Erkenning voor verzamelaars

Principe
Wie meer dan vijf vergunningsplichtige wapens wenst te verzamelen, kan een erkenning als verzamelaar aanvragen bij de gouverneur van zijn woonplaats. De verzamelaar dient dan niet meer voor elk bijkomend wapen een bijkomende vergunning aan te vragen .

De erkenning als privé-verzamelaar is in principe enkel nodig voor het aanleggen van een verzameling vergunningsplichtige vuurwapens. Ook sommige verboden vuurwapens (b.v. automatische vuurwapens) kunnen deel uitmaken van een verzameling . Een verzameling van vrij verkrijgbare wapens (zoals b.v. vrij verkrijgbare wapens met een historische, decoratieve of folkloristische waarde), of van andere wapens dan vuurwapens (b.v. niet-vuurwapens of blanke wapens) hoeft in principe niet erkend te worden.

Na de aanpassing van de wapenwet (wet van 25 juli 2008) is het ook mogelijk om een erkenning te vragen om sommige verboden niet-vuurwapens (zoals vlindermessen, werpmessen, knotsen, …) te verzamelen . De erkenning wordt behandeld volgens dezelfde procedure en volgens dezelfde criteria als een erkenning voor de verzameling van vuurwapens. Uiteraard is niet vereist dat de kandidaat-verzamelaar bij de aanvraag van zijn erkenning aantoont reeds vijf verboden blanke wapens in zijn bezit te hebben. Artikel 27, §4 van de wapenwet verwijst immers enkel naar artikel 6 voor wat de procedure betreft .

Voorwaarden.
Om erkend verzamelaar te worden, mag men niet veroordeeld zijn wegens een misdrijf dat wapenbezit uitsluit.

Eveneens is vereist minstens 5 vergunningsplichtige wapens in bezit te hebben. Deze wapens moeten al passen binnen het gekozen thema.

De verzamelaar kan dus zijn eerste vijf vergunningsplichtige wapens enkel verwerven via het aanvragen van vergunningen bij de gouverneur. Deze vergunningen kunnen dan worden aangevraagd onder de wettige reden “de intentie om een verzameling historische wapens uit te bouwen” . Deze reden kan bewezen worden door het lidmaatschap van een vereniging van verzamelaars, het voorhanden hebben van andere wapens die tot hetzelfde thema behoren (dus er moet eigenlijk al aangekocht worden in de richting van het thema), eerdere vergunningsaanvragen, etc…

Thema en beperkingen
In de wet wordt aan de uitvoerende macht de bevoegdheid gegeven om “inhoudelijke voorwaarden” waaraan de verzameling moet voldoen vast te leggen. Indien in de verzameling wapens voorkomen die na 1945 gefabriceerd zijn, kan de uitvoerende macht ook bijzondere technische voorwaarden opleggen.

Ondertussen werden de inhoudelijke criteria vastgelegd in een uitvoeringsbesluit . Een verzamelaar moet vooreerst bewijzen reeds vijf behoorlijk vergunde vuurwapens voorhanden te hebben. Dit is geen nieuwe voorwaarde, ze was al opgenomen in de wapenwet. Het eerste uitvoeringsbesluit bepaalt dat de vijf vergunde wapens bij het toekennen van de erkenning dienen te worden ingeschreven in het register van de verzamelaar. De vergunningen mogen worden teruggestuurd.

Daarnaast moet de verzamelaar een thema opgeven. Dit thema moet “de uitbreiding van het musea of de verzameling rechtvaardigen en tevens beperken”. Allicht is het de bedoeling om een thema op te geven waarbij aangeduid wordt welke het verband moet zijn tussen de verzamelde wapens. We kunnen hierbij denken aan een verzameling van wapens gefabriceerd of gepatenteerd in een bepaalde periode, aan wapens die gebruikt werden door een bepaald leger, tijdens een bepaalde historische periode, tijdens een bepaald conflict, etc… Tevens kan een thema worden gekozen in functie van de manier waarop de wapens vervaardigd zijn of van een technische ontwikkeling in de bewapening. Ook het aanleggen van een verzameling die de ontstaansgeschiedenis van een modern wapen illustreert kan een mogelijk thema zijn. Het thema mag echter niet te ruim zijn, het moet steeds mogelijk zijn om de grens van de verzameling af te bakenen aan de hand van het opgegeven thema. Het thema dient te worden gekozen bij de aanvraag van de erkenning. Het is dus zaak een thema te kiezen dat alles omvat wat men wil verzamelen in de toekomst. Het is ook mogelijk om een nieuwe erkenning te vragen waarbij het thema wordt uitgebreid. Omgekeerd kan de gouverneur, in het kader van de aanvraag van de erkenning, het thema beperken indien het “te ruim” of “onverantwoord” lijkt. Deze mogelijkheid bestaat niet bij de hernieuwing van een bestaande erkenning die al een thema vermeldt. Bij de hernieuwing speelt immers een specifieke overgangsbepaling (zie verder).

In de overgangsregeling is voorzien dat verzamelaars die een erkenning bezitten waarop nog geen thema vermeld is, een thema moeten kiezen uiterlijk op 8 januari 2008. Ze kunnen hun bestaande verzameling behouden, maar kunnen enkel nog wapens bijkomend verwerven die passen in het thema.

Een verzamelaar mag niet schieten met de verzamelde wapens, tenzij voor hun noodzakelijke onderhoud en testen.

Verder legt het nieuwe besluit een zeer verregaande beperking op voor verzamelaars van wapens die na 1945 gefabriceerd werden. Er mag immers slechts één exemplaar van een na 1945 gefabriceerd wapen met hetzelfde model, kaliber en benaming worden verzameld. Daarbij stelt zich de vraag naar de notie “model”. Dit is bijzonder relevant, voor wie b.v. als thema de ontstaansgeschiedenis van “the Black rifle” zou hebben. Dergelijke verzamelaar heeft per definitie meerdere wapens in een zelfde kaliber, met dezelfde benaming (“M16”) en zelfde model (dat is nu net het thema). Er kan worden aangenomen dat een wapen dat een specifieke ontwikkelingsfase in de ontstaansgeschiedenis vertegenwoordigt als een wapen van een ander model kan worden aangemerkt. Dit zou nog verduidelijkt kunnen worden in een circulaire. Ook hier geldt als overgangsregel dat men de bestaande verzameling mag behouden, en dat de beperking van het aantal te verzamelen wapens enkel speelt voor bijkomende verwervingen.

De gouverneur kan ook steeds het aantal wapens dat mag worden verzameld beperken in functie van de veiligheidsregels die in acht worden genomen voor de opslag van de wapens.

Er mogen tevens slechts 10 patronen voorhanden worden gehouden voor wapens gefabriceerd na 1945, tenzij de erkenning ook geldig is voor het verzamelen van munitie. Het is dus aan te bevelen steeds het verzamelen van munitie op te nemen in de erkenningsaanvraag.