Corr. Hasselt 15 maart 2013 - bezit HFD wapens - twijfel indeling wapenwet - afwezigheid opzet - vrijspraak

Informatie
Rechtscollege: 
Corr. Hasselt
Datum: 
vrijdag, maart 15, 2013

[...]

Verdacht van:

Te Y, tussen 17 februari 2011 en 7 juni 2011

Bij inbreuk op de artikelen 1, 2, 3, 11,§1, 23, 24, 25, 26, 29, 46, 47, 48, 49 van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, als particulier een vergunningsplichtig vuurwapen, namelijk:

een lang vuurwapen F.N., repeteer-grendelsysteem, kal. 30-06, met serienummer [...] een lang vuurwapen Mosin Nagant, repeteer-grendelsysteem, kal. 7,62 x 54R, met serienummer [...] of de daarbij horende munitie voorhanden te hebben gehad zonder een voorafgaande vergunning verleend door de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van verzoeker

Gelet op de stukken van het rechtsgeding.

Gehoord in openbare zitting:

- het openbaar ministerie in de vordering;
- beklaagde, bijgestaan door Mr. F Judo, advocaat te 1000 Brussel, Keiserslaan 3

BESPREKING TENLASTELEGGING

Beklaagde wordt vervolgd wegens een inbreuk op de wapenwetgeving, namelijk als particulier vergunningsplichtige vuurwapens of de daarbij horende munitie voorhanden te hebben gehad zonder een voorafgaande vergunning.

Blijkens de gegevens van het strafdossier werden de vergunningen van beklaagde om vuurwapens voorhanden te hebben ingebrokken bij besluit van de provinciegouverneur van Limburg van 17 februari 2011.

Ingevolge ditzelfde besluit diende beklaagde zijn wapens over te dragen of in bewaring te geven aan een erkende wapenhandelaar of een persoon die houder is van een vergunning tot het voorhanden hebben van vuurwapens.

Beklaagde deelde op 11 maart 2011 schriftelijk mede aan het provinciebestuur dat hij 16 wapens had overgedragen.

Volgens de "Cel Wapens" van de provincie Limburg kon voor 7 van de 16 wapens niet worden vastgesteld of het al dan niet om vrij verkrijgbare wapens ging.

Na verder onderzoek door de proefbank voor vuurwapens te Luik werden twee wapens geacht geen vrij verkrijgbare wapens te zijn, doch de resterende vijf wapens werden wel gecatalogiseerd als vrij verkrijgbaar en hierdoor werden dan ook de nodige attesten afgeleverd.

Beklaagde stelt zich te hebben vergist in de catalogisering van de vuurwapens. deze verklaring is niet van elke geloofwaardigheid ontbloot gelet op het feit dat ook de "Cel Wapens" van de provincie Limburg - waarvan men terzake toch een zekere expertise mag verwachten - zich ook vergiste in de catalogisering van de wapens, met name waren volgens de "Cel Wapens" zeven wapens niet vrij verkrijgbaar in de handel, terwijl dit er uiteindelijk slechts twee bleken te zijn.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat het niet boven elke twijfel vaststaat dat de beklaagde opzettelijk de wapenwetgeving heeft willen overtreden gelet op de onduidelijkheid en onwetendheid die er terzake zelfs bij experts blijkt te bestaan.

Beklaagde wordt derhalve vrijgesproken van de tenlastelegging.

Gelet op de artikelen:

Wetboek van strafvordering art. 185, 190, 191, 194, 197
Wet 15.06.1935 art. 2, 14, 31, 32, 33 ,34 35, 36, 37, 41
En de artikelen aangehaald in dit vonnis

OM DEZE REDENEN

De rechtbank recht doende op tegenspraak

Verklaart beklaagde niet schuldig aan de tenlastelegging en spreekt hem hiervan vrij.

Laat de kosten van de publieke vordering ten laste van de Belgische Staat.

Dit vonnis is gewezen door de 18A kamer van de correctionele rechtbank van het arrondissement Hasselt