Omzendbrief van 25 oktober 2011 over de toepassing van de wapenwetgeving - hoofdstuk 5 - Bepalingen van toepassing op verzamelaars en musea


5. Bepalingen van toepassing op verzamelaars en musea


5.1. Erkenningsprocedure


5.2. Rechten en plichten


5. Bepalingen van toepassing op verzamelaars en musea


5.1. Erkenningsprocedure


5.1.1. Voorwaarden

Elke natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon die een museum of een verzameling van meer dan vijf vergunningsplichtige vuurwapens of van munitie wenst aan te leggen - zonder voor elk bijkomend wapen een vergunning tot het voorhanden hebben ervan te moeten hebben - moet daartoe erkend zijn door de gouverneur (138).

Wie echter zijn verzameling wil opbouwen met afzonderlijk vergunde wapens, heeft geen erkenning nodig : het is slechts een faciliteit.
Met betrekking tot verzamelingen die uitsluitend uit vrij verkrijgbare wapens bestaan, is geen erkenning vereist.

Sommige erkende verzamelaars en musea kunnen bepaalde verboden wapens in hun verzameling opnemen. Zie hiervoor punt 3.1.4.


5.1.2. Bevoegdheid

De erkenning wordt verleend door de gouverneur bevoegd voor de vestigingsplaats van de verzameling (139). Het betreft een gebonden bevoegdheid. Alle gouverneurs worden geacht de wet op dezelfde manier, zoals beschreven in deze omzendbrief, toe te passen.


5.1.3. Ontvankelijkheid

Idem punt 4.1.3.


5.1.4. Onderzoek
  • De aanvraag
    De aanvrager moet zijn erkenningsaanvraag door middel van een formulier indienen bij de gouverneur bevoegd voor de vestigingsplaats. Dit formulier kan worden verkregen bij de gouverneur of op de website van de provinciale wapendienst (140).

Bij de aanvraag om erkenning dient een uittreksel uit het strafregister te zijn gevoegd dat ten laatste drie maanden voor de indiening van de aanvraag werd opgemaakt.

Indien de aanvrager een rechtspersoon is, moet dit worden bijgevoegd voor iedere bestuurder, zaakvoerder, commissaris of persoon aangesteld voor het bestuur of het beheer.

Verder dienen alle stukken te worden bijgevoegd die de identificatie van de aanvrager en van zijn activiteit mogelijk maken.
De aanvrager moet bij de indiening van de aanvraag : (141)
1. bewijzen reeds 5 behoorlijk vergunde vuurwapens voorhanden te hebben;
2. een thema opgeven dat de uitbreiding van het museum of de verzameling rechtvaardigt en tevens beperkt.

De aanvraag moet een volledige lijst bevatten van alle vuurwapens in het bezit van de aanvrager, samen met een kopie van elke vergunning tot het voorhanden hebben ervan. Verder wordt nagegaan of de in totaal minstens 5 vergunningsplichtige vuurwapens een zekere samenhang vertonen in het licht van het opgegeven thema.

Een verzameling vuurwapens is geen eenvoudige optelling van vuurwapens. De verzameling wordt opgebouwd rond een thema dat de aanvrager in zijn aanvraag moet opgeven in de rubriek « Beschrijving van de activiteiten waarvoor de erkenning wordt aangevraagd ».

Het thema zal enerzijds slechts door de gouverneur worden aanvaard als het beperkt is in de tijd, op geografisch vlak of op technisch vlak. Volgende voorbeelden of een combinatie ervan zijn mogelijk:

  • een bepaalde periode in de geschiedenis, nl. wapens gebruikt in een welbepaald conflict of een bepaalde periode : b.v. wapens WOII.
  • de technische geschiedenis van de bewapening, nl. wapens vervaardigd door een bepaalde fabrikant, wapens met een bepaald systeem van ontsteking, enz.
    In dit geval is een combinatie met een afbakening in de tijd wenselijk opdat de verzameling eindig zou zijn.
  • een geografisch thema, nl. wapens gemaakt in dat land, of gebruikt door dat leger, enz. In dit geval is een combinatie met een afbakening in de tijd soms wenselijk opdat de verzameling eindig zou zijn.

Het gekozen thema moet anderzijds voldoende ruim zijn om het bezit van meerdere vuurwapens te rechtvaardigen. Te algemene en op historisch vlak weinig geloofwaardige thema’s die de ware bedoeling van de aanvrager moeten verbergen of waarmee de aanvrager wil ontsnappen aan de toepassing van de wapenwet en haar principe van afzonderlijke vergunningen voor het voorhanden hebben van vergunningsplichtige vuurwapens, zijn ons inziens niet verenigbaar met de toepasselijke regelgeving en zullen derhalve niet worden aangenomen.
Het is mogelijk om op één erkenning meerdere thema’s te vermelden.

Een verzameling moet niet per se betrekking hebben op historische wapens; het kunnen ook moderne wapens zijn. De wapens moeten echter passen binnen het thema dat de verzamelaar heeft opgegeven. Het is dan ook van belang de thema’s voldoende beperkt te houden en nauwkeurig te omschrijven.

Als een thema ook wapens kan bevatten die beschouwd worden als bijzonder gevaarlijk, dan kan het aangewezen zijn dat de gouverneur het thema beperkten door de wapens van dat type uit te sluiten. Als het thema van de verzameling bijvoorbeeld zou toelaten om automatische wapens met geluidsdemper te, dan kan het gevaar verbonden aan dit type wapens verantwoorden dat het specifiek wordt uitgesloten in het thema van de verzameling. Mocht de gouverneur vinden dat het thema te ruim is, dan kan hij het algemeen formuleren, met een beperkende bepaling. Deze beperkende bepaling moet echter in abstracto toepasbaar zijn op een vooraf niet bekend aantal wapens in plaats van op een specifiek wapen.

De inhoudelijke voorwaarden van de verzameling alsook de bijzondere technische voorzorgen te nemen indien de wapens ontwikkeld zijn na 1945 werden vastgelegd in het KB van 29/12/2006: als het thema wapens vervaardigd na 1945 behelst, is het niet toegelaten meerdere exemplaren van wapens met een zelfde model, kaliber en benaming te verwerven (142).

Het te volgen principe bij de afgifte van erkenningen aan verzamelaars is dat van de progressiviteit. De beginnende verzamelaar zal zijn verzameling samenstellen op basis van afzonderlijk vergunde vergunningsplichtige vuurwapens. De wettige reden bestaat dan ook uit « de intentie een verzameling historische wapens op te bouwen ». Het is pas nadat hij een bepaald niveau overschrijdt, te weten minstens 5 vergunningsplichtige vuurwapens, en hij voldoende deskundigheid heeft verworven, dat de afgifte van een erkenning gerechtvaardigd is.

De juiste toepassing van deze bepalingen moet ertoe leiden dat de erkenning uitsluitend wordt toegekend aan kandidaat-verzamelaars die oprechte interesse vertonen en gedegen kennis tonen inzake de verzameling die zij verder wensen uit te bouwen. Daartoe kan het tevens interessant zijn te weten of de aanvrager lid is van een vereniging van verzamelaars. .

  • Verkrijgen van adviezen
    Als de aanvraag volgens de gouverneur ontvankelijk is, vraagt hij het met redenen omkleed advies van de procureur des Konings van het betrokken arrondissement en van de burgemeester van de gemeente waar de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft, zal worden uitgeoefend (143).
    Daarnaast kan het tevens nuttig zijn om de Dienst Controle Wapenhandel van het Departement internationaal Vlaanderen van de Vlaamse Overheid te raadplegen, alsook de provinciegouverneur en de procureur des Konings van de woonplaats van de aanvrager, de Dienst Vreemdelingenzaken indien de aanvrager niet de Belgische nationaliteit bezit, enz.
  • De verzoeken om advies worden gelijktijdig aan de procureur des Konings en de burgemeester toegezonden. De procureur des Konings en de burgemeester voeren een onderzoek en verlenen een met redenen omkleed advies dat het de gouverneur mogelijk moet maken om met kennis van zaken een beslissing te nemen. Indien nodig moet hij bijkomende informatie aan de procureur des Konings of de burgemeester vragen.
    Binnen de maand volgend op het verzoek om advies moeten de procureur des Konings en de burgemeester hun advies verlenen. De gouverneur beschikt dan nog over meer dan twee maanden om het dossier desnoods te vervolledigen en om een beslissing te nemen over de aanvraag.

  • Administratief onderzoek
    Het advies van de burgemeester heeft hoofdzakelijk betrekking op de aard van de uitgeoefende activiteit en geeft met name antwoord op de volgende vragen :
  • 1) Houdt de uitoefening van de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft, een bijzonder gevaar in voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de algemene gezondheid?

    2) Zijn met betrekking tot de gebouwen waarin de activiteit zal worden uitgeoefend, de nodige administratieve vergunningen verleend, bijvoorbeeld de bouwvergunning, de milieuvergunning, de uitbatingsvergunning op grond van het algemeen reglement op de bescherming van de arbeid,... ? Kan hiertegen geen beroep meer worden ingediend?

  • b>Moraliteitsonderzoek
    Het advies van de procureur des Konings heeft hoofdzakelijk betrekking op de persoon van de aanvrager en geeft met name antwoord op de volgende vragen :
    1) Staat betrokkene gunstig bekend in de gemeente ? Wordt te zijnen laste of ten laste van één van zijn verwanten een gerechtelijk vooronderzoek of opsporingsonderzoek verricht, zelfs in een ander arrondissement? Als hij is veroordeeld, moet de ernst van de gepleegde feiten worden aangegeven. Zulks geldt eveneens voor de verantwoordelijken van een rechtspersoon. Als hij niet is veroordeeld, maar er bestaan bezwarende feiten, dan moeten zo mogelijk de opgestelde processen-verbaal worden meegestuurd.
    2) Als de aanvrager een rechtspersoon is, moet worden vermeld of de toestand van de onderneming wordt onderzocht door de gerechtelijke diensten? Is tegen de rechtspersoon een proces aan de gang?
  • Om de gouverneur in staat te stellen binnen de wettelijke termijn een beslissing te nemen over de aanvraag is het nodig dat de gevraagde adviezen zo snel mogelijk worden uitgebracht. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de administratieve last voor de aangezochte diensten, voornamelijk de lokale politiediensten. Tevens moeten de voorschriften inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken personen worden gerespecteerd.

    Om de lokale politie toe te staan met één enkel onderzoek de elementen, naargelang de inhoud, mee te delen aan de burgemeester en de procureur des Konings teneinde hen de mogelijkheid te bieden een advies uit te brengen, wordt voorgesteld dat de gouverneur de korpschef van de lokale politie op de hoogte brengt op het tijdstip dat het verzoek om advies aan de burgemeester en aan de procureur des Konings wordt verzonden.

    Het is van het grootste belang dat de gegeven adviezen omstandig gemotiveerd zijn opdat de gouverneur met volledige kennis van zaken zou kunnen oordelen. Het louter verwijzen naar bestaande pv’s volstaat niet: als ze niet kunnen worden bijgevoegd, moeten ze worden samengevat.


    5.1.5. Termijn

    De gouverneur doet uitspraak over de erkenningsaanvraag binnen 4 maanden na de ontvangst ervan. De termijn begint meer bepaald te lopen vanaf de ontvangst van een volledige aanvraag, dat wil zeggen een aanvraag vergezeld van de vereiste stukken (een uittreksel uit het strafregister en de stukken betreffende de identificatie van de aanvrager en van zijn activiteit) (144). Met de behandeling van de aanvraag wordt ook pas een aanvang gemaakt nadat de eerste schijf van de retributie is betaald. Derhalve dient de aanvrager te worden verzocht zo snel mogelijk de retributie te betalen zodat de erkenning binnen de wettelijke termijn kan worden afgeleverd.

    De termijn kan, op straffe van nietigheid, alleen worden verlengd bij gemotiveerde beslissing. De verlenging kan per aanvraag slechts eenmaal worden toegestaan en de termijn ervan mag uiterlijk zes maanden bedragen < href="#145">(145). Dit mag alleen te wijten zijn aan omstandigheden buiten de wil van de gouverneur (ontbreken van informatie van de aanvrager of van een verplicht advies, overmacht).


    5.1.6. Veiligheidsmaatregelen
    • Toepassingsgebied(146)

      De veiligheidsmaatregelen die door erkende wapenverzamelaars moeten worden genomen, zijn eveneens opgelegd door het KB van 24/4/97 tot bepaling van de veiligheidsvoorwaarden bij het opslaan, het voorhanden hebben en het verzamelen van vuurwapens of munitie, dat hoger in punt 4.1.7 werd besproken voor wat de wapenhandelaars betreft. Alleen de specifiek tot de verzamelaars gerichte bepalingen van dit KB worden hier toegelicht; voor het overige zijn de algemene regels waarvan hier niet wordt afgeweken, van toepassing op hen.

      De hier besproken regels zijn niet alleen van toepassing op erkende verzamelaars die meer dan 30 vergunningsplichtige vuurwapens opslaan, maar ook op alle plaatsen waar meer dan 30 vergunningsplichtige vuurwapens worden opgeslagen en die niet behoren tot de activiteiten van een wapenhandelaar of van een bewakingsonderneming of interne bewakingsdienst.

      Het KB is anderzijds niet van toepassing op musea. Dit betekent niet dat wapenmusea zijn vrijgesteld van elke veiligheidsmaatregel. De regels van het KB worden hen niet opgelegd omdat het vaak moeilijk, onmogelijk, zoniet verboden is ze toe te passen in de historische gebouwen waarin musea soms zijn ondergebracht. De algemene voorzichtigheidplicht ter vrijwaring van de openbare orde vereist wel dat ze voldoende veiligheidsmaatregelen nemen, waarbij ze zich door het KB kunnen laten inspireren. Musea laten zich best adviseren door specialisten in technopreventie en moeten hun veiligheidsmaatregelen laten beoordelen door de lokale politie.

    • De verschillende maatregelen (147)
      Privé-verzamelingen van wapens en opslagplaatsen van vuurwapens of munitie, bestaande uit meer dan 30 vergunningsplichtige vuurwapens vormen veiligheidsklasse G van het KB (141).

    De betrokkene dient alle vuurwapens van de klassen C en D te bewaren in lokalen :

    • waarvan de toegangen voldoen aan het 11° en zijn uitgerust met sloten die voldoen aan het 1° (alleen daar zijn die sloten vereist);
    • waarvan de ramen op de gelijkvloerse verdieping gelegen, moeten worden beschermd in overeenstemming met het 9°;
    • uitgerust met een elektronisch alarmsysteem, geactiveerd tijdens de uren van afwezigheid en de nacht.

    Er moet tevens voorzien worden in de installatie op een zichtbare of aangeduide en in alle omstandigheden vrij bereikbare plaats van minstens één draagbare of mobiele snelblusser beantwoordend aan de toepasselijke normen NBN S 21-011 tot 21-018 018 (of de Europese norm die genomen werd in navolging van deze technische normen) in elk lokaal waar zich munitie bevindt.

    De inhoud van de klassen C en D, evenals de technische vereisten van de maatregelen met de nummers 1°, 9° en 11° worden nader toegelicht in punt 4.1.7.


    5.1.7. Beslissing

    De gouverneur kan beslissen de erkenning al dan niet gedeeltelijk te verlenen of de erkenningsaanvraag af te wijzen.

    De beslissing tot erkenning of afwijzing wordt aan de aanvrager bekendgemaakt bij aangetekend schrijven met ontvangstbewijs (149).

    Een afschrift van de beslissing dient binnen 8 dagen te worden toegestuurd aan de bevoegde lokale politie en de procureur des Konings (150).

    De gouverneur moet er tevens voor zorgen dat zijn beslissing wordt opgenomen in het CWR (151).

    In geval van erkenning, zelfs gedeeltelijk, van een verzameling of van een museum van vergunningsplichtige vuurwapens of van munitie voor die wapens, geeft de gouverneur aan betrokkene een getuigschrift van erkenning model nr. 3 (152). Hij geeft daarvan kennis aan de proefbank voor vuurwapens (153).
    Een erkenning kan enkel worden geweigerd om redenen die verband houden met de handhaving van de openbare orde (154).

    De gouverneur kan het thema in het belang van de openbare veiligheid beperken als het te ruim of onverantwoord voorkomt (155). De beslissing om een erkenning te beperken, wordt op het stuk van de procedure gelijkgesteld met de beslissing om een gedeelte van de erkenning in te trekken.

    De gouverneur moet bij het nemen van zijn beslissing rekening houden met de verkregen adviezen. Daarnaast houdt hij er tevens rekening mee dat de erkenning als verzamelaar slechts met de grootste omzichtigheid mag worden toegekend om misbruiken te voorkomen, in het bijzonder commerciële activiteiten.

    De gouverneur kan het totale aantal toegelaten wapens beperken in functie van de omstandigheden waarin de wapens zullen worden opgeslagen (156).


    5.1.8. Motivering

    De beslissing houdende gehele of gedeeltelijke weigering van de erkenning moet met redenen zijn omkleed (157). De kennisgeving ervan dient de rechtsmiddelen en hun vormvoorwaarden te vermelden die voor de betrokkene openstaan (158).

    Ook de beslissing houdende de schorsing, beperking of intrekking van de erkenning moet met redenen zijn omkleed en de rechtsmiddelen en hun vormvoorwaarden vermelden waarover de betrokkene beschikt (159). De gouverneur kan ten dien einde bij de lokale politie de nodige inlichtingen inwinnen. Het advies van de procureur des Konings en van de burgemeester is niet vereist maar kan in bepaalde gevallen aangewezen zijn.

    Inzake de motivering van de beslissing dient de gouverneur zich te houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en meer in het bijzonder de wet van 29/7/91 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.

    Elke overheidsbeslissing met individuele strekking dient immers zowel materieel als formeel gemotiveerd te worden en de motivering in de akte moet de juridische en feitelijke overwegingen vermelden die aan de grondslag liggen van de beslissing.

    De adviesverlenende overheden moeten rekening houden met deze wettelijke verplichtingen om de gouverneur in staat te stellen een gemotiveerde beslissing te nemen.


    5.1.9. Model 3

    Als de aanvraag ontvankelijk is en de erkenning (al dan niet gedeeltelijk) kan worden verleend, geeft de gouverneur een getuigschrift van erkenning van museum of verzameling van wapens en munitie « model 3 » af. Hij geeft daarvan kennis aan de proefbank voor vuurwapens (160).
    Dit model moet op dik papier met watermerk worden gedrukt.
    Bij de afgifte moeten op het getuigschrift van erkenning, dat een authentiek stuk is, een stempel en een droogstempel worden aangebracht. Het nummer wordt op volgende wijze samengesteld :
    3/1/10/0001
    3 = getuigschrift van erkenning
    1 = code van de provincie (161)
    10 = jaar van afgifte
    0001 = het rangnummer van het getuigschrift van erkenning bij de provincie.
    De erkenning model 3 vermeldt het thema van de verzameling. B.v. verzameling van vergunningsplichtige vuurwapens en munitie voor deze wapens gebruikt door het Belgische leger tijdens de periode 1900-1920.


    5.1.10. Beroep

    Tegen de beslissing van de gouverneur tot (gehele of gedeeltelijke) weigering, beperking, schorsing of intrekking van een erkenning, alsook tegen het ontbreken van een beslissing binnen de termijn van vier maanden vanaf ontvangst van de aanvraag, staat beroep open bij de minister van Justitie of bij zijn gemachtigde (162).
    Het betreft een gewoon administratief beroep. Het beroep heeft geen schorsende werking, m.a.w. de verzoeker dient zich te schikken naar de bestreden beslissing minstens totdat over zijn verzoekschrift uitspraak wordt gedaan.
    Het verzoekschrift strekkende tot hoger beroep moet :
    - gemotiveerd zijn;
    - aangetekend worden verzonden aan de federale wapendienst;
    - ingediend worden binnen 15 dagen na de kennisname van de beslissing van de gouverneur of na de vaststelling dat er geen beslissing werd genomen binnen de termijn van vier maanden. De termijn begint te lopen vanaf de dag waarop het ontvangstbewijs wordt ondertekend;
    - vergezeld zijn van een kopie van de bestreden beslissing.

    In geval aan één van deze modaliteiten niet is voldaan, is het verzoekschrift onontvankelijk (163).

    Als het beroep wordt ingediend tegen een beslissing houdende gehele of gedeeltelijke weigering van de erkenning, moeten bij het verzoekschrift alle stukken worden gevoegd die de identificatie van de aanvrager en van zijn activiteit mogelijk maken (164).

    De wetten betreffende de openbaarheid van bestuur van 11/4/94 en 12/11/97 schrijven voor dat een administratieve rechtshandeling met individuele strekking slechts geldig is ter kennis gebracht als de beroepsmogelijkheden en alle modaliteiten van het beroep (vormen en termijnen) worden vermeld. Bij ontstentenis daarvan neemt de verjaringstermijn voor het indienen van het beroep geen aanvang.

    De uitspraak in beroep wordt gedaan binnen 6 maanden, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het verzoekschrift (165).
    Deze termijn kan worden verlengd bij gemotiveerde beslissing. De verlenging kan slechts eenmaal worden toegestaan en de termijn ervan mag uiterlijk zes maanden bedragen (166).

    In geval van erkenning, zelfs gedeeltelijk, geeft de Minister van Justitie aan betrokkene een getuigschrift van erkenning opgemaakt volgens model 3. Hij geeft daarvan kennis aan de proefbank voor vuurwapens.

    Een afschrift van de beslissing wordt binnen 8 dagen toegezonden aan de bevoegde gouverneur, lokale politie en procureur des Konings (167). De federale wapendienst vraagt het CWR de registratie uit te voeren.

    Tegen de beslissing van de gouverneur tot onontvankelijkheid van de aanvraag (168) kan uitsluitend bij de Raad van State een beroep worden ingediend (169).


    5.1.11. Wijziging van de erkenning

    Het thema van de verzameling is het voorwerp van evolutie. Wanneer de aanpassing van het thema beperkt blijft (bijvoorbeeld omdat het aangepaste thema in het verlengde ligt van de verzameling zoals ze over een langere periode is gegroeid), kan de gouverneur de omschrijving van het thema aanpassen op het getuigschrift van erkenning.

    Wanneer de wijziging evenwel ingrijpender is, bijvoorbeeld omdat er een bijkomend thema wordt aangevraagd of wanneer de verzameling naar een ander adres verhuist, is een nieuwe erkenning vereist. De verzameling is immers niet alleen gekoppeld aan de eigenaar, maar ook aan de plaats waar ze is ondergebracht.

    In geval van verlies, diefstal of vernietiging van de erkenning, kan kosteloos een duplicaat worden uitgereikt. Om frauduleus gebruik van het verloren gegane getuigschrift te vermijden, verdient het aanbeveling om het duplicaat pas af te geven mits voorlegging van een attest van aangifte bij de lokale politie waaruit het verlies van de erkenning blijkt.

    Bij beëindiging van de activiteit die het onderwerp van de erkenning is, of bij wijziging van de gegevens vermeld in het getuigschrift van erkenning, geeft de houder daarvan binnen 8 dagen kennis aan de gouverneur en zendt hij hem het getuigschrift terug (163).

    Hetzelfde geldt in geval van wijziging van de gegevens gevoegd bij de erkenningsaanvraag en - wanneer de houder van de erkenning een rechtspersoon is - in geval de bestuurder, zaakvoerder, commissaris of persoon aangesteld voor het bestuur of beheer verandert (164).


    5.1.12. Administratieve sancties
    • De soorten administratieve sancties
      De gouverneur kan drie soorten maatregelen nemen als administratieve sanctie bij de vaststelling van onregelmatigheden.
      Hij kan de erkenning schorsen voor een periode van één tot zes maanden : dit is een maatregel die aangewezen is wanneer de houder van de erkenning zich in een voorlopige toestand bevindt en het noodzakelijk is dat zijn activiteiten worden geschorst. De schorsing is beperkt van één tot zes maanden. Indien de schorsing zich opdringt voor een periode langer dan zes maanden, is het aanbevolen de erkenning in te trekken.

    De gouverneur kan de erkenning ook beperken tot bepaalde verrichtingen of tot bepaalde soorten wapens en munitie of tot een bepaalde duur. Hij kan ook het thema waarop de verzameling betrekking heeft, beperken.
    De beslissing om een erkenning te beperken, wordt op het stuk van de procedure gelijkgesteld met de beslissing om een gedeelte van de erkenning in te trekken.

    Tenslotte kan de gouverneur de erkenning intrekken : deze maatregel brengt vanaf de kennisgeving ervan het verbod mee om de activiteiten waarop de erkenning betrekking heeft nog verder uit te oefenen. Het is een maatregel die slechts mag worden genomen met inachtneming van het proportionaliteitsbeginsel.

    De gouverneur kan een van deze maatregelen nemen, als de houder : (172)
    1. behoort tot de categorieën genoemd in artikel 5, § 4 WW (173);
    2. de bepalingen van de wapenwet en de besluiten tot uitvoering ervan of de opgelegde beperkingen niet in acht neemt;
    3. de erkenning op grond van onjuiste inlichtingen heeft verkregen;
    4. de activiteiten uitoefent die door het feit dat zij worden uitgeoefend samen met de activiteiten waarvoor de erkenning is verkregen, de openbare orde kunnen verstoren.

    Als de betrokkene hierom vraagt, moet hij vooraf schriftelijk of mondeling worden gehoord. Hij moet in staat worden gesteld zich vooraf te verdedigen tegen de negatieve elementen waarvan hij geen kennis had (hoorrecht).

    Als de gouverneur kennis heeft van een misdrijf dat door een erkend persoon wordt gepleegd, dient hij de procureur des Konings hiervan op de hoogte te brengen (174).

    Van de beslissing tot schorsing, beperking of intrekking van de erkenning wordt door de gouverneur kennis gegeven aan de houder bij aangetekend schrijven met ontvangstbewijs. De beslissing wordt gezonden naar het adres vermeld op het getuigschrift van erkenning of - indien de houder na de afgifte van de erkenning een nieuw adres heeft meegedeeld - naar het adres dat de houder heeft meegedeeld (175).

  • De gevolgen van de administratieve sancties
    De houder van de erkenning moet ingevolge de beslissing tot schorsing, beperking of intrekking ervan het getuigschrift van erkenning terugzenden binnen 8 dagen te rekenen van de beëindiging van de door de gouverneur in de kennisgeving van de beslissing vermelde termijn.
  • Als de gouverneur van oordeel is dat de houder van de erkenning misbruik zou kunnen maken van het getuigschrift, kan hij de korpschef van de lokale politie ermee belasten het getuigschrift bij de houder te gaan terughalen (176). Het betreft evenwel een eerder uitzonderlijke procedure.

    De schorsing, beperking of intrekking van de erkenning heeft tot gevolg dat het voorhanden houden van wapens door de houder van de erkenning onwettig wordt. De gouverneur geeft in zijn beslissing dan ook aan binnen welke termijn de wapens in bewaring moeten worden gegeven of aan een erkend persoon of aan een persoon die gemachtigd is de wapens voorhanden te houden, moeten worden overgedragen (177).

    Om na te gaan of zulks ook werkelijk is gebeurd, moet de erkende persoon die de wapens in bewaring heeft genomen of heeft verkregen de gouverneur binnen 8 dagen in kennis stellen van de inbewaringgeving of overdracht door middel van een formulier dat bij de kennisgeving van de beslissing wordt gevoegd (178).

    Een afschrift van de beslissing tot schorsing, intrekking of beperking van de erkenning wordt binnen 8 dagen toegezonden aan : (179)
    - de bevoegde lokale politie;
    - de betrokken procureur des Konings;
    - de directeur van de Proefbank voor vuurwapens.

    De beslissing moet tevens worden opgenomen in het CWR (180).

    In geval van intrekking moet de erkende persoon zijn registers binnen de maand volgend op het staken van zijn activiteiten bij het CWR neerleggen (181). Een ontvangstbewijs wordt hem overhandigd door de verantwoordelijke.


    5.1.13. 5-jaarlijkse controle

    De erkenning afgegeven op basis van de wapenwet is geldig voor onbepaalde duur, tenzij de aanvraag slechts voor een bepaalde duur was gedaan of de gouverneur of de Minister van Justitie een beperktere geldigheidsduur oplegt bij gemotiveerde beslissing om redenen van vrijwaring van de openbare orde (182).
    Eens om de vijf jaar neemt de gouverneur het initiatief om bij alle houders van een erkenning als wapenverzamelaar of museum te onderzoeken of zij de wet naleven en zij nog steeds voldoen aan de voorwaarden voor het verkrijgen van de erkenning (183). Die controle is betalend (184).

    Hierbij vraagt de gouverneur het advies van de lokale politie en eventueel van het parket en de burgemeester en moeten de houders van een erkenning verklaren of kunnen zij doen vaststellen dat zij nog steeds beantwoorden aan de wettelijke voorwaarden, mede op grond waarvan de erkenning voorheen werd afgeleverd en dat er geen redenen zijn om te besluiten tot een beperking, schorsing of intrekking van de erkenning (185).

    Na afloop van de controle ontvangen ze een bijlage bij hun erkenning, die de datum en het resultaat van de controle vermeldt.

    Het systeem van 5-jaarlijkse controles belet niet dat er vaker controles plaatsvinden door officieren van gerechtelijke politie, al dan niet op verzoek van de bevoegde gouverneur (186). Deze controles zijn wel gratis.


    5.2. Rechten en plichten


    5.2.1. Registers

    De aanvrager moet na het verkrijgen van de erkenning de wapens die deel uitmaken van zijn verzameling inschrijven in een register (187). De vergunningen die hij had tot het voorhanden hebben van de betreffendd wapens stuurt hij terug naar de gouverneur.

    Het betreft een register gelijk aan dat van de wapenhandelaars, waarin de verkrijging en de overdracht van elk wapen moet worden ingeschreven.

    De verzamelaar moet dan ook verschillende soorten registers bijhouden, te weten : (188)