Omzendbrief van 25 oktober 2011 over de toepassing van de wapenwetgeving - hoofdstuk 24 - Retributies


24. Retributies

24.1. Principes
24.2. Tarieven
24.3. Uitzonderingen

Waar vroeger de retributies het voorwerp uitmaakten van een apart uitvoeringsbesluit, zijn ze nu in de wet zelf geregeld. Dat er nu alleen nog wordt gesproken over retributies betekent dat we te maken hebben met de vergoeding van door de overheid geleverde prestaties : het onderzoek van een aanvraag, de afgifte van een document of de latere controle ervan
.
De rekenplichtigen van de bevoegde wapendiensten passen de regelgeving toe met inachtname van de afspraken die hierover worden gemaakt tussen de FOD Binnenlandse Zaken en de Federale Wapendienst.


24.1. Principes

De artikelen 50 tot 57 van de Wapenwet bepalen welke retributies gekoppeld zijn aan de verschillende aanvraagprocedures van erkenningen en vergunningen.
Naar aanleiding van erkenningsprocedures is er een betaling in twee fasen : de betrokkene dient een eerste bedrag over te schrijven na de indiening van zijn aanvraag, en later bij de eventuele erkenning wordt een tweede bedrag overgeschreven. Het eerste bedrag is een tegenprestatie voor het openen en onderzoeken van het dossier. Het tweede bedrag is de tegenprestatie voor de afgifte van de erkenning.

Voor de vergunningen tot het voorhanden hebben van een vuurwapen en de wapendrachtvergunningen (en de hernieuwing hiervan) is er voorzien in een eenmalig te betalen bedrag, over te schrijven na de indiening van de aanvraag.

De bevoegde wapendienst deelt de aanvrager het rekeningnummer mee waarop het verschuldigde bedrag moet worden gestort.
Er kan geen sprake zijn van de terugbetaling van retributies in geval van onontvankelijkheid of afwijzing van de aanvraag, bij schorsing, intrekking of beperking van een vergunning of erkenning, noch bij beëindiging van de activiteiten waarop deze betrekking heeft.

Een erkenning of vergunning mag niet worden afgegeven (of hernieuwd) als de verschuldigde retributie nog niet werd betaald.

De onderdelen van wapens die zijn onderworpen aan de wettelijke proef en de hulpstukken die, aangebracht op een vuurwapen, tot gevolg hebben dat het wapen tot een andere categorie gaat behoren, zijn overeenkomstig artikel 33 WW onderworpen aan dezelfde regeling als de wapens, behalve indien het gaat om de gewone vervanging van een defect onderdeel. Het voorhanden hebben van dergelijke onderdelen en hulpstukken is dus onderworpen aan de betaling van een retributie. Het dragen van een onderdeel of hulpstuk is echter niet onderworpen aan de afgifte van een wapendrachtvergunning en geeft bijgevolg geen aanleiding tot de betaling van een retributie.


24.2. Tarieven (481)

De ongeïndexeerde basisbedragen van 2006 zijn :

  • voor een erkenning als wapenhandelaar of als tussenpersoon : tweemaal 300 euro;
  • voor een erkenning die uitsluitend betrekking heeft op het vervaardigen, opslaan, verhandelen van of makelen in munitie : tweemaal 200 euro;
  • voor een erkenning die uitsluitend betrekking heeft op het bronzen, graveren of versieren van vergunningsplichtige wapens of vrij verkrijgbare wapens : tweemaal 150 euro;
  • voor een erkenning van een museum of van een verzameling van vergunningsplichtige vuurwapens en munitie hiervoor : tweemaal 150 euro;
  • voor een erkenning van een museum of een verzameling van munitie voor vergunningsplichtige vuurwapens : tweemaal 75 euro;
  • voor een erkenning voor het uitoefenen van beroepsmatige activiteiten van wetenschappelijke, culturele of niet-commerciële aard met vuurwapens : tweemaal 150 euro;
  • voor de erkenning van een schietstand : tweemaal 300 euro;
  • voor een erkenning die uitsluitend betrekking heeft op het vervoer van wapens en munitie : tweemaal 200 euro;
  • voor alle vergunningen tot het voorhanden hebben van een vergunningsplichtig wapen op naam van dezelfde persoon : 85 euro forfaitair;
  • voor een wapendrachtvergunning : 90 euro.

De hoger vermelde bedragen worden jaarlijks op 9 december geïndexeerd (482). De Federale Wapendienst deelt elk jaar de nieuwe bedragen mee aan de provinciale wapendiensten. De geïndexeerde retributie is verschuldigd voor aanvragen ingediend na de indexering.

Omdat veel wapenbezitters meerdere exemplaren voorhanden hebben, geldt voor hen een forfaitair tarief. Als ze een aanvraagdossier indienen dat tegelijk betrekking heeft op meerdere vergunningsplichtige wapens, dan genieten ze van het enkelvoudig tarief. Om een dergelijk omvattend aanvraagdossier te kunnen samenstellen, is het toegelaten bepaalde aanvragen voortijdig in te dienen (bijvoorbeeld een aanvraag om hernieuwing van nog niet vervallen vergunningen naar aanleiding van een nieuwe aanvraag).

Van het vaste bedrag van 85 euro gaan 30 euro naar het gemeentebestuur van de verblijfplaats van de verzoeker (de rest gaat naar de Schatkist, net zoals het geheel van de andere voornoemde bedragen) (483). Als de betrokkene in het buitenland verblijft, moet hij het bedrag op de rekening van de Staatsveiligheid storten, die het volledig doorstort aan de Schatkist.

De 5-jaarlijkse controle van de afgegeven erkenningen en vergunningen (de wapendrachtvergunningen uitgezonderd) is volgens artikel 50/1 WW onderworpen aan hetzelfde tarief als dat voor de afgifte van het betrokken document. In het geval van erkenningen betekent dit dus dat het bedrag opnieuw in twee schijven moet worden betaald.

Het heffen van opcentiemen op de bedragen van de retributies door de gemeenten, de provincies of de gewesten is niet mogelijk, evenmin als het heffen van andere vormen van rechten of retributies op het verwerven of bezitten van wapens.


24.3. Uitzonderingen

Wie reeds in één provincie een erkenning als wapenhandelaar of tussenpersoon heeft verkregen, dient slechts de helft van de normale bedragen te betalen wanneer hij een aanvraag doet om zijn activiteit ook in een andere provincie uit te oefenen. Voor de bijkomende aanvraag om een zelfde activiteit op een andere plaats in dezelfde provincie uit te oefenen, dient niet betaald te worden.

Voor de aanpassing van een erkenning of vergunning dient niet betaald te worden mits ze betrekking blijft hebben op hetzelfde voorwerp : bijvoorbeeld wijziging van de bestuurders van rechtspersonen, beperking van de activiteiten,... De adreswijziging van een wapenhandel, de overdracht van een activiteit aan een derde en de uitbreiding van de activiteiten impliceren wel nieuwe, te betalen, aanvragen. Bij uitbreiding is echter niet het volle bedrag verschuldigd, doch slechts het verschil tussen het oorspronkelijk betaalde en het voorziene bedrag voor de ruimere activiteit (484). Het is dus mogelijk dat een nieuwe aanvraag moet worden ingediend, maar dat die toch gratis zal worden behandeld omdat het voorwerp van de erkenning niet wijzigt, b.v. bij de aanstelling van een bijkomende verantwoordelijke.

Voor de vergunningen model 4 en 5 gelden vrijstellingen ten gunste van leden van het openbaar ministerie die een machtiging van hun korpschef hebben, voor onderzoeksrechters en voor het personeel van de veiligheidsdiensten van de NAVO en de EU.

De bewakingsondernemingen en interne bewakingsdiensten en hun personeel vallen niet onder het retributiestelsel van de Wapenwet.
Leden van politiediensten die zijn opgenomen in de lijst van het KB van 26/06/02 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht, genieten van een vrijstelling van de retributie voor een model 4, beperkt tot de aankoop van munitie voor hun dienstwapen dat ze buiten de dienst wensen te gebruiken voor deelname aan het sportschieten, mits behoorlijke machtiging door hun korpschef.

De erkenning van musea of verzamelingen aangevraagd door politiediensten, gebeurt eveneens kosteloos. Dit geldt ook voor het NICC, de School voor criminologie en criminalistiek en andere wettelijk erkende opleidingsinstellingen voor de politiediensten.

De afgifte van duplicaten van erkenningen, vergunningen tot het voorhanden hebben van een wapen of wapendrachtvergunningen als gevolg van verlies, diefstal of vernietiging van het oorspronkelijke stuk, moet kosteloos gebeuren.

Wanneer een KB wapens indeelt bij de vergunningsplichtige wapens, moeten de personen die dergelijke wapens voorhanden hebben, ze laten inschrijven in het CWR en wordt de vergunning tot het voorhanden hebben ervan kosteloos uitgereikt (485).

VERWIJZINGEN

(481) Het toepasselijke tarief wordt bepaald aan de hand van de datum waarop de aanvraag werd ingediend.
(482) Artikel 53 WW.
(483) In geval van verhuizing, betaalt de aanvrager zijn retributie aan de gouverneur die bevoegd is op het ogenblik van de aanvraag. Het is de gouverneur van de provincie waar de aanvraag werd ingediend, die het dossier volledig zal afhandelen en vervolgens doorsturen naar de gouverneur van de provincie waar betrokkene naar verhuisd is. Er moeten dan ook geen retributies worden doorgestort naar de nieuwe provincie.
(484) Artikel 55 WW.
(485) Artikel 17, eerste lid WW.