Omzendbrief van 25 oktober 2011 over de toepassing van de wapenwetgeving - hoofdstuk 7 - Erkenning als vervoerder


7. Erkenning als vervoerder

Het vervoeren van vuurwapens is in principe slechts toegelaten aan : (201)
1° houders van een erkenning als wapenhandelaar, tussenpersoon, verzamelaar of museum en voor zover de wapens ongeladen zijn.
2° houders van een vergunning tot het voorhanden hebben van een vuurwapen, een jachtverlof, een sportschutterlicentie, een buitenlandse Europese vuurwapenpas alsook de bijzondere wachters en de vervoerders van vrij verkrijgbare vuurwapens. Het vervoer is in dit geval echter beperkt tot het traject tussen de woonplaats en de verblijfplaats, of tussen de woon- of verblijfplaats en een erkende persoon. Tijdens het vervoer moeten de vuurwapens ongeladen en verpakt zijn in een afgesloten koffer, of voorzien zijn van een trekkerslot of een equivalente beveiliging. Voor wat betreft het vervoer naar aanleiding van de vergunde activiteit : zie punt 9.2.6.
3° houders van een wapendrachtvergunning.
4° personen die uitsluitend met dit doel een erkenning hebben verkregen.
5° professionele internationale vervoerders, mits de wapens op Belgisch grondgebied niet worden uitgeladen of overgeladen. Indien de wapens wel worden uitgeladen of overgeladen op Belgisch grondgebied dient de internationale vervoerder die gevestigd is in een andere lidstaat van de Europese Unie niet te worden erkend, maar te bewijzen dat hij zijn activiteit in de betrokken lidstaat mag uitoefenen.

Hieruit volgt dat de enigen die een aparte erkenning als vervoerder moeten aanvragen, de vervoersbedrijven zijn die wapens of munitie vervoeren voor derden.

Erkende wapenhandelaars die hun eigen vervoer organiseren, mogen dit doen op basis van hun bestaande erkenning.

Buitenlandse vervoersbedrijven moeten geen erkenning aanvragen als ze bewijzen dat ze in hun land van vestiging (binnen de EU) wapens mogen vervoeren.

Ze zijn eveneens vrijgesteld wanneer ze enkel doorheen ons land rijden zonder dat de wapens hier worden uit- of overgeladen. Concreet gaat het dus over de hier gevestigde transporteurs die ingehuurd worden door Belgische of buitenlandse wapenhandelaars en -fabrikanten om wapens te vervoeren in ons land, al dan niet van of naar het buitenland.


7.1. Bijzondere aspecten in de erkenningsprocedure

De erkenningsprocedure is zoals die van wapenhandelaars (202). De personen die een erkenning wensen uitsluitend voor het vervoer van vuurwapens moeten zich hiertoe richten tot de bevoegde gouverneur. Zij moeten geen beroepsbekwaamheid bewijzen maar moeten voldoen aan alle wettelijke voorwaarden om beschouwd te kunnen worden als professionele vervoerders (203). Ook de bepaling inzake de werknemers is van toepassing.

Het getuigschrift wordt opgesteld volgens het model nr. 7.

Het belangrijkste verschil zit in de veiligheidsmaatregelen. Het KB van 24/4/97 (klasse E in de meeste gevallen) is pas van toepassing wanneer de vervoerder ook tijdelijk wapens opslaat. Artikel 15 van dit KB is alleen van toepassing op particulieren, maar men kan er zich wel op inspireren om in het kader van de modaliteiten van de erkenning in het belang van de openbare orde toch enkele evidente veiligheidsmaatregelen op te leggen voor het vervoer zelf. Het gaat over punt 1° (wapens ongeladen en magazijnen leeg), het wegnemen en apart vervoeren van een essentieel onderdeel van de verboden wapens, een deel van punten 3° en 4° (buiten zicht en buiten handbereik, in een veilige verpakking), een deel van punt 5° (slotvaste bagageruimte) en punt 6° (voertuig steeds onder toezicht). Hieraan dient te worden toegevoegd dat er geen zichtbare aanwijzingen mogen zijn dat er wapens worden vervoerd.

VERWIJZINGEN

(201) Artikel 21 WW.
(202) Zie punt 4.1.
(203) Artikel 21, tweede lid WW