Senaat - Vraag om uitleg vervoer wapens jacht

Informatie
Parlement: 
Senaat
Datum: 
don, 22/10/2009
Vraagsteller: 
Philippe Monfils (MR)
Wetsartikels: 
art. 20 wapenwet
Trefwoorden: 
veiligheidsvoorschriften vervoer
Doelgroep: 
Jagers
Vraag: 

Vraag om uitleg van de heer Philippe Monfils aan de minister van Justitie over «de ontoepasbaarheid van het koninklijk besluit van 14 april 2009 tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 april 1997 tot bepaling van de veiligheidsvoorwaarden waaraan het opslaan, het in bewaring geven en het verzamelen van vuurwapens of munitie zijn onderworpen» (nr. 4-1097)

De voorzitter. – De heer Jean-Marc Delizée, staatssecretaris voor Sociale Zaken, belast met Personen met een handicap, antwoordt.

De heer Philippe Monfils (MR). – Het koninklijk besluit van 14 april 2009 legt de voorwaarden vast voor het voorhanden hebben en het vervoeren van vuurwapens.

Voor het vervoeren door een particulier van een vergunningsplichtig wapen bepaalt het nieuwe artikel 15:

1º het wapen is ongeladen en de vervoerde magazijnen zijn leeg;
2º het wapen is onbruikbaar gemaakt door een veiligheidsslot of door het wegnemen van een voor zijn werking essentieel onderdeel;
3º het wapen wordt buiten het zicht en buiten handbereik vervoerd, in een geschikte en slotvaste koffer of etui;
4º de munitie wordt veilig verpakt vervoerd in een geschikte en slotvaste koffer of etui;
5º als het vervoer met de wagen gebeurt, worden de koffers of de etuis met het wapen en de munitie vervoerd in de slotvaste koffer van het voertuig. Deze bepaling is niet van toepassing op het jachtterrein;
6º het voertuig blijft niet zonder toezicht achter.

Die nieuwe voorwaarden zijn veel strikter dan degene die tot dan golden volgens artikel 21 van de wet van 8 juni 2006 en ze maken de zaken ingewikkelder. Ik benadruk dat ze in praktijk de jagers beletten hun hobby in redelijke, veilige voorwaarden uit te oefenen.

Die voorwaarden zijn cumulatief, behalve één, terwijl ze voordien alternatief waren. Dat betekent dat een jager alle voorwaarden moet naleven.

Wat gebeurt er in de praktijk? Als de jager een konijn ziet, moet hij zijn slotvaste koffer openen, het wapen uit zijn etui halen, het veiligheidsslot verwijderen en zijn wapen laden. Onnodig te zeggen dat het konijn al lang het hazenpad heeft gekozen voordat de jager kan schieten.

In dergelijke omstandigheden kan een jager onmogelijk handelen zoals het moet, dat wil zeggen snel, discreet en behendig. Dit besluit maakt de jacht onmogelijk.

De wapenwet – en ook andere wetten – wurgt alle ongelukkige vuurwapenbezitters, terwijl sinds anderhalf jaar blijkt dat misdaden voor 95% met messen, zelfs keukenmessen, worden gepleegd.

Hoe rechtvaardigt de minister dergelijke strikte maatregelen?

Waarom cumulatieve voorwaarden invoeren, terwijl het doel met een enkele voorwaarde kan worden bereikt?

Meent de minister niet dat die maatregelen enkel van toepassing mogen zijn bij het vervoer en niet op het jachtterrein, zo niet zal geen enkel dier meer worden geschoten in een vergunde jacht.

Zelf ben ik geen jager, maar ik meen dat er grenzen zijn aan de belachelijkheid van sommige besluiten die misschien worden genomen zonder rekening te houden met de gevolgen op het terrein van artikelen die werden geschreven voor wie weet welke reden van openbare veiligheid.

Antwoord: 

De heer Jean-Marc Delizée, staatssecretaris voor Sociale Zaken, belast met Personen met een handicap. – Ik lees het antwoord van de minister.

Zoals de wet voorschrijft, werd het ontwerp dat het koninklijk besluit van 14 april 2009 is geworden, voorgelegd aan de Adviesraad voor wapens, waarin ook vertegenwoordigers van de jagersbelangen zitting hebben.

Bij het oorspronkelijke ontwerp werd een hele reeks opmerkingen gemaakt. Met sommige ervan werd rekening gehouden. Er moet echter op worden gewezen dat de houding van sommige belangengroepen in die adviesraad niet altijd constructief is en vooral is toegespitst op het weren van elke nieuwe wetgeving. De neiging bestaat om de teksten zo te interpreteren dat ze als ontoepasselijk en onredelijk worden voorgesteld. Ik vrees dat dit ook nu het geval is.

Het koninklijk besluit legt voor de eerste maal veiligheidsmaatregelen op aan alle categorieën wapenbezitters, dus niet enkel aan de jagers. Het betreft zowel het voorhanden hebben als het vervoeren van vuurwapens. Die bepalingen zijn al enkele maanden van toepassing en de sportschutters bijvoorbeeld hebben zich al aan de regels aangepast, in dit geval na daarvoor via hun organisaties op informele wijze toestemming te hebben gevraagd.

Het koninklijk besluit bevat niet enkel strikt noodzakelijke regels, maar ook regels die gewoon nuttig zijn en meer veiligheid bieden. Daar is niets op tegen. Het gaat er niet enkel om dat wapens niet onmiddellijk kunnen worden gebruikt, ook diefstal moet worden voorkomen.

Het doel van het koninklijk besluit is ongevallen en diefstal te voorkomen. De jagers moeten beseffen dat ze grote risico’s nemen als ze, zoals voorheen, geladen wapens vervoeren die ze in hun voertuig bij de hand hebben.

Het koninklijk besluit legt hun nu op hun vuurwapens niet geladen te vervoeren, niet zichtbaar en buiten handbereik in een slotvaste koffer of met een veiligheidsslot of -mechanisme. Ze mogen hun wapens niet in hun voertuig laten rondslingeren. Eens op het jachtterrein moet de koffer van het voertuig niet meer slotvast zijn.

De maatregelen zijn uiteraard niet langer van toepassing zodra er geen sprake meer is van vervoer, dat wil zeggen zodra het voertuig op het jachtterrein is geparkeerd. De jagers kunnen dan hun wapen uit hun voertuig halen en de veiligheidsmechanismen verwijderen. Zolang ze niet rijden, moeten ze geen veiligheidsmaatregelen nemen, behalve op hun voertuig letten indien zich daarin wapens bevinden. Die interpretatie moet geruststellen.

Repliek

De heer Philippe Monfils (MR). – Ik begin met twee negatieve opmerkingen.

Eerst en vooral verwondert het mij dat de minister erover klaagt dat in een adviesraad personen zitting hebben die niet onderworpen zijn aan de ordewoorden van de gezagsdragers. Gelukkig zijn sommige mensen geen hielenlikkers van de minister.

Een adviesraad heeft tot doel alle vertegenwoordigers van de betrokken beroepscategorieën bijeen te brengen. We kunnen er ons slechts over verheugen dat sommigen wat terughoudend zijn. Waartoe zou een adviesraad anders dienen?

De minister verklaart dat dit besluit de sportschutters betreft. Zeker en vast, maar voorzover ik weet zitten sportschutters geen konijnen achterna. Zij mikken op schietschijven.

Ik verwerp die twee argumenten. Ik heb bijna de neiging om te lachen als ik het antwoord van de minister hoor.

Toch bevalt zijn interpretatie me. Als de jagers zich op het jachtterrein bevinden, geldt het besluit niet meer: ze kunnen hun hobby beoefenen, uiteraard conform de vergunning die werd verleend. Het gaat slechts om een interpretatie, maar geloof me vrij dat ik die overal zal verspreiden. Ik zal erop toezien dat geen enkele lokale autoriteit er zich toe beperkt het koninklijk besluit toe te passen. Laat ons afwachten of zich een dergelijk probleem voordoet. Ik zal dan de eerste zijn om een wijziging van de reglementering te vragen.

Commentaar: 

Naar aanleiding van de hervatting van de jacht is door sommige jagersverenigingen een "open brief" verspreid omtrent vermeende problemen bij het vervoer van wapens door jagers. Deze open brief werd besproken in de pers (De Morgen), en gaf aanleiding tot een viertal tussenkomsten in het parlement.

In de Senaat stelde senator Philippe Monfils (MR) een vraag om uitleg aan de minister van justitie. U vindt hierna de vraag en het antwoord (bron: website van de Senaat, www.senaat.be).

De minister van Justitie verduidelijkt dat vooreerst een onderscheid gemaakt moet worden tussen "dracht" en "vervoer" van wapens. In tegenstelling door wat soms beweerd wordt, zijn de veiligheidsregels voor vervoer van wapens (geregeld in artikel 21 wapenwet en in het KB van 24 april 1997) NIET van toepassing tijdens de dracht van wapens (geregeld in artikel 15 van de wapenwet).

Zoals wij dus eerder schreven (zie rubriek "vaak gestelde vragen") gelden de veiligheidsregels voor vervoer tijdens het overbrengen van de wapens vanaf de verblijfplaats tot aan het jachtterrein, of tijdens elk ander vervoer van wapens. Dit is ergens logisch. De overheid wenst te vermijden dat wapens onderweg misbruikt worden of zouden gestolen worden. De risico's bij vervoer van wapens zijn overigens voor elke wapenbezitter dezelfde, dus gelden dezelfde veiligheidsregels.

Tijdens het beoefenen van de jacht draagt de jager zijn wapen. Hij mag dat op basis van zijn jachtverlof (art. 15 wapen). Bij de dracht van het wapen zijn de veiligheiidsregels voor vervoer uiteraard niet van toepassing.

Wel is het verboden om onbewaakt wapens achter te laten in een voertuig. Als het voertuig onder toezicht staat, kunnen de wapens er wel in blijven liggen.