Omzendbrief van 25 oktober 2011 over de toepassing van de wapenwetgeving - hoofdstuk 9 - Wapenbezit door particulieren : algemene regels 9.2.1-9.2.3


9.2. Rechten en plichten

9.2.1. Aanschaf van een wapen
9.2.2. Overdracht/verkoop van een wapen
9.2.3. Veiligheidsmaatregelen
9.2.4. Gebruik
9.2.5. Lenen van een wapen
9.2.6. Vervoer
9.2.7. Herstelling
9.2.8. Munitie


9.2.1. Aanschaf van een wapen

. Bijzonderheden in geval van aankoop in het buitenland

  • Algemeen
    Wie een vuurwapen (vergunningsplichtig of vrij verkrijgbaar) in het buitenland wil aankopen, mag niet uit het oog verliezen dat hij daardoor onderworpen is aan de regelgeving van ons land én die van het land waar de aankoop plaatsvindt, en bovendien ook aan de regelgeving inzake in- en uitvoer van beide landen. De buitenlandse regelgeving is heel uiteenlopend : zo zijn er landen waar privé-wapenbezit (bijna) volledig vrij is en andere waar het (bijna) volledig verboden is. Het is absoluut noodzakelijk dat de geïnteresseerde zich vooraf goed informeert over de na te leven regels in het land waar hij een wapen wenst aan te kopen. Hetzelfde geldt in geval van een buitenlandse erfenis.
    De algemene regel is dat eerst (indien nodig) in België een vergunning tot het voorhanden hebben van het gewenste wapen moet worden aangevraagd bij de bevoegde gouverneur. Met die vergunning kan vervolgens een invoerlicentie worden aangevraagd bij het bevoegde gewest. Daarna moet (indien nodig) een aankoopvergunning worden aangevraagd in het betrokken land, dat ook een uitvoerlicentie zal moeten afgeven. Het spreekt voor zich dat de Belgische wapendiensten niet op de hoogte kunnen zijn van alle geldende buitenlandse regels en dat ze zich daarom beperken tot het nationale luik van de betrokken aankoop.
  • Binnen de EU
    In het kader van de Europese Unie geldt een eenvoudiger en eenvormige regeling. De Richtlijn 91/477/EEG huldigt in haar artikel 7.1 het principe van de dubbele machtiging voor de verwerving van een wapen in een andere lidstaat van de EU.

    Dit artikel bepaalt dat wanneer een ingezetene van een lidstaat een wapen van de categorie B van de Richtlijn (vergunningsplichtige vuurwapens) wenst te verwerven in een andere staat van de EU, hij niet alleen een machtiging van de bevoegde vreemde overheden moet verkrijgen, maar eveneens het voorafgaand akkoord van de overheden van zijn verblijfsstaat.

    Zo zal bijvoorbeeld een Duitse ingezetene die een vergunningsplichtig vuurwapen in België wenst aan te kopen een machtiging van de Staatsveiligheid moeten verkrijgen, na het voorafgaand akkoord van de overheden van zijn verblijfsstaat.

    Omgekeerd is voor Belgische ingezetenen de machtiging van de vreemde overheden om een wapen van de categorie B op hun grondgebied te verwerven, ondergeschikt aan de voorafgaande afgifte van een machtiging door de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de toekomstige bezitter van het wapen.

    Onze nationale vergunning tot het voorhanden hebben van een vuurwapen (model 4) is echter alleen geldig binnen ons land en wordt niet erkend als basis voor de aanvraag van een machtiging om een wapen te verwerven in het buitenland.

  • Binnen de Benelux
    Binnen de Benelux is de regeling eenvoudiger omdat er geen in- en uitvoerlicenties nodig zijn.
  • Procedure
    Wanneer Belgische ingezetenen (personen die in België hun woon- of verblijfplaats hebben) wensen een vergunningsplichtig wapen aan te kopen in een andere staat van de EU, geeft de gouverneur naast het model 4 een document, gemakkelijkheidshalve vaak de « blauwe kaart » geheten, af, dat geldt als voorafgaande machtiging voor de verwerving van een vergunningsplichtig wapen in een andere staat van de EU.

    Met de vergunning model 4 vraagt men tevens een invoerlicentie aan bij het bevoegde gewest in geval de aankoop niet binnen de Benelux plaatsvindt.

    De blauwe kaart moet door de betrokkene aan de vreemde overheden overhandigd worden ter staving van zijn aanvraag om een aankoopvergunning in dat land. Hij moet zelf informatie inwinnen over de in het betrokken land te volgen verdere procedure. Vervolgens en in overeenstemming met artikel 11 van het KB van 20/9/91 ter uitvoering van de wapenwet, moet de Belgische ingezetene die houder is van het model 4 zich met het in het buitenland verworven wapen aanbieden bij de lokale politie van zijn verblijfplaats binnen 15 dagen na de invoer. Die zal de invoer vaststellen en luik B van het model 4 invullen. Het luik B wordt dan opgestuurd naar de bevoegde gouverneur, die de gegevens in het CWR invoert.

    Ook wanneer een erkende verzamelaar een vergunningsplichtig wapen wenst aan te kopen in een EU-lidstaat zal hij een exemplaar van de blauwe kaart moeten aanvragen bij de gouverneur. Aangezien de erkende verzamelaar geen individuele vergunning meer nodig heeft, wordt geen later te vervolledigen model 4 afgegeven. Toch zal de betrokkene het gewenste wapen moeten preciseren zodat kan nagegaan worden of dit in overeenstemming is met het thema van zijn verzameling.

    De blauwe kaart kan dan ook noodzakelijk zijn voor de aankoop van een vrij verkrijgbaar vuurwapen in het buitenland. In vele landen zijn wapens die in ons land vrij verkrijgbaar zijn immers vergunningsplichtig. Ook dan moet de aankoper een blauwe kaart vragen aan de gouverneur, ook al heeft hij geen model 4 nodig. In dat geval geeft de gouverneur het document af op eenvoudig verzoek.

    Een ander geval waar geen model 4 nodig is, is de aankoop van een voor hem toegelaten wapen in het buitenland door een jager, een sportschutter of een bijzondere wachter. Omdat het model 9 niet kan worden opgesteld door een buitenlandse wapenhandelaar, moet de koper zich binnen 15 dagen na de invoer met het wapen aanbieden bij zijn lokale politie. Die zal de invoer vaststellen en een model 9 invullen. Daarvan worden twee exemplaren opgestuurd naar de gouverneur, die de gegevens in het CWR invoert.
    De provinciale wapendiensten mogen de blauwe kaart zelf afdrukken op aangepast papier.

    Deze regeling doet geen afbreuk aan de andere bepalingen van de Richtlijn 91/477/EEG. Daarom is het aangewezen dat de betrokkenen eveneens informatie inwinnen bij het bevoegde gewest.

    Ten slotte moet het wapen, bij invoer, een uniek identificatienummer krijgen door tussenkomst van de proefbank (326). De proefbank kan hierbij vragen dat het wapen wordt voorgelegd.


9.2.2. Overdracht/verkoop van een wapen

Wie een vergunningsplichtig vuurwapen, de munitie ervoor (of een aan de wettelijke proef onderworpen onderdeel) wenst over te dragen of te verkopen, mag dit enkel doen aan iemand die gerechtigd is het te bezitten. Dit kunnen zowel houders zijn van een vergunning tot het voorhanden hebben ervan, als jagers of sportschutters (afhankelijk van de kenmerken van het wapen), doch tevens wapenhandelaars, wapenverzamelaars, musea edm.

Afhankelijk van de hoedanigheid van de bij de overdracht/verkoop betrokkene partijen alsook van de plaats waar zij zich voltrekt, brengt de overdracht/verkoop andere verplichtingen met zich mee.

  • Bijzonderheden in geval van overdracht/verkoop aan houders van een vergunning tot het voorhanden hebben van een vergunningsplichtig vuurwapen (model 4)
    De overdracht/verkoop van een vergunningsplichtig vuurwapen en/of van de munitie ervoor (of een aan de wettelijke proef onderworpen onderdeel) aan een houder van een vergunning tot het voorhanden hebben ervan (model 4) kan slechts plaatsvinden na voorlegging van een identiteitskaart of een reispas die overeenstemt met de op de vergunning vermelde identiteit (327).

    Binnen één maand te rekenen vanaf de overdracht/verkoop van het wapen moet deel B door de overdrager/verkoper worden toegezonden aan de overheid die de vergunning heeft afgegeven. Dat deel is gedagtekend, ondertekend en bevat de vermeldingen die betrekking hebben op de identificatie van het wapen en van de koper/verkrijger (328).
    Deel A van de vergunning wordt bewaard door de houder die ertoe gehouden is het te overhandigen aan de in artikel 29 WW bedoelde diensten (329) die in het kader van het door hen uitgeoefende toezicht daarom verzoeken (330).

  • Bijzonderheden in geval van overdracht/verkoop aan jagers, sportschutters of bijzondere wachters (331)
    De overdracht/verkoop van een vergunningsplichtig vuurwapen en/of van de munitie voor die wapens (of een aan de wettelijke proef onderworpen onderdeel) aan een jager, sportschutter of bijzonder wachter kan slechts geschieden na overlegging van hun identiteitskaart of reispas en het bewijs van hun hoedanigheid.

    Een bericht van overdracht/verkoop en een afschrift ervan - opgemaakt volgens het model 9 - worden door de overdrager/verkoper binnen 8 dagen na de overdracht/verkoop toegezonden aan de gouverneur van de verblijfplaats van de verkrijger/overnemer of - indien deze laatste geen verblijfplaats in België heeft - aan het CWR.

    De overdrager/verkoper bewaart een afschrift van het model 9. Het andere afschrift wordt - voorzien van het registratienummer - door de gouverneur toegezonden aan de lokale politie van de verblijfplaats van de overnemer/koper. Deze laatste verwittigt de gouverneur als de kenmerken van het wapen niet in overeenstemming zijn met de gegevens op het model 9, zodat die de nodige aanpassingen kan doen.

  • Bijzonderheden in geval van overdracht/verkoop aan wapenhandelaars, tussenpersonen of andere personen die geen vergunning tot het voorhanden hebben ervan moesten voorleggen, op wiens naam geen bericht van overdracht/verkoop (model 9) moest worden opgesteld of die niet erkend zijn als verzamelaar of museum
    In geval een particulier een vergunningsplichtig vuurwapen en/of de munitie ervoor (of een aan de wettelijke proef onderworpen onderdeel) overdraagt/verkoopt aan een wapenhandelaar, een tussenpersoon of een bepaalde overheid (bv. het leger) moet hij de vergunning (model 4) of het bericht van overdracht/verkoop (model 9) op zijn naam terugsturen aan de gouverneur die bevoegd is voor zijn verblijfplaats en hem de identiteit van de overnemer/verkrijger meedelen.

    Het is de wapendienst van de gouverneur die vervolgens de nieuwe gegevens registreert in het CWR en die tevens nagaat of er geen onregelmatigheden zijn gebeurd (332).

    De overdracht/verkoop van een vergunningsplichtig vuurwapen en/of de munitie ervoor (of een aan de wettelijke proef onderworpen onderdeel) door een jager, sportschutter of bijzondere wachter aan een erkend persoon, moet in zijn registers worden ingeschreven en door middel van een bericht van overdracht/verkoop (model 9) binnen 8 dagen vanaf de overdracht/verkoop worden gemeld aan de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de overdrager/verkoper, of - indien deze geen verblijfplaats in België heeft - aan het CWR. De overdrager/verkoper bewaart een afschrift van het model 9 (333).

  • Bijzonderheden in geval van overdracht/verkoop in het buitenland
    Wanneer Belgische ingezetenen (personen die in België hun woon- of verblijfplaats hebben) een vergunningsplichtig wapen wensen te verkopen of over te dragen in een andere staat van de EU, moet eerst een uitvoerlicentie worden aangevraagd bij het bevoegde gewest (en de hiervoor noodzakelijke voorafgaande vergunning van de FOD Justitie (334).).

    Het spreekt voor zich dat de overdrager/verkoper in België het wapen rechtsgeldig voorhanden moet hebben, hetzij met een vergunning tot het voorhanden hebben ervan (model 4), hetzij met een gelijkwaardige titel (b.v. een geldig jachtverlof met een op model 9 geregistreerd wapen). Op basis daarvan kan de uitvoerlicentie worden aangevraagd.

    De overdracht/verkoop in een andere EU-lidstaat moet beantwoorden aan de daar geldende wetgeving inzake de verkoop van wapens. Ook hier dient herhaald dat de Belgische wapendiensten niet op de hoogte kunnen zijn van alle geldende buitenlandse regels en dat ze zich daarom beperken tot het nationale luik van de betrokken verkoop.

    Nadat de overdracht/verkoop heeft plaatsgevonden, moet de Belgische overdrager/verkoper de vergunning (model 4) of het bericht van overdracht/verkoop (model 9) onmiddellijk terugsturen aan de gouverneur bevoegd voor zijn verblijfplaats en hem de identiteit van de overnemer/verkrijger meedelen.

    De wapendienst van de gouverneur registreert de gegevens in het CWR en gaat na of er geen onregelmatigheden zijn gebeurd (335). Mocht de gouverneur een onregelmatigheid vaststellen, dan zal hij die nog rechtzetten als dit in overeenstemming met de regelgeving mogelijk is. In dat geval komt de registratie niet in het gedrang. In het andere geval zal hij aangifte moeten doen van het gepleegde misdrijf.

  • Bijzonderheden in geval van overdracht/verkoop in België aan een buitenlander
    Het principe van de dubbele machtiging voor de verwerving van een wapen binnen de EU geldt ook bij overdracht/verkoop in België van een vergunningsplichtig wapen aan een ingezetene van een andere EU-lidstaat (personen die in een andere EU-lidstaat hun woon- of verblijfplaats hebben).

    De buitenlandse koper zal daarom moeten beschikken over een « voorafgaande machtiging voor de verwerving van een vergunningsplichtig wapen in een andere lidstaat van de EU », van de overheden van zijn verblijfstaat, vergelijkbaar met onze zogenaamde « blauwe kaart ».

    Verder moet hij een machtiging van de Belgische overheid hebben om een wapen van de categorie B op haar grondgebied te verwerven (een vergunning model 4 afgegeven door de Staatsveiligheid) en moet hij een uitvoerlicentie aanvragen bij het bevoegde gewest hier in België. Zijn eventuele nationale (buitenlandse) vergunning is enkel geldig binnen zijn land en wordt dan ook niet erkend als basis voor de aanvraag van de machtiging.

    Ten slotte moet de buitenlandse koper beschikken over een invoerlicentie van de bevoegde overheden van de lidstaat waar hij zijn woon- of verblijfplaats heeft.
    Binnen de Benelux is de regeling evenwel eenvoudiger omdat er geen in- en uitvoerlicenties nodig zijn.

    Nadat de overdracht/verkoop heeft plaatsgevonden, moet de Belgische overdrager/verkoper de vergunning (model 4) of het bericht van overdracht/verkoop (model 9) onmiddellijk terugsturen aan de gouverneur bevoegd voor zijn verblijfplaats en hem de identiteit van de overnemer/verkrijger meedelen.

    De wapendienst van de gouverneur registreert de gegevens in het CWR en gaat na of er geen onregelmatigheden zijn gebeurd (336). Mocht de gouverneur een onregelmatigheid vaststellen, dan zal hij die nog rechtzetten als dit in overeenstemming met de regelgeving mogelijk is. In dat geval komt de registratie niet in het gedrang. In het andere geval zal hij aangifte moeten doen van het gepleegde misdrijf.


9.2.3. Veiligheidsmaatregelen

Het KB van 24/4/97 tot bepaling van de veiligheidsvoorwaarden bij het opslaan, het voorhanden hebben en het verzamelen van vuurwapens of munitie werd op 14/4/09 uitgebreid met een hoofdstuk 3 « Veiligheidsvoorwaarden bij het voorhanden hebben en tentoonstellen op de verblijfplaats, en het vervoeren van vergunningsplichtige wapens of munitie ervoor door particulieren ».

Onder de oude wapenwetgeving was het onmogelijk aan de particuliere wapenbezitter bepaalde veiligheidsmaatregelen op te leggen. Bij de ontvangst van hun vergunning kregen ze wel een document « model 12 » mee dat raadgevingen bevatte met betrekking tot het bewaren, gebruik en onderhoud van vuurwapens. Die raadgevingen zijn nu omgezet in plichten.

De nieuwe regels zijn van toepassing op « particulieren », die worden gedefinieerd als niet-erkende personen die wettig een of meer vergunningsplichtige wapens of munitie ervoor voorhanden hebben of erkende verzamelaars die maximum 30 vergunningsplichtige wapens of munitie ervoor voorhanden hebben. Het gaat dus over de personen die vuurwapens of daarmee gelijkgestelde niet-vuurwapens voorhanden hebben op basis van een vergunning (model 4) of een gelijkgesteld document (model 9) (337). De regeling voor verzamelaars die meer wapens bezitten, wordt toegelicht in punt 5.1.6 (338).

Een aantal veiligheidsmaatregelen moet steeds door elke wapenbezitter worden genomen, ongeacht de hoeveelheid opgeslagen wapens. Daarenboven worden bijkomende veiligheidsmaatregelen opgelegd in functie van het aantal opgeslagen vergunningsplichtige wapens (daarin begrepen de aan de wettelijke proef onderworpen onderdelen). Het nieuwe KB voorziet in drie drempels :

  • bewaring van minder dan 6 vergunningsplichtige wapens;
  • bewaring van minder dan 11 vergunningsplichtige wapens;
  • bewaring van 11 tot en met 30 vergunningsplichtige wapens.
  • bewaring van meer dan 30 vergunningsplichtige wapens.

Bij overschrijding van één van deze drempels dienen steeds strengere veiligheidsmaatregelen te worden genomen (331).

  • Veiligheidsmaatregelen die altijd van toepassing zijn
    Elke particulier moet bij de opslag van vergunningsplichtige vuurwapens op de verblijfplaats de volgende veiligheidsmaatregelen naleven :

    1° de wapens moeten ongeladen worden bewaard. Een wapen wordt als ongeladen beschouwd als « de kulas, de kamer en de lader die op het wapen is bevestigd noch een voortstuwend element, noch een projectiel, noch een patroon bevatten die kan worden afgevuurd ».
    Daarom mag een revolver, een pistool of een geweer geen patroon in de kamer bevatten. Uit deze definitie volgt ook dat het wapen niet mag worden bewaard met een lader waarin patronen zitten. Deze beperking is van toepassing voor alle particulieren. Enkel als de vergunning werd uitgereikt met de wettige reden « persoonlijke verdediging » mag het wapen geladen worden bewaard.

    2° de wapens en de munitie moeten steeds buiten het bereik van kinderen worden bewaard.

    3° de wapens en de munitie mogen niet « ogenblikkelijk » toegankelijk zijn.
    Men moet vermijden dat een onbevoegde (of een inbreker) die de wapens vindt, ook onmiddellijk de munitie vindt, zodat hij direct over een bruikbaar wapen beschikt. Daarom moeten de wapens en de munitie bijvoorbeeld in een andere kast worden bewaard. Het is af te raden om munitie te bewaren in een kluis. Bij brand kan er dan immers drukophoping ontstaan, met mogelijk ontploffingsgevaar.

    4° de wapens en de munitie moeten bewaard worden op een plaats die geen uiterlijk kenteken draagt dat er zich een wapen of munitie in bevindt.
    De bedoeling van deze regel is dat men onbevoegden niet de weg wijst naar een plaats waar wapens opgeslagen liggen.

    5° eveneens mogen werktuigen die een inbraak kunnen vergemakkelijken niet langer dan noodzakelijk worden achtergelaten in de nabijheid van plaatsen waar de wapens worden bewaard.

    Men mag dus ook geen ladders laten slingeren die toegang kunnen geven tot een venster van een wapenkamer.

    Bij diefstal, of bij poging tot diefstal van een vuurwapen, een los onderdeel, munitie, registers of documenten met betrekking tot het wapen moet onmiddellijk aangifte worden gedaan bij de politie. Binnen de 48 uur dienen precieze gegevens over de aard van de gestolen zaken te worden doorgegeven. De betrokken politiedienst brengt de gouverneur onmiddellijk op de hoogte

    In veel politiezones kan men technopreventief advies vragen aan een veiligheidsadviseur van de lokale politie. Deze adviseur onderzoekt dan de woning en duidt zwakke plekken aan. Er worden tevens tips voor beveiliging gegeven. In sommige gemeenten worden hiervoor subsidies toegekend (bijvoorbeeld voor het plaatsen van een inbraakwerende deur).

  • Opslag van 1 tot en met 5 vergunningsplichtige wapens
    Wapens moeten veilig worden opgeslagen, zodat oneigenlijk gebruik of vervreemding bemoeilijkt wordt. Ze mogen niet onbeveiligd rondslingeren in de woning. Wie minder dan 6 vergunningsplichtige wapens heeft, dient minstens één van de volgende veiligheidsmaatregelen te nemen :

    1° aanbrengen van een veiligheidsslot (bijvoorbeeld een trekkerslot met cijfercode of met sleutel);

    2° wegnemen en afzonderlijk bewaren van een voor de werking van het wapen essentieel onderdeel (bijvoorbeeld de grendel of de loop van het wapen verwijderen en opslaan in een andere kast dan de kast waarin het wapen is opgeslagen);

    3° het bevestigen van het wapen met een ketting aan een vast punt (bijvoorbeeld aanbrengen van een ketting of staaldraad in de trekkerbeugels van de wapens die naast elkaar staan in een rek, en deze ketting of staaldraad met een slot vastmaken aan een punt dat vastzit in de muur).

    De particulier kan dus zelf kiezen welke veiligheidsmaatregelen hij neemt. Hij kan de verschillende maatregelen combineren, of voor verschillende wapens andere veiligheidsmaatregelen toepassen. De bedoeling is dat voor elk wapen minstens één van de genoemde maatregelen genomen is.

  • Opslaan van minder dan 11 vergunningsplichtige wapens
    Wie van 6 tot 11 vergunningsplichtige wapens opslaat, dient ze te bewaren in een slotvaste en in stevig materiaal gemaakte wapenkast. Deze kast kan niet gemakkelijk worden opengebroken, en mag geen uiterlijk kenteken dragen waaruit blijkt dat erin wapens worden bewaard.

    De regelgeving legt geen verplichting op om een bepaald type kast te gebruiken. De bedoeling is dat de wapens worden bewaard in een stevige kast, die bovendien kan worden afgesloten en enige weerstand biedt bij inbraak. In de praktijk kan gedacht worden aan stevige metalen kantoorkasten met een hangslot of aan in massief hout uitgevoerde kasten of koffers die behoorlijk kunnen worden afgesloten.

    Uiteraard geldt dat, eens de drempel van 5 wapens overschreden is, alle wapens moeten worden bewaard in die kast. Het louter bezitten van een dergelijke kast is niet voldoende.

  • Opslaan van meer dan 10, maar minder dan 31 vergunningsplichtige wapens
    Wie van 10 tot 30 vergunningsplichtige wapens opslaat, moet die allemaal bewaren in een daarvoor ontworpen wapenkluis. De regelgeving legt geen technische normen op. Wel is vereist dat de wapenkluis afgesloten is met een mechanisme dat niet kan worden geopend dan met behulp van een elektronische, magnetische of mechanische sleutel, een alfabetische of numerieke combinatie of een biometrische herkenning. De wapenkluizen die courant in de handel verkocht worden volstaan hier. Het is niet vereist dat ze aan een minimum technische veiligheidsnorm voldoet. Als de kast minder dan 150 kg weegt, is het aan te raden ze vast te maken in de muur.

    De wapenkluis en de munitie moeten zich in een ruimte bevinden waarvan alle toegangen en ramen behoorlijk zijn afgesloten. De sleutels van de wapenkluis en die van de ruimte waarin de wapenkluis zich bevindt, mogen niet op de sloten worden gelaten. Die sleutels moeten op een veilige plaats, buiten het bereik van kinderen en derden worden bewaard. Alleen de eigenaar mag toegang hebben tot deze sleutels.

    Wie veel wapens opslaat, dient dus mogelijk meerdere kluizen te kopen om die wapens in te bewaren. Het KB laat echter ook de keuze voor een alternatief toe. De wapens moeten niet worden bewaard in een kluis als de toegangen van het lokaal waarin de wapens zijn opgeslagen, voldoen aan de volgende normen :

    • deuren in vol hout, die minstens 4 cm dik zijn, of in een ander materiaal van vergelijkbare sterkte, of deuren met gelaagd glas;
    • in de toegangsdeur tot de wapenkamer en de buitendeuren van het gebouw moeten ten minste 2 dievenklauwen worden aangebracht;
    • de toegangsdeur moet zijn uitgerust met hetzij een driepuntsslot dat 5 minuten weerstand biedt bij inbraak, hetzij een combinatie van drie sloten die samen 5 minuten weerstand bieden bij inbraak.

    Bij een appartementsgebouw kan het dus al voldoende zijn om een gepantserde inbraakbestendige voordeur te plaatsen met een degelijk slot. Alle ruimtes voldoen dan aan de norm, zodat de wapens in een kamer binnen het appartement kunnen worden opgeslagen zonder dat ze nog in een kluis hoeven te liggen.

    Een particulier kan er ook voor kiezen om ineens de normen na te leven voor de opslag van meer dan 30 vergunningsplichtige wapens (klasse G). Wie in orde is met deze strengere norm, moet geen rekening houden met de andere specifieke normen voor opslag (trekkerslot, wapenkast of kluis, ...). Uiteraard moeten de veiligheidsmaatregelen die altijd van toepassing zijn wel worden nageleefd.

  • Opslaan van meer dan 30 vergunningsplichtige wapens
    Wie meer dan 30 vergunningsplichtige wapens opslaat, moet voldoen aan de veiligheidsmaatregelen van klasse G (340).
  • Equivalente beveiliging
    Het KB laat eveneens toe om andere veiligheidsmaatregelen te nemen, voor zover deze maatregelen gelijkwaardig zijn met de maatregelen die in het besluit worden opgelegd. Deze gelijkwaardigheid wordt beoordeeld door de lokale politie of de andere diensten die bevoegd zijn om wapenbezit te controleren. Er kan ook vooraf met deze diensten overlegd worden.

    Op basis van voorgelegde stukken over de te nemen veiligheidsmaatregelen (bijvoorbeeld documentatie over een inbraakwerende deur die geplaatst wordt bij nieuwbouw), kan de overheid dan beslissen dat de maatregelen voldoende zijn. Een wapenbezitter die verbouwingen plant, en zeker wenst te zijn dat alle genomen veiligheidsnormen voldoende zijn, kan dus vooraf zekerheid krijgen hierover na overleg met de lokale politie.

    Het is dus steeds mogelijk om zelf initiatief te nemen en aan de lokale politie te vragen of zij schriftelijk kan bevestigen dat veiligheidsmaatregelen equivalent zijn aan de in het besluit opgesomde maatregelen. Zo kan bijvoorbeeld gevraagd worden dat tijdens een controle wordt bevestigd dat de toegangen tot de ruimtes waar de wapens zich bevinden voldoende beveiligd zijn, zodat geen kluis meer nodig is. Deze werkwijze biedt het voordeel dat de wapenbezitter vooraf zeker is dat de genomen maatregelen afdoende zijn.

  • Inwerkingtreding
    De veiligheidsmaatregelen die door elke wapenbezitter moeten worden in acht genomen, werden verplicht op 25/4/09.

    Wapenbezitters moesten uiterlijk tegen 25/4/10 de veiligheidsmaatregelen nemen die van toepassing zijn naargelang het aantal vergunningsplichtige wapens dat ze bezitten.

  • Tentoonstellen van vergunningsplichtige wapens op de verblijfplaats

    Het is mogelijk om lange wapens toegestaan voor de jacht tentoon te stellen op de verblijfplaats.

    Daarbij moet rekening gehouden worden met het volgende :

    • de tentoongestelde wapens moeten ongeladen zijn;
    • ze moeten onbruikbaar gemaakt zijn door een veiligheidsslot of door een voor de werking essentieel onderdeel afzonderlijk te bewaren;
    • ze moeten stevig zijn vastgemaakt aan het slotvaste etalagemeubel waarin ze zijn tentoongesteld;
    • ze mogen niet worden tentoongesteld samen met de munitie die ze kunnen afvuren;
    • het wapen en de munitie mogen niet ogenblikkelijk samen toegankelijk zijn.

    Deze regels werden van toepassing op 25/4/09.

  • Veiligheidsmaatregelen tijdens het onderhoud van vuurwapens
    Tijdens het onderhoud van vuurwapens dienen de volgende veiligheidsmaatregelen te worden nageleefd :
    • het wapen moet ongeladen zijn, tijdens het manipuleren wordt de loop steeds in een veilige richting gehouden;
    • het magazijn of de lader van het wapen moet worden leeggemaakt;
  • de trekker mag alleen worden overgehaald als het wapen leeg is, en als de loop in een veilige richting wijst.

    Deze regels zouden voor de wapenbezitter niet nieuw mogen zijn. Alle fabrikanten en organisaties geven deze adviezen al mee. Ze werden verplicht vanaf 25/4/09.

  • Veiligheidsmaatregelen tijdens het vervoer van vuurwapens
    Het vervoer van wapens wordt deels geregeld in de wapenwet. Vergunninghouders, jagers, bijzondere wachters, sportschutters en houders van een Europese vuurwapenpas afgegeven in een andere lidstaat van de EU mogen vuurwapens vervoeren (341).

    De wapens mogen alleen vervoerd worden tussen hun woonplaats en hun verblijfplaats, of tussen hun woon- of verblijfplaats (342) en de schietstand of het jachtterrein, of tussen hun woon- of verblijfplaats en een erkende persoon. Tijdens het vervoer dienen de vuurwapens ongeladen en verpakt te zijn in een afgesloten koffer (bv. een autokoffer indien deze gescheiden is van de rest van het voertuig en indien deze op slot kan; het mag ook de koffer zijn van een breakwagen of jeep indien de hele auto op slot is en indien de munitie aan het zicht is onttrokken), of uitgerust te zijn met een trekkerslot of een equivalente beveiliging. Een beveiliging is equivalent als ze dezelfde waarborgen biedt tegen diefstal of tegen oneigenlijk gebruik van het wapen.

    In het KB worden bijkomende veiligheidsmaatregelen opgelegd die in acht moeten worden genomen tijdens het vervoer :

    • de wapens moeten ongeladen zijn, de laders leeg. De laders kunnen dus niet thuis worden gevuld;
    • het wapen moet onbruikbaar zijn gemaakt door een veiligheidsslot of door het wegnemen van een voor zijn werking essentieel onderdeel. Als alternatief kan het wapen gedemonteerd worden vervoerd;
    • het wapen mag niet in het zicht liggen, en het moet buiten handbereik worden vervoerd in een slotvaste koffer of etui;
  • de munitie moet veilig verpakt worden (bij voorkeur in haar originele verpakking of in een munitiedoosje);

  • bij vervoer met een motorvoertuig moeten de etuis met het wapen en de munitie in de slotvaste koffer (zie hoger) van het voertuig worden vervoerd. Dit is niet van toepassing op het jachtterrein;
  • het voertuig mag niet onbewaakt achterblijven terwijl de wapens erin opgeslagen liggen. Het is daarom aangeraden in de onmiddellijke nabijheid van de schietstand te parkeren, bij voorkeur in het zicht van bijvoorbeeld de cafetaria. De bewaking mag ook worden gedaan met behulp van honden of een camera.
  • Deze nieuwe veiligheidsmaatregelen van toepassing tijdens het vervoer moeten worden nageleefd vanaf 25/4/09.

  • Toezicht op de naleving van de veiligheidsmaatregelen
    In tegenstelling tot wat het geval is met de erkende personen, voorziet het KB niet in specifieke controle vooraf bij aanvraag van een vergunning, noch in een specifieke periodieke controle van de naleving van de veiligheidsmaatregelen door particulieren. Dit betekent echter niet dat er geen controle op is : vermits de periodieke controle slaat op de naleving van de wet, slaat ze ook op de uitvoeringsbesluiten. Ook is voorzien dat de politie in het advies aan de gouverneur moet rapporteren over de veiligheidsnormen (342).
  • Bij aanvraag van een vergunning vraagt de gouverneur advies aan de lokale politie die onder meer onderzoekt of de aanvrager gevaar voor de openbare orde kan opleveren. Men zal de betrokkene vragen welke veiligheidsmaatregelen hij heeft genomen of zal nemen.

    Ook naar aanleiding van de 5-jaarlijkse controle van het wapenbezit op initiatief van de gouverneur zal het veiligheidsaspect worden gecontroleerd.

    Wie zijn wapens niet bewaart op de voorgeschreven manier neemt het risico zijn vergunning op het spel te zetten. Bovendien zal hij aansprakelijk worden gesteld als er zich een incident voordoet met zijn wapen dat onveilig werd bewaard.

    VERWIJZINGEN

    (326) Artikel 29/1 KB 20/09/91.
    (327) Artikel 23bis, § 3 KB 20/09/91.
    (328) Artikel 11, derde lid KB 20/09/91.
    (329) Politiediensten, Proefbank voor vuurwapens, enz. Zie punt 20.1.
    (330) Artikel 13 KB 20/09/91.
    (331) Artikel 25, § 1 KB 20/09/91.
    (332) Artikel 24 KB 20/09/91.
    (333) Artikel 25, § 2 KB 20/09/91.
    (334) Zie artikel 10 van de wet van 5/8/91 en de praktische informatie hierover op www.just.fgov.be onder de rubriek "wapens".
    (335) Artikel 24 KB 20/09/91.
    (336) Artikel 24 KB 20/09/91.
    (337) Er zijn geen specifieke veiligheidsmaatregelen voorzien voor zogenaamde blanke wapens. Hier geldt echter wel het algemene principe dat alles op een verantwoorde wijze moet worden voorhanden gehouden zonder gevaar voor de openbare orde.
    (338) Het aantal wapens dat een particulier mag bezitten, is niet beperkt, tenzij dat uitdrukkelijk zou zijn opgelegd in individuele gevallen. Evenwel nemen de vereiste veiligheidsmaatregelen toe naarmate dat men over meer wapens beschikt.
    (339) Artikel 11 KB 24/04/97.
    (340) Zie punt 5.1.6.
    (341) Artikel 21 WW.
    (342) In dit geval mag de term « verblijfplaats » ruim worden geïnterpreteerd : het mag ook gaan over een tijdelijke verblijfplaats, bv. een hotel waar de jager of sportschutter verblijft tijdens een weekend voor een jachtpartij of een schietwedstrijd op verplaatsing (in dit hotel moeten de wapens dan wel worden bewaard alsof het een woning betrof) .
    (343) Zie punt 9.1.