Omzendbrief van 25 oktober 2011 over de toepassing van de wapenwetgeving - hoofdstuk 9 - Wapenbezit door particulieren : algemene regels 9.2.4.-9.2.7


9.2. Rechten en plichten

9.2.1. Aanschaf van een wapen
9.2.2. Overdracht/verkoop van een wapen
9.2.3. Veiligheidsmaatregelen
9.2.4. Gebruik
9.2.5. Lenen van een wapen
9.2.6. Vervoer
9.2.7. Herstelling
9.2.8. Munitie


9.2.4. Gebruik

De vergunning geeft het recht om het wapen voorhanden te hebben, al dan niet met munitie.
Het gebruik van het wapen moet ook na het verkrijgen van de vergunning voor het voorhanden hebben ervan steeds op één of andere manier kaderen binnen de opgegeven wettige reden.

Zo kan de gouverneur bij de 5-jaarlijkse controle (345) nagaan of de wettige reden nog aanwezig is. Is dat niet het geval dan kan hij de wapenvergunning beperken, schorsen of intrekken (346).

Voorbeelden :
  • Een houder van een vergunning tot het voorhanden hebben van een vergunningsplichtig wapen met als wettige reden « sportschieten » mag zijn wapen thuis of in zijn tuin niet gebruiken.
  • Anderzijds kan een jager verantwoorden dat hij met een vergund jachtgeweer op een schietstand schiet met een dagkaart om zijn wapen te onderhouden en te testen of om de richtmiddelen af te stellen. Hij kan met het wapen evenwel niet deelnemen aan schietwedstrijden, behalve in het kleischieten.
  • Iemand die de intentie heeft om een verzameling historische wapens uit te bouwen, mag niet schieten met de wapens de deel zullen uitmaken van de collectie.
  • Tenslotte is het bijvoorbeeld ook niet toegestaan om als sportschutter zijn wapens tevens te gebruiken bij de uitoefening van een activiteit die bijzondere risico's inhoudt.
    Gebruik van een vergund wapen dat niet kan worden gekaderd binnen de opgegeven wettige reden maakt een illegale activiteit uit waarop ernstige straffen staan (338).


9.2.5. Lenen van een wapen

Houders van een vergunning tot het voorhanden hebben van een vuurwapen (347) mogen aan elkaar vuurwapens uitlenen onder de volgende voorwaarden :
1° het betreft alleen vuurwapens van het type dat de ontlener mag voorhanden hebben en met het oog op een toegelaten activiteit op basis van het document (348) waarvan hij houder is (349);
2° de vuurwapens mogen slechts worden uitgeleend voor de duur van de activiteit waarvoor ze worden geleend en voor het vervoer van en naar de plaats waar die plaatsvindt;
3° de vuurwapens mogen alleen worden voorhanden gehouden, gedragen en gebruikt op de plaats waar de activiteit waarvoor ze worden ontleend, plaatsvindt;
4° de ontlener kan een door de uitlener ondertekend schriftelijk akkoord voorleggen, evenals een kopie van het in de bepaling onder 1° bedoelde document, behalve indien de uitlener aanwezig is.


9.2.6. Vervoer

Houders van een vergunning tot het voorhanden hebben van een vuurwapen mogen het wapen vervoeren tussen hun woonplaats en hun verblijfplaats, of tussen hun woon-of verblijfplaats en de schietstand of het jachtterrein, of tussen hun woon- of verblijfplaats en een erkende persoon. Tijdens het vervoer dienen de vuurwapens ongeladen verpakt te zijn in een afgesloten koffer of voorzien te zijn van een trekkerslot of een equivalente beveiliging (350).

Verder mag een particulier een vergunningsplichtig wapen enkel vervoeren als de volgende voorwaarden worden nageleefd : (351)
1° het wapen is ongeladen en de vervoerde magazijnen zijn leeg;
2° het wapen is onbruikbaar gemaakt door een veiligheidsslot of door het wegnemen van een voor zijn werking essentieel onderdeel;
3° het wapen wordt buiten het zicht en buiten handbereik vervoerd, in een geschikte en slotvaste koffer of etui;
4° de munitie wordt veilig verpakt vervoerd in een geschikte en slotvaste koffer of etui;
5° als het vervoer met de wagen gebeurt, worden de koffers of de etuis met het wapen en de munitie vervoerd in de slotvaste koffer van het voertuig. Deze bepaling is niet van toepassing op het jachtterrein (zie hoger voor voorbeelden);
6° het voertuig blijft niet zonder toezicht achter (zie hoger voor voorbeelden).


9.2.7. Herstelling

De houder van een vergunning tot het voorhanden hebben van een vuurwapen moet bij de vervanging van een kapot essentieel onderdeel van dat wapen een nieuwe aanvraag van een vergunning tot het voorhanden hebben ervan (model 4) indienen.

Er zijn twee mogelijkheden :
1. ofwel legt de aanvrager een attest van vernietiging door de Proefbank voor vuurwapens voor. In dat geval zal de « oude » vergunning voor het betreffende vuurwapen kosteloos worden aangepast. Het voorwerp van de vergunning verandert immers niet en dus moet geen retributie worden betaald.
2. ofwel legt de aanvrager geen vernietigingsattest voor. In dat geval wordt de aanvraag als een « klassieke » aanvraag behandeld. De aanvrager betaalt dus een retributie en een nieuwe vergunning wordt afgegeven.

Het betreft alle onderdelen die aan de wettelijke proef onderworpen zijn, zoals bv. de loop, de trommel, enz.

De omwisseling van een defect onderdeel wordt tevens besproken onder punt 19.

9.2.8. Munitie

Houders van een vergunning tot het voorhanden hebben van een vuurwapen mogen voor dat wapen munitie aankopen en voorhanden hebben, tenzij de vergunning werd afgegeven met uitsluiting van munitie (352).

Het betreft evenwel uitsluitend de munitie voor het wapen waarvoor zij een vergunning hebben of dat zij rechtmatig voorhanden houden onder de voorwaarden van artikel 12 wapenwet. Particulieren kunnen dus geen munitie verwerven als hun vergunning niet geldig is voor het verkrijgen van dat type munitie.

Ook voor de aankoop en het voorhanden hebben van patroonhulzen of projectielen dient men in het bezit te zijn van een vergunning tot het voorhanden hebben van een vuurwapen, tenzij zij onbruikbaar werden gemaakt (353).

Het is evenwel verboden om volgende munitie te vervaardigen, te verkopen, op te slaan of voorhanden te hebben : (354)
1° indringende, brandstichtende of ontploffende munitie;
2° opensplijtende munitie voor pistolen en revolvers;
3° projectielen voor deze munitie.

VERWIJZINGEN

(344) Zie verder punt 9.1.18.
(345) Artikel 11, § 1 en 32, vierde lid WW.
(346) Zie punt 20.2.
(347) Alsook gelijkgestelden zoals houders van een jachtverlof of van een sportschutterslicentie.
(348) Dit kan zowel een vergunning tot het voorhanden hebben van een vergunningsplichtig vuurwapen (model 4) zijn, alsook een model 9 samen met een sportschutterslicentie en/of jachtverlof.
(349) Artikel 12/1 WW.
(350) Artikel 21, 2° WW. Zie hierover tevens punten 11.3 en 12.3.
(351) Artikel 15 KB 24/04/97.
(352) Artikel 22, § 1, eerste lid WW.
(353) Artikel 22, § 1, vierde lid WW.
(354) Artikel 22, § 2 WW.