Omzendbrief van 25 oktober 2011 over de toepassing van de wapenwetgeving - hoofdstuk 22 - Historische reconstructies


22. Historische reconstructies

22.1. Organisatoren van historische reconstructies
22.2. Wapentypes

22.3. Aanschaf en overdracht van wapens

22.4. Dragen van de wapens
22.5. Opslagvoorwaarden
22.6. In- en uitvoer (voor de buitenlandse deelnemers)


22.1. Organisatoren van historische reconstructies

Historische reconstructies kunnen plaatsvinden onder zeer uiteenlopende vormen. Het kan gaan over karakteristieke opvoeringen (vb. de Marsen tussen Samber en Maas), grootscheepse reconstructies (vb. de Slag van Waterloo), welbepaalde scènes (vb. de bevrijding van een dorp), …
De deelnemers aan historische manifestaties in open lucht moeten erop letten dat ze geen handelingen stellen die strafbaar zijn gesteld door de wet waarbij de private milities verboden worden. Deze worden, ter herinnering, verboden door de wet van 29 juli 1934, evenals organisaties van private personen waarvan het oogmerk is geweld te gebruiken of het leger of de politie te vervangen, zich met hun optreden in te laten of in hun plaats op te treden (471) .
Historische reconstructies moeten ook worden onderscheiden van verenigingen van liefhebbers die zich bezighouden met activiteiten die zich beperken tot een spel en die verboden zijn op openbare plaatsen (vb. airsoft, cowboys).

Om elke verwarring met andere activiteiten met wapens te vermijden, is het aangewezen dat de organisatoren van historische reconstructies, ongeacht of het gaat over verenigingen of om gewone particulieren, het evenement dat ze op een wettige manier organiseren vooraf aankondigen bij het betrokken gemeentebestuur en de lokale politie. Deze diensten lichten dan op hun beurt de De Gouverneur in omtrent de activiteiten (plaats en datum). Als geen enkel projectiel wordt afgeschoten en het gebruik van wapens dus beperkt blijft tot de dracht en het vuren met blanke munitie, hoeven de organisatoren het evenement niet te laten erkennen als schietstand.

De voorwaarden van de organisatie van historische reconstructies die in dit hoofdstuk worden beschreven zijn grotendeels van toepassing op filmopnames. De regels waarvan sprake in punt II. 2 hieronder zijn ook van toepassing op folkloristische manifestaties (voor de overige, zie hoofdstuk 3.3.).


22.2. Wapentypes

De wapens die worden gebruikt bij historische reconstructies kunnen onder verschillende regels vallen.


22.2.1. Vrij verkrijgbare wapens

De wapens die in vrije verkoop zijn, worden bepaald door de Wapenwet van 8 juni 2006 en door de verschillende uitvoeringsbesluiten die haar vervolledigen. Hieronder vallen ook de korte alarmwapens die werden gehomologeerd door de Proefbank te Luik, herkenbaar aan het merkteken “BEL”, net als de geneutraliseerde wapens, die allemaal vrij mogen worden gebruikt in het kader van historische reconstructies. Voor lange alarmwapens (bv. saluut geweren) is niet in dergelijke homologatie voorzien. Daar is vereist dat de wapens totaal ongeschikt zijn om enig projectiel af te schieten.

Ook de blanke wapens maken deel uit van de categorie van de vrij verkrijgbare wapens en mogen tijdens historische reconstructies vrij worden gedragen daar die reconstructies een wettige reden voor de wapendracht vormen. Onder de blanke wapens vindt men onder meer sabels, bajonetten, inerte namaakwapens, …


22.2.2. Onder bepaalde voorwaarden vrij verkrijgbare wapens

Bepaalde vergunningsplichtige wapens worden, binnen bepaalde grenzen, beschouwd als vrij verkrijgbare wapens als ze worden gebruikt in het kader van historische reconstructies, folkloristische, culturele en volkse manifestaties. Die wapens zijn opnieuw vergunningsplichtig van zodra ze niet meer worden gebruikt in het kader van de hiervoor bedoelde manifestaties.

Artikel 1 van het KB van 20 september 1991 betreffende de vuurwapens met historische, folkloristische of decoratieve waarde en de vuurwapens die voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt voorziet in twee wapentypes die binnen deze categorie vallen:

1° De wapens die worden gedragen bij folkloristische optochten of historische reconstructies, voor zover het gaat om schouder- of handvuurwapens op zwart kruit met één schot, met een gladde loop en met afzonderlijke ontsteking door middel van een vuursteen of percussie, die via de loopmond worden geladen (472).

Het gaat in hoofdzaak over de pistolen en de donderbussen uit de periode van het Eerste en Tweede Franse Keizerrijk en hun recente replica’s. Ze worden vooral gebruikt bij de folkloristische marsen tussen Samber en Maas.

2° De wapens die eigendom zijn van een erkende vereniging die zich bezighoudt met statutair omschreven activiteiten van historische, folkloristische, traditionele of educatieve aard, met uitsluiting van enige vorm van sportschieten zoals bedoeld in de gemeenschapsdecreten terzake, en die voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • het schieten gebeurt in een erkende schietstand, onder het toezicht van een wapen- of schietmeester en onder de verantwoordelijkheid van de vereniging;
  • de wapens worden voorhanden gehouden en bewaard door de vereniging;
  • de wapens worden enkel ter beschikking gesteld met het oog op en tijdens de statutair omschreven activiteit, aan leden van de vereniging en occasionele genodigden;
  • de vereniging kondigt vooraf plaats en datum van haar activiteiten aan aan de lokale politie en aan de gouverneur (473) .

Het kan hier om allerlei soorten wapens gaan, zowel moderne en courante als replica’s en unieke exemplaren die speciaal voor de betrokken manifestatie werden vervaardigd. De bekendste voorbeelden van het toegelaten gebruik van deze wapens zijn de traditionele schuttersfeesten in Limburg en in de Oostkantons. In die gevallen gaat het niet om historische reconstructies, maar om folkloristische schietingen. Het is echter te overwegen de plaats waar een historische reconstructie zal plaatsvinden, te laten erkennen als schietstand, als haar oppervlakte beperkt is en aan de voorwaarden voldoet.

Ze worden enkel als vrij verkrijgbaar beschouwd tijdens het beoefenen van de activiteit onder de hierboven opgenomen voorwaarden. Op die manier kunnen alle deelnemers aan het evenement het wapen manipuleren zonder dat de gewone voorwaarden gelden voor het voorhanden hebben van vergunningsplichtige wapens op een schietstand.


22.2.3. Vergunninsplichtige wapens

Alle andere vuurwapens die hiervoor niet werden vernoemd, zijn vergunningsplichtig. Dit geldt ook voor de moderne replica’s van oude wapens die worden geladen via de loopmond en die zijn vervaardigd na 1945.


22.2.4. Wapens die blanke munitie afschieten

Dit zijn wapens die munitie zonder projectiel, en dus alleen een kruitlading afvuren. Ze worden vaak gebruikt bij historische reconstructies omdat ze realistisch zijn en kunnen vuren. Desondanks verandert het feit dat ze alleen blanke munitie afschieten niets aan het statuut van deze wapens. Ze zijn ofwel vrij verkrijgbaar (indien ze voorkomen in het KB van 21/9/91), ofwel vergunningsplichtig indien ze ook echte munitie kunnen verschieten.


22.2.5. Gedemilitariseerde/geneutraliseerde wapens

Gedemilitariseerde en geneutraliseerde wapens mogen niet worden verward. In dit kader is een gedemilitariseerd wapen een wapen waarvan het militaire kaliber werd omgevormd in een civiel kaliber. Zijn militaire eigenschappen werden weggehaald, maar het wapen is nog steeds in staat te schieten. Een geneutraliseerd wapen is daarentegen een wapen dat op onomkeerbare wijze ongeschikt voor het schieten is gemaakt door de Proefbank te Luik volgens de werkwijze beschreven in de tweede bijlage van het KB van 20 september 1991.


22.2.6. Militair materieel

Het grote militair materieel, met inbegrip van de wapens gemonteerd op voertuigen, is in principe verboden door de Wapenwet. Als dit materieel onschadelijk is gemaakt, ttz. Als het werd gedemilitariseerd (door het leger onbruikbaar gemaakt) en door de bevoegde militaire overheid niet langer als militair materieel wordt beschouwd, mag het nochtans wel worden gebruikt. Een wapen onschadelijk maken wil niet zeggen dat het afgebroken moet worden. Deze wapens mogen nog steeds een blanke lading kunnen afschieten, kleine kanonnen mogen nog steeds buskruit afschieten, …


22.3. Aanschaf en overdracht van wapens


22.3.1. Vrij verkrijgbare wapens

Om een vrij verkrijgbaar wapen te verwerven, is geen enkele vergunning nodig.
De overdracht van deze wapens mag alleen gebeuren aan meerderjarigen die hun identiteitskaart of paspoort voorleggen.


22.3.2. Onder bepaalde voorwaarden vrij verkrijgbare wapens

De wapenhandelaar die deze wapens verkoopt aan iemand voor wie ze niet vergunningsplichtig zijn, registreert de overdracht simultaan in de rubrieken “IN” en “UIT”. In het vak “oorsprong” van de rubriek “IN” wordt de vermelding “wapen artikel 1, 4° (of 6°) van het KB van 20/9/91 gedaan.

In geval van overdracht van zulk wapen aan iemand die het zonder vergunning mag voorhanden hebben, moet ook een document model 9 worden opgesteld omdat deze wapens in principe vergunningsplichtig zijn en men er steeds de opspoorbaarheid van moet kunnen behouden.


22.3.3.Vergunningsplichtige wapens

De vergunningen tot het voorhanden hebben van vergunningsplichtige wapens bestemd om te worden gebruikt in het kader van historische reconstructies kunnen worden afgegeven, hetzij op individuele wijze aan een deelnemer die de deelname aan een historische, folkloristische, culturele of wetenschappelijke manifestatie als wettige reden inroept, hetzij aan de voorzitter van een vereniging of aan de vereniging zelf, ingeval men wapens wil ter beschikking stellen aan de leden van de vereniging.
Als het wapen wordt geregistreerd op naam van een deelnemer zal het slechts kunnen worden uitgeleend aan een andere deelnemer als deze laatste zelf beschikt over een vergunning.

Het wapen moet overeenstemmen met de wapens die werden gebruikt tijdens de weergegeven gebeurtenissen.

Voor het ter beschikking stellen, is er geen formalisme. Bij een eventuele controle moet men in staat zijn de aanschaf te motiveren en te bewijzen dat het wapen ter beschikking werd gesteld aan een lid of een genodigde van de vereniging.

De gebruikte wapens mogen ook tijdelijk ter beschikking worden gesteld van een vereniging of leden ervan door verzamelaars. Als het gaat over vergunningsplichtige wapens zal de vereniging of de deelnemer moeten beschikken over een bezitsvergunning.


22.4. Dragen van de wapens

Het dragen van het wapen is toegelaten op voorwaarde dat de wettige reden van deelname aan een historische reconstructie geldig kan worden ingeroepen. De dracht moet beperkt blijven tot de reconstructie zelf. Elders zijn de voorwaarden voor het vervoer van toepassing.


22.5. Opslagvoorwaarden

Het KB van 24/4/97 is van toepassing. Voor het bezit en de opslag van buskruit moet worden verwezen naar het KB van 23/9/58 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen.


22.6. In- en uitvoer (voor de buitenlandse deelnemers)

Om met hun wapens deel te nemen aan historische reconstructies moeten de buitenlandse deelnemers, als ze onderdanen van een EU-lidstaat zijn, een Europese vuurwapenpas hebben (zie punt 14.5). Komen ze van een derde staat, zullen ze een tijdelijke invoerlicentie moeten aanvragen bij het gewest waar de reconstructie zal plaatsvinden.

Verwijzingen


Art.1 van de wet van 29 juli 1934 waarbij de private milities verboden worden.
Art.1, 4° van het KB van 20 september 1991 betreffende de vuurwapens met historische, folkloristische of decoratieve waarde en de vuurwapens die voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt
Art.1, 6° van het voornoemde KB van 20 september 1991.