Senaat - Mondelinge vraag van de heer Geert Lambert aan de minister van Justitie over «de controle op ingevoerde lichte wapens» (nr. 4-687)

Informatie
Parlement: 
Senaat
Datum: 
don, 19/03/2009
Vraagsteller: 
Geert Lambert ("Spirit")
Vindplaats/bron: 

Senaat - mondelinge vraag nr. 4-687

Vraag: 

De heer Geert Lambert (Onafhankelijke). - Volgens het Vlaams Vredesinstituut is de invoer van kleine en lichte wapens in Vlaanderen in de afgelopen drie jaar fors gestegen. Sinds 2005 werd bijna drie keer meer wapens en vijf keer meer munitie ingevoerd. Niemand lijkt echter te weten waar die wapens naartoe zijn gegaan. De registratie loopt mank en het Centraal Wapenregister is al jaren totaal onbetrouwbaar. De Wapenunie zegt dat de verkoop aan particulieren in elkaar is gestort sinds de wapenwet van 2006, die de regering jammer genoeg heeft afgezwakt. Er zou zelfs nog maar de helft van vroeger worden verkocht. Dat leidt tot de bizarre toestand dat er driemaal meer wapens worden ingevoerd en dat de helft minder wordt verkocht.

Blijkbaar is het toezicht op de circulatie van vuurwapens voor Justitie, noch voor Binnenlandse Zaken of de federale politie een prioriteit. De invoering van een effectieve database van wapenbezitters wordt stilaan een lijdensweg.

Heeft de minister zicht op de bestemming van de ingevoerde handvuurwapens? Er is immers aangetoond dat de invoer fors is gestegen?

Voor de controle van de wapens die in het Centraal Wapenregister zijn opgenomen, is de federale politie afhankelijk van de lokale politiezones die de controles op het terrein moeten uitvoeren. De samenwerking verloopt niet met elke politiezone even vlot. Voor sommige lokale politiezones is de controle op het wapenbezit immers geen prioriteit. Vorig jaar werd een rondzendbrief aangekondigd waarin de FOD Justitie de taken omtrent de wapenwetgeving die de lokale politiezones moeten uitvoeren, zou beschrijven.

Is die rondzendbrief verstuurd? Zo ja, wat is de inhoud van de brief? Zo neen, waarom is de brief niet verstuurd en wanneer mogen we die dan wel verwachten?

De provinciegouverneurs hebben al jaren te weinig personeel voor de registratie van de wapens die al langer in omloop zijn. Ze dringen bij de regering al jaren aan op meer personeel. In juli 2006 besliste de Ministerraad om dat probleem op te lossen tijdens de begrotingsopmaak van de begroting 2009. Het probleem is echter dat er geld moet worden vrijgemaakt door de FOD Binnenlandse Zaken, terwijl de wapenwetgeving om historische redenen een bevoegdheid is van de FOD Justitie. De minister van Binnenlandse Zaken heeft de FOD Justitie kredieten gevraagd om federaal personeel te kunnen aanwerven voor een bevoegdheid die niet de zijne is, maar kreeg een negatief antwoord. Ook vonden onderhandelingen plaats tussen de kabinetten van de FOD Binnenlandse Zaken en de FOD Justitie om personeel van Justitie tijdelijk te detacheren naar de gouverneurs.

Heeft de FOD Justitie een inspanning gedaan om het personeelstekort van de provinciegouverneurs te helpen wegwerken?

Is er bij de begrotingsopmaak 2009 beslist om meer personeel in dienst te nemen voor de registratie van vuurwapens?

In 2005 werd tegen midden 2006 een volledig nieuw Centraal Wapenregister aangekondigd. Ik besef dat nog altijd niet is uitgemaakt onder wiens bevoegdheid dit valt, maar zolang het nieuwe wapenregister niet werkt, is de minister van Justitie minstens medeverantwoordelijk. In 2006 beloofde de minister van Binnenlandse Zaken een nieuw CWR tegen het einde van dat jaar. In 2007 was november 2007 de absolute deadline. Begin 2008 werd dat april 2008 en daarna beloofde men een goed functionerend CWR tegen eind 2008, uiterlijk begin 2009. Ik heb het register enkele maanden geleden zelf kunnen bezoeken en men zei me daar dat ze geen stap vooruit komen, omdat ze een informaticaprobleem niet opgelost krijgen.

Is het vernieuwde CWR al dan niet operationeel? Indien niet, kan de minister me een nieuwe deadline geven? Het zal hem niet verbazen dat ik hem op dat moment zal vragen welke zijn volgende deadline zal zijn.

Antwoord: 

De heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie. - De reglementering betreffende de invoer van wapens is een gewestelijke bevoegdheid. De wapenwet van 2006 bepaalt voor zowel de wapenhandelaar als de particuliere wapenbezitter de voorwaarden voor het bezit van een of meerdere wapens. Bij de invoer van een wapen moet zowel de houder als de eigenaar van het wapen rekening houden met die voorwaarden. Zo wordt in artikel 11 van de wapenwet uitdrukkelijk bepaald dat men zonder voorafgaande vergunning geen wapen voorhanden mag hebben. Indien men voor het betrokken wapen dus geen vergunning heeft, begaat men een inbreuk op de wapenwet, die strafrechtelijk wordt vervolgd.

Bij de aanvraag tot het bekomen van een wapenvergunning moet de aanvrager de legale herkomst van het wapen kunnen aantonen. De provinciale wapendiensten en politiële overheden oefenen echter geen controle uit op het lot van een wapen nadat het wordt ingevoerd. Ze nemen kennis van het bestaan van dit wapen van zodra een dossier is ingediend.

Ik benadruk nogmaals dat wie een wapen importeert en geen vergunning aanvraagt voor het bezit van dit wapen, een misdrijf begaat.

De samenwerking tussen de provinciale wapendiensten en de politiezones voor de behandeling van de wapendossiers, waarbij het takenpakket voor beiden wordt afgelijnd, zal binnenkort in een circulaire worden vastgelegd.

Een eerste ontwerp was in het najaar 2008 al klaar, maar werd op vraag van de betrokken actoren nog bijgeschaafd. Bovendien bleek dat de samenwerking tussen de politie en de provinciale wapendiensten en de registratie van het wapen van provincie tot provincie verschillend was. Er moest dus een consensus worden gezocht voor de taakomschrijving van elke partner. Als de vertegenwoordigers van de provinciale wapendiensten en de lokale politie een advies over het recente ontwerp hebben uitgebracht, zal het naar de minister van Binnenlandse Zaken voor medeondertekening worden gestuurd.

Het personeel van de provinciale wapendiensten hangt niet af van de FOD Justitie, maar wel van de FOD Binnenlandse Zaken. De heer Lambert zegt ten onrechte dat de minister van Binnenlandse Zaken moet instaan voor een bevoegdheid die niet de zijne is. De minister van Binnenlandse Zaken is wel degelijk mee bevoegd voor de wapenwet. De organisatie en de personeelsbezetting van de provinciale wapendiensten zijn echter exclusief zijn bevoegdheid. Vanzelfsprekend zal ik elk initiatief van mijn collega tot versterking van de provinciale wapendiensten ondersteunen. De FOD Justitie onderzoekt intussen ook of en in welke mate hij hiertoe een bijdrage kan leveren.

Op de vraag of er bij de begrotingsopmaak 2009 beslist werd om voor de wapendiensten meer personeel in dienst te nemen, verwijs ik naar de minister van Binnenlandse Zaken, die voor die diensten bevoegd is.

Ook de vraag over de werking van het Centraal Wapenregister moet aan de minister van Binnenlandse Zaken worden gesteld, aangezien hij daarvoor bevoegd is. Ter informatie kan ik wel meegeven dat senator Monfils de minister van Binnenlandse Zaken op 12 februari jongstleden een identieke vraag heeft gesteld. De heer Lambert kan uiteraard het antwoord op die vraag raadplegen.

Gelet op de complexe situatie en de samenlopende bevoegdheden staat dit punt op de agenda van mijn ontmoeting met de minister van Binnenlandse Zaken, die eerstdaags plaatsvindt.

De heer Geert Lambert (Onafhankelijke). - Ik neem er akte van dat de rondzendbrief er eerstdaags komt.

Wat me echter bijzonder verontrust, is het antwoord op mijn eerste vraag. De minister zegt terecht dat de invoer van wapens een regionale bevoegdheid is. Nadat de wapens ons land zijn binnenkomen, blijft men echter volledig in het ongewisse over de eindbestemming. Het is absurd dat er pas een dossier wordt geopend nadat het wapen is aangegeven, terwijl men weet wanneer het is ingevoerd. De invoerder zou een dossier moeten aanmaken op het ogenblik van de invoer van het wapen zodat het wapen overal kan worden gevolgd. Klaarblijkelijk wordt echter gewacht tot het wapen ergens uit een opslagplaats wordt gehaald en wordt aangegeven.

Als dat zo is, dring ik erop aan dat met de regionale overheden overleg wordt gepleegd om dat probleem op te lossen.

Commentaar: 

Het verwondert ons dat de minister van Justitie in zijn antwoord er niet heeft op gewezen dat de Gewestelijke overheden, die de invoervergunning uitreiken, slechts een vergunning tot invoer toekennen als de aanvrager van de invoervergunning aantoont te voldoen aan alle wettelijke verplichtingen om het wapen voorhanden te hebben. Invoervergunningen voor verboden wapens worden geweigerd. Als een vergunningsplichtig wapen of onderdeel wordt ingevoerd, moet aan de bevoegde dienst een wapenvergunning, sportschutterslicentie, jachtverlof, erkenning als verzamelaar of elk ander document worden voorgelegd waaruit blijkt dat de aanvrager wettig een wapen voorhanden kan hebben.

Voor meer informatie over deze procedures kan ook de website van de dienst Buitenlandse Handel / Wapens van het Vlaamse Gewest worden geraadpleegd (zie http://iv.vlaanderen.be/nlapps/docs/default.asp?fid=75.

De repliek van de heer Lambert, waaruit zou mogen blijken dat de overheid dus niet zou weten waar de ingevoerde wapens naartoe zijn, is dus niet ernstig. Wél moet worden toegegeven dat er nog problemen zijn met de werking van het Centraal Wapenregister. We betreuren dat daar geen werk van gemaakt is na de wetswijziging van 2006. Immers, de verplichting om alle bestaande vergunningen te hernieuwen was voornamelijk ingegeven door de bezorgdheid een nieuw Centraal Wapenregister van juiste gegevens te voorzien. Deels werd hier allicht een kans gemist. Wij rekenen erop dat de door de minister van Justitie aangekondigde maatregelen deze situatie kunnen verbeteren.

Vraag

Antwoord

Bron: Belgische Senaat, www.senaat.be

Commentaar