Raad van State - arrest 235.047 van 14 juni 2016 - schorsing wapenvergunningen - feiten die geen verband houden met wapenbezit - schending redelijkheidsbeginsel

Informatie
Rechtscollege: 
Raad van State
Datum: 
dinsdag, juni 14, 2016

Volledige tekst van het arrest: zie deze link.

In dit arrest bevestigt de Raad van State eerdere rechtspraak omtrent de intrekking van een wapenvergunning door de gouverneur.

Het is ondertussen vaste rechtspraak dat de gouverneur, bij het beoordelen of het wapenbezit een gevaar kan inhouden voor de openbare orde, over een ruime discretionaire beoordelingsbevoegdheid beschikt. Daarbij kunnen alle bewezen en vaststaande feiten die wijzen op een gevaar voor openbare orde in aanmerking worden genomen om over te gaan tot intrekking, schorsing of beperking van de wapenvergunning.

Een ruime discretionaire bevoegdheid is echter geen vrijgeleide voor de gouverneurs. Voornamelijk in Vlaanderen bestaat een tendens om bij de minste vermelding in een dossier over te gaan tot intrekking van een wapenvergunning. Er zijn dan ook tal van zaken hangende voor de Raad van State.

Eerder heeft de Raad van State opgelegd dat de ingeroepen feiten verband moeten houden met het wapenbezit zelf (zie arresten nrs. 227.290 en 228.348). De feiten moeten immers relevant zijn, niet alleen voor de algemene moraliteit en openbare orde, maar ook specifiek in het licht van het bijkomende gevaar dat het wapenbezit kan inhouden voor de openbare orde.

Deze redenering wordt nu nogmaals bevestigd. In casu werden wapenvergunningen ingetrokken wegens een uitgewiste veroordeling inzake "verkeer". Er werd niet aangegeven welke inbreuk werd gepleegd, bij de beoordeling van het dossier deden noch het parket, noch de gouverneur, noch de Federale Wapendienst de moeite om te bekijken over welke feiten het gaat. Twee jaar later werd betrokkene dan veroordeeld door de Politierechtbank voor alcoholintoxicatie. Nog twee jaar later werd betrokkene veroordeeld wegens het weigeren zich te onderwerpen aan een ademtest. De gouverneur meent dan twee jaar later dat de vergunningen kunnen worden geschorst vermits deze drie veroordelen op korte termijn (van 4 jaar) aantonen dat er problemen zijn met de algemene moraliteit van betrokkene. De Federale wapendienst neemt deze formulering over in haar beslissing in beroep en voegt de gebruikelijke stijlformules toe. De beslissing meldt dat "er kan worden besloten dat er inzake algemene moraliteit en persoonlijkheid problemen bestaan", waarbij betrokkene "blijk gegeven [heeft] geen respect te hebben voor de regelgeving in het algemeen, en in het bijzonder voor deze die is gericht op het vrijwaren van de openbare orde en veiligheid".

De Raad van State vernietigt de beslissing van de minister van Justitie wegens in strijd met het redelijkheidsbeginsel. De belangrijkste motivering van het arrest vindt u hierna:

"Hoewel de verwerende partij in beginsel bij de beoordeling van het gevaar dat iemands wapenbezit voor de openbare orde en veiligheid kan opleveren,mag rekening houden met feiten en gedragingen die niets te maken hebben met het wapenbezit, mag zij niettemin zonder nader en individueel onderzoek van de relevantie ervan, niet uit het louter gegeven dat een verzoeker dergelijke feiten en gedragingen heeft gepleegd, besluiten dat verzoekers wapenbezit een gevaar zou kunnen betekenen voor de openbare orde en veiligheid."

Dit is een belangrijk arrest dat nuttige argumenten bevat voor andere zaken van wapenbezitters die geconfronteerd worden met intrekkingen, beperkingen of schorsingen van wapenvergunningen die gebaseerd zijn op een aantal algemene beweringen of feiten/veroordelingen die niet in verband kunnen worden gebracht met wapenbezit.