Verval jachtverlof

Als het jachtverlof van de jager vervalt, bijvoorbeeld omdat voor dit jaar geen valideringsvignet werd aangebracht, mag de jager zijn wapens via zijn jachtverlof nog voorhanden houden gedurende een periode van drie jaar. Hij mag echter geen munitie voor de wapens meer bezitten als hij geen geldig jachtverlof heeft , tenzij de jager b.v. ook nog sportschutter zou zijn en de wapens voor het sportschieten kan gebruiken, of nog houder is van een vergunning tot het voorhanden hebben van het wapen. De aangepaste wet voorziet in een termijn van één maand om desgevallend de munitie die men nog bezit over te dragen aan een persoon die deze wel voorhanden mag hebben.

De wet bepaalt dat, na 3 jaar het wapen “vergunningsplichtig” wordt. Nochtans zijn en blijven alle vuurwapens vergunningsplichtig, ook als ze onder het uitzonderingsregime voor jagers worden voorhanden gehouden. Allicht bedoelt de wetgever dat voor deze wapens dan een vergunning moet gevraagd worden, vermits de wapens niet meer onder het uitzonderingsregime voor jagers kan worden in bezit gehouden.

Uiterlijk bij het verstrijken van de periode van 3 jaar moet dus voor het wapen een vergunning worden aangevraagd bij de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de jager.

De gewezen jager heeft twee mogelijkheden:

• Ofwel wenst hij een vergunning aan te vragen voor het wapen, met behoud van de munitie. In dit geval zal hij een wettige reden voor zijn wapenbezit moeten aantonen. De wet bepaalt dan dat de vergunning moet worden aangevraagd binnen de drie maanden na het verstrijken van de periode van drie jaar tijdens dewelke het wapen nog zonder munitie mag worden gehouden .

• Ofwel wenst hij een vergunning aan te vragen met uitzondering van munitie, onder de regeling van het “passief wapenbezit” (zie hoger, deel I, hoofdstuk 5, paragraaf 3.2). In dit geval dient de aanvraag aan de gouverneur te worden bericht binnen de twee maanden na het aflopen van de periode van drie jaar tijdens dewelke het wapen nog zonder munitie mag worden gehouden .

Als aan alle voorwaarden is voldaan (zie deel I, hoofdstuk 5), wordt een vergunning uitgereikt.

Tijdens het onderzoek van de vergunningsaanvraag mag het wapen verder voorhanden worden gehouden, tenzij het voorhanden houden van het wapen de openbare orde kan verstoren. De gouverneur of de minister kunnen dan beslissen dat het wapen toch niet meer voorhanden mag worden gehouden.

Hetzelfde geldt als het jachtverlof ingetrokken wordt door de arrondissementscommissaris. In dit geval mag de jager nog slechts 3 jaar zijn wapen behouden, tenzij de gouverneur ook onmiddellijk het recht om een vuurwapen voorhanden te hebben zou intrekken. De jager kan dan, na deze overgangstermijn van 3 jaar, een vergunning aanvragen voor het wapen.

In de praktijk zal echter in geval van intrekking van het jachtverlof door de arrondissementscommissaris ook het recht om een wapen voorhanden te hebben worden ingetrokken. In dit geval kunnen de wapens uiteraard niet worden behouden.