Kamer - Schriftelijke vraag nr. 225 van mevrouw Clotilde Nyssens van 28 mei 2008 - HFD wapens - replica's - uitbreiding oude jachtwapens

Informatie
Parlement: 
Kamer
Datum: 
zon, 25/05/2008
Vraagsteller: 
Clotilde Nyssen (CDH)
Vindplaats/bron: 

www.Dekamer.Be - schriftelijke vraag nr. 0225

Wetsartikels: 
art. 3 wapenwet en art. 6 wapenwet
Trefwoorden: 
vrij verkrijgbaar wapen
verzamelaar
Doelgroep: 
Verzamelaars
Vraag: 

De verzamelaars van niet-militaire wapens laten zich kritisch uit over de nieuwe wettelijke en reglementaire bepalingen inzake wapens. Die zouden immers geen rekening houden met de situatie van een groot aantal burgers — onder wie de verzamelaars van oude wapens voor civiele doeleinden. Met het nieuwe artikel 1, 6° van het koninklijk besluit van 20 september 1991 betreffende de vuurwapens met historische, folkloristische of decoratieve waarde en de vuurwapens die voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt, wordt onmiskenbaar een stap in de goede richting gedaan, maar de draagwijdte van dit besluit is te beperkt. De sector betreurt dat de oude jachtwapens niet voldoende duidelijk worden vermeld in het koninklijk besluit. De verzamelaars stellen dat het niet opportuun zou zijn een vergunningsplicht in te voeren voor het bewaren van dit soort wapens in een privéwapenverzameling. Volgens sommige wapenbezitters die ook jagen, zou het mogelijk zijn bepaalde wapens te bewaren zonder over de in de wapenwet voorgeschreven vergunningen te beschikken.

Bovendien werden originele oude wapens en replica’s in de vroegere wetten en reglementen op dezelfde manier behandeld. De huidige wetgeving bevat echter geen bijzondere voorschriften met betrekking tot de replica’s, tenzij men ervan uitgaat dat het om «namaakwapens» gaat in de zin van de wet. In dat
geval zouden ze vrij verkrijgbaar zijn. Het statuut van die wapens is echter onduidelijk.

Ten slotte zijn de verzamelaars het niet eens met de de regel dat vrij verkrijgbare wapens door erkende wapenhandelaars en verzamelaars moeten worden
verkocht op beurzen, mits toelating van de minister van Justitie. Die wapens kunnen vrij worden aangekocht, en de sector begrijpt dan ook niet waarom een
vergunning nodig is om ze van de hand te doen.

1.
a) Bent u van plan de bestaande reglementaire bepalingen aan te passen om artikel 3, §§ 1 tot 3 van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens te verduidelijken ?

b) Komt er voor niet-militaire verzamelwapens en voor jachtwapens die deel uitmaken van een collectie een specifieke wettelijke regeling ?

c) Krijgen ze een aangepast statuut ?

2. Welke regeling ziet u voor oude of minder gevaarlijke jachtwapens ?

3. a) Zal er een onderscheid worden gemaakt tussen «oorspronkelijke» oude wapens en replica’s ervan?

b) Kunnen die wapens als namaakwapens in de zin van de artikelen 2, 9° en 3, § 2, 1° van de voormelde wet van 8 juni 2006 worden aangemerkt, en
zijn het dus als dusdanig vrij verkrijgbare wapens ?

4. a) Zal u een wetsontwerp indienen tot wijziging van artikel 19, 5° in fine, om de verkoop van vrij verkrijgbare wapens zonder erkenning toe te laten op
verzamelbeurzen?

b) Vormt de huidige situatie geen inbreuk op het principe van het vrij verkeer van goederen ?

c) Welke regeling wordt op dit ogenblik in de praktijk toegepast ?

Antwoord: 

1 en 2. Het is niet de bedoeling dat bijkomende verduidelijkingen worden aangebracht in artikel 3 van de wapenwet, dat de wapens in drie categoriee¨n indeelt, aangezien het begrip en de praktische toepassing ervan nooit tot moeilijkheden hebben geleid.

De vrij verkrijgbare wapens zijn opgenomen in een bijgewerkte lijst die inderdaad geen enkel model van jacht- of sportwapen bevat, zulks omdat die wapens
vrij verkrijgbaar waren krachtens de vroegere wetgeving. Een lijst van oude jacht- en sportwapens moet worden opgesteld, bijgevolg zal daartoe eerstdaags een diepgaande studie worden uitgevoerd.

3. Het huidige onderscheid tussen de originele oude wapens en de replica’s ervan bestaat erin dat sommige oude modellen vrij verkrijgbaar zijn gelet op de zeldzaamheid ervan, terwijl de recente replica’s ervan vergunningsplichtig blijven omdat zij gemakkelijk te vinden zijn.

De wapenwet omschrijft een namaakwapen als een «al dan niet inerte natuurgetrouwe imitatie, replica of kopie van een vuurwapen» (artikel 2, 9°). Die wapens zijn vrij verkrijgbaar, behalve indien zij kort zijn en projectielen kunnen afschieten met een kracht hoger dan 7,5 joule.

De meeste replica’s van oude jachtwapens zijn echter geen onschuldige namaakwapens want zij kunnen met grote kracht projectielen afschieten.

4. Artikel 19, 5°, van de wet werd gewijzigd bij de wet van 25 juli 2008. Voortaan moeten de personen die vrij verkrijgbare wapens willen verkopen op beurzen niet meer worden erkend. De organisator van de beurs moet steeds over de toelating van de minister van Justitie beschikken.