Raad van State - arrest nr. 191.405 van 13 maart 2009 - beroep tegen art. 18 KB 29/12/2006 - hernieuwing erkenning verzamelaar - behoud eerdere wapens door houder erkenning zonder thema - verwerping beroep

Informatie
Rechtscollege: 
Raad van State
Datum: 
vrijdag, maart 13, 2009

Een wapenverzamelaar had in 2007 artikel 18 van het KB van 29 december 2006 aangevochten voor de Raad van State.

Artikel 18 van het KB van 29 december 2006 is een overgangsbepaling voor de houders van een erkenning als wapenverzamelaar die niet beperkt is tot een thema. De bepaling verplicht de verzamelaars om, bij de hernieuwing van hun erkenning, een thema op te geven in de zin van de wapenwet. Dit thema beperkt dan de toekomstige uitbereiding van de verzameling.

De overgangsepaling stelt verder dat alle bijkomende beperkingen die worden opgelegd qua thema of aantal te verzamelen wapens niet gelden voor de wapens die de verzamelaar al had voor inwerkingtreding van het KB op 1 februari 2007.

Betrokkene vecht deze overgangsregeling aan bij de Raad van State. In zijn verzoekschrift voert hij als enige middel aan dat de overgangsbepaling geen enkele beperking oplegt aan de gouverneur bij het beoordelen van het nieuwe thema. Volgens de verzoeker delegeert de Koning op die manier, zonder enige wettelijke grondslag, de bevoegdheid die hij in art. 6, §1 wapenwet krijgt aan een ondergeschikt bestuur. Ook zou artikel 18 een "blanco norm" zijn die de gouverneur toelaat om willekeurig thema's te beperken.

De Raad van State volgt deze redenering niet. Volgens het rechtscollege wordt de bevoegdheid van de gouverneurs om erkenningen als verzamelaar toe te kennen geregeld door art. 1 van het KB van 29 december 2006. Bij het beperken van het nieuwe thema dat wordt opgegeven in het kader van art. 18, moet de gouverneur rekening houden met art. 1 van het KB van 29 december 2006. Er is dus geen delegatie door de Koning van zijn bevoegdheid om de thema's van de verzamelingen te regelen aan de gouverneur, de Koning oefent zijn bevoegdheid immers uit in art. 1 van het genoemde KB.

Het arrest is interessant in de mate dat het duidelijk stelt dat de gouverneurs, bij het beoordelen van een nieuw thema in het kader van de overgangsregeling, wel degelijk rekening moeten houden met de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen. In de praktijk werd dit in de meeste provincies al op die manier toegepast.

BijlageGrootte
191405.pdf20.09 KB