Raad van State - arrest nr. 180.175 - vervoer van jachtwapens -intrekking vergunningen - feiten voor inwerkingtreding nieuwe wet - motivering - verboden substitutie van motieven

Informatie
Rechtscollege: 
Raad van State
Datum: 
donderdag, februari 28, 2008

Feiten

In december 2005, dus voor de inwerkingtreding van de nieuwe wapenwet, houdt de lokale politie een jager tegen. Bij de zoeking in het voertuig blijkt dat jachtwapens in het voertuig verspreid liggen. De wapens liggen binnen handbereik van de bestuurder. Overal verspreid in het voertuig wordt er munitie aangetrokken.

Na het advies te hebben gevraagd aan de Procureur des Konings, beslist de gouverneur om de wapenvergunningen in te trekken op grond van een schending van de openbare orde. De gouverneur voert in zijn beslissing aan dat de wapens, op basis van de nieuwe wapenwet die op het moment van de feiten niet in werking was, onreglementair vervoerd werden. Uit dit onreglementair vervoer leidt de gouverneur af dat er schending is van de openbare orde, waardoor de intrekking van de vergunning mogelijk is.

Betrokkene gaat tegen de beslissing van de gouverneur in beroep.

Analyse Raad van State

De jager voert aan dat zijn wapens niet onreglementair vervoerd werden. Immers, op het moment van de feiten was er geen enkele wettelijke of reglementaire bepaling die het vervoer van jachtwapens regelt. Artikel 21 van de wapenwet was nog niet in werking getreden. Artikel 17 van het uitvoeringsbesluit wapenwet was, op het moment van de feiten, enkel van toepassing op de vroegere "verweer- of oorlogswapens" en niet op de vroegere "jacht en sportwapens".

De gouverneur antwoordt daarop dat in de cursus van het Instituut voor de Jachtopleiding van de Hubertus Vereniging Vlaanderen is opgenomen dat de wapens en de munitie afzonderlijk verpakt vervoerd moeten worden, dat het wapen behoorlijk moet zijn opgeborgen en buiten het bereik van de bestuurder moet liggen. De Raad van State antwoordt daarop dat de cursus van het Instituut voor de Jachtopleiding hoogstens enkele aanbevelingen inhoudt, maar geen reglementaire grondslag heeft.

Daarnaast voert de gouverneur nog aan dat het vervoer van wapens binnen handbereik eigenlijk de dracht van de wapens inhoudt, en dat betrokkene geen wettige reden had voor de dracht van de wapens (vermits hij niet op het jachtterrein was). Derhalve zou er ook een schending zijn van de bepaling in de oude wapenwet dat er een wettige reden moet worden opgegeven voor de dracht van een jacht- of sportwapen. Op dit argument antwoordt de Raad van State dat de gouverneur in zijn beslissing niet verwijst naar de verboden wapendracht. De gouverneur kan niet, in de loop van de procedure, in zijn beslissing ingeroepen (verkeerde) motieven gaan vervangen door andere motieven die zijn beslissing wel steunen.

Er wordt eveneens nog ingeroepen dat de jager eerder een minnelijke schikking betaald had nadat hij in vergelijkbare omstandigheden wapens vervoerde. De gouverneur leidt hieruit af dat de jager de wetsovertreding erkent.Volgens de Raad van State bewijst het betalen van de minnelijke schikking niet dat er onreglementair wapens vervoerd werden.

In casu waren de twee enige motieven die de gouverneur opgeeft voor zijn beslissing (i) het vervoeren van jachtwapens op niet-reglementaire wijze, en (ii) het niet-naleven van de bepalingen van de wapenwet over de veilige bewaring van wapens en munitie. Na te hebben vastgesteld dat er op 23 december 2005 geen schending was van deze reglementaire bepalingen, blijven er geen motieven meer over waarop de beslissing van de gouverneur gesteund werd.

Derhalve wordt de beslissing van de gouverneur vernietigd.

Commentaar

Na de inwerkingtreding van artikel 21 wapenwet op 1 september 2008, dienen alle vuurwapens steeds reglementair te worden vervoerd. Daarenboven werden in het KB van 24 april 1997 nieuwe veiligheidsvoorschriften opgelegd voor het vervoer van vuurwapens vanaf 25 april 2009.

Behalve tijdens het jagen, dienen de wapens steeds verpakt te zijn in een slotvaste koffer. De wapens moeten bovendien voorzien zijn van een trekkerslot, of er moet een voor het wapen essentieel onderdeel verwijderd worden (b.v. grendel uithalen, tweeloop uiteenhalen). Op het jachtterrein gelden deze voorschriften niet. Tijdens de jacht draagt de jager het wapen, en heeft hij daar een wettige reden voor. Er is geen afzonderlijke wapendrachtvergunning nodig, net zoals vroeger laat het jachtverlof toe om wapens te dragen tijdens de jacht. De voorschriften voor vervoer gelden dan logischerwijze niet.

BijlageGrootte
180175.pdf38.73 KB