Mondelinge vraag over «een wereldwijde campagne tegen individueel wapenbezit» (nr. 5‑763)

Informatie
Parlement: 
Senaat
Datum: 
don, 10/01/2013
Vraagsteller: 
Ber Anciaux
Vindplaats/bron: 
Doelgroep: 
Algemeen
Vraag: 

De heer Bert Anciaux (sp.a). –Enige weken geleden richtte een dolle schutter in Newton in de USA een menselijke ravage aan; hij maakte daarbij gebruik van aldaar vrij verkrijgbare, uiterst efficiënte wapens, die aan zijn moeder toebehoorden.

Tegelijkertijd is het aantal slachtoffers van wapengeweld, zelfmoorden inbegrepen, in ons land drastisch verminderd sinds de verstrenging van de wapenwet. Het lijdt weinig twijfel dat strenge restricties op individueel wapenbezit het misbruik van wapens doen afnemen. Een restrictief overheidsbeleid levert zeer positieve resultaten op; ons land is daarvan het levende voorbeeld en daar mogen we fier op zijn.

De situatie in Groot-Brittannië bijvoorbeeld, waar de politie in normale omstandigheden niet gewapend is, toont dat nog sterker aan.

Wellicht kan ons land, via de Europese Unie, van de restricties op individueel wapenbezit een speerpunt van het internationale beleid maken.

Is de minister bereid via internationale fora, zoals de Europese Unie en de Raad van Europa, op te roepen tot een wereldomspannende campagne voor een restrictief overheidsbeleid inzake individueel wapenbezit om zodoende het aantal tragedies die onlosmakelijk met individueel wapenbezit verbonden zijn, systematisch en duurzaam te beperken? Wil de minister hieromtrent concrete voorstellen formuleren en die met kracht bij de internationale fora introduceren? In dit verband verwijs ik graag naar de voortrekkersrol die ons land bij het verbod op de antipersoonsmijnen heeft gespeeld.

Antwoord: 

De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken. – De tragische gebeurtenissen in Newton hebben inderdaad nogmaals de gevaren van een te laks wapenbeleid aangetoond. Dat sterkt me in mijn overtuiging dat de zeer restrictieve aanpak van België en van andere landen de goede is.

We kunnen soms moeilijk begrijpen waarom sommige landen voor een bepaald beleid kiezen, maar de wetgeving betreffende de aankoop en het bezit van wapens behoort nu eenmaal tot de exclusieve bevoegdheid van elke soevereine natie. Het is aan de bevolking van elke staat om, in het licht van haar tradities en haar situatie, democratisch te oordelen wat in dezen nodig en aanvaardbaar is. Trachten een specifiek regime van buitenaf op te leggen, is niet alleen onrealistisch, maar zou zelfs contraproductief kunnen zijn, onder meer met betrekking tot de huidige inspanningen om een verdrag over internationale wapenhandel te laten goedkeuren. Met de inspanning van België om bepaalde oorlogswapens zoals antipersoonsmijnen en fragmentatiebommen te verbieden, is geen vergelijk mogelijk. België zal blijven ijveren in domeinen waar het concrete resultaten kan behalen: de regulering van de internationale wapenhandel, de strijd tegen de internationale illegale wapenhandel en steun aan de zwakke of post-conflictlanden die op hun territorium de oncontroleerbare verspreiding van wapens willen bestrijden, onder andere in het kader van een ontwapenings- en demobilisatieprogramma.

Ik zal dus geen specifieke vraag richten aan andere landen, maar wel verder ijveren voor de goedkeuring van een verdrag over de internationale wapenhandel. Dat is volgens mij de belangrijkste prioriteit in dit verband.

De heer Bert Anciaux (sp.a). – Ik had echt verwacht dat de minister me volledig zou bijvallen. Ik ben dan ook ontgoocheld. Wellicht is zijn standpunt ingegeven door het realisme dat eigen is aan staatslieden. Uiteraard is de wetgeving inzake wapenbezit momenteel een soevereine bevoegdheid van de nationale staten, maar dat argument gold vroeger voor nagenoeg alle bevoegdheden die nu door de Europese Unie of andere supranationale organisaties worden uitgeoefend. België kan in dit domein echt een voortrekkersrol spelen. Ons land is in het verleden al tegen lobby’s ingegaan. Het is jammer dat het dat nu niet doet.

De minister is net als ik overtuigd van de noodzaak om minder wapens in omloop te hebben. Het is echter spijtig dat het ons land vandaag aan durf ontbreekt. Ik heb er begrip voor dat de minister bepaalde actieterreinen moet uitkiezen. Het wapenbezit is een essentieel aspect in de conflictpreventie en in het streven naar wereldvrede en een internationale campagne is dan ook de enige manier om tegen de nationale belangen op te boksen. De wapenhandel en de machtige wapenlobby’s in de Verenigde Staten en veel andere landen kunnen wellicht niet op nationaal niveau worden aangepakt. Ooit komt die internationale aanpak er wel. Hopelijk duurt dat niet te lang meer, want ondertussen kost wapenbezit mensenlevens.