Mond. Vr 27.589 - Gebruik van schietstanden door criminelen volgens de Federale Politie

Informatie
Parlement: 
Kamer
Datum: 
woe, 09/01/2019
Vraagsteller: 
Koenraad Degroote (N-VA)
Vindplaats/bron: 
Wetsartikels: 
12, 5° WW
Trefwoorden: 
occasioneel schieten
Doelgroep: 
Algemeen
Vraag: 

Mijnheer de Minister,

Op 8 november 2018 bracht het Vlaams Vredesinstituut een rapport ‘Schot in de roos’ uit over het gebruik van de schietstanden. Dit rapport leidde tot een artikel in de pers, waarbij de indruk wordt gewekt dat de schietstanden gebruikt worden door criminelen om hun schietcapaciteiten te verbeteren.

Het rapport bevat echter geen cijfers die aantonen dat dit effectief zo is. Wel bevat het rapport een bewering van de Federale Politie die luidt als volgt:
‘Daarnaast wijst de Federale Politie erop dat personen met slechte bedoelingen soms worden aangetrokken door schietstanden en dat personen met criminele of terroristische motieven schietstanden gebruiken om hun schietcapaciteiten te verbeteren. Dit kan door te oefenen met luchtdrukwapens, maar mogelijk ook door te oefenen met vuurwapens. Volgens de Federale Politie is het ook erg waarschijnlijk dat niet alle schietclubs al hun dagkaarten voor occasionele schutters opsturen naar de desbetreffende provincies.’

Vandaar mijn vragen:
- Heeft de Federale Politie feiten of aantoonbare aanwijzingen dat misdadigers schietstanden misbruiken voor criminele of terroristische motieven? Zo ja, hoeveel concrete zaken zijn er gekend?
- Zijn de veiligheidsdiensten eveneens op de hoogte hiervan? Indien ja, hoeveel personen zijn opgenomen op de hitlijsten?

Antwoord: 

Vraag 1

De stelling geponeerd in het artikel verdient enige nuance. De reglementering van de zogenaamde dagpassen voor éénmalige recreatieve schutters is in de huidige stand van zaken moeilijk te handhaven.

In principe moet een dagpas voor éénmalige recreatieve schutters ingeschreven worden door de exploitant van de schietstand en genotifieerd worden aan de provinciale wapendienst. De provinciale wapendiensten worden verondersteld deze dagpassen, die op jaarbasis slechts eenmaal mogen worden verstrekt, kruiselings te controleren om te vermijden dat men het land afschuimt om de kwantitatieve beperking per individu van een dagpas te omzeilen.
Voor een dagpas volstaat het voorleggen van een geldig identiteitsdocument en er gebeurt dus geen systematische controle naar eventuele criminele antecedenten.

Dus zelfs wanneer een schietstand- of club zich perfect aan de regels houdt, zijn de gesignaleerde praktijken in de huidige stand van zaken niet uit te sluiten.

Via de politiediensten verneem ik dat er inderdaad af en toe informatie opduikt die er op wijst dat criminelen aanwezig zijn in schietstanden. Exhaustieve cijfers in dit verband zijn er echter niet voorhanden en de inhoud van dit soort dossiers maakt vaak deel uit van gerechtelijke onderzoeken waarover ik u dus geen verdere details kan geven.

Ik wil in dit kader wel benadrukken dat de politiediensten in het kader van het Kanaalplan, niet enkel inzetten op radicalisme en terrorisme, maar ook op de onderliggende criminaliteitsfenomenen waaronder illegaal wapenbezit. Als onderdeel van de aanpak van dit fenomeen werd een project opgestart waarbij men focust op verscherpte controles van schietstanden en airsoft-standen in Brussel.

Vraag 2
Ik veronderstel dat u met uw laatste vraag bedoelt of de inlichtingendiensten hier tevens van op de hoogte zijn. Voor een antwoord op deze vraag verwijs ik u echter graag door naar mijn collega Geens onder wiens bevoegdheid de diensten van de Staatsveiligheid vallen.

Commentaar: 

Hier geeft de minister van binnenlandse zaken een vaag antwoord waaruit blijkt dat "af en toe informatie opduikt die er op wijst dat criminelen aanwezig zijn op schietstanden". De minister schrijft dat misbruiken "niet uit te sluiten zijn".

Er zijn geen concrete cijfers, en het klassieke argument dat een en ander het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijk onderzoek wordt gebruikt om de vraag enigszins af te wimpelen.

Uit dit antwoord blijkt dus niet, zoals het Vlaams Vredesinstituut suggereert, dat er misbruiken zijn die van die aard zijn dat de regelgeving zou moeten gewijzigd worden. De minister schrijft dat misbruiken "niet uit te sluiten zijn", maar dat geldt voor nagenoeg elke wetgeving ...

Hieruit blijkt minstens dat er geen structurele misbruiken zijn, dat de veiligheidsrisico's miniem tot onbestaande zijn en dat er dus ook geen grond is om de regelgeving aan te passen.