Omzendbrief van 25 oktober 2011 over de toepassing van de wapenwetgeving - hoofdstuk 12 - Bijzondere regeling voor sportschutters


12. Bijzondere regeling voor sportschutters (396)

12.1. Wie ?
12.2. Welke wapens ?
12.3. Welke handelingen ?
12.4. Model 9
12.5. Administratieve sancties
12.6. Rechten en plichten
12.7. Beëindiging van de activiteiten


12.1. Wie ?

Houders van een sportschutterslicentie mogen vuurwapens ontworpen voor het sportschieten en waarvan de lijst wordt vastgesteld door de minister van Justitie en hun bijhorende munitie voorhanden hebben, op voorwaarde dat hun strafrechtelijke antecedenten, hun kennis van de wapenwetgeving en hun geschiktheid om veilig een vuurwapen te hanteren, vooraf zijn nagegaan (397).

Dit betekent dat sportschutters (d.w.z. houders van een sportschutterslicentie) sommige vergunningsplichtige vuurwapens voorhanden kunnen houden zonder vooraf een wapenvergunning aan te vragen. Zij zijn met andere woorden wat die wapens betreft vrijgesteld van de algemene vergunningsplicht, doch hieraan zijn enkele voorwaarden en verplichtingen gekoppeld.

De sportschutterslicentie wordt afgegeven namens de Vlaamse, Franstalige of Duitstalige gemeenschap.

In de Vlaamse gemeenschap werden in totaal vier schietsportfederaties gemachtigd door de Vlaamse Regering om sportschutterslicenties af te geven. Het betreft met name de volgende federaties :

  • de Federatie van Vlaamse Historische Schuttersgilden VZW (398);
  • de Vlaamse Traditionele Sporten VZW (VLAS) (399);
  • de FROS Amateursportfederatie VZW (400);
  • de Vlaamse Schietsportkoepel VZW (VSK) (401).

In de Franstalige gemeenschap zijn twee schietsportfederaties gemachtigd, met name :

  • Union Royale des Sociétés de tir de Belgique - Aile francophone (URSTB-f);
  • Fédération Sportive francophone des Sociétés de Tir aux Clays (FSFSTC).

In de Duitstalige gemeenschap is volgende schietsportfederatie gemachtigd :

  • Regionaler Sportverband der Flachbahnschützen Ostbelgiens V.o.G (RSFO).


12.2. Welke wapens ?

Het betreft uitsluitend vuurwapens die ontworpen zijn voor het sportschieten, voor zover de sportschutterslicentie voorziet in hun gebruik, die voorkomen op de lijst van het MB van 15/03/07 en de daarbij horende munitie.

Meer bepaald gaat het over volgende vuurwapens : (402)
1° de repeteervuurwapens waarvan de totale lengte groter is dan 60 cm of waarvan de looplengte groter is dan 30 cm, met uitzondering van de lange gladlooprepeteervuurwapens met een looplengte van minder dan 60 cm en van de vuurwapens met pompactie (403);
2° de enkelschotsvuurwapens met getrokken loop waarvan de totale lengte groter is dan 60 cm of waarvan de looplengte groter is dan 30 cm;
3° de enkelschotsvuurwapens met gladde loop;
4° de enkelschotsvuurwapens met randontsteking met een totale lengte van minstens 28 cm;
5° de vuurwapens met twee naast of boven elkaar geplaatste lopen waarvan de totale lengte groter is dan 60 cm;
6° de specifiek voor het sportschieten ontworpen pistolen met maximum vijf schoten van kaliber .22;
7° de wapens die, via het sluitstuk, via de loopmond of via de voorkant van de trommel uitsluitend met zwart kruit of met patronen met zwart kruit en afzonderlijke ontsteking geladen worden en waarvan het brevet dateert van voor 1890 (404).

Voor alle andere wapens die kunnen worden gebruikt bij het sportschieten is een vergunning nodig.


12.3. Welke handelingen ?

Sportschutters kunnen in het kader van het gunstige uitzonderingsregime waaronder ze vallen bepaalde wapens ontworpen voor het sportschieten die voorkomen op de lijst van het MB van 15/03/07, voorhanden houden, overdragen en er munitie voor aankopen. Alle andere regels aangaande het vervoer, de dracht en de nummering en registratie van vergunningsplichtige wapens blijven evenwel onverminderd van toepassing.

Ze mogen de onder punt 12.2 bedoelde wapens uitsluitend gebruiken binnen het kader van hun activiteiten als sportschutter. Het is de op de sportschutter toepasselijke gemeenschapsreglementering die bepaalt welke handelingen wel en welke niet toegestaan zijn (405).

Voor de Vlaamse sportschutter is dit het Vlaams decreet van 11/05/07 houdende het statuut van de sportschutter (406). Voor de Waalse sportschutter is dit het decreet van de Franse gemeenschap van 24/11/06 betreffende de toekenning van de vergunning van sportschutter (407). Voor de Duitstalige sportschutter tenslotte is dit het decreet van de Duitstalige gemeenschap van 20/11/06 over het statuut van de sportschutters (408).

Sportschutters mogen tevens de wapens vervoeren indien zij de veiligheidsvoorschiften naleven en dit tussen hun woonplaats en hun verblijfplaats, of tussen hun woon- of verblijfplaats (409) en de schietstand, of tussen hun woon- of verblijfplaats en een erkende persoon. Tijdens het vervoer moeten de vuurwapens ongeladen verpakt zijn in een afgesloten koffer of voorzien zijn van een trekkerslot of een equivalente beveiliging (410).

Verder moet elke particulier die een vergunningsplichtig wapen vervoert (d.w.z. alleen wanneer men het over de weg in een voertuig verplaatst) steeds de volgende voorschriften naleven : (411)
1° het wapen is ongeladen en de vervoerde magazijnen zijn leeg;
2° het wapen is onbruikbaar gemaakt door een veiligheidsslot of door het wegnemen van een voor zijn werking essentieel onderdeel;
3° het wapen wordt buiten het zicht en buiten handbereik vervoerd, in een geschikte en slotvaste koffer of etui;
4° de munitie wordt veilig verpakt vervoerd in een geschikte en slotvaste koffer of etui;
5° als het vervoer met de wagen gebeurt, worden de koffers of de etuis met het wapen en de munitie vervoerd in de slotvaste koffer van het voertuig (412);
6° het voertuig blijft niet zonder toezicht achter als het geparkeerd staat met wapens erin (413).

Soms worden wapens ook per fiets, bus, trein vervoerd. De regels voor vervoer moeten dan mutatis mutandis worden toegepast.

12.4. Model 9

Houders van een sportschutterslicentie moeten voor het voorhanden hebben of het verwerven van wapens bedoeld onder punt 12.2 geen vergunning aanvragen aangezien de sportschutterslicentie dienst doet als vergunning tot het voorhanden hebben of tot aankoop. Evenwel moeten zij hun wapens laten registreren in het CWR.

De overdracht van vergunningsplichtige wapens aan en tussen sportschutters kan slechts geschieden na overlegging van hun identiteitskaart of reispas en het bewijs van hun hoedanigheid. Een bericht van overdracht (model 9) en een afschrift ervan worden door de overdrager binnen acht dagen na de overdracht
toegezonden aan de gouverneur van de verblijfplaats van de verkrijger, of als deze laatste geen verblijfplaats in België heeft, aan het Centraal Wapenregister. De overdrager bewaart een afschrift van het bericht van overdracht. Het andere afschrift wordt, voorzien van het registratienummer, door de gouverneur toegezonden aan de verwerver (414). Het is eveneens aan te bevelen om een extra kopie aan de lokale politie van diens verblijfplaats te sturen. Deze laatste verwittigt de gouverneur als de kenmerken van het wapen niet in overeenstemming zijn met de gegevens op het model 9, zodat die de nodige aanpassingen kan doen.

Als de overdracht van dergelijke wapens plaatsvindt van een sportschutter aan een wapenhandelaar, dient laatstgenoemde het wapen in te schrijven in zijn register. Middels een bericht van overdracht (model 9) moet de overdracht worden gemeld aan de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de overdrager, of - als deze geen verblijfplaats in België heeft - aan het CWR. De overdrager bewaart een afschrift van het model 9 (415).

De gouverneur kan bij de verwerking van de modellen 9 bijkomende informatie vragen die nodig is met het oog op een correcte registratie en een verificatie van de juistheid van de gegevens. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit het opvragen van een kopie van de identiteitskaart en de sportschutterslicentie.

Van zodra de gouverneur het bericht van overdracht ontvangt, registreert hij het model 9 in het CWR en stuurt hij het model 9 met registratienummer aan de verwerver. Het verdient aanbeveling om een extra kopie aan de lokale politie van diens verblijfplaats te sturen, die dan de identiteit van de wapenbezitter alsook de kenmerken van het wapen kan controleren.


12.5. Administratieve sancties

Als blijkt dat het voorhanden hebben van het wapen de openbare orde kan verstoren, kan de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de sportschutter (en de Minister van Justitie als de sportschutter geen verblijfplaats in België heeft) het recht om het wapen voorhanden te hebben bij een met redenen omklede beslissing beperken, schorsen of intrekken. Dit doet hij na het advies te hebben ingewonnen van de procureur des Konings van het arrondissement waar de betrokkene zijn verblijfplaats heeft (416).

De procureur des Konings zal hiertoe beroep doen op de lokale politie om een onderzoek te voeren.

De schorsing of intrekking van het recht om een wapen voorhanden te hebben is noodzakelijk voor diegenen die een vergunningsplichtig wapen mogen voorhanden hebben zonder hiervoor over een vergunning te beschikken, als het voorhanden hebben van het wapen de openbare orde kan verstoren. Het betreft dus onder meer de sportschutters op basis van hun sportschutterslicentie.

De schorsing is ook hier als maatregel aangewezen als de houder van de sportschutterslicentie zich voorlopig in een situatie bevindt waarin het voorhanden hebben van het vergunningsplichtig wapen nadelig kan zijn voor de openbare orde. De schorsing is beperkt in de tijd. Als ze langer duurt dan één jaar verdient het aanbeveling het recht om het wapen voorhanden te hebben in te trekken.

De intrekking is noodzakelijk wanneer de houder van de sportschutterslicentie zich voor een langere tijd in een situatie bevindt waarin het voorhanden hebben van het vergunningsplichtig wapen nadelig kan zijn voor de openbare orde.

Zowel de intrekking als de schorsing hebben vanaf de kennisgeving ervan aan de houder van de sportschutterslicentie het verbod tot het voorhanden hebben van het betreffende wapen tot gevolg.

De kennisgeving van de intrekkings- of schorsingsbeslissing aan de houder van de vergunning gebeurt bij aangetekend schrijven met ontvangstbewijs (417).

De gouverneur geeft kennis van zijn intrekkings- of schorsingsbeslissing aan de lokale politie van de verblijfplaats van de betrokkene en houdt hem op de hoogte van de uitvoering van zijn beslissing. Op die manier waakt de lokale politiedienst over de correcte uitvoering van de beslissing van de gouverneur.
Alvorens de beslissing te nemen, moet men de persoon de mogelijkheid geven om te reageren (hoorrecht).

De intrekking- of schorsingsbeslissing vermeldt de termijnen waarbinnen het wapen in bewaring moet worden gegeven bij een erkend persoon of moet worden overgedragen aan een erkend persoon of aan een persoon die gemachtigd is het wapen voorhanden te hebben (418).

Binnen 8 dagen te rekenen vanaf de inbewaringgeving of overdracht van het betreffende wapen dient de persoon die het in bewaring heeft gekregen of aan wie het is overgedragen de gouverneur ervan in kennis te stellen dat het wapen bij hem in bewaring is gegeven of aan hem is overgedragen. Dit gebeurt door middel van een formulier dat de gouverneur bij de kennisgeving voegt (419).

Er moet steeds een formulier zijn en het onderscheid tussen de bewaargeving en de overdracht van het wapen moet er duidelijk uit blijken. In beide gevallen gaat het feitelijke bezit van het wapen over naar de overnemer. Nochtans kan de verhouding tussen partijen hen ertoe verplichten het wapen terug te geven (bij bewaargeving), dan wel een definitieve overdracht beogen. In alle gevallen moeten de nodige formaliteiten worden nageleefd. Bij overdracht van het bezit van het wapen aan een wapenhandelaar bijvoorbeeld moet het wapen worden ingeschreven in zijn registers; bij overdracht aan een jager moet een model 9 worden opgesteld, enz. De invulling van het formulier van inbewaringgeving of overdracht ontslaat de betrokken partijen dus niet van hun andere wettelijke verplichtingen ter zake.

De schorsings- of intrekkingsbeslissing heeft voor de Vlaamse sportschutter steeds de schorsing respectievelijk intrekking van de sportschutterslicentie tot gevolg (420). De betrokken schietsportfederatie dient hiertoe onverwijld over te gaan en heeft ter zake geen discretionaire macht. Deze regel geldt niet in de Franse gemeenschap.

De gouverneur brengt de gemachtigde schietsportfederaties dan ook steeds op de hoogte van zijn beslissing tot intrekking of schorsing van het recht tot het voorhanden hebben van het wapen.


12.6. Rechten en plichten

De bepalingen inzake veiligheidsmaatregelen, het gebruik en het lenen van een wapen en het vervoer zoals deze werden opgenomen onder punten 9.2.3 tot 9.2.6, blijven ook hier onverminderd van toepassing.


12.7. Beëindiging van de activiteiten

De sportschutter die een vuurwapen heeft verkregen op model 9 is gerechtigd dat wapen, na het vervallen van de geldigheid van de sportschutterslicentie, gedurende drie jaar verder voorhanden te hebben, evenwel zonder er nog munitie voor voorhanden te mogen hebben. Het hervatten van de schietsportactiviteiten schorst deze periode (413).

De sportschutter moet binnen een periode van één maand de munitie die hij nog voorhanden houdt overdragen aan een erkend persoon of aan een persoon die gerechtigd is deze munitie voorhanden te hebben. Na deze periode geldt de uitzondering van artikel 12 niet meer voor de sportschutter (422).

Bij de beëindiging van zijn activiteiten beschikt de sportschutter over een periode van (drie jaar en) drie maanden om een vergunning tot het voorhanden hebben van het wapen aan te vragen. Hij mag het wapen voorlopig voorhanden hebben totdat over de aanvraag is beslist, behalve als bij een met redenen omklede beslissing van de betrokken overheid blijkt dat het voorhanden hebben ervan de openbare orde kan verstoren (423).

VERWIJZINGEN

(388) De bepalingen onder punt 9 inzake wapenbezit door particulieren zijn hier eveneens van toepassing, in de mate dat ze hiermee niet in tegenstrijd zijn.
(397) Artikel 12, 2° WW.
(398) MB 12/06/08.
(399) MB 6/06/08.
(400) MB 22/05/08.
(401) MB 16/05/08.
(402) Artikel 1 MB 15/03/07.
(403) Lange semi-automatische wapens die werden omgebouwd tot repeteervuurwapens voldoen niet aan de technische criteria van het MB 15/03/07. Artikel 12, 2° WW vereist immers dat de wapens ontworpen zijn voor het sportschieten en, de aanhef van het MB 15/03/07 vereist dat de wapens voor het sportschieten worden gebruikt. Aan de laatste twee voorwaarden is bij deze soort wapens niet voldaan :
- de lange semi-automaten (b.v. FAL, M16) zijn niet ontworpen voor het sportschieten;
- om ze te gebruiken voor een discipline (ordonnantieschieten) is vereist dat ze semi-automatisch zijn. Het is verboden om met een repeteervuurwapen ordonnantie geweer te schieten.
(404) Zwartkruitwapens die met zwartkruitpatronen schieten, kunnen nooit onder artikel 1, 7° MB 15/03/07 vallen als ze een geïntegreerde ontsteking (b.v. een slaghoedje) hebben. Enkel de zwartkruitwapens die via de loopmond geladen worden, of die met patronen schieten met afzonderlijke ontsteking kunnen aangekocht worden met een sportschutterslicentie. In de praktijk wordt dit onderscheid niet gemaakt door de wapenhandelaars. De provinciale wapendiensten zouden daarom bij de aanvragen voor zwartkruitwapens moeten navragen of het wapen patronen met zwart kruit en ingebouwde ontsteking verschiet.
(405) Dit betekent dat er verschillen zijn naargelang de toepasselijke gemeenschapsreglementering. Zo worden bijvoorbeeld op de sportschutterslicentie - afgegeven door een door de Vlaamse gemeenschap gemachtigde schietsportfederatie - de wapencategorieën vermeld. Op de door de Franstalige gemeenschap uitgereikte sportschutterslicenties worden deze evenwel niet vermeld.
(406) Alsook het besluit van de Vlaamse Regering van 1/06/07.
(407) Alsook het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 30/03/07.
(408) Alsook het besluit van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap van 23/05/07.
(409) In dit geval mag de term « verblijfplaats » ruim worden geïnterpreteerd : het mag ook gaan over een tijdelijke verblijfplaats, b.v. een hotel waar de jager of sportschutter verblijft tijdens een weekend voor een jachtpartij of een schietwedstrijd op verplaatsing (in dit hotel moeten de wapens dan wel worden bewaard alsof het een woning betrof).
(410) Artikel 21, 2° WW.
(411) Artikel 15 KB 24/04/97. Zie in dit verband punt 9.2.2.
(412) Voertuigen die net beschikken over een aparte afsluitbare koffer moeten als geheel slotvast zijn en de wapens en munitie moeten er onzichtbaar in worden opgeborgen.
(413) Toezicht kan ook gebeuren vanuit een raam of met een camera.
(414) Artikel 25, § 1 KB 20/09/91.
(415) Artikel 25, § 2 KB 20/09/91.
(416) Artikel 13, eerste lid WW.
(417) Artikel 14, eerste lid KB 20/09/91.
(418) Artikel 14, tweede lid KB 20/09/91 en artikel 18 WW.
(419) Artikel 14, derde lid KB 20/09/91.
(420) Artikel 11, § 1, tweede lid en § 2, 2° Vlaams decreet van 11/05/07.
(421) Artikel 13, eerste lid WW.
(422) Artikel13, tweede lid WW.
(423) Artikel 11/2, 3de lid, WW.