Kamer - Schriftelijke Vraag nr. 0585 (Robert Van de Velde, LDD) - Vervolging bij het niet herindienen van een aanvraag tot wapenvergunning.

Informatie
Parlement: 
Kamer
Datum: 
vri, 01/01/2010
Vraagsteller: 
Robert Van de Velde
Trefwoorden: 
overgangsregeling
Vraag: 

Door de totstandkoming van de nieuwe wapenwet werden sommige legale wapenbezitters gedwongen om binnen een bepaalde termijn hun wapens opnieuw aan te geven en hun wapenvergunningen te hernieuwen.

De heraangifte van voorheen legaal vergunde vuurwapens diende aanvankelijk plaats te vinden tegen 9 december 2007. Daarna werd dit uitgesteld tot 30 juni 2007 omdat het uitvoeringsbesluit niet tijdig klaar was. Uiteindelijk diende de heraangifte en hervergunning te gebeuren uiterlijk voor 31 oktober 2008. Zelfs tot op heden was het voor sommige mensen niet duidelijk dat ook zij hun vergunning moesten hernieuwen waardoor zij beschouwd worden als illegale wapenbezitter.

1. a) Hoeveel personen die voorheen legaal vergunde vuurwapens bezaten hebben nagelaten hun vergunning te hernieuwen tegen uiterlijk 31 oktober 2008, dit per provincie?
b) Over hoeveel betrokken vuurwapens spreekt men dan, opgedeeld per categorie vuurwapen voor iedere provincie?
c) Welke maatregelen worden tegen hen getroffen?

2. a) Hoeveel personen hebben wel tegen uiterlijk 31 oktober 2008 hun wapenvergunningen vernieuwd, dit per provincie?
b) Over hoeveel betrokken vuurwapens spreekt men dan, opgedeeld per categorie vuurwapen voor iedere provincie?

3. a) Hoeveel van de vernieuwingsaanvragen tot wapenvergunning - die uiterlijk voor 31 december 2008 dienden te worden aangevraagd - werden ondertussen maandelijks afgehandeld sinds het begin van het vernieuwingsproces tot heden, dit per provincie?
b) Hoeveel daarvan werd onontvankelijk verklaard of geweigerd, per provincie?
c) Wat is de gemiddelde tijd nodig voor de afhandeling van zo'n vernieuwingsaanvraag, dit per provincie?

4. Hoeveel van de vernieuwingsaanvragen tot wapenvergunning - die uiterlijk voor 31 december 2008 dienden te worden aangevraagd - zijn nog lopende, dit per provincie?

5. a) Was er een retributie verschuldigd voor de aanvraag tot hernieuwing van de wapenvergunning die moest gebeuren voor 31 oktober 2008?
b) Zo ja, hoeveel bedroeg deze retributie per aanvraag?
c) Hoeveel bedraagt de inkomsten uit deze retributies dat de overheid in ontvangst heeft genomen sinds het begin van het vernieuwingsproces tot heden, dit per provincie?

6. a) Hoeveel personen hebben sinds 31 oktober 2008 vrijwillig aangifte gedaan van hun voorheen legaal bezeten vuurwapens waarvan zij de vergunning dienden te hernieuwen voor 31 oktober 2008, opgesplitst per provincie?
b) Hoeveel vuurwapens betrof het, dit per categorie vuurwapen voor iedere provincie?

7. a) Is de FOD van Justitie van plan om voorafgaand aan strafvervolging een minnelijke schikking aan te bieden aan personen die nagelaten hebben de vergunningen voor hun voorheen legaal vergunde vuurwapen te hernieuwen tegen 31 oktober 2008?
b) Zo ja, waaruit zal deze minnelijke schikking bestaan?
c) Zo niet, waarom zal men geen finale minnelijke schikking aanbieden?

8. a) Maakt u een onderscheid inzake bestraffing tussen een persoon die vrijwillig een vuurwapen aangeeft die voorheen legaal vergund werd aan de betrokkene maar waarbij nagelaten werd de vergunning te vernieuwen voor 31 oktober 2008 en een persoon die vrijwillig een vuurwapen aangeeft die nooit legaal vergund werd aan de betrokkene noch geërfd werd door de betrokkene?
b) Kan u toelichten waarom er al dan niet een onderscheid gemaakt wordt?

Antwoord: 

Uw diverse vragen werden voorgelegd aan de provinciale wapendiensten, die er in de mate van het mogelijke hebben op geantwoord. Niet alle door u gevraagde gegevens worden immers zo gedetailleerd bijgehouden en geen enkele dienst kan zich, gelet op de grote werklast en de achterstand, veroorloven dossiers handmatig uit te pluizen. Bovendien worden de gegevens niet overal op dezelfde manier bijgehouden, wat ertoe leidt dat ze onderling niet vergelijkbaar zijn. Vele vragen zijn onbeantwoord gebleven. Om die redenen verkies ik u bij wijze van steekproef de antwoorden te geven die ik heb ontvangen voor Brussel-Hoofdstad, waar de wapendienst uitstekend werk levert.

1. In Brussel hebben 6.350 personen niet voldaan aan hun wettelijke plicht. Ze bezitten 13.575 (gekende) wapens. De personen die op 1 september 2008 nog geen aanvraag tot hernieuwing van hun vergunning hadden ingediend en die gekend waren in het Centraal Wapenregister hebben allemaal een tweetalige brief ontvangen. Er werden er 4.165 verstuurd op 2 september 2008, zodat iedereen nog ruim de kans kreeg zich in regel te stellen. Na 31 oktober 2008 is een lijst van alle gekende in gebreke gebleven personen bezorgd aan het parket, dat de dossiers behandelt in overeenstemming met de omzendbrief COL 8/09 van 18 juni 2009 van het College van Procureurs-generaal. In grote lijnen komt die erop neer dat wie vrijwillig afstand doet van zijn wapens, niet vervolgd wordt in ruil voor de betaling van een minnelijke schikking. De omzendbrief is echter niet bestemd voor een ruime verspreiding.

2. en 3. a) en b) Voor cijfers met betrekking tot het aantal ingediende hernieuwingsaanvragen en het aantal intussen afgegeven en geweigerde vergunningen verwijs ik u naar het antwoord op vraag nr. 646 van 25 januari 2010 van Kamerlid Renaat Landuyt.

3. c) Eens een dossier volledig is (want veel mensen geven niet onmiddellijk alle nodige informatie), wordt het binnen een termijn van vier maanden behandeld. Hier moet wel aan worden toegevoegd dat er een lange wachttijd kan bestaan alvorens men kan starten met het onderzoek van een dossier, aangezien er vrijwel overal een grote achterstand is ontstaan door de toevloed aan aanvragen enerzijds en het gebrek aan personeel anderzijds.

4. In Brussel zijn nog 2.145 aanvragen hangende, wat weinig is in vergelijking met de meeste provincies. Dit hoeft echter geen probleem te zijn, omdat de personen die kunnen bewijzen dat ze tijdig een hernieuwing hebben aangevraagd, hun wapens verder legaal voorhanden hebben. Daarom wordt overal voorrang gegeven aan de nieuwe aanvragen.

5. De retributie voor hernieuwingsaanvragen is tweemaal gewijzigd: men betaalde oorspronkelijk 65 euro per wapen, vervolgens werd er in 2007 een degressief tarief ingevoerd waarbij men voor vier of meer wapens in totaal 105 euro moest betalen, en sinds de wetswijziging van 2008 is het tarief 85 euro forfaitair per aanvraag. In Brussel leverde dit in totaal al 594.841,17 euro op, maar dit bedrag is absoluut niet kostendekkend.

6. Voor de enige beschikbare cijfers hierover verwijs ik opnieuw naar het antwoord op vraag nr. 646.

7. Als er sprake is van het aanbieden van minnelijke schikkingen, dan gebeurt dit door het parket in het kader van het vervolgingsbeleid. Ze worden in principe telkens aangeboden aan wie vrijwillig zijn niet of te laat aangegeven wapen afstaat, mits het wapen niet is gebruikt bij een misdrijf of gezocht wordt.

8. Het behoort aan het parket om, alle omstandigheden in acht genomen, te oordelen op welke concrete wijze er wordt gereageerd op het niet of te laat opnieuw aangeven van voorheen legale wapens, evenals van illegale wapens. Dit maakt deel uit van de eerder genoemde omzendbrief.