Vraag van dhr. Roegiers (SPA) over het gebruik van rambowapens voor sportief en recreatief schieten

Informatie
Parlement: 
Vlaams Parlement
Datum: 
don, 10/05/2012
Vraagsteller: 
Jan Roegiers (SPA)
Vindplaats/bron: 
Wetsartikels: 
art. 11, §3, 9°
Trefwoorden: 
sportief en recreatief schieten
wettige reden
Doelgroep: 
Sportschutters
Wapenbezitters
Vraag: 

Vraag om uitleg van de heer Jan Roegiers tot de heer Philippe Muyters, Vlaams minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, over het gebruik van zogenaamde rambowapens voor sportief en recreatief schieten - 1779 (2011-2012)
De voorzitter: De heer Roegiers heeft het woord.

De heer Jan Roegiers: Voorzitter, minister, collega's, ik hoorde hier een duidelijke verklaring afleggen over De Gordel. Ik hoop dat uw antwoord op mijn vraag even duidelijk zal zijn. Het gaat immers om een onderwerp dat niet minder belangrijk is. Het onderwerp zijn de zware vuurwapens met een kwalijke reputatie, zoals machinepistolen en aanvalskarabijnen – de zogenaamde rambowapens – die in het kader van sportief en recreatief schieten worden gebruikt, maar ter discussie staan.

Oud-collega en West-Vlaams gouverneur Carl Decaluwé zei in de krant dat hij geen enkele vergunning voor een kalasjnikov zal ondertekenen. Ik vind dat hij gelijk heeft. Hij volgt daarmee het voorbeeld van de Oost-Vlaamse gouverneur André Denys, die stelt dat dit geen sportwapens zijn. In de krant zei de heer Decaluwé dit: “Ik zal geen enkele vergunning voor een kalasjnikov ondertekenen. Mij moeten ze niet vertellen dat dit een sportwapen is. (…) Een vergunning voor een kalasjnikov zal ik altijd weigeren, de aanvrager moet desnoods maar beroep aantekenen bij de hogere overheid.” Dat is forse taal.

De discussie over het gebruik van deze wapens in het kader van het sportief en recreatief schieten werd aangezwengeld naar aanleiding van de gruwelijke feiten te Luik, in 2011.

Federaal minister van Justitie Turtelboom verklaarde toen in de krant dat ze zich vragen stelde over het gebruik van semiautomatische karabijnen bij het sportschieten. Ze vroeg zich af – net als ik, net als Decaluwé, net als Denys – of die wapens wel thuishoren in onze samenleving. Ze zou daarover overleg plegen met de regionale ministers van Sport.

De houding van minster Turtelboom ligt blijkbaar een beetje moeilijk bij de Vlaamse schietsportfederaties, die vragen om dit soort rambowapens – ik zal het woord consequent blijven gebruiken – wel degelijk te blijven vergunnen voor het recreatief en sportief schieten.

Sommige schietstanden blijven immers attesten afleveren – die zijn nodig voor een vergunning – aan sportschutters, waaruit blijkt dat er met die types wapens in de schietstand geschoten mag worden. En daardoor worden er in enkele provincies ook nog steeds vergunningen voor verstrekt, zij het – als mijn informatie klopt – met tegenzin; in een aantal andere provincies wordt zo’n vergunning geweigerd.

Wat dit soort rambowapens nog met sport te maken heeft, ontgaat mij eerlijk gezegd totaal. Ik ben op bezoek geweest bij een schietstand in Gent. Ik ga ervan uit dat de overgrote meerderheid van de sportschutters bonafide mensen zijn die op een correcte, veilige en verantwoorde manier hun hobby beoefenen. Maar de cijfers van de federale politie bewijzen dat er sinds de recente verstrenging van de wapenwet een ‘explosie’ is van het aantal als
verloren of gestolen opgegeven wapens. Bovendien wijst de directeur van de Brusselse federale gerechtelijke politie al jarenlang op de instroom van spotgoedkope Oost-Europese kalasjnikovs, waarbij zowel het zwartwassen als het witwassen van deze wapens frequent voorkomt.

Minister, ik verwacht van u een duidelijk antwoord op mijn vragen. Is het volgens u verantwoord om dit soort halfautomatische wapens nog verder te vergunnen met het oog op sportief en recreatief schieten? U bent weliswaar niet bevoegd voor het vergunnen van vuurwapens, maar u bent wel exclusief bevoegd voor het sportief en recreatief schieten in Vlaanderen. Zo ja, binnen welke schietdiscipline kan een kalasjnikov gebruikt worden? Zo neen, plant u initiatieven met minister Turtelboom om de houding van de gouverneurs van Oost- en West-Vlaanderen algemeen te maken?

Gaat u een concrete richtlijn opstellen gericht aan de erkende schietsportfederaties voor wat betreft het gebruik van zware vuurwapens binnen het sportschieten? Of bestaat die al? Zo ja,
welke precies en wanneer? Zo nee, waarom niet?

Hebt u zicht op de types en modellen van zware vuurwapens die binnen de toegelaten schietdisciplines gebruikt worden in schietstanden? Zo ja, over welke wapens gaat het? In welke schietdisciplines worden deze wapens gebruikt?

Is er de laatste maanden overleg geweest tussen de Vlaamse en de Federale Regering over het gebruik van deze rambowapens binnen het sportschieten? Zo ja, wat is het resultaat en/of het gemeenschappelijk standpunt? Hoe heeft dit invloed op uw beleid ter zake?

De laatste en misschien wel belangrijkste vraag: welk beleid wenst de Vlaamse Regering in het algemeen te voeren met betrekking tot dit soort zware vuurwapens, en voornamelijk in de sport? Ik verwacht een duidelijk statement van u.

De voorzitter: Mevrouw Werbrouck heeft het woord.

Mevrouw Ulla Werbrouck: Ik sluit me aan bij de vraag. Ik vraag me af in hoeverre halfautomatische wapens nodig zijn om te kunnen deelnemen aan sportief en recreatief schieten. Welke schietdisciplines wenden dergelijke wapens aan in de Vlaamse schietstanden? Hoeveel sportschieters beschikken over dergelijke wapens en oefenen die disciplines uit?

Ik denk dat de nuance terecht is en dat de meeste bezitters van dergelijke wapens er verantwoord mee omgaan. Aan de andere kant mogen we niet blind zijn voor de mogelijke gevaren van wapenbezit. Het is een algemeen gegeven: de sportschieters die een licentie verwerven via een federatie, krijgen bijna automatisch een vergunning van gouverneur of moeten er zelfs geen krijgen. Daar moeten we misschien eens over nadenken. Er komt een studiedag op 8 juni over de Wapenwet, de pijnpunten en hiaten ervan, en over de strijd tegen illegale wapens. Daar kan iets interessants uit voortkomen.

Ik wil hier nog aan toevoegen dat halfautomatische wapens heel gevaarlijk speelgoed zijn.

Antwoord: 

De voorzitter: Minister Muyters heeft het woord.

Minister Philippe Muyters: Voorzitter, ik zal eerst proberen te omschrijven wat we bedoelen met rambowapens. Ik neem aan dat het hier wapens betreft die gebruikt worden in de gelijknamige actiefilms. Ik heb in mijn jeugd wel iets meegepikt van die films. Voor zover ik me herinner, waren die wapens echter volledig automatische wapens. Krachtens artikel 3, paragraaf 1, punt 3, van de Wapenwet zijn deze wapens ingedeeld bij de verboden wapens.

Deze wapens kunnen dan ook niet voor het sportschieten worden gebruikt.

Hetzelfde geldt voor de spotgoedkope kalasjnikovs die volgens de federale politie het land blijven binnenstromen. De militaire kalasjnikovs uit de depots van voormalige Oostbloklanden zijn steeds automatische wapens. Ze kunnen dus nooit worden vergund!

Geen enkele gouverneur dient er dus vergunningen voor af te geven. Ze kunnen er zelfs geen vergunning voor leveren! Straffe verklaringen daaromtrent afleggen is dus niet zo moeilijk. Ik wil dat heel duidelijk stellen: kalasjnikovs zijn niet vergunbaar.

Blijkbaar heeft dat u wat misleid, die indruk krijg ik door uw vraagstelling. Enkel sommige erkende personen mogen ze voorhanden hebben onder de uitzonderingen van artikel 27 van de Wapenwet. Ik veronderstel dan ook dat uw vragen eigenlijk betrekking hebben – en dat blijkt ook uit de deelvragen – op de semiautomatische wapens die van automatische wapens zijn afgeleid. De semiautomatische wapens zijn door de federale Wapenwet ingedeeld als vergunningsplichtige wapens.

Als minister van Sport ben ik bevoegd voor het sportschieten in Vlaanderen zoals geregeld door het Vlaamse Sportschuttersdecreet. Aangezien het Sportschuttersdecreet geënt is op de federale Wapenwet, moet vooral ook met de bevoegdheid van de federale overheid inzake openbare veiligheid rekening worden gehouden. Dat lijkt mij ook logisch. Als de federale overheid bepaalt welke wapens bruikbaar zijn op voorwaarde van een vergunning, dan moeten wij ons daarop baseren om sportschieten met die wapens mogelijk te maken. Dat is de filosofie. Artikel 3 van het Sportschuttersdecreet bepaalt dat het sportschieten kan worden
beoefend door gebruik te maken van de wapens en de erbij horende munitie in de verschillende schietdisciplines op de wijze bepaald in de Wapenwetgeving. Met de wapens die in de federale wet worden toegestaan, kan dus volgens het Sportschuttersdecreet ook
worden geoefend.

De Vlaamse overheid heeft bij het opmaken van het Sportschuttersdecreet steeds de logica gerespecteerd die bij oorsprong door de federale Wapenwet werd en wordt gehanteerd. De
sportschutterslicentie is vereist om het sportschieten te kunnen beoefenen met vergunningsplichtige wapens. Als een wapen niet vergunningsplichtig is, kan men er ook geen sportlicentie voor krijgen. Het Sportschuttersdecreet definieert vergunningsplichtige wapens als de wapens die door of krachtens de Wapenwet ingedeeld zijn bij de vergunningsplichtige wapens.

Het is dus de Wapenwet die een onderscheid maakt tussen vergunningsplichtige, vrij verkrijgbare en verboden wapens. De federale overheid kan steeds uitsluiten dat sommige wapens door particulieren kunnen worden verworven door ze in de categorie van de verboden wapens onder te brengen. Het Vlaams decreet kan en zal dan volgen.

Naar aanleiding van het schietincident in Luik, dat gebeurde met een illegaal halfautomatisch lang vuurwapen, vond kort erop een eerste overleg plaats tussen de federale overheid en de gemeenschappen. Het overleg werd georganiseerd door minister Turtelboom. Ze heeft het niet alleen aangekondigd, maar ook gerealiseerd.

In opvolging van dat overleg werd aan het kabinet van de minister van Justitie informatie bezorgd, zoals was gevraagd, over het aantal geldige sportschutterslicenties uitgereikt door de Vlaamse gemachtigde schietsportfederaties om met wapencategorie D, dus met
schoudervuurwapens met getrokken loop, het sportschieten te beoefenen. Halfautomatische lange wapens vallen namelijk onder die categorie van de schoudervuurwapens met getrokken loop.

Minister Turtelboom had gezegd dat ze, op basis van de informatie die ze van de diverse gemeenschappen zou krijgen, een verder overleg zou voorbereiden met de diverse gemeenschapsministers.

Hoewel ik al enkele malen heb nagevraagd of ter zake al een datum is geprikt, heb ik nog geen concrete uitnodiging gekregen. Aangezien het Sportschuttersdecreet geënt is op de federale Wapenwet, is het raadzaam het resultaat van het overleg af te wachten en daar de nodige conclusies uit te trekken. Dat is voor mij de essentie van de zaak, en ook de logica van de zaak.

De sportdiscipline ordonnantieschieten met geweer kan momenteel worden beoefend met semiautomatische karabijnen met een kaliber van maximaal 8 millimeter. De gemachtigde schietsportfederaties zijn zeker zelf geen vragende partij om het gebruik van zwaardere wapens met een kaliber van meer dan 8 millimeter toe te staan.

Voor sommige aanvullende disciplines worden ook karabijnen gebruikt, die lichtere munitie verschieten die normaliter in handvuurwapens wordt gebruikt. De recente schietincidenten gebeurden echter met illegale halfautomatische vuurwapens. Dat heb ik daarnet al gezegd. Dit gaat over de problematiek van de openbare veiligheid, wat uiteraard een zaak van de federale overheid is. De gemachtigde schietsportfederaties – ik heb begrepen dat u er ook een hebt bezocht – zijn dan ook van mening dat de illegale wapenhandel kordaat moet worden aangepakt. Zij komen daarmee immers ook in een slecht daglicht te staan. We hebben heel die discussie ter zake gezien. Zij vinden dus dat dat moet gebeuren, veeleer dan dat men de sportschutters gaat viseren, waarvan de strafrechtelijke antecedenten jaarlijks worden gecontroleerd bij de geldigverklaring van de sportschutterslicentie. Ik vind echter dat u dat mooi en goed hebt
genuanceerd.

Ik kom tot de laatste vraag. Tot nu toe zijn er voor mij geen indicaties dat het huidige decretale kader niet zou volstaan. Er zijn bij mijn weten geen misbruiken bekend van lange semiautomatische wapens door houders van een sportschutterslicentie. Dergelijke wapens kunnen overigens ook niet worden aangekocht door sportschutters zonder dat die vooraf een wapenvergunning moeten vragen. Mochten cijfers aantonen dat sportschutters meewerken aan illegale wapenhandel of het misbruik maken van de vergunde wapens, dan zal een bijsturing van het beleid worden overwogen. Verder zal ik het resultaat van het overleg met mijn federale collega afwachten om te beslissen of het Vlaamse beleid ter zake moet worden bijgestuurd. Mochten bepaalde wapentypes om redenen van nationale veiligheid worden verboden, dan zal uiteraard ook de sportbeoefening met die wapentypes zich moeten aanpassen. Het is alleszins niet mijn bedoeling om op dit ogenblik de sportbeoefening in te perken als die gebeurt met wapens die in het kader van de nationale veiligheid weliswaar vergunningsplichtig, maar niet verboden zijn.

De voorzitter: De heer Roegiers heeft het woord.

De heer Jan Roegiers: Minister, ik dank u voor uw antwoord. Dat antwoord verbaast me enigszins, in die zin dat u ervan uitgaat dat kalasjnikovs – we zullen ze maar bij naam noemen – per definitie volautomatische geweren zijn. U, of uw administratie, zou moeten weten dat die gemakkelijk om te bouwen zijn tot semiautomatische wapens, en daarvoor een vergunning kunnen krijgen. Het probleem blijft dus natuurlijk, en dus blijf ik de term ‘rambowapens’ gebruiken. Die wapens krijgen weliswaar een vergunning als semiautomatisch wapen, maar in de feiten worden ze meestal gebruikt als volautomatische wapens.

Minister, ik sta niet alleen wat dat betreft. Ik heb hier een brief die de gouverneur van Vlaams-Brabant heeft gestuurd aan minister Turtelboom. Daarin verwijst hij naar de vergadering van december van de Conferentie van Gouverneurs. Tijdens die vergadering ging het over “de vergunningsaanvragen voor zware vuurwapens met een kwalijke reputatie in het kader van het sportief en recreatief schieten”. De gouverneurs zitten daar dus mee in hun maag. Gouverneur De Witte stelt dat gouverneur Denys zich voor de weigering heeft gebaseerd op artikel 11, paragraaf 3, ten negende, van de Wapenwet, dat stelt dat het type wapen moet overeenstemmen met de reden waarvoor het wordt gevraagd. In het kader van het sportief en recreatief schieten betekent dit dat het vuurwapen waarvoor een vergunning wordt gevraagd, bruikbaar moet zijn voor het sportief en recreatief schieten. Hij vervolgt:

“Tot op vandaag ziet de Federale Wapendienst geen bewaar om voor deze types van wapens vergunning uit te reiken, met het oog op het beoefenen van het sportief en recreatief schieten, als er een attest van een schietstand wordt voorgelegd waaruit blijkt dat er met dat type wapen in de schietstand mag worden geschoten.”

Gouverneur De Witte zegt dus, net als gouverneur Denys en gouverneur Decaluwé, dat hij wordt geconfronteerd met dergelijke vergunningen. Als u stelt dat ze straffe verklaringen afleggen over iets dat geen probleem is, dan ben ik het absoluut oneens met u. Eigenlijk zeggen die gouverneurs dat ze met een probleem zitten. Ze kunnen die vergunning al dan niet toestaan, maar ze vragen – dat lees ik in elk geval in hun vraag – aan de minister van Justitie dat zij duidelijkheid zou verschaffen. Ik ben het met u eens als u stelt dat openbare orde en veiligheid een federale aangelegenheid zijn. Ze vragen echter ook expliciet aan u, als Vlaams minister van Sport, om duidelijkheid te verschaffen ter zake. Ik vraag dus die duidelijkheid van u, en u wilt die niet geven. U zegt dat niet te zullen tegenhouden, tenzij u nu heel duidelijk zegt de gouverneurs te zullen laten weten dat ze voor u die vergunningen niet meer moeten geven. Dan hebben ze ook een duidelijke verklaring, een duidelijk standpunt van u.

De voorzitter: Minister Muyters heeft het woord.

Minister Philippe Muyters: Ik begrijp het echt niet. U zegt, net zoals ik heb gezegd, dat het waarschijnlijk gaat over semiautomatische wapens die zijn afgeleid van automatische wapens. Daarvoor kan een vergunning worden gegeven. U zegt dat die daarna opnieuw automatisch worden gemaakt. Dan zijn ze niet meer legaal en kunnen ze geen vergunning krijgen. We gaan nu toch geen wetgeving maken over iets dat legaal is en illegaal wordt gemaakt. Vraagt u dat?

De heer Jan Roegiers: Dat is alleszins een probleem waarmee de gouverneurs worden geconfronteerd.

Minister Philippe Muyters: Dat is niet waar.

De heer Jan Roegiers: Jawel. De gouverneurs Denys en Decaluwé zeggen dat ze met een probleem zitten. Gouverneur De Witte heeft een brief geschreven.

Minister Philippe Muyters: Ik dacht dat ik nu aan het antwoorden was.

De voorzitter: Mijnheer Roegiers, laat de minister misschien eerst antwoorden. Dan krijgt u opnieuw volop het woord.

Minister Philippe Muyters: Mijnheer Roegiers, men kan een vergunning krijgen voor een semiautomatisch wapen, maar niet voor een volautomatisch wapen. Als de gouverneur erop wijst dat er daarna iets mee werd gedaan, dan is er iets illegaals gebeurd. Dat is hetzelfde als een illegaal wapen kopen, of een bromfiets kopen waarmee men 40 kilometer per uur mag rijden en die dan op te drijven om er 120 kilometer per uur mee te rijden. Dat zijn dingen die niet mogen. Gaan we in de toekomst dan alle bromfietsen verbieden die maar een snelheid van 40 kilometer per uur kunnen halen, maar die door een technische aanpassing kunnen worden opgedreven? Vraagt u dat? Ik ben immers niet helemaal mee.

Nogmaals, wij organiseren alleen sportschieten voor de wapens die federaal worden vergund en vergunningsmogelijkheden hebben. Ik denk dat de gouverneurs wel gelijk hebben als ze vinden dat die
semiautomatische wapens, omdat ze in bepaalde gevallen gemakkelijk om te bouwen zijn tot volautomatische wapens, niet meer zouden mogen omwille van de nationale veiligheid. Laat ze dan verbieden en dan zullen wij dan ook geen sportbeoefening meer
organiseren met die wapens, en geen sportlicenties meer geven.

Het is echter hypocriet om te stellen dan men enerzijds dat wapen wel mag hebben, maar dat er anderzijds geen sportlicentie voor mag worden verstrekt. Dat is onze logica. Dat is de weg die we volgen. Die lijkt me goed. Er is echter overleg geweest met mijn federale collega. Wij zijn vragende partij om dat voort te zetten. Wat dat betreft, ben ik het met u eens. Daar zullen we misschien tot een overeenkomst kunnen komen.

De voorzitter: De heer Roegiers heeft het woord.

De heer Jan Roegiers: Minister, mijn excuses dat ik u onderbrak. Dat mag ik inderdaad niet doen.

Ik ben blij dat we het in elk geval over een aantal zaken toch eens zijn. Het verbaast mij wel dat een N-VA-minister naar het federale niveau kijkt om dan in het gareel te lopen van wat op
dat federale niveau beslist wordt.

U zou ook het voortouw kunnen nemen, minister. U zou, als minister van Sport, kunnen beslissen dat dit soort wapens in de schietsport niet meer kunnen en dat de federale minister haar wetgeving moet aanpassen aan onze vraag om dat soort wapens te verbieden. Dat is de facto wat die Vlaamse gouverneurs ook vragen.

Minister, ik vraag u klaar en duidelijk of u bereid bent het voortouw te nemen om de halfautomatische wapens die kunnen worden omgebouwd tot volautomatische wapens te verbieden in de schietsport.

De voorzitter: Minister Muyters heeft het woord.

Minister Philippe Muyters: Ik zal met veel plezier een vraag van gouverneurs beantwoorden wanneer ik die ontvangen heb. Ik heb die vraag nog niet ontvangen. Ik heb die brieven niet, u hebt die. (Opmerkingen van de heer Jan Roegiers)

Ik heb geen vraag gekregen van de gouverneurs, maar ik ben graag bereid om, in voorbereiding van het overleg met de federale overheid, een gesprek te plannen met de gouverneurs die een probleem blijken te hebben. We kunnen dan bekijken wat nu precies hun probleem is en hoe dat op de meest efficiënte manier kan worden opgelost.

De voorzitter: De heer Roegiers heeft het woord.

De heer Jan Roegiers: Dan hebben we toch een stap vooruit gezet. Ik zal in elk geval het verslag van deze bevraging aan de gouverneurs bezorgen voor zover ze uiteraard dit soort dingen niet zelf lezen. Voor alle zekerheid zal ik het hun sturen en hun ook vragen om een brief aan u te richten.

De voorzitter: Dat hoeft zelfs niet meer, want ik zal zelf contact met hen opnemen.

De heer Jan Roegiers: Prima, ik dank u.

De voorzitter: De vraag om uitleg is afgehandeld.

Commentaar: 

Sommige ambtenaren van de wapendienst te Oost-Vlaanderen hebben het er blijkbaar moeilijk mee dat hun weigeringen om lange semi-automaten te vergunnen steeds door de minister van Justitie vernietigd worden.

Als slechte verliezers benaderen ze dan maar parlementsleden om alsnog van andere overheden bevestiging te krijgen om hun grote gelijk te krijgen. Nuttig parlements van dienst was deze keer Jan 'Rambo' Roegiers van SP.A.

Zoals de minister opmerkt, is deze vraag eigenlijk een "non-event". Er is geen probleem. Als semi-automatische wapens worden omgebouwd tot automatische wapens, dan zijn ze verboden. Ook hulpstukken om dergelijke conversie te doen zijn verboden. Dus kan de gouverneur nooit gevraagd worden om een semi-automatisch wapen te vergunnen.

Dat wist de heer Roegiers natuurlijk ook wel, maar blijkbaar liet hij zich slecht adviseren bij de redactie van zijn vraag.

Verder stelt de heer Roegiers in het Vlaamse parlement dat de gouverneurs "een probleem" hebben. Hun probleem is dat ze als gouverneur, net zoals elke andere burger, de wet moeten uitvoeren. De overheid verwacht van burgers dat ze de wet naleven.

Sommige gouverneurs zijn blijkbaar van mening dat zij boven de wet staan en dat zij er niet toe gehouden zijn om wetten die federaal gestemd zijn door een democratisch verkozen parlement uit te voeren. De betrokken gouverneurs overtreden inderdaad de wapenwet.

Dit werd reeds tientallen keren bevestigd. In de laatste versie van de gecoördineerde omzendbrief over de toepassing van de wapenwet wordt uitdrukkelijk vermeld dat lange semi automaten vergund kunnen worden voor sportief en recreatief schieten. Indien de gouverneur twijfelt aan de echtheid van de wettige reden, dan kan een tijdelijke vergunning worden toegekend voor één jaar, met bijkomende voorwaarde dat wordt aangetoond dat effectief met het wapen geschoten wordt. In tientallen individuele beslissingen nam de minister van Justitie eenzelfde standpunt in.

De minister van Justitie voert de wapenwet dus correct uit, en eist dat de gouverneurs dit ook doen door zijn standpunt duidelijk te maken in een omzendbrief. De heren Decaluwé (CD&V) en Denys (O-VLD) zijn blijkbaar van mening dat dit voor hen niet geldt, en dat zij zelf maar wetten maken.

Bij toekomstige interpellaties moet de heer Roegiers zich misschien de vraag stellen of het normaal is dat een Vlaams parlementslid de Vlaamse minister bevoegd voor sport ertoe aan te zetten aan de gouverneurs een aanleiding te geven om de federale wapenwet te overtreden.

Het is net om dergelijke persoonlijke politieke standpunten van de gouverneurs te bestrijden dat de wapenwet voorziet in een administratief beroep bij de minister van justitie.

Cruciaal blijft dergelijke interpellatie een non-event omdat ze geen enkele impact heeft op openbare veiligheid.Enkel socialisten zoals Jan Roegiers zijn van mening dat misdadigers eerst een vergunning zullen aanvragen voor hun Kalashnikov, en dat door dergelijke vergunningen te weigeren de gouverneur een bijdrage kan leveren tot het verhogen van de openbare veiligheid. Algemeen heeft de wapenwet nog nooit de openbare veiligheid verhoogt. Na de nieuwe wapenwet is het aantal misdrijven met wapens met meer dan 30% gestegen en is ook het aantal zelfdodingen aanzienlijk gestegen. Het is dus onzin om te beweren, zoals de heer Roegiers doet, dat een wijziging aan de wapenwet of de toepassing ervan de openbare veiligheid verhoogt. De heer Roegiers weet dit, en daarom gebruikt hij populistische termen zoals "rambowapens" om toch een bepaald beeld te scheppen en de bevolking te misleiden.

Dat het niet meer vergunnen van semi-automaten de openbare veiligheid zal verhogen is natuurlijk een illusie die getuigt van gebrek aan werkelijkheidszin en kennis van de materie. In werkelijkheid vragne slechts enkele honderden wapenbezitters een vergunning voor een semi-automatisch wapen aan. Zij moeten aan alle vergunningsvoorwaarden voldoen en maken het voorwerp uit van een moraliteitsonderzoek. Er wordt gecontroleerd of zij wel degelijk met het wapen aan sportief en recreatief schieten doen. Zodra een voorwaarde niet vervuld is, wordt de vergunning ingetrokken. Dit systeem biedt genoeg waarborgen. De heer Roegiers is natuurlijk bewust onvolledig in zijn vraagstelling omdat ze ander elke relevantie verliest.

In elk geval is er in deze materie niets gewijzigd. Schutters die in Oost- of West-Vlaanderen een wapenvergunning aanvragen voor een lange semi-automaat kunnen dat nog steeds. Ze kunnen het beste de aanvraag aangetekend indienen en een kopie nemen van hun dossier. Na 4 maanden en enkele dagen kunnen ze dan hun aanvraag indienen bij de Federale wapendienst in beroep.