Vlaamse gouverneurs en wapenwet - een ongewenste bevoegdheid

Waarom de gouverneur ?

In 2006 heeft ben beslist om alle bevoegdheden te centraliseren bij de provinciegouverneur. Dit is eigenlijk gebeurd "al stoemelings" omdat de gouverneur vanaf 1936 al bevoegd was om vergunningen voor oorlogswapens en wapendrachtvergunningen af te geven. In 1991 werd ook de erkenning voor wapenhandel ingevoerd. Men besliste toen ook maar om deze taak aan de gouverneurs te geven "gelet op andere taken van de gouverneur inzake openbare veiligheid".

In 2006 besliste men dat het beter is alle bevoegdheden te centraliseren. Voordien was de lokale politie bevoegd voor de wapenvergunningen. De wetgever wou dat de wet in het volledige grondgebied op een uniforme wijze wordt toegepast. Hij ging ervan uit dat het mogelijk zou zijn om met 10 gouverneurs de wet op dezelfde manier uit te voeren.

De gouverneur kan dit soort werk niet aan

Reeds in 2009 kwam aan het licht dat de gouverneurs hun taken niet kunnen uitvoeren. Door een niet-gepubliceerde omzendbrief werden de meeste taken teruggeschoven naar de lokale politie. Het is de lokale politie die moet nagaan of aan alle wettelijke voorwaarden voldaan is. Zij moet ook de wettige reden toetsen. Ook moet de lokale politie het moraliteitsonderzoek doen. Alle werk gebeurt dus eigenlijk al door de lokale politie.

Daarnaast moet ook de lokale politie de vergunning in ontvangst nemen en afgeven aan de aanvrager (zoals voor de wet van 2006). Hoewel de lokale politie dus het meeste werk levert, krijgt ze slechts een klein deel van de retributie voor de wapenvergunning (30 EUR van de 85 EUR (niet geïndexeerde bedragen) gaat naar de lokale politie)

De rol van de gouverneur is dan al beperkt tot het aannemen van het dossier, doorsturen naar de lokale politie en opstellen van de vergunning. Uiteindelijk is dus enkel de administratieve opvolging nog bij de gouverneur.

De toegevoegde waarde van deze "administratieve opvolging" is twijfelachtig. Ze leidt enkel tot vertraging en biedt de gouverneurs mogelijkheden tot allerhande politieke inmenging.

Wij vragen ons af of het niet efficiënter zou zijn om de lokale politie, die al alle voorbereidend werk moet doen, ook de vergunning te laten afgeven en die in het CWR in te voeren. Met de middelen die vrijkomen door de afschaffing van het administratieve niveau kan men trouwens zorgen voor betere opleiding van de lokale politie. Tevens kan geïnvesteerd worden in de verdere uitbouw van het Centraal Wapenregister.

Via het administratieve beroep bij de Federale Wapendienst kan de minister van Justitie waken over een uniforme toepassing van de wet.

Provincies werken niet efficiënt en verkwisten overheidsmiddelen

Na enkele jaren zijn er statistieken beschikbaar over het aantal ambtenaren dat bezig is met de wapendossiers voor elke provincie. Er is ook data beschikbaar over het aantal dossiers dat wordt afgewerkt.

Een analyse daarvan vindt u op deze link.

De cijfers spreken voor zich. In Limburg, Waals-Brabant en Brussel behandelt een ambtenaar jaarlijks gemiddeld dubbel zoveel dossiers dan in Antwerpen of Oost-Vlaanderen.

Dit kan verklaard worden door verschillende factoren:

  • De betrokken provincies volgen de wapenwet strikt op. Er zijn ons uit deze provincies bijna geen klachten bekend. Er zijn ook amper administratieve beroepen uit deze provincies. Meer dan de helft van de klachten en beroepen uit het land komt uit 2 provincies: Oost-Vlaanderen en Antwerpen. Het opzetten van de wetsovertredingen vraagt tijd. Deze tijd kan dan niet geïnvesteerd worden in een vlotte afhandeling van de vergunningsaanvragen.
  • De provincie ambtenaren zouden niet voltijds met wapens bezig zijn. Ze worden ook nog ingezet voor andere zaken, zoals verkiezingen, rampen, etc... Dit is geen excuus. Als de gouverneurs in Vlaanderen beweren dat de wapenwet dan toch iets met veiligheid te maken heeft, dan zou men toch verwachten dat er minstens voldoende ambtenaren met deze taak belast worden.
  • Een en ander zou te maken hebben met nieuwe systemen. Dit is een vals argument vermits de statistiek over verschillende jaren loopt (nl. 2007 - 2011). Tijdens deze periode voerde elke provincie een nieuw systeem in, deze factor is dus gelijklopend

Onzes inziens worden de problemen vooral veroorzaakt door volgende factoren:

  • De ambtenaren op de provinciale wapendiensten werden speciaal geselecteerd op desinteresse voor de materie. U leest het goed. Men heeft speciaal gezocht naar ambtenaren met geen affiniteit voor wapens. Een aversie voor wapens is een pluspunt.
  • Dit gebrek aan interesse maakt dat ze niet gemotiveerd zijn om de materie te leren. Dit verklaart waarom zoveel fouten gemaakt worden, zowel bij de technische kenmerken van wapens als tegen de wetgeving. Deze onzorgvuldigheid brengt de openbare orde in het gedrang vermits op die manier systematisch verkeerde informatie in het CWR wordt ingevoerd door ambtenaren die amper het verschil kennen tussen de verschillende kalibers.
  • De administratieve arrogantie bij sommige van deze ambtenaren is zeer sterk en al te vaak een corelarium aan hun onkunde. Telkens ze op de vingers getikt worden, is dat dan de schuld van de machtige wapenlobby die de criminele wapenbezitters verdedigt. De arrogantie en wetsovertredingen worden dus verantwoord als zijnde noodzakelijk om in te gaan tegen de machtige wapenlobby. Als organisatie zonder personeel en met een jaarlijks werkingsbudget van EUR 7.200 voelen wij ons alvast niet aangesproken. Ze vergeten te vermelden dat de gouverneurslobby vorig jaar honderdduizenden euro belastinggeld uitgegeven heeft voor een publiciteitscampagne om de bevolking te proberen overtuigen van het nut van provinciebesturen. U weet alvast waar de verhoogde provinciebelasting die u ook kan betalen voor gebruikt wordt.
  • Het aanwerven van ongeïnteresseerde medewerkers kan dan ook niet anders dan leiden tot een groot personeelsverloop. De wapendienst van de provincie wordt zo de plaats waar iedereen eigenlijk tegen zijn zin zit. Men wil er zo snel mogelijk weg. Het grote personeelsverloop door deze cultuur verklaart in belangrijke mate de problemen in Antwerpen en Oost-Vlaanderen. In deze laatste provincie is er trouwens een vijandige sfeer tussen de leidende ambtenaren van deze dienst (mevr. D'Hondt en de heer De Baene). Politieke desinteresse maakt dat hier al jarenlang niet wordt ingegrepen.

Dit circus, dat aan de belastingbetaler pakken geld kost en bovendien ook de openbare veiligheid in het gedrang brengt, moet ophouden. Wij stellen dan ook voor om de vergunningen terug te laten uitreiken door de lokale politie, dan wel om ze te centraliseren bij de FOD Justitie (eventueel via provinciale kantoren die onder de minister van Justitie ressorteren). Alle bevoegdheden inzake erkenningen en wapendrachtvergunningen kunnen dan gecentraliseerd worden bij de FOD Justitie. De gouverneurs hebben dan geen enkele rol meer te spelen bij de wapenwet.

Elke gouverneur zijn eigen wapenwet - de problematiek van de "ongewenste wapens"

De wetgever wou dus de bevoegdheden inzake de wapenwet toekennen aan de gouverneurs om tot een uniforme toepassing van de wapenwet over het volledige grondgebied zou leiden.

Dit is een grote misrekening geweest. Er bestaan nu in ons land minstens een zevental wapenwetten. In een aantal provincies past de gouverneur de wapenwet strikt toe. In de meeste Vlaamse provincies wordt ook een eigen beleid gevoerd. Er worden bijkomende voorwaarden opgelegd aan wapenbezitters. In sommige provincies wordt de categorie van de verboden wapens de facto uitgebreid met een lijst van "ongewenste wapens" waar de vergunning voor geweigerd wordt, ook als er geen risico is voor openbare orde en aan alle wettelijke voorwaarden voldaan is. De rechten van de houders van een sportschutterslicentie worden miskend. Aan sportschutters wordt ten onrechte gevraagd een attest van regelmaat voor te leggen, proeven af te leggen of medische attesten voor te leggen.

Na zeven jaar hebben de provinciegouverneurs dus bewezen dat ze niet met hun bevoegdheid kunnen omgaan. Op één uitzondering na zijn gouverneurs gewezen politici die bij wijze van beloning door hun partij in die rol worden geplaatst. Zij hebben het er moeilijk mee dat hun rol hier beperkt is. Daarnaast zijn er binnen de administratie ambtenaren die zich ontpoppen tot ware politieke activisten en een kruistocht voeren met slechts één doel voor ogen: zoveel mogelijk wapens afnemen door de toepassing van de wapenwet zo moeilijk mogelijk maken. Het ontgaat hen dan dat ze ooit trouw gezworen hebben aan de grondwet en de wetten van het Belgische volk (waaronder dus ook de wapenwet).

Dit beeld mag echter niet veralgemeend worden. Er zijn bij alle provincies nog steeds ambtenaren (en gelukkig is dit een meerderheid) die de wapenwet wél op een correcte manier uitvoeren en op een vriendelijke en efficiënte manier ten dienste staan van de burger. Spijtig genoeg zijn zij mee slachtoffer van het negatieve imago van hun diensten dat gevormd wordt door de minder wetsvrezende ambtenaren op hun dienst. Wij hebben deze problematiek aangekaart bij de minister van Binnenlandse Zaken die toegezegd heeft de zaak te onderzoeken en desgevallend de gepaste tuchtsancties te nemen.

Gecoördineerde strijd tegen de legale wapenbezitters

Reeds sedert haar oprichting streeft onze organisatie na dat de wapenwet, en niets dan de wapenwet, wordt toegepast. Wij treden consequent op tegen elke administratieve praktijk die voorwaarden aan de wet wil toevoegen of die rechten onder de wapenwet wil inperken. In 2006 werd onze sector immers het slachtoffer van de strengste wapenwet van Europa. Verdere beperkingen zijn onaanvaardbaar en ondemocratisch omdat ze ingaan tegen de wet.

De gouverneurs rekenen erop dat de individuele wapenbezitter het niet zal aandurven om hun beslissingen aan te vechten. Sommige wapenbezitters vrezen represailles (bv tragere / niet behandeling vergunning, administratieve pesterijen) als ze een beroep instellen. Nochtans kunnen onze rechten op wapenbezit slechts behouden blijven indien iedereen ook de rechten die onder de wapenwet bestaan ook effectief uitoefent. Geen enkele wapenbezitter mag dus genoegen nemen met een beslissing die ingaat tegen de wet.

De Vlaamse gouverneurs en ambtenaren bezig met de wapenwet plegen regelmatig informeel overleg. Na enkele vernietigende arresten van de Raad van State hebben ze immers geleerd dat ze dezelfde houding moeten aannemen. Daarbij vergeten ze echter wel dat het gelijkheidsbeginsel geldt voor het volledige grondgebied, dus ook voor Wallonië. Het feit dat ze daar een eigen beleid voeren (terwijl dat in Wallonië niet gebeurt) is op zich een inbreuk.

Tijdens dergelijk informeel overleg wordt afgesproken op welke manier de wapenwet op een consistente manier zal worden overtreden om bepaalde groepen wapenbezitters te viseren.

Via deze pagina's houden we u op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en van de te nemen tegenacties. Deze pagina wordt zeer regelmatig bijgewerkt. Immers, telkens wij een actie adviseren, passen de ambtenaren hun strategie aan. Dit zal enkel ophouden indien eens enkele ambtenaren veroordeeld worden voor de correctionele rechtbank. De wapenwet geldt immers zowel voor de burgers als voor de overheid. Binnenkort zult u daar dan ook meer over lezen.