Raad van State - arrest nr. 199.000 - prejudiciële vraag grondwettelijk Hof lijst veroordelingen

Informatie
Rechtscollege: 
Raad van State
Datum: 
donderdag, december 17, 2009

Feiten en omstandigheden

In een arrest van 17 december 2009 heeft de Raad van State voorgesteld om een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof.

De belangrijkste gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt:

- Een wapenbezitter die blijkbaar veroordeeld was voor onder meer valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken vraagt in 2006 om zijn vroegere "jacht- of sporwapens" te vergunnen. De vergunning wordt hem geweigerd door de gouverneur van Antwerpen op grond van art. 44, §2 Wapenwet. Immers, de veroordeling voor valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken komt voor op de lijst van art. 5, §4 (b) wapenwet.

- betrokkene gaat tegen dit besluit van de gouverneur te Antwerpen in beroep bij de Raad van State. Daar wordt opgemerkt dat de lijst in art. 5, §4 (b) wapenwet het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel schendt. Volgens verzoeker is deze lijst arbitrair samengesteld, omdat ze naast geweldmisdrijven ook nog andere misdrijven viseert, en bovendien ook niet alle geweldmisdrijven viseert.

- de Raad van State beslist om de vraag voor te leggen aan het Grondwettelijk Hof.

Beoordeling

Onzes inziens schendt artikel 5, §4 (b) van de wapenwet het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel niet. De bepaling moet immers worden samengelezen met 5, §4 (a) van de wapenwet dat degenen die tot een criminele straf zijn veroordeeld uberhaupt al uitsluit. Derhalve zijn de daders van alle zware geweldmisdrijven uberhaupt uitgesloten van wapenbezit. 5, §4 (b) geeft dan een oplijsting van andere misdrijven (meestal wanbedrijven) die wapenbezit uitlsuiten. In tegenstelling tot wat de verzoeker beweert, omvat deze lijst niet alleen geweldmisdrijven, maar ook misdrijven die van aard zijn om het vertrouwen dat de overheid in een wapenbezitter mag stellen aan te tasten. Om deze reden werden de misdrijven van misbruik van vertrouwen, fraude, oplichting, etc... opgenomen. De wetgever heeft trouwens net om deze reden de lijst van art. 5, §4 (b) gevoelig uitgebreid. Ook de terroristische misdrijven (art. 137 - 140 SW), die in het verzoekschrift werden aangehaald ter illustratie, worden nu gevat.

Verder is de vraag te stellen of, door een onderscheid te maken voor veroordelingen wegens sommige wanbedrijven, de beweerde ongelijkheid kennelijk overdreven is.

Nu zal het Grondwettelijk Hof onderzoeken of de lijst inderdaad de Grondwet schendt. Indien dit artikel de betrokken bepalingen schendt, mogen zij niet meer worden toegepast. Dit betekent dan ook weer niet dat elke veroordeelde en wapenvergunning kan vragen. De gouverneur kan immers nog altijd toetsen aan de openbare orde. Allicht zou er dan weer een wetswijziging komen die de lijst uitbreidt, zodat effectief alle misdrijven worden opgenomen die verband houden met geweld of misbruik van een vertrouwen.

Bovendien werd artikel 5, §4 wapenwet reeds aangepast door de wetswijziging van 25 juli 2008. De lijst met misdrijven werd aangepast zodat ze de geweldmisdrijven omvat alsook de misdrijven die een misbruik van een vertrouwen inhouden. Om deze reden zal een vernietiging allicht geen gevolgen hebben op wetgevend vlak. In tegenstelling tot wat beweerd wordt, kan iemand die veroordeeld is voor bv een terroristisch misdrijf geen wapenvergunning aanvragen.

Commentaar: 

Het Grondwettelijk Hof kwam tot de conclusie dat er geen schending is van de Grondwet, zie Grondwettelijk Hof, arrest nr. 2010/115 (zie deze link)

BijlageGrootte
199000.pdf25.56 KB