Omzendbrief van 25 oktober 2011 over de toepassing van de wapenwetgeving - hoofdstuk 13 - Bijzondere wachters


13. Bijzondere wachters

Het statuut van de bijzondere wachters wordt geregeld door het Veldwetboek en het KB van 8/1/06 tot regeling van het statuut van de bijzondere veldwachters.

Om bijzondere wachter te kunnen worden, moet men voldoen aan een reeks voorwaarden (424), waarvan er één vermeldenswaardig is binnen dit kader : de kandidaat mag « geen werkzaamheden van wapen- of munitiefabrikant, van wapen- of munitiehandelaar, of enige andere werkzaamheid uitoefenen die, doordat ze wordt uitgeoefend door deze zelfde persoon, een gevaar kan opleveren voor de openbare orde of voor de in- of uitwendige veiligheid van de staat ». De combinatie van het statuut van bijzondere wachter met dat van erkend wapenhandelaar is dus verboden.

De bijzondere wachter heeft een opleiding genoten, een examen afgelegd en zijn verleden is nagegaan. Hij wordt erkend door de gouverneur (425). Daarom geniet hij van voordelen die vergelijkbaar zijn met die toegekend aan de jagers en de sportschutters, zij het in mindere mate (426). Om zijn hoedanigheid te bewijzen, moet hij een geldige legitimatiekaart voorleggen (427).

De bijzondere wachter wordt aangesteld door een grondeigenaar of jachtrechthouder en oefent zijn bevoegdheid alleen uit op de hem toevertrouwde terreinen. Hij kan bijgevolg slechts de voordelen van zijn hoedanigheid genieten binnen de grenzen van zijn bevoegdheid. Hij mag dus geen vergunningsplichtig wapen verwerven zonder vergunning als hij dit wapen ook voor persoonlijk gebruik zou bestemmen, evenmin mag hij het vervoeren of dragen buiten de uitoefening van zijn taak.

Artikel 14 van het KB bepaalt in dit verband : « de bijzondere veldwachter mag door zijn aansteller in het bezit worden gesteld van een lang vuurwapen ontworpen voor de jacht zoals bedoeld in de Wapenwet.

De bijzondere veldwachter mag dit geweer slechts dragen tijdens de uitvoering van zijn dienst en voor zover hij de hem door de gewestelijke overheden toegekende bevoegdheden daadwerkelijk uitoefent. »

Ongeveer zoals bij de jagers is het bezit van een wapen zonder vergunning beperkt tot een lang vuurwapen ontworpen voor de jacht, en de bijhorende munitie. Het « ontworpen zijn voor de jacht » is de terminologie overgenomen uit de oorspronkelijke redactie van artikel 12, 1° WW (bepaling voor de jagers). Intussen is die terminologie verlaten om misbruik te voorkomen. Ze is vervangen door « daar toegelaten waar het jachtverlof geldig is ». Het spreekt voor zich dat ook hier deze interpretatie moet worden gevolgd en de bijzondere wachter dus alleen mag worden uitgerust met een wapen dat voor de jacht mag worden gebruikt in het gewest waar hij is aangesteld. Een karabijn in kaliber .22 LR is in het Vlaams gewest bijgevolg niet toegelaten.

Voor het overige (betreffende de verwerving van het wapen en het model 9) zijn de hoger uiteengezette regels voor jagers en sportschutters mede van toepassing (428). Het lenen van een wapen door en aan een bijzondere wachter is niet toegestaan.

VERWIJZINGEN

(424) Artikel 2 KB 8/01/06.
(425) Artikel 9 KB 8/01/06.
(426) Artikel 12, 4° WW.
(427) Artikelen 12-13 KB 8/01/06.
(428) Zie punten 11 en 12.