Kamer - Mondelinge vraag dd 3 maart 2010 over "de verkregen wapenvergunningen zonder inning van rechten en retributies"

Informatie
Parlement: 
Kamer
Datum: 
woe, 03/03/2010
Vraagsteller: 
Sonja Becq (CD&V)
Vindplaats/bron: 

www.Dekamer.be - verslag commissie justitie van 3 maart 2010

Wetsartikels: 
art. 48 wapenwet
Trefwoorden: 
overgangsregeling
Doelgroep: 
Sportschutters
Wapenbezitters
Vraag: 

Sonja Becq (CD&V): De wapenwet bepaalt dat de erkenningen die zijn afgegeven meer dan vijf jaar voor de inwerkingtreding van artikel 48, tweede lid van de wapenwet, met de inning van rechten en retributies, vervallen bij gebrek aan een tijdige hernieuwing ervan. Velen hadden echter een vergunning gekregen op basis van de vorige wet, zonder die inning van rechten en retributies, zodat
ze die tijdige vernieuwing niet nodig achtten.

Sommige parketten stellen daarom vervolgingen in. Wat is de correcte interpretatie en hoe kan het probleem worden opgelost?

Antwoord: 

Minister Stefaan De Clerck (Nederlands): De passage "met de inning van rechten en retributies" heeft alleen betrekking op de gewijzigde vergunningen en dat is de enige zinvolle interpretatie. De oude vergunning moet worden hernieuwd als er geen enkele controle is geweest in meer dan vijf jaar. Deze correcte interpretatie werd al meegedeeld aan de provinciale wapendiensten en al wie daarom vroeg.

Sonja Becq (CD&V): Ik ga er vanuit dat alle gerechtelijke arrondissementen deze interpretatie volgen.

Commentaar: 

Wij merkten eerder al de slordige redactie van artikel 48 wapenwet op. Het antwoord op deze parlementaire vraag licht een tipje van de sluier op.

Dit standpunt van de minister was ons al eerder bekend. Het standpunt werd inderdaad meegedeeld aan "al wie daarom vroeg", wij vroegen er destijds om, en kregen dit antwoord.

De door de minister voorgestelde interpretatie is inderdaad de enige logische.
Immers, als men ervan uitgaat dat het begrip "met inning van rechten en retributies" zowel op de wijziging van de vergunning als op de afgifte zou slaan, dan zou dat betekenen dat de datum van wijziging niet aanmerking genomen zou worden indien deze wijziging gratis was (b.v. ten gevolge van een adreswijziging). In dat geval zou de datum van de wijziging niet in aanmerking worden genomen, maar wel de datum van afgifte van de oorspronkelijke vergunning. Deze datum is in de praktijk niet vast te stellen.

Omgekeerd zou een vergunning dit gratis is afgegeven dan eigenlijk nooit vervallen. Dat is nooit de bedoeling geweest van de wetgever. In deze verkeerde interpretatie zouden dan bv alle riot guns en .22 karabijnen die destijds vergunningsplichtig werden voor onbepaalde tijd vergund blijven. Dit zou dan een discriminatie inhouden tussen wapenbezitters naargelang de vergunning gratis dan wel betalend werd afgegeven.

In de praktijk moet dus steeds gekeken worden naar de datum van afgifte van de vergunning, ongeacht of de vergunning gratis werd afgegeven (bv bij adreswijziging, registratie van een wapen dat vergunningsplichtig werd, ...). Als deze datum zich na 9 juni 2001 bevindt, blijft de vergunning voor onbepaalde tijd geldig. De vergunning is dan immers afgegeven minder dan 5 jaar voor inwerkingtreding van de nieuwe wapenwet op 9 juni 2006.

Als de datum van afgifte zich voor 9 juni 2001 bevindt, dan diende de wapenbezitter uiterlijk tegen 31 oktober 2008 de hernieuwing van de wapenvergunning te vragen. Als deze hernieuwing niet gevraagd werd, is de vergunning vervallen. Vanaf 1 november 2008 werd het wapen dan illegaal voorhanden gehouden (in overtreding met artikel 10 wapenwet).