Raad van State - arrest 232.332 van 25 september 2015 - openbare orde - niet naleven veiligheidsvoorwaarden opslag - intrekking wapenbezit

Informatie
Rechtscollege: 
Raad van State
Datum: 
donderdag, juni 25, 2015

Artikel 11, §1 en 13 wapenwet laat de overheid toe om een wapenvergunning in te trekken, te beperken of te schorsen indien het wapenbezit een gevaar kan opleveren voor de openbare orde. Bij het beoordelen van het begrip "openbare orde" heeft de overheid een ruime discretionaire bevoegdheid. De Raad van State kan niet overgaan tot beoordeling van opportuniteit van de beslissing. Wel kan ze een marginale toetsing uitvoeren om na te gaan of uit de feiten van het dossier redelijkerwijze kon worden afgeleid dat er een gevaar voor de openbare orde kan bestaan.

Er is daarbij niet vereist dat dit gevaar zich effectief gemanifesteerd heeft: het is voldoende dat uit objectief vastgestelde feiten kan worden afgeleid dat er redelijkerwijze een gevaar voor de openbare orde kan ontstaan.

De Raad van State herhaalt nog eens dat de beslissing, genomen na administratief beroep (art. 30 WW) in de plaats komt van de oorspronkelijke beslissing van de provinciegouverneur. Middelen ingeroepen tegen de beslissing van de provinciegouverneur zijn dan ook ontvankelijk.

Voorts wordt nog eens verduidelijkt dat het niet naleven van de procedure voor administratieve inbeslagname zoals voorzien in art. 28, §2 WW geen aanleiding kan geven tot onwettigheid van de beslissing.

In casu werd, tijdens een politiebezoek naar aanleiding van een familieruzie, vastgesteld dat een Kalashnikov in geladen toestand op het bed van een wapenbezitter lag. Betrokkene was ook bijzonder wachter en wordt dus geacht, nog beter dan andere burgers, de wapenwet te kennen. In de beslissing van de minister van Justitie wordt uit deze vaststelling afgeleid dat betrokkene bij de opslag van zijn wapens het KB van 24 april 1997 niet naleeft.

De Raad van State bevestigt dat in deze omstandigheden de overheid uit de vaststelling dat betrokkene zijn wapens niet conform de geldende veiligheidsregels opslaat kan besluiten dat het wapenbezit mogelijk een gevaar voor de orde kan betekenen. De beslissing wordt dan ook vernietigd.

Hiermee bevestigt de Raad van STate ook eerdere rechtspraak waaring gezegd wordt dat het gevaar voor de openbare orde voortvloeit uit feiten die verband houden met het wapenbezit (zie arresten 227.290 van 6 mei 2014 en 228.348 van 12 september 2014).

voor de tekst van het arrest, zie