Omzendbrief van 25 oktober 2011 over de toepassing van de wapenwetgeving - hoofdstuk 8 - Schietstanden


8. Schietstanden


8.1. Erkenningsprocedure


8.2. Rechten en plichten


8.1. Erkenningsprocedure


8.1.1. Toepassingsgebied

Het KB van 13/7/2000 tot bepaling van de erkenningsvoorwaarden van schietstanden regelt de bijzonderheden van de procedure van erkenning van schietstanden. Overigens is deze procedure gebaseerd op die voor de erkenning van wapenhandelaars (204) die, voor zover in het besluit of hierna niet anders is omschreven, in principe van toepassing is. De bepalingen inzake veiligheidsmaatregelen zijn echter niet van toepassing op de schietstanden.

Met de term « schietstanden » bedoelt het besluit alle schietinstallaties voor vuurwapens. Het doet er niet toe of deze zich bevinden in een gebouw of in de open lucht. Dit wil zeggen dat bijvoorbeeld ook de plaatsen waar het kleischieten wordt beoefend, als schietstanden worden beschouwd en bijgevolg aan een erkenning zijn onderworpen.

Het is evenmin van belang of de schietinstallatie permanent of slechts occasioneel wordt gebruikt. Het organiseren van schietactiviteiten is alleen toegelaten in een erkende schietstand.

Anderzijds is een aantal activiteiten niet aan een erkenning onderworpen :

  • de uitbating van schietinstallaties waar geen activiteiten met vuurwapens plaatsvinden, dus bijvoorbeeld schietstanden voor wapens op lucht-, gas- of veerdruk, installaties voor boogschieten, schietkramen op de kermis of paintballinstallaties;
  • de organisatie van de bijhorende activiteiten daarin;
  • het testen van wapens (ook vuurwapens) in een speciale schietinstallatie die uitsluitend daarvoor wordt bestemd door een erkende wapenhandelaar of -verzamelaar.

Krachtens artikel 20 WW is deze regeling evenmin van toepassing op de schietstanden die uitsluitend worden gebruikt voor de opleiding en de training van de ambtenaren van de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht bedoeld in artikel 27, § 1, derde lid WW (dit zijn vooral de ordediensten). Van zodra er sprake is van gecombineerd gebruik van een schietstand, bijvoorbeeld wanneer een politieschietstand openstaat voor het publiek of wanneer een private schietstand ook door de politie wordt gebruikt, is deze voor wat betreft de niet-politionele activiteit aan erkenning onderworpen.


8.1.2. Voorwaarden

Bij de aanvraag om erkenning moet de volgende informatie worden verschaft :

  • een hoogstens drie maanden oud uittreksel uit het strafregister op naam van de aanvrager(s), of, als het gaat om een rechtspersoon, op naam van elke verantwoordelijke;
  • de identiteit van de effectieve uitbater van de schietstand, dit is een natuurlijke persoon die verantwoordelijk zal zijn voor het ter beschikking stellen van de installaties en die bij controle door de bevoegde diensten alle nodige inlichtingen en documenten zal geven; zijn identiteit zal ten behoeve van deze diensten worden vermeld op het getuigschrift van erkenning;
  • de herkomst van de financiële middelen die reeds werden, of die zullen worden geïnvesteerd in de schietstand (privékapitaal, lening, winsten van een handelszaak, lidgelden, subsidies,...) zodat kan worden nagegaan of dit geld niet van twijfelachtige oorsprong is;
  • een kopie van het huishoudelijk reglement (zie punt 8.2.1), het adres en een liggingsplan van alle ruimten die tot de schietstand behoren, ook al bevinden deze zich in de open lucht.


8.1.3. Bevoegdheid

De erkenning wordt afgegeven door de gouverneur bevoegd voor de vestigingsplaats van de schietstand. Het betreft een gebonden bevoegdheid. Alle gouverneurs worden geacht de wet op dezelfde manier, zoals beschreven in deze omzendbrief, toe te passen.
De Veiligheid van de Staat kan dus nooit bevoegd zijn.


8.1.4. Ontvankelijkheid

De aanvraag is niet ontvankelijk als de aanvrager in een van de gevallen bedoeld in artikel 5, § 4 WW verkeert. Dit zijn de gevallen besproken bij de erkenning van wapenhandelaars (205).


8.1.5. Onderzoek

De erkenning van een schietstand moet duidelijk worden onderscheiden van die van een wapenhandelaar en die van een wapenverzameling. Een wapenhandelaar die ook een schietstand wil uitbaten, moet daarvoor een aparte erkenning aanvragen. Hieruit volgt dat de erkenning van een schietstand geen recht geeft op de verwerving van wapens of munitie. De overdracht daarvan kan uitsluitend voor zover toegelaten door de verder beschreven rechten van de uitbater.

De procedure is de zelfde als die voor de erkenning van wapenhandelaars en -verzamelaars : de gouverneur vraagt adviezen aan de burgemeester en de procureur des Konings, eventueel aan de andere diensten bedoeld in punt 4.1.4. Voor meer details wordt verwezen naar punt 4.1.4.


8.1.6. Termijn5
Artikel 31 WW stelt dat de gouverneur uitspraak doet over de aanvraag binnen vier maanden na de ontvangst ervan. Deze termijn kan indien nodig bij gemotiveerde beslissing (op straffe van nietigheid) voor maximaal zes maanden worden verlengd. Dit mag alleen te wijten zijn aan omstandigheden buiten de wil van de gouverneur (ontbreken van informatie van de aanvrager of van een verplicht advies, overmacht). De verlenging kan per aanvraag slechts eenmaal worden toegestaan.


8.1.7. Beslissing

De gouverneur kan de erkenning van de schietstand aan bepaalde bijkomende voorwaarden koppelen als dat in het belang van de openbare orde noodzakelijk blijkt.


8.1.8. Motivering

De beslissing van de gouverneur moet administratiefrechtelijk voldoende gemotiveerd zijn.


8.1.9. Model 13

Het getuigschrift van erkenning wordt opgemaakt in de vorm van het model 13, waarop een nummer wordt aangebracht volgens het zelfde systeem als voor de modellen 2 en 3, maar beginnend met het getal 13 (206). De erkenning wordt ook ingebracht in het CWR.


8.1.10. Beroep

In geval van weigering van de erkenning en na een administratieve sanctie staat beroep open bij de minister van Justitie (207). Zoals alle beroepen moet het gemotiveerd zijn en bij aangetekend schrijven worden gestuurd aan de Federale Wapendienst, samen met een kopie van de bestreden beslissing. Het moet tevens worden ingediend binnen 15 dagen na de kennisname van de beslissing van de gouverneur of na de vaststelling dat er geen beslissing werd genomen binnen de termijn van 4 maanden. De termijn begint te lopen vanaf de dag waarop het ontvangstbewijs wordt ondertekend.


8.1.11. Wijziging van de erkenning

Wanneer het nodig is bepaalde vermeldingen op het getuigschrift van erkenning te wijzigen, dan moet een onderscheid gemaakt worden tussen de wijziging van het voorwerp zelf van de erkenning, en de wijziging van details.

Een adreswijziging van de schietstand komt neer op een nieuwe aanvraag, omdat de erkenning van een schietstand plaatsgebonden is. Het volledige onderzoek zal door de gouverneur moeten worden overgedaan. Daarom is dit soort wijziging ook betalend (208). Hetzelfde geldt voor een wijziging van de uitbater, omdat de erkenning tevens persoonsgebonden is en er dus een volledig nieuw onderzoek naar de persoonlijkheid van de nieuwe uitbater zal moeten plaatsvinden. Bij een rechtspersoon zou de wijziging van de natuurlijke persoon die deze vertegenwoordigt als een kleine wijziging kunnen worden beschouwd.

Het wijzigen van bepaalde modaliteiten (bijvoorbeeld een aanpassing van bepaalde opgelegde voorwaarden of beperkingen) is meestal een beperkte operatie die slechts kort onderzocht moet worden. In dat geval gebeurt de wijziging gratis.


8.1.12. Administratieve sancties

Net zoals de andere erkenningen kan de erkenning van een schietstand worden beperkt, geschorst of ingetrokken. Naast de gewone redenen hiertoe (209), moet hier als bijzondere reden voor een dergelijke administratieve sanctie de veroordeling voor bepaalde inbreuken op de bewakings- of de detectivewet worden vermeld. In geval de gouverneur zulke maatregelen neemt, staat er net zoals bij de andere types van erkenningen een administratief beroep bij de minister van Justitie open, waarvoor de gewone regels gelden (210).


8.1.13. 5-jaarlijkse controle

Zoals de andere types van erkenningen is die van een schietstand onbeperkt in de tijd. De erkenning is slechts geldig binnen de perken van de erop vermelde uitbatingsvoorwaarden en voor zover een kopie ervan wordt bewaard binnen de schietstand.

De gouverneur neemt eenmaal per vijf jaar het initiatief tot een controle van de naleving van de regelgeving door de uitbater en de gebruikers van de schietstand. Die controle is betalend (211). Er wordt ook nagegaan of de schietstand nog aan alle voorwaarden voldoet om erkend te worden.

Het systeem van 5-jaarlijkse controles belet niet dat er vaker controles plaatsvinden op initiatief van eender welke bevoegde dienst. Deze controles zijn wel gratis.

Na afloop van de controle ontvangt men een bijlage bij de erkenning, die de datum en het resultaat van de controle vermeldt.


8.2. Rechten en plichten

Aan alle hieronder beschreven plichten moet worden voldaan gedurende de volledige periode van uitbating van de schietstand. Het niet naleven ervan kan aanleiding geven tot het schorsen, beperken of intrekken van de erkenning.


8.2.1. De uitbater
  • Aanspreekpunt : opdat er bij gebeurlijke controle steeds een verantwoordelijke ter beschikking zou zijn, moet de uitbater of iemand die hij daartoe aanstelt, aanwezig zijn telkens er schietactiviteiten plaatsvinden.
  • Verkoop van munitie : de verkoop of het anderszins ter beschikking stellen van munitie is alleen toegelaten aan de uitbater van de schietstand. De afnemers mogen alleen personen zijn die gerechtigd zijn gebruik te maken van de schietstand (212). Zij mogen de munitie alleen verwerven voor onmiddellijk gebruik, dit wil zeggen voor activiteiten die plaatsvinden binnen de schietstand op de dag zelf van de verwerving. De toegelaten hoeveelheid is beperkt tot de noodwendigheden van de voornoemde activiteiten. Het is bijgevolg verboden dat derden naar de schietstand komen om er munitie te kopen of te verkopen, en dat men er een voorraad munitie aankoopt om die geheel of gedeeltelijk naar huis mee te nemen. Men moet er wel rekening mee houden dat munitie meestal in standaardverpakkingen wordt verkocht, zodat het in die gevallen wel onvermijdelijk en gewettigd kan zijn een iets grotere hoeveelheid dan strikt noodzakelijk te verwerven en het restant daarvan naar huis mee te nemen (uiteraard op voorwaarde dat de schutter de munitie wettig voorhanden mag hebben buiten de schietstand).
  • Overdracht en bewaring van vuurwapens: de verkoop of andere vormen van definitieve overdracht van vuurwapens zijn verboden in een schietstand. Het tijdelijk ter beschikking stellen van vuurwapens, zoals het verhuren, het uitlenen of het onderling uitwisselen ervan, is alleen toegelaten aan de personen die gerechtigd zijn gebruik te maken van de schietstand (213). Indien de uitbater ervoor opteert vuurwapens te bewaren binnen de schietstand, bijvoorbeeld wapens toebehorende aan de leden van een schietclub, dan moet hij daarvoor een apart beveiligd lokaal inrichten. Het volstaat dat vuurwapens in de schietstand blijven op momenten dat er geen personen aanwezig zijn in de lokalen opdat deze veiligheidsmaatregelen verplicht worden. De normen waaraan deze « wapenkamer » moet voldoen zijn de zelfde die gelden voor de opslag van vuurwapens door bewakingsondernemingen en interne bewakingsdiensten en die beschreven staan in het KB van 17/11/06 betreffende de wapens die gebruikt worden door de ondernemingen, diensten, instellingen en personen bedoeld in de wet van 10/4/90 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid.
  • Huishoudelijk reglement : de uitbater van de schietstand moet voorafgaand aan de indiening van zijn aanvraag om erkenning een huishoudelijk reglement opstellen dat van toepassing zal zijn op alle gebruikers en bezoekers van de schietstand. Hij moet eveneens toezicht houden op de naleving van dit reglement. Het doel ervan is waarborgen te bieden voor de veiligheid van de gebruikers en bezoekers en daarom moeten minstens de volgende punten erin worden geregeld :
    • alles wat behoort tot het preventief onderhoud van de verschillende lokalen en tot het onderhoud na elk gebruik ervan, zoals de verwijdering van gevaarlijke stoffen en afval, dit uiteraard in overeenstemming met de geldende plaatselijke regelgeving inzake milieu, brandveiligheid, enz....;
    • de manier waarop vuurwapens in de schietstand mogen worden gebruikt (dragen, laden, wapenen, drills van de schutters);
    • wie zich in de schietstand mag bevinden (maximaal aantal personen en hun hoedanigheid, dit voor elke ruimte apart);
    • instructies over maatregelen bij noodgevallen (brand, schietincidenten,...);
    • de in de schietstand geldende beperkingen op het vlak van schiettechnieken, wapengebruik, munitie en eventueel de aanmaak daarvan, doelwitten en schietschermen.


8.2.2. De schutters
  • Categorieën van gebruikers van een schietstand: de personen die gebruik maken van de schietstand moeten behoren tot de volgende drie categorieën : leden van ordediensten of bewakingsagenten die een opleiding volgen of oefenen met hun dienstwapens, of particuliere schutters (jagers, sportschutters en wapenbezitters die aan recreatief schieten doen, evenals occasionele schutters).
    Het is niet toegelaten dat de schietstand tegelijkertijd door personen van verschillende categorieën wordt gebruikt. Dit betekent uiteraard niet dat leden van ordediensten of bewakingsagenten in hun vrije tijd als privépersoon samen met andere particulieren geen (recreatief) gebruik zouden mogen maken van een schietstand.
    In elk geval moeten de particulieren en de bewakingsagenten steeds in het bezit zijn van de nodige documenten. Indien ze schieten met een vergunningsplichtig wapen, moeten ze de vergunning tot het voorhanden hebben van dat wapen of hun jachtverlof/sportschutterslicentie en het inschrijvingsbewijs (model 9) van dat wapen bij zich hebben.
    Aangezien bewakingsagenten geen persoonlijke vergunning tot het voorhanden hebben van hun wapen bezitten, moeten zij hun legitimatiekaart kunnen voorleggen.
    Een schietstand mag ook worden bezocht door buitenlandse gasten die in een lidstaat van de EU gerechtigd zijn (bijvoorbeeld door een vergunning of een ander document, of krachtens de wet zelf) deel te nemen aan de activiteiten waaraan ze hier wensen deel te nemen. Ook zij moeten de nodige documenten bij zich hebben, die het voorhanden hebben van hun vuurwapen in ons land vergunnen (bijvoorbeeld een Europese vuurwapenpas).
  • De bewakingsagenten en de particuliere schutters die geen sportschutterslicentie of jachtverlof hebben, die gebruik maken van de schietstand moeten aan de uitbater jaarlijks een uittreksel uit het strafregister overhandigen. Deze laatste bewaart telkens het recentste exemplaar daarvan en zorgt ervoor dat de inhoud ervan vertrouwelijk blijft. Hij moet het bij gebeurlijke controle ter beschikking houden van de bevoegde ambtenaren (alle ambtenaren die toezicht houden op de naleving van de wapenwet of van de bewakingswet). De toegang tot de schietstand moet worden ontzegd aan personen van wie het getuigschrift veroordelingen vermeldt, die worden bedoeld in artikel 5, § 4 WW.
  • Aan de toegang tot de schietruimten moet een vastbladig register worden neergelegd. Het betreft geen register zoals de wapenhandelaars en -verzamelaars moeten bijhouden, maar wel een gewoon register (dit kan een schrift zijn) waarin telkens een kolom is voorzien voor de volgende gegevens, dat moet worden ingevuld telkens een particuliere schutter of schietmonitor de schietruimte betreedt :
    • naam;
    • type en kaliber van het vuurwapen waarmee zal worden geschoten;
    • datum en juiste uur waarop de schietruimte wordt betreden en verlaten.

    Om fraude te voorkomen moeten de bladzijden van deze registers vooraf door de lokale politie worden geviseerd en genummerd. Ze moeten door de uitbater gedurende tien jaar worden bewaard en ter beschikking worden gehouden van de ambtenaren die toezicht houden op de naleving van de wapenwet.

  • Formaliteiten voor bewakingsagenten : het register waarvan hoger sprake, moet in dit geval worden aangevuld met enkele bijzondere gegevens. Voor het overige kan worden verwezen naar de tekst van artikel 3, 5° van het KB van 13/7/00.
  • Alcohol- en rookverbod: er geldt een principieel alcohol- en rookverbod binnen de schietstand. Hiervan kan alleen worden afgeweken mits naleving van de volgende voorwaarden :
    • het nuttigen van alcoholische dranken, ongeacht hun sterkte, mag uitsluitend door particuliere schutters, dus nooit door politieambtenaren of bewakingsagenten die zich beroepshalve in de schietstand bevinden;
    • dit mag bovendien slechts gebeuren nadat de betrokkenen hun schietactiviteiten volledig hebben beëindigd, dus niet vooraf of tijdens een pauze;
    • daarenboven is dit te allen tijde verboden binnen de schietruimten en de voornoemde wapenkamer, zijnde op de plaatsen waar zich wapens bevinden, om het risico te beperken;
    • om de zelfde reden is roken alleen toegelaten buiten de schietruimten en de wapenkamer.

    Verder is de toegang tot de gehele schietstand uiteraard totaal ontzegd aan personen die kennelijk in staat van dronkenschap verkeren, of in een vergelijkbare toestand door het gebruik van drugs of geneesmiddelen. Met « kennelijk » wordt bedoeld in een toestand die eenvoudig kan worden vastgesteld, bijvoorbeeld door het gedrag van de betrokkene gade te slaan. De verantwoordelijkheid van de uitbater komt ernstig in het gedrang wanneer een schutter, zelfs binnen de hiervoor beschreven voorwaarden, teveel alcohol consumeert en daardoor dronken wordt in de schietstand.

  • Verboden schiettechnieken : particuliere schutters en bewakingsagenten mogen in geen geval schiettechnieken beoefenen waarbij gebruik wordt gemaakt van de volgende elementen, die voorbehouden zijn aan politieambtenaren :
    • realistische situaties;
    • menselijke silhouetten als doel (wel is een doel met enkel de omtrekken van een hoofd en schouders zonder verdere details aanvaardbaar);
    • gewelddadige scenario's (zoals het uitschakelen van denkbeeldige vijanden);
    • laserrichtapparatuur (hierbij wordt een straal geprojecteerd op het doel, in tegenstelling tot wat gebeurt bij de toegelaten elektronische richthulpmiddelen die enkel binnenin het vizier een rood punt of kruis tonen en waarmee in het donker niets kan worden gezien);
    • schieten vanuit dekking (achter obstakels die beschermen tegen denkbeeldige tegenaanvallen);
    • het wapen verborgen houden (bij het schieten zelf of bij de verplaatsing ermee).

    Hiermee wordt het parcoursschieten op zich niet verboden, maar wel bepaalde varianten ervan. Het zogeheten dynamisch parcoursschieten (IPSC) blijft toegelaten mits het voldoet aan de voornoemde voorwaarden. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor het silhouetschieten waar men schiet op dierensilhouetten, en voor het Europees politieparcours (EPP). Het gebruik van decors of aankleding is toegelaten voor zover ze het af te leggen parcours aanduiden en alleen bestaan uit panelen met eventueel een louter decoratief en niet-gewelddadig motief.


8.2.3. Uitzonderingen
De hierboven beschreven procedure is niet integraal van toepassing op schietactiviteiten die hoogstens éénmaal per kalenderjaar worden georganiseerd (« occasionele schietstanden »). Dit is bijvoorbeeld het geval voor een jaarlijkse schuttersbijeenkomst in een folkloristisch kader of ten voordele van een goed doel, en ook voor de zogenaamde « weideschietingen ».

De locatie doet niets ter zake, het is de organisator die zich moet beperken tot één keer per jaar, en dit geldt voor de vereniging als geheel, dus is het evenmin toegelaten dat eenzelfde vzw meerdere aanvragen per jaar doet op naam van telkens een andere verantwoordelijke.

De volgende, hiervoor beschreven punten van de erkenningsprocedure en van de erkenningsvoorwaarden zijn niet van toepassing : het moeten aantonen van de aangewende financiële middelen (207), het moeten opstellen en indienen van een huishoudelijk reglement (208) en het moeten bijhouden van aanwezigheidsregisters (216).

Gelet op de tijdelijke en kleinschalige aard van deze activiteiten genieten ze bovendien het voordeel dat de gouverneur binnen de twee maanden (in plaats van vier) uitspraak moet doen over de aanvraag tot erkenning ervan en dat ze vrijgesteld zijn van de betaling van retributies.

VERWIJZINGEN

(204) Zie punt 4.1.
(205) Zie punt 4.1.3 en bijlage 1.
(206) Zie punten 4.1.10 en 5.1.9.
(207) Artikel 30 WW.
(208) Zie punt 24.2.
(209) Zie punt 4.1.13.
(210) Zie punt 4.1.11.
(211) Zie punt 24.2.
(212) Zie punt 8.2.2.
(213) Zie punt 8.2.2.
(214) Zie punt 8.1.2.
(215) Zie punten 8.1.2 en 8.2.1.
(216) Zie punt 8.2.2.