Dragen van een wapen tijdens de jacht

Een jager in het bezit van een geldig jachtverlof kan, zonder over een afzonderlijke wapendrachtvergunning te beschikken, wapens dragen tijdens het beoefenen van de jacht. Enkel tijdens de jacht zelf mogen de wapens gedragen worden, d.w.z. op het jachtterrein en langs de jachtterreinen om zich te verplaatsen tijdens het beoefenen van de jacht.

Zo is er sprake van wapendracht als men zicht tijdens het beoefenen van de jacht verplaatst tussen nabijgelegen jachtterreinen. Er kan ook sprake zijn van wapendracht als deze korte verplaatsingen gebeuren met een motorvoertuig.

Indien tijdens de verplaatsingen het jachtgebied verlaten wordt, is er wel sprake van vervoer. De regels over vervoer (zie menu links) moeten dan worden opgevolgd.

Eveneens dient rekening gehouden met de eventuele reactie van derden indien zij geconfronteerd worden met de wapens in het voertuig. Tijdens het beoefenen van de jacht is het te verklaren dat men deze wapens heeft en deze kan gebruiken. Bij een verplaatsing op wegen waar ook veel derden zijn, is dit minder voor de hand liggend. Doorgaans zullen deze verplaatsingen gemaakt worden buiten het kader van de jacht. De regels over vervoer (koffer, trekkerslot) moeten dan worden nageleefd.