelblusser beantwoordend aan de norm NBN S 21-011 tot 21-018 aanwezig te zijn. De snelblusser zelf moet zichtbaar zijn, of de plaats waar hij zich bevindt, moet worden aangeduid met het daarvoor bestemde logo. Bovendien moet hij steeds vrij bereikbaar zijn : er mogen geen obstakels in de weg staan.

    3° (B-C-D-Fb-Fc-Fd)
    Uithangen aan de toegangen voor het publiek van een duidelijk zichtbare en leesbare boodschap dat er een toegangsverbod geldt voor minderjarigen die niet door een meerderjarige worden vergezeld. De betrokkene is er echter niet toe gehouden dit verbod daadwerkelijk te handhaven door controles, het betreft enkel een waarschuwing.

    4° (B-C-D-Fb-Fc-Fd)
    In de ruimten die voor het publiek toegankelijk zijn, mogen vuurwapens slechts op een zodanige wijze worden geplaatst (tentoongesteld), dat ze enkel door toedoen van de betrokkene of zijn personeel kunnen worden ter hand genomen. Dit kan bijvoorbeeld door de vuurwapens in (vitrine)kasten te plaatsen, door ze vast te leggen met een kettinkje, door ze achter de toonbank te plaatsen, e.d.m.

    5° (A-B-C-D-F)
    Het is verboden de sleutels op sloten van ramen, buitendeuren of deuren van opslagruimtes te laten zitten, omdat dit het plaatsen van de in 1° bedoelde sloten zinloos zou maken.

    6° (C-D-Fc-Fd)
    Het is verboden vuurwapens van de klassen C en D in uitstalramen te plaatsen.

    7° (D)
    Vuurwapens van de klasse D moeten steeds worden bewaard in :
    - hetzij een inbraakveilige en slotvaste kast, die bovendien in een muur of vloer moet worden verankerd wanneer haar leeg gewicht minder dan 200 kg bedraagt (de inbraakveiligheid en het gewicht van nieuwe exemplaren kunnen worden geattesteerd door de leverancier, voor de andere volstaat eventueel een verklaring van de betrokkene en een oordeel op zicht);
    - hetzij in een opslagruimte die beveiligd is volgens de vereisten beschreven in het 17°;
    Dit geldt uiteraard niet voor de tijd nodig voor het onderhoud, het manipuleren en het overdragen ervan.

    8° (D)
    Munitie voor vuurwapens van klasse D, en de registers (modellen A, C en D) dienen te worden bewaard op de zelfde wijze als beschreven in het 7°.

    9° (B-C-D-Fb-Fc-Fd)
    De ramen en buitendeuren die een raam bevatten, dienen als volgt te worden beveiligd :
    - hetzij door daarvoor of daarachter vergrendelbare rolluiken (in gevlochten of gesloten metaal, of in gesloten hout of kunststof) aan te brengen en die te sluiten buiten de uren tijdens dewelke de activiteit wordt uitgeoefend;
    - hetzij door te voldoen aan het 13°.

    10° (C-D)
    De korte vuurwapens van klasse C moeten buiten de openingsuren voor het publiek worden bewaard zoals beschreven in het 7°.

    11° (C-D-E-Fc-Fd)
    In elke toegang tot de lokalen waar de activiteit wordt uitgeoefend, dienen deuren te worden geplaatst uit :
    - hetzij vol hout van minstens 4 cm dik of een ander materiaal van vergelijkbare sterkte;
    - hetzij gelaagd glas in overeenstemming met de norm bedoeld in het 13°.
    Aangebrachte keurmerken of attesten van de leverancier leveren hiervan het bewijs. Deze maatregel is evenwel niet vereist voor de toegangen die zich bevinden achter de vergrendelbare rolluiken voorzien in het 9?.
    Bovendien moeten in die deuren én in alle buitendeuren van het gebouw die met scharnieren opendraaien, minstens 2 dievenklauwen worden aangebracht die het uitlichten van de gesloten deuren moeten beletten.

    12° (B-C-D-E-Fb-Fc-Fd)
    De reservesleutels van gewapende kasten en van de deuren bedoeld in het 1°, en eventuele sleutelcertificaten met betrekking daartoe (met daarop de code die toelaat kopieën te maken) dienen te worden bewaard in een kluis of koffer, of in een kast in overeenstemming met het 7°.

    13° (C-D-E)
    In alle ramen (ook die in buitendeuren) dient gelaagd glas te worden geplaatst, dat minstens voldoet aan de norm NBN S 23-002, typevoorschrift STS 38 (§ 38.15.04, klasse IIA), of draadglas (hiervoor geldt § 38.08.51.32, A2 van de zelfde norm), of een ander vergelijkbaar schokbestendig materiaal. Het bewijs hiervan wordt geleverd door aangebrachte keurmerken of attesten van de plaatser.

    14° (E)
    Bij de toegangsdeuren dient een camera te worden geplaatst, die is aangesloten op een time lapse-recorder (frequentie-opnamesysteem). Uiteraard dient deze camera een volledig en scherp beeld te registreren van de toegang, en dienen de aldus verkregen opnamen veilig te worden opgeslagen gedurende minstens 8 dagen. Het opnamesysteem zelf zal eveneens op een veilige plaats moeten worden geïnstalleerd (in een slotvaste kast) om sabotage te voorkomen.

    15° (B-C-D-E-Fc-Fd)
    Installatie van een elektronisch alarmsysteem in het gebouw waar de activiteit wordt uitgeoefend. Dit systeem dient gewapend te worden buiten de activiteitsuren. Daarnaast installatie van hold up-knoppen. Deze alarmsystemen moeten aangesloten worden op de alarmcentrale van een bewakingsonderneming, die hiervoor vergund werd in overeenstemming met de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid.

    16° (C-D-Fc-Fd)
    Het is in hoofde van de betrokkene, zijn personeel en de personen voor wie hij moet instaan, verboden langer dan noodzakelijk (vooral 's nachts dient dit strikt te worden geïnterpreteerd) werktuigen (hamers, koevoeten, ladders,...) die een inbraak kunnen vergemakkelijken eenvoudig bereikbaar achter te laten in de nabije omgeving van de gebouwen (ook opritten, voetpaden) en in de (eigen) tuinen, op andere (eigen) terreinen en in eenvoudig toegankelijke aanhorigheden (tuinhuizen, garages zonder degelijke afsluiting,...). Dit geldt uiteraard niet in het gebouw zelf.

    17° (C-D-E)
    De afsluiting van opslagruimtes voor vuurwapens van de klassen C en D dient te gebeuren met slotvaste deuren uit metaal of uit een ander materiaal van vergelijkbare sterkte, voorzien van minstens een driepuntssluiting die voldoet aan het 1°.
    Bovendien moeten het kader en de scharnieren van die deuren van vergelijkbare sterkte zijn, en moeten de wanden van die ruimten bestaan uit metselwerk of beton bestand tegen inbraak of een ander materiaal van vergelijkbare sterkte.
    Het voldoen aan deze vereisten kan worden bewezen d.m.v. een attest afgeleverd door de aannemer voor nieuwe constructies, en d.m.v. een verklaring van de betrokkene en een oordeel op zicht voor de bestaande.

    18° (E)
    De toegang tot de ruimten die niet toegankelijk zijn voor het publiek moet gecontroleerd worden en elke beweging (binnentreden en verlaten) ervan moet worden geregistreerd (manueel of elektronisch, bijvoorbeeld met individuele fiches of badges).

    19° (E2)
    Het gebouw en zijn directe omgeving (terreinen, private toegangswegen, openbare weg grenzend aan het gebouw) moeten permanent worden gecontroleerd (bemand, al dan niet met elektronische hulpmiddelen) door een vergunde bewakingsonderneming of interne bewakingsdienst.
    Daarnaast dient er bij elk toegangspunt voor personen een actief metaaldetectiesysteem te worden geplaatst om het ongecontroleerd binnen- of buitensmokkelen van wapens, munitie of onderdelen daarvan tegen te gaan.

  • Bijzondere regeling voor grotere industriële sites
    De maatregelen bedoeld in het 13°, 15°, 17°, 18° en 19° zijn niet van toepassing op gebouwen die zich bevinden binnen een beschermde perimeter (omheining), voor zover wordt voldaan aan de op het einde van de bijlage beschreven voorwaarden. Gebouwen die echter zelf deel uitmaken van die perimeter doordat ze een gedeelte van de begrenzing vormen, genieten niet van deze uitzondering.
    - de omheining moet bestaan uit een afsluiting van minstens 3 meter hoogte om eventuele indringers af te schrikken, doch deze hoogte mag tot 2,5 meter worden verminderd indien de omheining elektronisch (camera's, sensoren) wordt bewaakt;
    - de toegang tot de omheinde zone moet strikt worden gecontroleerd en beperkt tot behoorlijk toegelaten personen.

    Die controle dient eveneens de registratie (manueel of elektronisch) van alle bewegingen (binnentreden en verlaten),
    en een actief metaaldetectiesysteem te omvatten;
    - de voormelde toegangspunten moeten ofwel permanent zijn vergrendeld, ofwel permanent worden bewaakt door een vergunde bewakingsonderneming of interne bewakingsdienst, ofwel op een gelijkwaardige wijze worden bewaakt;
    - de omheinde zone moet permanent worden gecontroleerd door een vergunde bewakingsonderneming of interne bewakingsdienst;
    - de lokalen waar wapens of munitie zijn ondergebracht dienen buiten de activiteitsuren permanent te worden vergrendeld;
    - de ramen van de opslagruimtes waarvan de onderzijde zich op minder dan 3 meter van de grond bevindt, ongeacht of ze kunnen worden geopend, moeten worden voorzien van een bescherming (tralies, gelaagd glas) die belet dat iemand (zelfs een kind) er zich doorheen begeeft. Een alarmsysteem zal bijgevolg onvoldoende zijn, daar dit slechts detecteert zonder de eigenlijke doorgang onmogelijk te maken;
    - de opslagruimtes moeten worden beschermd door een buiten de activiteitsuren gewapend elektronisch alarmsysteem aangesloten op de alarmcentrale van een vergunde bewakingsonderneming zoals hoger beschreven;
    - de gebouwen waar wapens of munitie worden vervaardigd of opgeslagen moeten worden voorzien van een perifere verlichting (de volledige buitenomtrek), die gemiddeld minstens 20 lux uitstraalt op het niveau van de grond. Die verlichting dient 's nachts (van zonsondergang tot zonsopgang) ofwel permanent te branden, ofwel te worden geactiveerd d.m.v. passieve infrarood-detectie én van het alarmsysteem hierboven bedoeld. Bovendien moeten de lampen tegen beschadiging worden beschermd met een schokbestendig materiaal zoals bepaald in het 13°.
    De betekenis van deze bijzondere voorwaarden dient te worden geïnterpreteerd naar analogie met het voorgaande.

  • Controleprocedure in geval van een nieuwe aanvraag om erkenning en in geval van een wijziging ervan (74)
    De gouverneur die een aanvraag om erkenning ontvangt, onderzoekt ze volgens de procedure beschreven in punt 4.1.4 van deze omzendbrief.

    Wanneer een voor de betrokkene positieve beslissing mogelijk blijkt (dit is meestal na de ontvangst van het advies van de procureur des Konings en de burgemeester), zal de gouverneur hem daarvan bij aangetekend schrijven in kennis stellen en hem uitnodigen de op zijn gewenste activiteit toepasselijke veiligheidsmaatregelen te nemen. Er dient in de brief minstens te worden verwezen naar de tekst van het KB en deze omzendbrief. De klasse(n) waartoe de activiteit zou kunnen behoren, afhankelijk van de aanwezige wapentypes wordt ook vermeld.

    De afgifte van de erkenning zal pas gebeuren als de betrokkene het bewijs levert dat de voorgeschreven maatregelen daadwerkelijk zijn genomen. Daartoe dient hij om een controle te verzoeken; indien de bevindingen gunstig zijn moet hij (een) attest(en) (doen) toesturen aan de overheid. Pas als het dossier hiermee is vervolledigd kan de afgifte van het document plaatsvinden.

    Deze procedure heeft tot doel te vermijden dat iemand op voorhand investeringen doet in veiligheid, om nadien te vernemen dat hij niet voor erkenning in aanmerking komt.
    Ook de aanvragen om wijziging van bestaande erkenningen zijn aan deze procedure onderworpen, indien ze betrekking hebben op een uitbreiding van de activiteiten.

  • Controle op de naleving van de veiligheidsvoorwaarden (75)
    In toepassing van artikel 29 WW behouden de daar opgesomde overheden (politiediensten, Proefbank,...) hun algemene bevoegdheid om tot controles op de naleving van de bepalingen van de wapenwet en haar uitvoeringsbesluiten, dus ook het besproken KB, over te gaan.

    Aangezien in het hier besproken kader echter zeer technische en gespecialiseerde controles moeten gebeuren, worden de door het KB zelf voorgeschreven controles uitgevoerd door een dienst (geen privaat organisme, wel bijvoorbeeld specialisten van een preventieteam van een politiedienst) die is opgenomen in een lijst die de gouverneur voor zijn provincie opstelt en jaarlijks bekendmaakt in het Provinciaal Bestuursmemoriaal.

    Controles kunnen worden gevraagd door de Minister van Justitie en door de gouverneur, naar aanleiding van een lopende aanvraag om erkenning, naar aanleiding van een verzoek hiertoe van de betrokkene (bijvoorbeeld nadat hij heeft voldaan aan de in de vorige paragraaf bedoelde uitnodiging of nadat de activiteit werd uitgebreid binnen het kader van de erkenning) of naar aanleiding van een verslag opgesteld door één van de diensten in het kader van de algemene controlebevoegdheid vermeld in artikel 29 WW.

    De controles vinden steeds plaats om de drie jaar na de eerste controle, en bovendien telkens als er aanleiding toe bestaat op grond van een uitbreiding van de activiteit of van een verslag van één van de bevoegde diensten. Ze worden kosteloos uitgevoerd.

    Aangezien de controles een beslissende invloed kunnen uitoefenen op de economische toestand van de betrokkene, dienen ze op tegensprekelijke wijze te verlopen. Dit betekent dat de betrokkene of een daartoe door hem gemachtigde persoon moet aanwezig zijn bij de controle en over alle elementen van de controle moet worden gehoord. Hij moet de kans krijgen de nodige bewijsstukken voor te leggen en eventueel ontbrekende attesten op te vragen bij leveranciers om deze desnoods na te sturen ter vervollediging van het dossier.

    Bij betwisting over de conformiteit van een genomen veiligheidsmaatregel dient de situatie duidelijk te worden beschreven in het controleverslag, samen met de opmerkingen van de betrokkene. De minister van Justitie of de gouverneur zullen hierover definitief beslissen.

    Indien de controlerende dienst vaststelt dat de vereiste veiligheidsmaatregelen niet of niet allemaal zijn genomen, licht hij de gouverneur (of de Minister van Justitie) hierover in. Die zal de betrokkene bij aangetekend schrijven aanmanen de nodige (bijkomende) maatregelen te nemen binnen een redelijke termijn die hij bepaalt, maar die de vier maanden niet mag overschrijden. Bij het verstrijken van die termijn wordt automatisch een nieuwe controle uitgevoerd : daartoe meldt de overheid onmiddellijk de vastgelegde vervaldatum aan de controledienst.

    Wanneer de gouverneur (of de Minister van Justitie) op basis van die nieuwe controle vaststelt dat de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen niet (volledig) zijn genomen, zal hij naar gelang het geval de gevraagde erkenning weigeren, dan wel de bestaande erkenning schorsen of intrekken in overeenstemming met de bepalingen van de wapenwet.


  • 4.1.8. Beslissing

    De gouverneur kan beslissen de erkenning al dan niet gedeeltelijk te verlenen of de erkenningsaanvraag af te wijzen.
    De beslissing tot erkenning of afwijzing wordt aan de aanvrager bekendgemaakt bij aangetekend schrijven met ontvangstbewijs (76).

    Een afschrift van de beslissing dient binnen acht dagen te worden toegestuurd aan de bevoegde lokale politie en de procureur des Konings (77).

    De gouverneur moet er tevens voor zorgen dat zijn beslissing wordt opgenomen in het CWR (78).

    In geval van (al dan niet gedeeltelijke) erkenning geeft de gouverneur een getuigschrift van erkenning af (model 2, zie punt 4.1.10). De gouverneur licht de proefbank voor vuurwapens hiervan in (79).

    Een erkenning kan enkel worden geweigerd om redenen die verband houden met de handhaving van de openbare orde (80).

    Sinds 27 juni 2011 kan de erkenning opnieuw worden geweigerd wegens de veronachtzaming van de deontologische code inzake de beroepsplichten van de wapenhandelaar, de publiciteitsvoorschriften, zijn verantwoordelijkheid als wapenhandelaar en de onverenigbaarheden, zoals deze werden opgenomen in het KB van 11/6/11 (81), indien dit een gevaar betekent voor de openbare orde (82).

    De erkenning kan worden beperkt tot bepaalde verrichtingen of tot bepaalde soorten wapens en munitie, bijvoorbeeld een erkenning voor de kleinhandel in vuurwapens voor de jacht en het sportschieten (83). Vermits dit een gedeeltelijke weigering inhoudt, moet deze beperking uitdrukkelijk worden gemotiveerd.

    De gouverneur moet bij het nemen van zijn beslissing rekening houden met de ingewonnen adviezen. Daarnaast kunnen volgende overwegingen eveneens van belang zijn :
    - de activiteit wapenmaker-kleinhandelaar moet in beginsel worden voorbehouden aan personen die daarvan hun gewone hoofdbezigheid maken;
    - de activiteit moet werkelijk worden uitgeoefend door de persoon die om de erkenning verzoekt.
    Als de aanvrager al wapenhandelaar is in een andere lidstaat van de EU, houdt de gouverneur bij de beoordeling van de erkenningsaanvraag rekening met de waarborgen verstrekt in het kader van de buitenlandse regelgeving (84).


    4.1.9. Motivering

    De beslissing houdende gehele of gedeeltelijke weigering van de erkenning moet met redenen zijn omkleed (79). De kennisgeving ervan dient de rechtsmiddelen en hun vormvoorwaarden te vermelden, die voor de betrokkene openstaan (86).

    Ook de beslissing houdende de schorsing, beperking of intrekking van de erkenning moet met redenen zijn omkleed en de rechtsmiddelen en hun vormvoorwaarden vermelden waarover de betrokkene beschikt (87). De gouverneur kan te dien einde bij de lokale politie de nodige inlichtingen inwinnen. Het advies van de procureur des Konings en van de burgemeester is niet vereist maar kan in bepaalde gevallen aangewezen zijn.

    Inzake de motivering van de beslissing dient de gouverneur zich te houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en meer in het bijzonder de wet van 29/7/91 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.

    Elke overheidsbeslissing met individuele strekking dient immers zowel materieel als formeel gemotiveerd te worden en de motivering in de akte moet de juridische en feitelijke overwegingen vermelden die aan de grondslag liggen van de beslissing.

    De adviesverlenende overheden moeten rekening houden met deze wettelijke verplichtingen om de gouverneur in staat te stellen een gemotiveerde beslissing te nemen.


    4.1.10. Model 2

    Als de aanvraag ontvankelijk is en de erkenning (al dan niet gedeeltelijk) kan worden toegestaan, geeft de gouverneur een getuigschrift van erkenning als wapenhandelaar « model 2 » af. Hij geeft daarvan kennis aan de proefbank voor vuurwapens (88).

    Dit model moet op dik papier worden gedrukt.

    Bij de afgifte moeten op het getuigschrift van erkenning, dat een authentiek stuk is, een stempel en een droogstempel worden aangebracht. Het nummer wordt op volgende wijze samengesteld :
    2/1/10/0001
    2 = getuigschrift van erkenning
    1 = code van de provincie (89)
    10 = jaar van afgifte
    0001 = het rangnummer van het getuigschrift van erkenning bij de provincie.


    4.1.11. Beroep

    Tegen de beslissing van de gouverneur tot (gehele of gedeeltelijke) weigering, beperking, schorsing of intrekking van een erkenning, alsook tegen het ontbreken van een beslissing binnen de termijn van vier maanden vanaf ontvangst van de volledige aanvraag, staat beroep open bij de minister van Justitie of bij zijn gemachtigde (90).

    Het betreft een gewoon administratief beroep. Het beroep heeft geen schorsende werking, m.a.w. de verzoeker dient zich te schikken naar de bestreden beslissing minstens totdat over zijn verzoekschrift uitspraak wordt gedaan.
    Het verzoekschrift strekkende tot hoger beroep moet :
    - gemotiveerd zijn;
    - aangetekend worden verzonden aan de federale wapendienst;
    - ingediend worden binnen 15 dagen na de kennisname van de beslissing van de gouverneur of na de vaststelling dat er geen beslissing werd genomen binnen de termijn van vier maanden. De termijn begint te lopen vanaf de dag waarop het ontvangstbewijs wordt ondertekend;
    - vergezeld zijn van een kopie van de bestreden beslissing.

    In geval aan één van deze modaliteiten niet is voldaan, is het verzoekschrift onontvankelijk (91).

    Als het beroep wordt ingediend tegen een beslissing houdende gehele of gedeeltelijke weigering van de erkenning, moeten bij het verzoekschrift alle stukken worden gevoegd die de identificatie van de aanvrager en van zijn activiteit mogelijk maken (92).

    De wetten betreffende de openbaarheid van bestuur van 11/4/94 en 12/11/97 schrijven voor dat een administratieve rechtshandeling met individuele strekking slechts geldig is ter kennis gebracht als de beroepsmogelijkheden en alle modaliteiten van het beroep (vormen en termijnen) worden vermeld. Bij ontstentenis daarvan neemt de verjaringstermijn voor het indienen van het beroep geen aanvang.

    Eventuele procedurefouten gemaakt door de gouverneur worden door het beroep rechtgezet.

    De behandeling van het beroep houdt ook een evocatierecht in. Het gehele onderzoek uitgevoerd door de gouverneur kan worden overgedaan en de minister is niet gebonden door de beslissing van de gouverneur. Zo kan een schorsing eventueel worden omgezet in een intrekking.

    De uitspraak in beroep wordt gedaan binnen 6 maanden, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het verzoekschrift (93).

    Deze termijn kan worden verlengd bij gemotiveerde beslissing. De verlenging kan slechts eenmaal worden toegestaan en de termijn ervan mag uiterlijk zes maanden bedragen (94).

    In geval van erkenning, zelfs gedeeltelijk, geeft de Minister van Justitie aan betrokkene een getuigschrift van erkenning af, opgemaakt volgens het model 2. Hij geeft daarvan kennis aan de proefbank voor vuurwapens.
    Een afschrift van de beslissing wordt binnen 8 dagen toegezonden aan de bevoegde gouverneur, lokale politie en procureur des Konings (95). De federale wapendienst vraagt het CWR de registratie uit te voeren.

    Tegen de beslissing van de gouverneur tot onontvankelijkheid van de aanvraag (96) kan uitsluitend bij de Raad van State een beroep worden ingediend (97).


    4.1.12. Wijziging van de erkenning

    Bij beëindiging van de activiteit die het onderwerp is van de erkenning of bij wijziging van de gegevens vermeld in het getuigschrift van erkenning, geeft de houder daarvan binnen de acht dagen kennis aan de gouverneur en zendt hij hem het getuigschrift terug (98).

    Hetzelfde geldt in geval van wijziging van de gegevens gevoegd bij de erkenningsaanvraag en - wanneer de houder van de erkenning een rechtspersoon is - in geval de bestuurder, zaakvoerder, commissaris of persoon aangesteld voor het bestuur of beheer verandert (99).

    De erkende persoon die al dan niet vrijwillig zijn activiteit beëindigt, moet binnen een maand te rekenen vanaf de beëindiging zijn registers indienen bij het CWR (100). Een ontvangstbewijs wordt hem overhandigd door de verantwoordelijke.

    Als de houder van een erkenning zijn vestigingsplaats wenst te veranderen binnen dezelfde provincie, dan moet hij de gouverneur hiervan op voorhand verwittigen en hem het getuigschrift terugzenden. Er zal een onderzoek worden gevoerd naar de aanvaardbaarheid van de nieuwe vestiging, vooral met het oog op de vervulling van alle administratieve plichten en op de veiligheid. Indien de nieuwe vestiging onaanvaardbaar blijkt, wordt de betrokkene uitgenodigd zich in orde te stellen; in voorkomend geval moet de erkenning geschorst worden. In het tegenovergestelde geval wordt de adreswijziging duidelijk aangebracht op het bestaande document, minstens samen met een officiële stempel (het gebruik van een zelfklever met onzichtbare stempel verdient sterk aanbeveling).

    In geval bepaalde andere gegevens die voorkomen op het getuigschrift van erkenning worden gewijzigd, moet de houder van de erkenning daarvan binnen 8 dagen kennis geven aan de gouverneur die de erkenning heeft verleend en hem het getuigschrift van erkenning terugzenden voor aanpassing. Die formaliteit is bijvoorbeeld vereist bij wijziging van de naam van de vennootschap en bij vrijwillige beperking van de types van activiteiten.

    Voor alle andere wijzigingen, zoals bijvoorbeeld het overbrengen van de vestigingsplaats naar een andere provincie, de wijziging van de identiteit van de houder, de wijziging van de identiteit van de verantwoordelijke natuurlijke persoon bij een erkende rechtspersoon of van de aard van de activiteit waarop de erkenning betrekking heeft, is een nieuwe aanvraag vereist (101).

    Een erkenning kan niet worden overgedragen. De gouverneur kan evenwel, in geval van fusie, splitsing, inbreng van een algemeenheid of van een bedrijfstak of wijziging van de rechtspersoonlijkheid, bepalen dat de nieuwe juridische entiteit, mits zij de door hem bepaalde voorwaarden in acht neemt, gedurende de periode voorafgaand aan de notificatie van de beslissing betreffende de erkenningsaanvraag, de activiteiten van de initieel erkende onderneming kan voorzetten (102).

    In geval van verlies, diefstal of vernietiging van de erkenning, wordt kosteloos een duplicaat uitgereikt na voorlegging van een attest van aangifte bij de lokale politie.


    4.1.13. Administratieve sancties
    • De soorten administratieve sancties
      De gouverneur kan drie soorten maatregelen nemen als administratieve sanctie bij de vaststelling van onregelmatigheden.

    Hij kan de erkenning schorsen voor een periode van één tot zes maanden : dit is een maatregel die aangewezen is wanneer de houder van de erkenning zich in een voorlopige toestand bevindt en het noodzakelijk is dat zijn activiteiten worden geschorst. De schorsing is in principe beperkt van één tot zes maanden. Indien de schorsing zich opdringt voor een periode langer dan zes maanden, is het aanbevolen de erkenning in te trekken.

    De gouverneur kan de erkenning ook beperken tot bepaalde verrichtingen of tot bepaalde soorten wapens en munitie of tot een bepaalde duur. Eerder dan de erkenning in te trekken, is het in bepaalde gevallen aangewezen ze te beperken tot de verkoop van een bepaalde categorie van wapens zoals bijvoorbeeld enkel vrij verkrijgbare wapens.

    De beslissing om een erkenning te beperken, wordt op het stuk van de procedure gelijkgesteld met de beslissing om een gedeelte van de erkenning in te trekken.

    Tenslotte kan de gouverneur de erkenning intrekken : deze maatregel brengt vanaf de kennisgeving ervan het verbod mee om de activiteiten waarop de erkenning betrekking heeft nog verder uit te oefenen. Het is een maatregel die slechts mag worden genomen met inachtneming van het proportionaliteitsbeginsel. De gouverneur kan een van deze maatregelen nemen, indien de houder : (103)
    1. behoort tot de categorieën genoemd in artikel 5, § 4 WW(104);
    2. de bepalingen van de wapenwet en de besluiten tot uitvoering ervan of de opgelegde beperkingen niet in acht neemt;
    3. de erkenning op grond van onjuiste inlichtingen heeft verkregen;
    4. gedurende een jaar de activiteiten waarop de erkenning betrekking heeft niet heeft uitgeoefend (indien niet alle activiteiten waarvoor de erkenning werd verleend, werkelijk werden uitgeoefend, zal de gouverneur tot een gedeeltelijke intrekking overgaan voor wat betreft deze activiteiten);
    5. activiteiten uitoefent die door het feit dat zij worden uitgeoefend samen met de activiteiten waarvoor de erkenning is verkregen, de openbare orde kunnen verstoren.

    Als de betrokkene hierom vraagt, moet hij vooraf schriftelijk of mondeling worden gehoord. Hij moet in staat worden gesteld zich vooraf te verdedigen tegen de negatieve elementen waarvan hij geen kennis had (hoorrecht).

    Sinds 27 juni 2011 kan opnieuw de veronachtzaming van de deontologische code die werd opgenomen in het KB van 11/6/11 (105) , indien dit een gevaar voor de openbare orde betekent, de intrekking, de schorsing of de beperking van de erkenning door de gouverneur met zich meebrengen. In geval van minder ernstige inbreuken op deze code kan de gouverneur ook een waarschuwing geven met verzoek de betrokken praktijk te staken indien die volgens de diensten van de gouverneur in strijd is met de deontologische code. Alleen de inbreuken op de bepalingen van de deontologische code inzake de algemene technische uitoefeningsmodaliteiten vormen ook strafbare feiten (106).

    Als de gouverneur kennis heeft van een misdrijf dat door een erkend persoon wordt gepleegd dient hij de procureur des Konings hiervan op de hoogte te brengen (107).

    Van de beslissing tot schorsing, beperking of intrekking van de erkenning wordt door de gouverneur kennis gegeven aan de houder bij aangetekend schrijven met ontvangstbewijs. De beslissing wordt gezonden naar het adres vermeld op het getuigschrift van erkenning of - indien de houder na de afgifte van de erkenning een nieuw adres heeft meegedeeld - naar het adres dat de houder heeft meegedeeld (108).

  • De gevolgen van de administratieve sancties
    De houder van de erkenning moet ingevolge de beslissing tot schorsing, beperking of intrekking ervan het getuigschrift van erkenning terugzenden binnen 8 dagen te rekenen van de beëindiging van de door de gouverneur in de kennisgeving van de beslissing vermelde termijn.
  • Als de gouverneur van oordeel is dat de houder van de erkenning misbruik zou kunnen maken van het getuigschrift kan hij de korpschef van de lokale politie ermee belasten het getuigschrift bij de houder te gaan terughalen (109). Het betreft evenwel een eerder uitzonderlijke procedure.

    De schorsing, beperking of intrekking van de erkenning heeft tot gevolg dat het voorhanden houden van wapens door de houder van de erkenning onwettig wordt. De gouverneur geeft in zijn beslissing dan ook aan binnen welke termijn de wapens in bewaring moeten worden gegeven of aan een erkend persoon of een persoon die gemachtigd is de wapens voorhanden te houden, moeten worden overgedragen (110).

    Om na te gaan of dit ook werkelijk is gebeurd, moet de erkende persoon die de wapens in bewaring heeft genomen of heeft verkregen de gouverneur binnen 8 dagen in kennis stellen van de inbewaringgeving of overdracht door middel van een formulier dat bij de kennisgeving van de beslissing wordt gevoegd (111).

    Een afschrift van de beslissing tot schorsing, intrekking of beperking van de erkenning wordt binnen 8 dagen toegezonden aan : (112)
    - de bevoegde lokale politie;
    - de betrokken procureur des Konings;
    - de directeur van de Proefbank voor vuurwapens.

    De beslissing moet tevens worden opgenomen in het CWR (113).
    In geval van intrekking moet de erkende persoon zijn registers binnen de maand volgend op het staken van zijn activiteiten bij het CWR neerleggen (114). Een ontvangstbewijs wordt hem overhandigd door de verantwoordelijke.


    4.1.14. 5-jaarlijkse controle

    De erkenning afgegeven op basis van de wapenwet is geldig voor onbepaalde duur, tenzij de aanvraag slechts voor een bepaalde duur was gedaan of de gouverneur of de Minister van Justitie een beperktere geldigheidsduur oplegt bij gemotiveerde beslissing om redenen van vrijwaring van de openbare orde (115).

    Eens om de vijf jaar neemt de gouverneur het initiatief om bij alle houders van een erkenning als wapenhandelaar of tussenpersoon te onderzoeken of zij de wet naleven en zij nog steeds voldoen aan de voorwaarden voor het verkrijgen van de erkenning (116). Die controle is betalend (117).

    Hierbij vraagt de gouverneur het advies van de lokale politie en eventueel van het parket en de burgemeester en moeten de houders van een erkenning verklaren of kunnen zij doen vaststellen dat zij nog steeds beantwoorden aan de wettelijke voorwaarden, mede op grond waarvan de erkenning voorheen werd afgeleverd en dat er geen redenen zijn om te besluiten tot een beperking, schorsing of intrekking van de erkenning (118).

    Na afloop van de controle ontvangen ze een bijlage bij hun erkenning, die de datum en het resultaat van de controle vermeldt.

    Het systeem van 5-jaarlijkse controles belet niet dat er vaker controles plaatsvinden door officieren van gerechtelijke politie, al dan niet op verzoek van de bevoegde gouverneur (119). Deze controles zijn wel gratis.

    De federale politie is in het bijzonder belast met het toezicht op de wapenhandelaars en wapenfabrikanten (120).


    4.2. Rechten en plichten


    4.2.1. Deontologie

    Na de vernietiging, om formele redenen, van zijn oorspronkelijke versie door de Raad van State, is op 27 juni 2011 een licht aangepaste deontologische code die samengesteld is uit regels die een waardige, integere en verantwoordelijke uitoefening van het beroep van wapenhandelaar of tussenpersoon moeten garanderen, in werking getreden.

    De deontologische code die door de wapenhandelaar of tussenpersoon moet worden waargenomen, bestaat uit volgende voorschriften :

    • Beroepsplichten van de wapenhandelaar
      • Plichten tegenover de klant :
        De wapenhandelaar helpt de klant zijn behoeften te formuleren en analyseert ze.
        Hij informeert de klant correct over de reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op de verkochte zaken. Met dit doel informeert de wapenhandelaar zichzelf regelmatig en behoorlijk over de toepasselijke regelgeving en haar evolutie.
        Vóór elke overdracht van wapens of munitie geeft de wapenhandelaar richting aan de keuzes van zijn klant en adviseert hij hem met name de wapens en de munitie te verwerven die het meest aangewezen zijn in functie van het beoogde doel.
        Daarnaast licht de wapenhandelaar de klant in over de mogelijke gevaren van het gebruik van wapens en munitie, evenals over de in acht te nemen veiligheidsmaatregelen die deze gevaren kunnen beperken (121).
      • Verantwoordelijkheid tegenover de samenleving
        De wapenhandelaar kan zich niet beroepen op zijn functie om in te staan voor een onwettige handeling en onthoudt zich van elke handeling die het niet naleven van de regelgeving door zijn klanten uitlokt. Hij werkt niet mee aan verrichtingen waarvan hij vermoedt of moest weten dat ze de integriteit of de veiligheid van personen in gevaar brengen (122). Dit betekent uiteraard niet dat de wapenhandelaar de daden van zijn klanten moet kunnen voorzien. Het gaat alleen over manifeste zaken.
        De wapenhandelaar en zijn personeel zijn verplicht aan de toezichthoudende overheden alle informatie te geven die noodzakelijk is voor een afdoende controle (123).
      • Technische uitoefeningsmodaliteiten
        • Algemeenheden :
          De wapenhandelaar oefent zijn activiteit uit in de domeinen waarvoor hij zijn beroepsbekwaamheid heeft bewezen.
          Als hij andere activiteiten uitoefent waarvoor hij te privaten titel wapens voorhanden heeft, waakt hij erover dat er geen enkele verwarring bestaat op het vlak van het beheer van zijn handelszaak.
          Nochtans geeft een erkenning als wapenhandelaar op zich geen enkel recht om persoonlijke wapens te bezitten.
          Als hij houder is van een erkenning als verzamelaar, behoudt hij een strikte scheiding tussen zijn beide vermogens.
          De rechtspersonen zijn verplicht een bestuurder aan te wijzen die binnen de onderneming verantwoordelijk is voor alle vragen betreffende de regelgeving (124).
          De wapenhandelaar vervult zijn administratieve plichten op zorgvuldige wijze. Hij vult onverwijld zijn registers en de andere reglementair bepaalde documenten in, op een duidelijke, leesbare en systematische wijze.
        • De wapenhandelaar moet op zijn documenten en op zijn website vermelden : (125)
          • zijn adres, erkennings- en ondernemingsnummer;
          • in geval van een rechtspersoon : benaming, rechtsvorm en naam van de personen die hem mogen vertegenwoordigen;
          • de wettelijk verplichte vermeldingen.
        • Publiciteit :
          Alle publiciteitsmiddelen mogen worden gebruikt mits de naleving van de van kracht zijnde regelgeving.
          Bij het voeren van publiciteit leeft de wapenhandelaar zijn informatieplicht ten aanzien van de klant na, hij informeert hem correct over de regelgeving, over de aan het product verbonden gevaren en over de technische aspecten ervan (126).

          Zo kan de wapenhandelaar reclame maken via het internet. Hij moet het aangeven als het gaat over vergunningsplichtige wapens (127). Eveneens dient hij correcte informatie te verstrekken over de aangeboden producten. Indien minderjarigen ze niet mogen kopen, moet dit vermeld worden.

          Artikel 19, eerste lid, 1° WW verbiedt dat wapens via het internet verkocht worden. Het is dus verboden om enige verkoop op afstand te organiseren, bijvoorbeeld door op een internetsite de mogelijkheid te bieden een koopovereenkomst van het wapen af te sluiten (b.v. door het wapen aan te klikken, zodat een akkoord over zaak en prijs ontstaat op de website). Eveneens is niet mogelijk om de verkoop van wapens tot stand te brengen via e-mail verkeer of andere elektronische communicatiemiddelen. Om dezelfde reden is het eveneens verboden om wapens te verkopen via publieke veilingsites (b.v. E-bay) of andere internet advertentie sites (zoals bv. 2dehands of de koopjeskrant). In deze gevallen komt de verkoopverrichting immers tot stand via de website.

          De wetgever wou elke verkoop van wapens op afstand verbieden. Ook het te koop aanbieden van wapens via het internet is verboden. De reden hiervoor is dat bij een verkoop op afstand onmogelijk kan worden voldaan aan de verplichtingen die gelden bij overdracht van het wapen. Bij elke verkoop moet immers de identiteit van de koper, alsook zijn hoedanigheid worden nagegaan. Ook moet onderzocht worden of de koper over de nodige vergunningen of over een erkenning beschikt. Deze controle is niet mogelijk via het internet.

          Het verbod om wapens te koop aan te bieden, belet niet dat een handelaar via zijn internetwebsite aangeeft welke wapens hij in zijn winkel te koop aanbiedt. Hij kan, mits naleving van alle andere wetsbepalingen, de producten met prijs aangeven. De parlementaire voorbereiding was op dit punt duidelijk (128) :

          Die bepaling belet echter niet dat de erkende wapenhandelaars of verzamelaars reclame kunnen maken op een internetsite, op voorwaarde dat de in artikel 19, 3° en 4°, bepaalde voorwaarden in acht worden genomen. De beschikbare producten en de prijzen mogen worden vermeld, maar geen enkele transactie mag tot stand komen via de site. »

          Gepubliceerde en voor het publiek zichtbare aankondigingen moeten minstens de naam of de handelsbenaming van de wapenhandelaar bevatten.
          Als de publiciteit zaken betreft die minderjarigen niet mogen verwerven, vermeldt ze dat zij niet op het aanbod kunnen ingaan (129).

        • Verantwoordelijkheid van de wapenhandelaar
          De wapenhandelaar organiseert zijn handel in functie van een wettelijke uitoefening van zijn activiteit, en hij lokt geen illegale activiteiten uit.

          Hij gaat niet in op vragen van derden die uit zijn op een onwettig of immoreel voordeel, of die misbruik willen maken van zijn diensten, bijvoorbeeld door illegale wapens over te nemen en aldus wit te wassen.

          De wapenhandelaar waakt erover dat hij alleen activiteiten aanvaardt, nastreeft of verderzet waarvan de aard of het voorwerp verenigbaar is met de Code, en meer algemeen met de openbare orde. (130).

          De wapenhandelaar informeert, coördineert en houdt toezicht op de personen waarvoor hij verantwoordelijk is.

          Hij waakt erover dat zijn aangestelden beschikken over een opleiding, die enerzijds is aangepast aan de activiteiten van wapenhandelaar die ze uitvoeren onder zijn gezag, en anderzijds conform is met de deontologische plichten, waaraan hij is onderworpen (131).

        • Onverenigbaarheden
          De wapenhandelaar mag geen andere beroepsactiviteit uitoefenen in de lokalen waar hij wapens, munitie of onderdelen daarvan verhandelt of tentoonsteltals door de combinatie van de beide activiteiten een risico voor de openbare orde kan ontstaan. Deze plicht mag niet worden gelezen in de zin dat het verboden zou zijn andere zaken dan wapens te verkopen in een wapenwinkel.

          Hij onthoudt zich van handelstransacties met personen waarvan hij weet of waarvan het algemeen bekend is dat ze in milieus verkeren die de democratische beginselen niet naleven zoals ze met name worden verwoord in de Grondwet of het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de wet van 30/7/81 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en de wet van 23/3/95 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duits nationaal-socialistische regime is gepleegd.

          Hij onthoudt zich van elke handeling die, of elk gedrag dat hem vatbaar kan maken voor chantage en hij neemt niet deel aan kansspelen in casino’s (132).


        4.2.2. Registers

        De erkende personen moeten verschillende soorten registers bijhouden, te weten : (133)
        - het register van model A houdende de inschrijving van de vergunningsplichtige wapens die zij verkrijgen, vervaardigen, in hun bezit houden of overdragen;
        - het register van model C houdende de inschrijving van de munitie voor de vergunningsplichtige vuurwapens die zij verkrijgen, vervaardigen of in hun bezit houden of overdragen;
        - het register van model D houdende de inschrijving van :
        - de aan de wettelijke voorgeschreven proef onderworpen losse onderdelen die zij verkrijgen, vervaardigen, in hun bezit houden of overdragen;
        - de hulpstukken die zij verkrijgen, vervaardigen, in hun bezit houden of overdragen wanneer die stukken, aangebracht op een vuurwapen, tot gevolg hebben dat het wapen in een andere categorie wordt ondergebracht.

        De registers moeten voorgedrukt zijn met genummerde bladzijden (134). Om elke dubbelzinnigheid uit te sluiten, is het aan te raden dat de controlediensten register afstempelen of paraferen. Enkel registers die vastbladig en genummerd zijn, en die dezelfde indeling hebben zoals opgenomen bij het KB van 21/9/91 mogen worden gebruikt.

        Van elk wapen moet duidelijk worden vermeld wat de technische gegevens (merk, model, serienummer) ervan zijn, van wie het werd overgenomen en aan wie het werd overgedragen, en wanneer dit gebeurde.

        De registers moeten worden overgelegd wanneer de volgende diensten daarom verzoeken : (135)
        - de leden van de federale politie, de lokale politie en de douane;
        - de directeur van de proefbank voor vuurwapens en de personen aangewezen door de Minister bevoegd voor Economie;
        - de inspecteurs en controleurs van springstoffen en de ambtenaren van het bestuur Economische Inspectie.

        De controle van de registers van de erkende personen gebeurt eenmaal per jaar, in principe zonder dat de gouverneur hier om moet verzoeken, door een van de bevoegde diensten.

        De registers worden bewaard door de erkende personen. Bij de beëindiging van de activiteit worden zij binnen een maand neergelegd bij het CWR (die ze ter beschikking houdt van de bovenvermelde diensten, die ze op systematische wijze moeten onderzoeken) (136).


        4.2.3. Overdracht/verkoop van vuurwapens

        De wapenhandelaar die een vergunningsplichtig vuurwapen en/of munitie ervoor (of een aan de wettelijke proef onderworpen onderdeel) verkoopt of overdraagt aan een andere erkende persoon moet zich vooraf vergewissen van de identiteit van die persoon alsook van de echtheid en de geldigheid van zijn erkenning in het licht van de betrokken operatie.

        De proefbank voor vuurwapens is gemachtigd om hem hiertoe inlichtingen te verstrekken (137).

        Zie verder onder punt 9.2.2. voor de verplichtingen inzake overdracht/verkoop van een vergunningsplichtig vuurwapen en/of munitie ervoor (of een aan de wettelijke proef onderworpen onderdeel) aan een particulier.

        VERWIJZINGEN


        (44) De bepalingen van dit hoofdstuk zijn mede van toepassing op de tussenpersonen, voor zover ze dienstig zijn. Zo zullen ook zij hun beroepsbekwaamheid moeten bewijzen, maar doorgaans geen veiligheidsmaatregelen moeten nemen.
        (45) Zie punt 17.
        (46) Artikel 5, § 1 WW.
        (47) In geval van een rechtspersoon wordt deze bepaling als volgt toegepast: alle fysieke personen die de rechtspersoon vertegenwoordigen en die daadwerkelijk het beroep van wapenhandelaar gaan uitoefenen, moeten slagen voor het beroepsbekwaamheidsexamen. Afhankelijk van de structuur van de rechtspersoon en rekening houdend met de vraag wie er verantwoordelijk is voor de activiteiten van de wapenhandel kan dus worden bepaald wie het examen moet afleggen en de erkenning namens de rechtspersoon moet aanvragen.
        (48) Artikel 5, § 2 WW.
        (49) Artikel 2 KB 11/6/11.
        (50) Artikel 2, derde lid KB 16/10/2008.
        (51) Artikel 3 KB 11/6/11.
        (52) Artikel 4 KB 11/6/11.
        (53) Artikel 6, derde lid KB 11/6/11.
        (54) Artikel 7 KB 11/6/11.
        (55) Artikel 5, § 4 WW.
        (56) Zie bijlage 1, die een lijst van inbreuken geeft.
        (57) Artikel 2 KB 20/09/91.
        (58) Artikel 1 KB 11/6/11.
        (59) Artikel 6 KB 11/6/11.
        (60) Artikel 2 KB 20/09/91.
        (61) Zie punt 4.1.3 en bijlage 1.
        (62) Artikel 5, § 1, derde lid WW.
        (63) Artikel 5, § 3 WW.
        (64) Artikel 31, 1° WW.
        (65) Artikel 31, 2° WW.
        (66) Artikel 2, laatste lid KB 20/09/91.
        (67) Artikel 1 KB 24/04/97.
        (68) Artikel 2 KB 24/04/97.
        (69) Artikel 8 KB 24/04/97.
        (70) Artikel 4 KB 24/04/97.
        (71) Artikel 3 KB 24/04/97.
        (72) Artikel 4, derde lid KB 24/4/97.
        (73) Bijlage bij het KB 24/04/97.
        (74) Artikel 6 KB 24/04/97.
        (75) Artikel 7 KB 24/04/97.
        (77) Artikel 3, eerste lid KB 20/09/91.
        (78) Artikel 30 KB 20/09/91.
        (79) Artikel 3, derde lid KB 20/09/91.
        (80) Artikel 5, § 3, tweede lid WW.
        (81) Zie punt 4.2.1.
        (82) Artikel 8, tweede lid KB 11/6/11.
        (83) Artikel 7, § 1 WW.
        (84) Artikel 5, § 1, tweede lid WW.
        (85) Artikel 5, § 3, tweede lid WW.
        (86) Artikel 3, laatste lid KB 20/09/91.
        (87) Artikel 7, § 2 WW en artikel 6, tweede lid KB 20/09/91.
        (88) Artikel 3, derde lid KB 20/09/91.
        (89) 1 : Antwerpen; 20 : administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad; 21 : Vlaams-Brabant; 22 : Waals-Brabant; 3 : West-Vlaanderen; 4 : Oost-Vlaanderen; 5 : Henegouwen; 6 : Luik; 7 : Limburg; 8 : Luxemburg; 9 : Namen; 0 : FOD Justitie.
        (90) Artikel 30, eerste lid WW.
        (91) Artikel 30, tweede lid WW.
        (92) Artikel 4 KB 20/09/91.
        (93) Artikel 30, tweede lid WW.
        (94) Artikel 31, 2° WW.
        (95) Artikel 5 KB 20/09/91.
        (96) Zie punt 4.1.3.
        (97) Artikel 30, eerste lid WW.
        (98) Artikel 8, eerste lid KB 20/09/91.
        (98) Artikel 8, tweede lid KB 20/09/91.
        (100) Artikel 23, derde lid KB 20/09/91.
        (101) Iemand die al erkend is als wapenhandelaar en die tevens activiteiten als tussenpersoon wenst uit te oefenen, moet hiervoor geen tweede erkenning vragen. De erkenning als wapenhandelaar is immers ruimer dan deze als tussenpersoon.
        (102) Artikel 5, § 5 WW.
        (103) Artikel 7, § 2 WW.
        (104) Zie punt 4.1.3 en bijlage 1.
        (105) Zie punt 4.2.1.
        (106) Artikel 8 KB 11/6/11.
        (107) Artikel 5, § 2, tweede lid WW en artikel 29 Sv.
        (108) Artikel 6, eerste lid KB 20/09/91.
        (109) Artikel 6, derde lid KB 20/09/91.
        (110) Artikel 6, tweede lid KB 20/09/91.
        (111) Artikel 6, vierde lid KB 20/09/91.
        (112) Artikel 6, laatste lid KB 20/09/91.
        (113) Artikel 30 KB 20/09/91.
        (114) Artikel 23, derde lid KB 20/09/91.
        (115) Artikel 32, eerste lid WW.
        (116) Artikel 32, tweede lid WW.
        (117) Zie punt 24.2.
        (118) Artikel 32, derde lid WW.
        (119) Artikel 29, § 2 WW.
        (120) Artikel 29, § 2, tweede lid WW.
        (121) Artikel 9 KB 11/6/11.
        (122) Artikel 10 KB 11/6/11.
        (123) Artikel 11 KB 11/6/11.
        (124) Artikel 12 KB 11/6/11.
        (125) Artikel 13 KB 11/6/11.
        (126) Artikel 14 KB 11/6/11.
        (127) Artikel 19, eerste lid, 4° WW.
        (128) Parl. St. Kamer, 2007-2008, stuk 474/1, 9
        (129) Artikel 15 KB 11/6/11.
        (130) Artikel 16 KB 11/6/11.
        (131) Artikel 17 KB 11/6/11.
        (132) Artikel 18 KB 11/6/11.
        (133) Artikel 23, eerste lid KB 20/09/91.
        (134) Artikel 23, laatste lid KB 20/09/91.
        (135) Artikel 23, tweede lid KB 20/09/91 en artikel 29 WW.
        (136) Artikel 23, derde lid KB 20/09/91.
        (137) Artikel 23bis, § 1 KB 20/09/91.