Raad van State - arrest nr. 203.091 van 20 april 2010 - intrekking vergunning - bedreidingen officieren van politie n.a.v. verkeersovertreding - smaad

Informatie
Rechtscollege: 
Raad van State
Datum: 
dinsdag, april 20, 2010

Feiten

Een vrachtwagenbestuurder wordt door 2 agenten van politie, waaronder een officier, beboet voor een parkeermisdrijf. De bestuurder snijdt de betrokken agenten, in uniform en zich verplaatsend per fiets, de pas af. Hij verlaat zijn voertuig en beledigt de agenten door te zeggen "gaat gij
mij blijven kloten, klootzak?". Gedurende enige tijd gaat de scheldtirade waarvan het proza niet volledig in het PV is opgenomen door zodat de aandacht van omwonenden wordt gewekt. Betrokkene rijdt verder en roept de agenten nog na "Zo, gaat uw leven niet lang blijven duren maatje".

De agenten stellen een PV op voor bedreigingen en smaad aan de politie. Het parket te Antwerpen adviseert de gouverneur om over te gaan tot intrekking van de vergunningen voor 2 verweerwapens van betrokkene. De gouverneur motiveert zijn beslissing aan de hand van het PV, de verwijzing naar de lopende onderzoeken voor smaad en verkeersagressie alsook het onverantwoordelijke en agressieve gedrag van betrokkene.

De beslissing wordt aangevochten bij de Raad van State wegens machtsoverschreiding (dwaling over de feiten) en schending van de motiveringsplicht.

Standpunt Raad van State

De beslissing van de gouverneur wordt gehandhaafd.

Er is geen sprake van dwaling in feite vermits de ten laste gelegde feiten duidelijk blijven uit het proces verbaal. Enkele jaren na de feiten, en pas na het verslag van de auditeur bij de Raad van State, haalt betrokkene een getuigenis boven. Het komt niet aan de Raad van STate toe om het feitenonderzoek opnieuw te voeren. Betrokkene had eerder zijn standpunt kunnen laten weten. Dan nog is de algemene bewoording van de getuigenis niet van aard om de bewijskracht van het PV te ontkrachten.

Tweede ingeroepen middel is dat de beslissing niet gemotiveerd is. Dit middel wordt verworpen omdat de beslissing motieven bevat en bovendien ook blijkt dat de overheid voldoende voorzichtig geweest is bij het afwegen van de motieven. De aangehaalde argumenten zijn van aard om, binnen de appreciatiemarge waarover de gouverneur in deze beschikt, tot het besluit te komen dat het wapenbezit van betrokkene een gevaar voor de openbare orde en veiligheid inhoudt.

BijlageGrootte
203091.pdf24.15 KB