Gent 13 mei 2016 - bommen en granaten - vouwgeweer kaliber 12 - verboden wapens - opslag springstoffen

Informatie
Rechtscollege: 
Gent
Datum: 
vrijdag, mei 13, 2016
Samenvatting

opslag van granaten en bommen valt onder het toepassingsgebied van de springstoffenwet.

Bommen en granaten zijn verboden wapens in de zin van art. 3, §1, 3° WW

Een vouwgeweer in kaliber 12 is een verboden wapen (art. 3, §1, 11° WW)

Bron: http://jure.juridat.just.fgov.be/view_decision.html?justel=N-20160513-15...

...

In de zaak van het OPENBAAR MINISTERIE

tegen

Q G
verdacht van:
te Langemark-Poelkapelle op 22 februari 2014:

A. Bij inbreuk op de artikelen 1, 5, 8 en 9 van de wet van 28 mei 1956 betreffende ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en de daarmede geladen tuigen, zonder vergunning daartoe, ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en de daarmede geladen tuigen te hebben gefabriceerd, opgeslagen, te koop te hebben aangeboden, te hebben verkocht of afgestaan, te hebben vervoerd, te hebben gebruikt of onder zich te hebben gehad of te hebben gedragen, met name:

- 31 mortiergranaten 3-inch Stokes Mortar Bomb
- 1 mortiergranaat 4-inch Stokes Mortar Bomb
- 57 artilleriegranaten 13 Pounder
- 2454 artilleriegranaten 18 Pounder
- 8 artilleriegranaten 18 Pounder -vol
- 13 artilleriegranaten 4 inch 5 -vol
- 41 artilleriegranaten 4 inch 5
- 8 artilleriegranaten 60 pounder - vol
- 1 artilleriegranaat 5 inch
- 228 artilleriegranaten 60 Pounder
- 5 artilleriegranaten 6 inch - vol
- 21 artilleriegranaten 6 inch
- 3 artilleriegranaten 9 inch 2
- 2750 artillerieontstekers
- 75 hand- en geweergranaten
- 2 mortiergranaten 1,57 inch en 2inch Trench Mortar Vickers
- 1 artilleriegranaat 2 Pounder
- 2 artilleriegranaten 40 mm (DEU)
- 1 artilleriegranaat 40 mm (USA)
- 2 artilleriegranaten 3,7 cm (DEU)
- 2 artilleriegranaten 37 mm (FRAU)
- 6 mortiergranaten Wurf Granate 16 (taube)
- 5 mortiergranaten Lanz
- 1 artilleriegranaat 6 cm
- 415 artilleriegranaten 7,7 cm
- 5 artilleriegranaten 7,7 cm - vol
- 1 artilleriegranaat 7,5 cm
- 3 artilleriegranaten 10,5 cm
- 2 artilleriegranaten 10 cm
- 7 mortiergranaten LWM
- 1 artilleriegranaat 8,8 cm
- 30 artilleriegranaten 9 cm
- 76 artilleriegranaten 10 cm - 10,5 cm
- 6 artilleriegranaten 12 cm
- 2 artilleriegranaten 15 cm
- 5 artilleriegranaten 15 cm - vol
- 2 artilleriegranaten 21 cm
- 10 artilleriegranaten 75 mm - vol
- 1 artilleriegranaat 75 mm (BEL)
- 337 artilleriegranaten 75 mm (FRAU)
- 1 artilleriegranaat 90 mm
- 4 artilleriegranaten 105 mm
- 2 artilleriegranaten 155 mm
- 1 artilleriegranaat 220 mm
- 2 artilleriegranaten 12 cm
- 2 artilleriegranaten 105 mm (USA)
- 1 artilleriegranaat 100 mm (TSJ)
- 5 artilleriegranaten 10 cm (RUS)
- 1 pistool P08 LUGER met patronen
- 400 kg. kleinkalibermunitie
- 96 hulzen en voortstuwend kruit;

B. Bij inbreuk op de artikelen 3,§ 3, 11, 22, 23 en 26 van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, zonder een voorafgaande vergunning, verleend door de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de verzoeker, een vergunningsplichtig vuurwapen of de daarbij horende munitie voorhanden gehad te hebben,
namelijk:
B.1. wapens:
- een vuurwapen juxtaposé, Royal, nr. 41513, kaliber 12
- een vuurwapen juxtaposé, Gorosabel, nr. 35521, kaliber 12
- een vuurwapen juxtaposé, Williamson D., nr. 109653, kaliber 12
- een vuurwapen juxtaposé, Baikal IJ58, nr. C18518, kaliber 12
- een vuurwapen juxtaposé, van een onbekend merk, nr. 129673, kaliber 16
- een vuurwapen juxtaposé, van een onbekend mek, nr. 3312, kaliber 15
- een vuurwapen juxtaposé, Pieper Bayard, nr. 13815, kaliber 16
- een vuurwapen juxtaposé, van een onbekend merk, nr. 446, kaliber 16
- een vuurwapen juxtaposé, Richards W., nr. 10909, kaliber 12
- een vuurwapen juxtaposé, van een onbekend merk, nr. 6742, kaliber 12
- een vuurwapen juxtaposé, Midland, nr. 82928, kaliber 12
- een vuurwapen juxtaposé, Bayard, nr. 13100, kailber 16
- een vuurwapen juxtaposé, van een onbekend merk, nr. D38, kaliber 16
- een vuurwapen juxtaposé, van een onbekend merk, nr. 1720, kaliber 16
- een vuurwapen juxtaposé multikaliber, van een onbekend merk, nr. 14962, kaliber 16 + onbekend
- een vuurwapen drieling, Burgo-burgmuller, nr. 4649, kaliber 16 + 8,7mm
- een vuurwapen juxtaposé, van een onbekend merk, nr. 386, kaliber 16
- een vuurwapen juxtaposé, van een onbekend merk, nr. 2533, kaliber 16
- een vuurwapen juxtaposé, Darné, nr. 3H244, kaliber 12
- een vuurwapen juxtaposé Pieper, nr. 349, kaliber 16
- een vuurwapen enkelschot, Manuarm, nr. C76354, kaliber 9mm Flobert
- een vuurwapen enkelschot-grendel, Norica, nr. 138684, kaliber .410
- een vuurwapen enkelschot-tuimelaar, Remington Mod 812, nr. C72834, kaliber 20
- een vuurwapen enkelschot-tuimelaar, Birmingham Small Arms, nr. YD12469, kaliber 12
- een vuurwapen enkelschot-grendel, van een onbekend merk, nr. 3291, kaliber .22LR
- een vuurwapen enkelschot-grendel, van een onbekend merk, onbekend nr., kaliber .22LR
- een vuurwapen enkelschot-grendel, samengesteld wapen, nr. 7032, kaliber .22LR
- een vuurwapen enkelschot-grendel, van een onbekend merk, nr. 2184, kaliber 9mm Flobert
- een vuurwapen Warnant, Mahylon, onbekend nr., kaliber .410
- een vuurwapen enkelschot-grendel, van een onbekend merk, onbekend nr., kaliber 9mm Flobert
- een vuurwapen enkelschot-grendel, van een onbekend merk, nr. 49181, kaliber 9mm Flobert
- een vuurwapen Warnant, Merckx, onbekend nr. kaliber 9mm Flobert
- een vuurwapen enkelschot-grendel, van een onbekend merk, nr. 99538, kaliber 9mm Flobert
- een vuurwapen enkelschot-tuimelaar, van een onbekend merk, nr. 67776, kaliber 16
- een vuurwapen enkelschot-grendel, Gras, nr. 74194, kaliber 20
- een vuurwapen enkelschot-grendel, Gras, nr. 1147, kaliber 12
- een vuurwapen enkelschot-grendel, Gras, nr. 2309, kaliber 12
- een vuurwapen enkelschot-grendel, Gras, nr. 1751, kaliber 16
- een vuurwapen enkelschot-grendel, Gras, nr. 69803, kaliber 16
- een vuursteenpistool, van een onbekend merk, nr. 14279, kaliber .58 zwart kruit
- een percussiepistool, Arizmondi, nr. 8662, kaliber .50
- een percussierevolver, Armi San Marco, nr. 38846, kaliber .44 zwart kruit
- een seinpistool, Webley MKIII, nr. 49725, kaliber 4
- een seinpistool, Chobert, nr. 10418, kaliber 4

B.2. : een grote hoeveelheid munitie, bestaande uit munitie voor gladloopwapens, munitie voor handvuurwapens en munitie voor wapens met getrokken loop;

C. Bij inbreuk op de artikelen 3,§ 1, 8, 22, 23 en 26 van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteit met wapens, een verboden wapen vervaardigd, hersteld, te koop gesteld, verkocht, overgedragen of vervoerd, opgeslagen, voorhanden gehad of gedragen te hebben, met name :

C.1. : een vouwgeweer enkelschot, van een onbekend merk, onbekend nr., kaliber 12;

C.2. : alle granaten en munitie, opgenomen onder de tenlastelegging A;

D. Opzettelijk of door gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid, in strijd met artikel 3 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder de jacht kan worden uitgeoefend, verboden veerklemmen voor het uitoefenen van elke vorm van jacht of van bestrijding te hebben gebruikt, in bezit te hebben gehad of te hebben verhandeld,
thans opgeheven en vervangen door artikel 11 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder de jacht kan worden uitgeoefend,
feiten strafbaar gesteld door artikel 16.6.1§1 van het Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid,
met name door 8 veerklemmen en 4 grote wolfsklemmen in zijn bezit te hebben gehad.

(...)

3.
Op grond van de gegevens van het strafdossier en de behandeling voor het hof zijn de feiten, voorwerp van de telastleggingen A, B.1, B.2, C.1, C.2 en D, en de schuld van de beklaagde Q G aan die feiten bewezen gebleven.

Wat de telastlegging A betreft, merkt het hof vooraf op dat de beklaagde Q G en zijn raadsman ter terechtzitting niet hebben betwist dat er voor de enorme hoeveelheden oorlogsmunitie, met name de duizenden granaten uit de eerste wereldoorlog, die op de hoeve van de beklaagde te Langemark werden aangetroffen, nooit enige vergunning werd aangevraagd - laat staan verkregen. Een dergelijke vergunning wordt nochtans voorgeschreven door de artikelen 1, 2, 200, 296 en 300 van het Koninklijk besluit van 23 september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen. Die laatste bepalingen dienen te worden toegevoegd aan de telastlegging A, zodat de aanhef van de telastlegging A, met behoud van de (onder 51 punten) erin opgesomde granaten, ontstekers, munitie en kruit, als volgt wordt gespecificeerd :

"Bij inbreuk op de artikelen 1, 5, 8 en 9 van de wet van 28 mei 1956 betreffende ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en de daarmede geladen tuigen, alsook op de artikelen 1, 2, 200, 296 en 300 van het Koninklijk besluit van 23 september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen, zonder vergunning daartoe, ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en de daarmede geladen tuigen te hebben gefabriceerd, opgeslagen, te koop te hebben aangeboden, te hebben verkocht of afgestaan, te hebben vervoerd, te hebben gebruikt of onder zich te hebben gehad of te hebben gedragen, met name: [volgt de voormelde opsomming]".

Deze specificatie van de telastlegging A laat de in die telastlegging bedoelde feiten onverlet en voegt daar geen andere feiten aan toe.

De beklaagde was in de gelegenheid zich ter terechtzitting van het hof te verweren met betrekking tot deze specificering van de telastlegging, doch heeft zoals hoger opgemerkt uitdrukkelijk te kennen gegeven niet te betwisten dat hij niet over enige vergunning beschikte.

Telkens hierna naar de telastlegging A wordt verwezen, betreft het de aldus gespecificeerde telastlegging.

Het bewijs van de telastlegging A blijkt met name uit de omstandigheid dat de in die telastlegging opgesomde granaten, ontstekers, munitie en kruit naar aanleiding van de huiszoeking bij de beklaagde Q G werden aangetroffen - de beklaagde betwist overigens niet dat hij al deze zaken onder zich heeft gehad - alsook uit de overtuigende bevindingen van het technisch verslag TR 2014/18 van de Dienst voor Opruiming en Vernietiging van Ontploffingstuigen (hierna : "DOVO") van Defensie (stukken 73-115 van het strafdossier).

Het ter terechtzitting ontwikkelde verweer van de beklaagde dat de telastlegging A slechts bewezen kan worden verklaard in zoverre ze betrekking heeft op "volle obussen", kan niet worden gevolgd. Het is immers duidelijk dat wel degelijk alle voorwerpen die in de telastlegging A onder 51 punten - hierna in navolging van het voormelde DOVO-verslag ook "items" genoemd - worden opgesomd, betrekking hebben op ontplofbare en/of voor de deflagratie vatbare stoffen en/of mengsels en de daarmee geladen tuigen.

Ten onrechte gaat de beklaagde Q G er in dit verband van uit dat van de 51 items die in de telastlegging A worden opgesomd, slechts de granaten ("obussen") met de vermelding "vol" nog actieve delen springstof zouden bevatten. Immers blijken ook alle overige items betrekking te hebben op tuigen die ontplofbare stoffen bevatten (aldus bv. de 75 hand- en geweergranaten, voorwerp van item 15, die nog geladen bleken te zijn, stuk 88 van het strafdossier; de artilleriegranaat 2 Pounder, voorwerp van item 17, die 71 gram zwart kruit bleek te bevatten, stukken 89-90 van het strafdossier; de 2 artilleriegranaten 40 mm, voorwerp van item 18, die 45 gram TNT bleken te bevatten, stuk 90 van het strafdossier; de 2 artilleriegranaten 155 mm, voorwerp van item 43, die behalve springstof ook aanwijzingen van een toxische lading, nl. het gifgas fosgeen, bleken te bevatten, stuk 106 van het strafdossier; enz.).

De omstandigheid dat in het voormelde technisch verslag met betrekking tot sommige items sprake is dat hierin "mogelijk" nog ontplofbaar kruit aanwezig is, doet aan het bovenstaande geen afbreuk. Het is immers duidelijk dat de desbetreffende items (zie inzonderheid de items 2, 3, 4, 7, 10, 12, 14, 25, 31, 32, 33, 34, 35, 40, 41, 42 en 48, zoals beschreven in het technisch verslag van DOVO) telkens betrekking hebben op niet-ontplofte, vuile en verroeste granaten, die nooit op een professionele manier werden ontmanteld, zodat het wel degelijk aannemelijk is - en het hof dienvolgens van oordeel is - dat zich hierin minstens nog resten van de stuwlading of de uitwerplading bevinden. Dit wordt overigens ook bevestigd door DOVO, die alle items aanmerkte als "explosief" (stukken 113-114 van het strafdossier, alsook de bevindingen in randnrs. 5.3 en 5.4 in stuk 114 van het strafdossier).

Terloops wijst het hof er nog op dat de gereinigde en opgepoetste lege hulzen die bij de huiszoeking werden aangetroffen (zie bv. de foto in stuk 35 van het strafdossier) niet het voorwerp uitmaken van de thans voorliggende strafprocedure en ook niet worden vermeld op de overtuigingsstaten van de in het onderhavige dossier in beslag genomen voorwerpen.

Het is aldus bewezen dat de in de telastlegging A opgesomde items alle moeten worden beschouwd als ontplofbare en/of voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en daarmee geladen tuigen die de beklaagde Q G in strijd met de wet van 28 mei 1956, namelijk zonder vergunning, onder zich heeft gehouden, zodat de telastlegging A bewezen is. Daar de desbetreffende items alle betrekking hebben op wapens en munitie (inzonderheid granaten) die uitsluitend voor militair gebruik zijn ontworpen, dienen ze tevens te worden beschouwd als verboden wapens in de zin van de Wapenwet (zie art. 3,§1-3° van de Wapenwet van 8 juni 2006), zodat ook de telastlegging C.2 bewezen is.

Er is dan ook niet de minste reden om, zoals door de beklaagde gesuggereerd (zie dienaangaande ook de voor de eerste rechter op de terechtzitting van 22 juni 2015 geformuleerde vraag), een deskundige aan te stellen teneinde uit te maken welke zaken al dan niet gevaarlijk zijn, daar het in het licht van de voormelde gegevens hoe dan ook vaststaat dat de in de telastlegging A opgesomde items alle moeten worden beschouwd als ontplofbare en/of voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en daarmee geladen tuigen.

Zo ook is het bewezen dat de grote hoeveelheid geweren, pistolen en revolvers die naar aanleiding van de huiszoeking bij de beklaagde Q G werden aangetroffen, met name de 44 wapens die nader worden opgesomd in de telastlegging B (zijnde de wapens 1 tot en met 39 en 41 tot en met 45, zoals nader omschreven in het navolgend proces-verbaal 020392/14, zie de stukken 118-131 van het strafdossier), moeten worden beschouwd als vergunningsplichtige vuurwapens in de zin van de Wapenwet, ook al betreft het hier wapens uit de eerste wereldoorlog die zich vaak in een slechte staat bevonden. Daar het voorts vaststaat dat de beklaagde hieromtrent niet over enige vergunning beschikte, is derhalve ook de telastlegging B.1 bewezen.

Hetzelfde geldt voor de aangetroffen en in beslag genomen vergunningsplichtige munitie (voorwerp van OS 0299/2015), die de beklaagde, bij gebrek aan vergunning, evenmin voorhanden mocht hebben (zie art. 22,§1, derde lid, Wapenwet), zodat ook de telastlegging B.2 bewezen is.

Het in de telastlegging C.1 bedoelde vouwgeweer, beschreven als een "vouwgeweer enkelschot" met bijkomende aanduiding "kaliber 12" (zie de beschrijving van "wapen 40" in stuk 129 van het strafdossier), blijkt wel degelijk betrekking te hebben op een vouwgeweer boven het kaliber 20 (zie de specificatie in stuk 270 van het strafdossier, waaruit blijkt dat het kaliber van het wapen wel degelijk groter is dan het kaliber 20), zodat het bewezen is dat de beklaagde Q G een verboden wapen voorhanden had (art. 3,§1-11° en art. 8 Wapenwet; zie voorts de omzendbrief van 25 oktober 2011 over de toepassing van de wapenwetgeving, BS 2 december 2011 (71364 e.v.), p. 71382, punt 11°). Derhalve is ook de telastlegging C.2 bewezen.

Gelet op de bij de beklaagde Q G aangetroffen wolfsklemmen en andere veerklemmen (kaft II van het strafdossier), staat het vast dat de beklaagde in het bezit was van dergelijke veerklemmen, wat verboden is. Dienvolgens is ook de telastlegging D bewezen.

4.
4.1 De misdrijven die het voorwerp vormen van de bewezen verklaarde telastleggingen A, B.1, B.2, C.1, C.2 en D zijn in hoofde van de beklaagde Q G de opeenvolgende en voortgezette uitvoering van eenzelfde misdadig opzet, zodat er slechts één straf moet worden uitgesproken, nl. de zwaarste (art. 65, eerste lid, Sw.).

De beklaagde Q G liep in het verleden nog geen correctionele veroordelingen op doch werd wel al meerdere keren door de politierechtbank veroordeeld wegens sturen onder invloed van alcoholintoxicatie en een enkele maal zelfs wegens het sturen in staat van dronkenschap. Mede gelet op de overige gegevens in het strafdossier, is het duidelijk dat de beklaagde Q G met een ernstige alcoholproblematiek kampt.

Ter terechtzitting verzocht de beklaagde om hem de gunst van de opschorting van de uitspraak van de veroordeling te verlenen, waaromtrent het openbaar ministerie een positief advies verleende.

Het hof gaat evenwel niet in op het verzoek van de beklaagde Q G om hem de gunst van de opschorting van de uitspraak van de veroordeling toe te kennen, daar een dergelijke gunst naar het oordeel van het hof een onvoldoende krachtig signaal zou inhouden voor deze beklaagde, die hierdoor niet of minstens volstrekt onvoldoende de ernst van de door hem gepleegde feiten zou beseffen, en ook niet voldoende het besef zou worden bijgebracht van het gevaar dat hij heeft veroorzaakt door duizenden stuks oorlogsmunitie en oorlogswapens te verzamelen en op een wanordelijke wijze op zijn erf te stapelen.

De hierna bepaalde geldboete en de eraan gekoppelde vervangende gevangenisstraf zijn naar het oordeel van het hof volstrekt noodzakelijk om de beklaagde Q G het besef bij te brengen van de ernst van de door hem gepleegde feiten, alsook om hem ertoe aan te zetten zich voortaan normconform te gedragen.

De bewezen verklaarde misdrijven werden gepleegd op 22 februari 2014, dit is na 31 december 2011, zodat de geldboete, uitgedrukt in euro, met 50 opdeciemen moet worden verhoogd.

4.2 De stoffen, mengsels en tuigen, voorwerp van de telastlegging A, dienen verplicht verbeurd te worden verklaard, daar niet vaststaat of zij inmiddels reeds effectief werden vernietigd (art. 8 wet van 28 mei 1956 betreffende ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en de daarmede geladen tuigen).

Voorts dienen ook de in beslag genomen en ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, neergelegde zaken, eigendom van de beklaagde en voorwerp van de staat met nummer 0298/2015 (zijnde de wapens, voorwerp van de telastleggingen B.1 en C.1), met uitzondering van het "wapen 46" (revolver "penvuur"), dat niet het voorwerp uitmaakt van de telastleggingen, te worden verbeurdverklaard, evenals de in de telastlegging B.2 bedoelde munitie, eigendom van de beklaagde, die in beslag werd genomen en ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, werd neergelegd onder het nummer 0299/2015.

Ook de veerklemmen waarvan de beklaagde de eigenaar is en die in beslag werden genomen en ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, werden neergelegd onder het nummer 0611/2014, dienen als het voorwerp van het in de telastlegging D bedoelde misdrijf verbeurd te worden verklaard.

Het "wapen 46" (revolver "penvuur") dat deel uitmaakt van de staat met nummer 0298/2015 doch niet het voorwerp uitmaakt van de telastleggingen waarover het hof dient te oordelen, dient ter beschikking te worden gesteld van het openbaar ministerie teneinde ermee te handelen als naar recht. Hetzelfde geldt voor de zaken (een karabijn en een geweer) die in beslag werden genomen en ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, werden neergelegd onder het nummer 094/2015, daar deze zaken geen betrekking lijken te hebben op de voorliggende strafzaak maar wel op een zaak met notitienummer IE.36.L1.001538/2015 ten laste van een andere verdachte dan de beklaagde Q G.

Voor het overige komt het niet aan het hof toe om te oordelen over de eventuele teruggave van andere zaken, die zich bij DOVO of bij wie dan ook zouden bevinden, daar deze zaken zich niet onder de berusting van het gerecht bevinden (zie de stukken 55-56 en 115 van het strafdossier, waaruit blijkt dat het openbaar ministerie reeds bij schrijven van 9 april 2014 aan DOVO de toelating heeft gegeven om de "lege munitie" terug te geven aan de betrokkene(n)).

...

(Tiende kamer, 2015/NT/1186, 13/05/2016)