1 MAART 1998. - Koninklijk besluit betreffende de indeling in categorieën van sommige seinpistolen, sommige slachttoestellen, sommige verdovingswapens […].

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder :
1° seinpistolen : vuurwapens die (uitsluitend) zijn ontworpen voor het geven van noodsignalen of voor reddingsactiviteiten, zoals seinkanonnen en vuurpijlpistolen; (art. 1 KB 4 II 1999)
2° slachttoestellen : vuurwapens die (uitsluitend) zijn ontworpen voor het slachten van dieren;
(art. 1 KB 4 II 1999)
3° […] (opgeheven door art. 13 KB 29 XII 2006)
4° verdovingswapens : vuurwapens of wapens op lucht- of gasdruk die (uitsluitend) zijn ontworpen voor het verdoven van dieren. (art. 1 KB 4 II 1999)

[Artikel 2. De seinpistolen, de slachttoestellen en de verdovingswapens die geen vergunningsplichtige vuurwapens zijn, worden ingedeeld bij de categorie van de vrij verkrijgbare wapens op voorwaarde dat de houder steeds kan bewijzen deze wapens nodig te hebben voor een daarmee overeenstemmende activiteit.] (art. 13 KB 29 XII 2006)

Art. 3. Het koninklijk besluit van 23 april 1934 houdende uitvoering van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, en het koninklijk besluit van 11 augustus 1934 tot uitvoering van artikel 3 van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, worden opgeheven.

Art. 4. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.