Raad van State - arrest nr. 193.442 - intrekking vergunningen - weigering vergunningen - eerdere veroordelingen - familiaal geweld - vaststellingen PV's - eerdere inbreuken wapenwet - gevaar openbare orde

Informatie
Rechtscollege: 
Raad van State
Datum: 
dinsdag, mei 19, 2009

Feiten

Na de inwerkingtreding van de nieuwe wapenwet, vraagt betrokkene twee wapenvergunningen aan. Deze worden hem in 2007 toegekend.

Vervolgens vraagt betrokkene twee nieuwe vergunningen aan, en een Europese vuurwapenpas. Na een ongunstig advies van de politie Tielt en van de procureur des Konings worden de vergunningen geweigerd ondanks een blanco strafregister.

De gouverneur beslist in april 2008 om de toegekende wapenvergunningen in te trekken om redenen van openbare orde. De gevraagde Europese vuurwapenpas en bijkomende vergunningen worden geweigerd.

Uit de beslissing in beroep blijkt dat de beslissing gemotiveerd werd door een aantal zware correctionele veroordelingen in het verleden (o.a. voor verboden wapenbezit, stroperij, slagen en verwondingen, overtreding jachtwet, bezit verboden zendapparatuur,...) en talloze veroordelingen door de politierechtbank. De veroordelingen werden opgelopen tussen 1977 en 1999. Uit diverse PV's blijken nog allerhande andere feiten (gewone diefstal, familiaal geweld, slagen en verwonding, verkrachting van minderjarigen), waarvoor geen veroordeling werd uitgesproken. In 2007 werd betrokken aangetroffen in het bezit van een verboden wapen (op café) in een dronken toestand.

Toepasselijke wetsartikelen

artikel 11, §1 en §3 wapenwet
artikel 13 wapenwet

Rechtsvraag

In welke mate kan nog rekening gehouden worden met vroegere veroordelingen en met inlichtingen uit PV's (die geen aanleiding gaven tot een veroordeling) bij het intrekken van wapenvergunningen om redenen van openbare orde ?

Standpunt van de Raad van State

De betrokkene roept als eerste argument in dat, bij de beoordeling van een vergunningsaanvraag, geen rekening mag worden gehouden met de "algmene moraliteit" en "de karakteristieken van de aanvrager". Volgens betrokkene voegt de gouverneur een voorwaarde aan de wet toe, door dit wel te gaan onderzoeken.

De Raad van State volgt dit standpunt niet. Immers, uit de formulering van art. 11, §1 wapenwet, en art. 13, al. 2 wapenwet volgt duidelijk dat wapenbezit enkel toegelaten kan worden indien het geen gevaar oplevert voor de openbare orde.

Vervolgens stelt verzoeker dat wapenbezit in zijnen hoofde geen gevaar voor de openbare orde oplevert. Immers, de veroordelingen dateren van een lange periode terug (tussen 1977 en 1999), en de beslissing zou voor het overige gebaseerd zijn op louter processen verbaal. Ook uit het feit dat de betrokkene lid kon worden van een schuttersvereniging en twee vergunning kreeg, leidt hij af dat zijn gedrag geen gevaar meer betekent voor de openbare orde. Ook het feit dat voor het verboden wapenbezit in 2007 een minnelijke schikking werd voorgesteld door het parket (ipv een vervolging), sterkt de betrokkene in zijn overtuiging.

De Raad van State volgt deze stellingen niet. Uit het feit dat overhaast 2 vergunningen werden toegekend, kan niet worden afgeleid dat er bij betrokkene geen ernstige problemen bestaan vanwege zijn algemene moraliteit en persoonlijkheid. Eveneens overweegt de Raad van State dat "er geen bezwaar bestaat tegen het feit dat het bestuur bij de beoordeling van het gevaar dat iemands wapenbezit voor de openbare orde en veiligheid kan opleveren, rekening houdt met feiten die niet tot een strafrechtelijke veroordeling hebben geleid. [...] Dit belet evenwel niet dat het bestuur zijn beslissing moet steunen op werkelijk bestaande en concrete feiten die relevant zijn en met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld".

Na verder onderzoek van de motieven van de beslissing, komt de Raad van State tot het besluit dat "de verwerende partij zich niet uitsluitend op minder recente gegevens gesteund heeft, maar ook rekening heeft gehouden met actuele gegevens, in het licht waarvan de minder recente gegevens niet ieder belang kan worden ontzegd".

Het beroep wordt verworpen. Betrokkene wordt veroordeeld tot de kosten van het geding.

BijlageGrootte
193442.pdf45.39 KB