Hof van Beroep Antwerpen - arrest dd. 17 oktober 2007 - vervoer van wapens - niet-toegelaten traject - nieuwe regels nog niet in werking - vrijspraak

Informatie
Rechtscollege: 
Hof van Beroep te Antwerpen
Datum: 
woensdag, oktober 17, 2007

Een jager wordt gevat terwijl hij wapens vervoert op een niet-toegelaten traject, terwijl de wapens niet veilig verpakt waren in een afgesloten koffer of voorzien zijn van een trekkerslot.

Het Hof van Beroep komt tot de conclusie dat op het moment van de feiten de nieuwe bepalingen van de wapenwet nog niet in werking waren getreden. De beklaagde wordt vrijgesproken.

Arrest Hof van Beroep te Antwerpen 17 oktober 2007

Het Hof van Beroep, zitting houdende

Te Antwerpen, 10de kamer,

(...)

Feit voorzien onder tenlastelegging B : ontslag van rechtsvervolging.

Onder tenlastelegging B wordt beklaagde vervolgd wegens inbreuk op de artikelen 21 en 23 van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens door het vervoeren van een vuurwapen over een niet toegelaten traject en zonder dat dit vuurwapen ongeladen en verpakt is in een afgesloten koffer, noch voorzien van een trekkerslot of een equivalente beveiliging;

Art. 49 van de nieuwe wapenwet bepaalt : "De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de dag waarop de artikelen 4 tot 7, 14, 16 tot 18, 20, 21, 25 en 30 tot 32 van deze wet in werking treden.
Alle andere artikelen treden in werking op de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt."

Tot op heden werd er nog geen K.B. genomen waarbij de datum van in werking treden van art. 21 bepaald werd; beklaagde kan derhalve niet vervolgd worden wegens inbreuk op voormeld artikel; er dient hem wegens het feit voorzien onder tenlastelegging B ontslag van rechtsvervolging te worden verleend;

Ten gronde.

Na onderzoek van het strafdossier en na onderzoek ter terechtzitting gedaan is de schuld van beklaagde aan de hem ten laste gelegde feiten A, C, D, E en F niet bewezen gebleven;

· tenlasteleggingen E en F

De verbalisanten hebben niet de visu vastgesteld dat beklaagde het in zijn voertuig aangetroffen geweer gebruikte en het strafdossier bevat onvoldoende elementen om met zekerheid te stellen dat beklaagde op of rond het ogenblik dat één van de verbalisanten meende een schot te horen enige jachtdaad in de zin van art. 1 lid 2 van het jachtdecreet stelde;

Het loutere feit dat beklaagde op de plaats en het tijdstip van de feiten rondreed met een geladen geweer in zijn voertuig impliceert niet dat hij aldaar aan het jagen was;

· tenlasteleggingen A en D

Het staat vast dat beklaagde op vrijdag 8 september 2006 omstreeks 21u30 in zijn voertuig Pick-up een vuurwapen vervoerde; het betrokken wapen zat verborgen achter de leuning van de achterbank;

Beklaagde houdt voor dat dit wapen een niet-verboden halfautomatisch 5-schots hagelgeweer betrof, omgebouwd tot een 3-schots, met een zelf gemaakte beschermhoes over de loop;

De verbalisant, bijzondere veldwachter L.W., houdt voor dat het een grendel kogelkarabijn met afneembare lader betrof waarop een "zware" demper en een "zware" nachtkijker gemonteerd waren; de aanwezigheid van de geluidsdemper maakt dat dit wapen een verboden wapen is, zowel in de zin van het Besluit dd. 28 oktober 1987 van de Vlaamse Executieve betreffende het gebruik van vuurwapens en munitie bij de jacht in het Vlaamse Gewest als in de zin van art. 3 van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens;

Overeenkomstig art. 24 van de jachtwet van 28 februari 1882 levert een door een bijzondere veldwachter opgesteld proces-verbaal bewijs op zolang het tegendeel niet bewezen is; met dien verstande dat deze bijzondere wettelijke bewijswaarde slechts geldt voor de door de verbalisant persoonlijk de visu gedane vaststellingen, doch niet voor de gevolgtrekkingen die hij of zij uit zijn of haar vaststellingen afleidt;
In casu staat het vast dat de betrokken verbalisant op het ogenblik van de vaststellingen de visu opmerkte dat er een vuurwapen achter de leuning van de achterbank verborgen zat; het is evenwel geenszins duidelijk dat hij op dat moment ook de visu kon vaststellen welk type van wapen het betrof, noch in welke mate hij zich bij de identificatie van het betrokken wapen liet leiden door een hem toegekomen anonieme tip en door "weetjes" uit het jagersmilieu;

Er dient immers op gewezen dat de vaststellingen gebeurden in het duister met als enige lichtbron een zaklamp; daarbij kreeg de verbalisant het wapen niet in handen;

Bovendien blijkt uit de getuigenis van de verbalisant ter terechtzitting van 20 juni 2007 dat hij het wapen - dat hij slechts kort te zien kreeg - identificeerde door vergelijking met foto's die hij te zien kreeg bij zijn opleiding en op grond van het geluid van een schot waarvan - zoals blijkt uit wat voorafgaat - niet bewezen is dat het gelost werd door beklaagde;

De verbalisant gaf op voormelde terechtzitting tevens toe dat er gelijkenis bestaat tussen het geweer dat hij meende gezien te hebben en het geweer waarvan beklaagde voorhoudt dat het in zijn voertuig lag en dat hij, vooraleer beklaagde het hem toonde, nooit eerder een vijfschotsgeweer zag;

Ten slotte blijkt uit de beschrijving van het wapen in het proces-verbaal dat de verbalisant onmogelijk een goed zicht kan gehad hebben op het voorwerp dat hij omschrijft als een "zware demper", nu hijzelf stelt dat "de demper" omwikkeld was met camouflage tape;

Uit het proces-verbaal blijkt ten slotte dat de beschermhoes die volgens beklaagde over de loop van het wapen zat minstens qua lengte en diameter gelijkenis vertoont met de "demper" die volgens de verbalisant op het voertuig zat; ook op de beschermhoes zat camouflagetape;

Gelet op wat voorafgaat is het Hof - en dit zonder afbreuk te doen aan de capaciteiten en de bevoegdheid van de betrokken verbalisant - van oordeel dat de identificatie van het wapen door de betrokken verbalisant onvoldoende zekerheid biedt, dermate dat niet met zekerheid kan gesteld worden dat het een verboden wapen betrof;

Het feit dat beklaagde om redenen die hem eigen zijn, weigerde zijn geweer af te geven en zonder meer wegreed van de plaats van de vaststellingen, is verwerpelijk, maar levert geen bewijs van zijn schuld;

De in conclusies voor de eerste rechter gedane "bekentenis" van de overtredingen voorzien onder tenlasteleggingen A, B, C, en D doet geen afbreuk aan wat hoger gesteld wordt; een bekentenis is geenszins absoluut, ze kan te allen tijde worden ingetrokken; bovendien primeert de juiste toepassing van het recht op een door beklaagde gedane bekentenis van feiten;

(...)