Grondwettelijk Hof - arrest nr. 3/2010 van 20 januari 2010 - vergunningen onbeperkte duur - uitleenregeling - regeling passief wapenbezit - uitzondering jagers - toesting grondwettelijkheid

Informatie
Rechtscollege: 
Grondwettelijk Hof
Datum: 
woensdag, januari 20, 2010

Historiek

Naar aanleiding van de schietpartij van Hans Van Themsche in mei 2006 in de straten van de stad van A, werd op 8 juni 2006 een nieuwe wapenwet afgekondigd. Deze trad in werking op 9 juni 2006.

Deze nieuwe wet werd inderhaast gestemd bijna zonder enig parlementair debat die naam waardig. De totale bespreking nam minder dan zes uren in beslag. De totstandkoming van de wet is ook illustratief voor wat vaak wordt aangeduid met "emo-politiek", dit is het nemen van politieke beslissingen op basis van een sentiment bij het publiek dat dan in de pers ook wordt uitgespeeld.

De wet van 2006 had dan ook tal van gebreken.Er was geen oplossing voorzien voor de problematiek van het "passief wapenbezit", dit is het houden van wapens zonder dat men er nog mee gaat jagen of schieten. Er was geen oplossing voor het erven van wapens. De vergunningen waren voor bepaalde duur (5 jaar), per wapen was een taks van 65 EUR verschuldigd.

Onder andere om deze redenen werd de wet als onbillijk ervaren. De regeling was te restrictief. Dit belette het legaliseren van wapens. Op politiek vlak werd een evaluatie commissie van de wet opgericht, waar onder andere dhr. Demeyere (onze ondervoorzitter) mee optrad als expert. Deze commissie, onder het voorzitterschap van Stef Goris, kwam tot de conclusie dat de wapenwet op een tiental punten moest worden bijgestuurd. Na de verkiezingen van 2007 werden dan ook diverse voorstellen ingediend om de wet van 2006 te repareren.

Aanpassing van de wapenwet in 2008

Uiteindelijk werd in juli 2008 de wet aangepast. U vindt een overzicht van alle aanpassingen op onze site onder de rubriek "commentaar wetgeving". De belangrijkste wijziging was dat vergunningen terug voor onbepaalde duur zijn. Eens per 5 jaar dient de gouverneur te laten controleren of de wapenbezitter nog aan alle voorwaarden voldoet. De taks voor de vergunningsaanvraag werd verminderd, omdat hij berekend wordt per aanvraagdossier, en niet meer per wapen. De taks is ook slechts één keer verschuldigd per controle, ongeacht hoeveel wapens men bezit. Deze aanpassing heeft vermeden dat alle wapenbezitters vanaf 2011 nieuwe vergunningen moeten aanvragen, en per vergunning nog eens 65 EUR taks moeten betalen.

Andere belangrijke aanpassing van de wet van juli 2008 was de regeling voor "passief wapenbezit". Nu is het mogelijk om wapens die men vroeger had legaal te houden zonder dat men met deze wapens moet gaan jagen of schieten. De regeling geldt ook voor erfgenamen (van legale wapens) en gewezen jagers en sportschutters. De passieve wapenbezitters moeten geen medisch attest voorleggen en moeten geen proeven afleggen. Ze moeten geen wettige reden aantonen. Wel is het hen verboden om munitie te bezitten voor de wapens.

Verder werd door de wetswijziging van 2008 ook nog een regeling ingevoerd voor het uitlenen van wapens. Houders van een jachtverlof, vergunning of sportschutterslicentie kunnen onder sommige voorwaarden wapens lenen aan elkaar.

Ook werd het voorhanden hebben van wapens door jagers met een jachtverlof duidelijker geregeld. De aangepaste wet laat toe dat een jager de lange wapens voorhanden kan houden die toegestaan zijn voor de jacht daar waar zijn jachtverlof geldig is. Deze regeling veroorzaakte problemen voor onder andere jagers die karabijnen in .22LR of gladlopen in kleine kalibers op hun jachtverlof willen registreren.

Tenslotte werden nog talloze andere verbeteringen aangebracht aan de wet. Zo werd de draagvergunning voor het parcoursschieten afgeschaft, werd de vergunningsprocedure vereenvoudigd voor houders van een jachtverlof of een sportschutterslicentie, werden de voorwaarden voor wapenvezamelaars versoepeld, etc...

Beroep bij het Grondwettelijk Hof van ... de vzw Union Nationale de l'Armurerie, de la Chasse et du Tir

Ondanks deze zeer belangrijke verbeteringen vond de vzw "Union Nationale de l'Armurerie, de la Chasse et du Tir" het nodig om tegen de aanpassingswet een beroep in te dienen bij het Grondwettelijk Hof. Dit is verbazingwekkend, vermits de nieuwe wet gunstiger was voor de wapenbezitter. Een vernietiging van de aanpassing van de wet zou tot gevolg hebben dat wet van 2006 terug volledig in werking zou treden. De gevolgen daarvan zouden niet te overzien zijn.

Tegen de aanpassing van de wapenwet werden de volgende middelen ingeroepen:

  • De nieuwe wapenwet discrimineert, omdat minderjarige erfgenamen niet kunnen genieten van de regeling voor passief wapenbezit voor erfgenamen.
  • De regeling voor passief wapenbezit voor nieuw wapenbezit is beperkt tot erfgenamen en gewezen jagers of schutters. Derhalve kan wie een wapen aankoopt na 8 juni 2006 niet meer van de regeling voor passief wapenbezit genieten. Dit werd als discriminerend beschouwd.
  • De nieuwe regeling voor de jagers (wapens "toegestaan" voor de jacht) werd aangevallen wegens ofwel in strijd met de regels die de bevoegdheden tussen de federale staat en de gewesten regelen, ofwel discriminerend
  • De nieuwe regeling voor jagers zou discriminerend zijn omdat de uitzondering voor de houders van een jachtverlof niet geldt voor de personen die aan "faunabeheer" (verdelging,regulering, beheersing, ...) doen.
  • De nieuwe uitleenregeling werd aangevallen wegens discriminerend, want niet van toepassing voor verzamelaars, handelaars, bijzondere wachters of occasionele schutters
  • en, last but not least, de onbepaalde duur van de vergunningen werd aangevallen! De verzoeker heeft dus de regeling die toelaat dat vergunningen terug voor onbepaalde duur geldig zijn, en die ook leidt tot een vermindering van de taks, aangevallen. Dit is niet in het belang van de wapenbezitters. Volgens de verzoeker is de nieuwe regeling discriminerend omdat de actieve en de passieve wapenbezitter aan dezelfde controle worden onderworpen, hoewel de vergunningsvoorwaarden anders zijn. In beide gevallen is het bedrag aan te betalen retributies ook hetzelfde.

Gelukkig werden al deze middelen door het Grondwettelijk Hof één voor één ongegrond verklaard. Gelukkig voor de wapenbezitters en de sector werd het beroep van de vzw UNACT dan ook integraal verworpen.

U kunt de volledige tekst van het arrest lezen via deze link.

Belangrijkste punten in het arrest

De belangrijkste punten in het debat worden hierna samengevat:

  • Minderjarigen kunnen de eigendom van wapens erven, maar kunnen de wapens niet in bezit nemen of voorhanden hebben (het Grondwettelijk Hof herinnert eraan dat "voorhanden hebben" het feitelijk bezit van het wapen omhelst). De minderjarige erfgenaam, of dienst wettelijk vertegenwoordiger of voogd, kunnen het wapen in bewaring geven bij een erkend persoon. Bij meerderjarigheid belet niets dan dat een vergunning wordt aangevraagd. Het Grondwettelijk Hof komt dus tot de conclusie dat het eigendomsrecht van de minderjarige erfgenaam niet wordt aangetast. De wetgever kan een onderscheid maken, gelet op de doelstelling van de wapenwet om wapenbezit bij minderjarigen uit te sluiten. Deze voorwaarde wordt trouwens ook opgelegd door de Europese vuurwapenrichtlijn.
  • De regeling voor passief wapenbezit doorstaat de grondwettelijkheidstoets. Het Grondwettelijk Hof oordeelt dat er geen discriminatie is doordat jagers en sportschutters van de regeling voor passief bezit kunnen genieten. Immers, beide groepen zijn al aan een bijzondere regeling (jachtverlof / sportschutterslicentie) onderworpen, waardoor de uitzondering voor hen te verantwoorden is. Er is dus geen onterechte discriminatie.
  • Ook de regeling dat jagers via hun jachtverlof de lange wapens voorhanden mogen hebben die toegestaan zijn voor de jacht daar waar het jachtverlof geldig is, doorstaat de toets. Er werd ingeroepen dat de bevoegdheidsverdelende regels geschonden zijn omdat de federale wetgever een deel van zijn bevoegdheden om de wapenhandel te regelen zou delegeren aan de gewesten, wat verboden is. Het Grondwettelijk Hof verwerpt deze stelling. Door te verwijzen naar de regeling van toepassing in de gewesten, delegeert de Federale overheid haar bevoegdheden niet, maar oefent ze deze uit rekening houdend met de bevoegdheden van de gewesten. De beweerde discriminatie tussen jagers ngl. hun jachtverlof het voorhanden hebben van andere types wapens toestaat wordt eveneens verworpen. Het is eigen aan de federale staatsstructuur dat elk van de gewesten de jacht regelt en kan bepalen welke wapens voor het jagen gebruikt mogen worden. De regeling in één gewest kan daarom verschillen van de regeling in een ander gewest.
  • Er werd nog aangevoerd dat personen die aan "faunabeheer" doen niet van de gunstregeling van de jagers kunnen genieten. Volgens verzoekers is dit discriminerend, vermits faunabeheer en jacht nagenoeg hetzelfde zou zijn of althans door dezelfde personen wordt bedreven. Deze stelling wordt door het Hof verworpen. Immers, in tegenstelling tot jagers, hebben personen die aan faunabeheersactiviteiten (verdelging) doen geen document waaruit hun statuut blijkt (zoals een jachtverlof voor de jager). De voorwaarden van het jachtverlof gelden niet noodzakelijk voor degenen die aan verdelging doen. Derhalve zijn jagers en personen die aan verdelging doen twee verschillende categorieën van personen t.a.v. de uitgeoefende activiteit, en is er dus geen discriminatie.
  • Unact vecht nog de regeling voor uitlenen van wapens aan. Deze zou discriminerend zijn omdat enkel houders van een jachtverlof, een sportschutterslicentie of een wapenvergunning wapens kunnen ontlenen of uitlenen, terwijl handelaars, musea, verzamelaars, bijzondere wachters of occasioneel schutters dit niet zouden kunnen. Het middel berust op een foute lezing van de wet, vermits erkende personen onderling wel wapens kunnen uitlenen binnen de voorwaarden van hun erkenning. Vermits op occasionele schutters geen vorm van wettelijke controle is, is het normaal dat deze personen ook geen wapens kunnen ontlenen. Ook bijzondere wachters voldoen niet noodzakelijk aan dezelfde controles als jagers, sportschutters of vergunninghouders. Het middel wordt dus verworpen.
  • Tenslotte werd aangevochten dat de vergunningen voor onbepaalde duur zijn. Dergelijk middel hadden wij eerder van een anti-wapenvereniging verwacht, doch de verzoeker pretendeert wel degelijk dat hij de belangen van wapenbezitters verdedigt. Er wordt aangevoerd dat de nieuwe regeling discriminerend is omdat de controles op wapenbezit voor passieve en actieve wapenbezitters dezelfde zijn. Ook wordt aangevoerd dat onterecht dezelfde retributie (85 EUR/5 jaar, ongeacht het aantal wapens) wordt aangerekend. Het Grondwettelijk Hof komt tot de conclusie dat de wetgever wel degelijk mag beslissen dat passieve en actieve wapenbezitters aan dezelfde controle onderworpen worden. De wapens van passieve wapenbezitters zijn immers niet tijdelijk geneutraliseerd, en kunnen dezelfde risico's opleveren voor de openbare orde. Ook is het controleren van een passieve of een actieve wapenbezitter nagenoeg evenveel werk, waardoor eenzelfde retributie verantwoord is.

Conclusie

Na dit arrest rekenen wij erop dat het regelgevend kader nu toch enige tijd stabiel blijft. De sector en de wapenbezitters wennen aan de nieuwe regeling. Er worden door overheden belangrijke inspanningen geleverd om vergunningsaanvragen voor nieuwe wapens snel en correct te behandelen. Het al te vaak wijzigen van de wet kan er ook voor zorgen dat hij niet meer te handhaven is.

Wij zijn dan ook zeer tevreden met het arrest. Het Grondwettelijk Hof bevestigt dus dat de in 2008 gemaakte keuzes de grondwettelijkheidstoets doorstaan.

BijlageGrootte
2010-003n.pdf152 KB