Kamer - schriftelijke vraag nr 0463 van 4 februari 2009 (Renaat Landuyt) - Nieuwe wapenwet. - Federale Wapendienst. - Richtlijnen aan de gouverneurs

Informatie
Parlement: 
Kamer
Datum: 
woe, 04/02/2009
Vraagsteller: 
Renaat Landuyt (SP.A)
Vindplaats/bron: 

www.dekamer.be - schriftelijke vraag nr. 0463

Trefwoorden: 
federale wapendienst
gouverneurs
uitvoering wapenwet
Vraag: 

Krachtens artikel 36 van de nieuwe wapenwet van 9 juni 2006 werd een Federale Wapendienst opgericht die de minister van Justitie onder meer adviseert inzake de richtlijnen die hij in overleg met de minister van Binnenlandse Zaken aan de gouverneurs geeft in het kader van de uitoefening van hun bevoegdheden krachtens deze wet.
1. Hoeveel richtlijnen kwamen overeenkomstig de hierboven vermelde bepaling tot stand?
2. Waarover gingen deze richtlijnen?
3. Zijn deze richtlijnen openbaar?
4. Worden deze richtlijnen nageleefd?

Antwoord: 

Opdat de Federale Wapendienst de opdracht zou kunnen uitoefenen die hem krachtens artikel 36, 1°, van de wapenwet is toevertrouwd, worden door die dienst voorgezeten overlegvergaderingen georganiseerd waaraan wordt deelgenomen door vertegenwoordigers van de wapendiensten bij de gouverneurs, alsmede door een vertegenwoordiger van de minister van Binnenlandse Zaken.

Tijdens die vergaderingen wordt een stand van zaken opgemaakt van de jongste ontwikkelingen op het stuk van de wetgeving, de regelgeving en de rechtspraak. Een en ander leidt altijd tot een belangrijke uitwisseling van informatie in de vorm van vragen en antwoorden en tot het delen van ervaringen.

Van die ontmoetingen, die de uniforme toepassing van de wet op het volledige grondgebied bevorderen, worden verslagen opgemaakt. Wij kunnen het exacte aantal uitgevaardigde richtlijnen niet bepalen, maar alle richtlijnen houden verband met de wijze waarop de wapenwet moet worden uitgelegd en toegepast. Deze richtlijnen zijn bedoeld voor intern gebruik tussen administraties en het is dus niet de opzet dat zij toegankelijk zijn voor het publiek.

De richtlijnen worden in ruime mate nageleefd, niet enkel omdat de provinciale diensten zelf vragen om die maandelijkse vergaderingen te organiseren, maar vooral omdat zij in het kader van de dagelijkse praktische toepassing van de wet, beseffen dat bedoeld overleg onontbeerlijk is.

referentie: zie deze link